Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Syn­ophrop­sis cicade

op .

Meestal zoek ik een Ned­er­landse naam van de soort die behan­deld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heiman­shof werd aangetrof­fen was een nieuwe soort in Ned­er­land, waar­van dit pas de tweede waarne­m­ing in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Ned­er­land in Lim­burg aangetrof­fen. Dus we moeten het voor­lopig doen met deze tong­brek­ende naam. Een goede kans voor een naam is de Lau­ri­er­ci­cade, want de Mediter­rane (echte) lau­rier is zijn favori­ete voed­ings­plant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere stru­iken met harde bladeren aangetrof­fen zoals de Por­tugese Lau­rier, Hulst en zoals in De Heiman­shof op de liguster. De wakkere waarne­mer was Theo Ter­wiel , een fotograaf die veel natu­urop­na­men maakt en stad en land afstru­int op bij­zon­dere insecten en ook vaak in De Heiman­shof op bezoek is.

Bij­zon­der

Er zijn wereld­wijd ongeveer 40.000 soort cica­den bek­end. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Mid­del­landse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zom­erse dagen per­ma­nent een oorver­dovend ges­nerp pro­duceert. Blad­luizen en wantsen zijn ver­wante soorten, die net als de cica­den een zuigs­nuit hebben waarmee ze planten­sap­pen opzuigen. Som­mige soorten cica­den pro­duc­eren het bek­ende schuim­beestje. In dat zelf gepro­duceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bij­zon­der­heid van cica­den is dat veel soorten een sym­bi­o­tis­che relatie hebben met bepaalde bac­ter­iën. Deze helpen de cicade bij het vert­eren van z´n voed­sel. Cica­den zijn driehoekig en hebben een spring­poot waar mee ze tien­tallen keren hun eigen lengte weg kun­nen sprin­gen (foto)

Waar

Som­mige soorten komen in grote aan­tallen voor op door de mens geteelde gewassen en wor­den beschouwd als plaa­gin­secten. Syn­ophrop­sis was tot 1850 vooral bek­end van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Mid­del­landse zee en recen­telijk noord­waarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 cycadeSynophropsis.thumbinsectenSyn­ophrop­sis cicade8 okt 2017okto­ber

Meestal zoek ik een Ned­er­landse naam van de soort die behan­deld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heiman­shof werd aangetrof­fen was een nieuwe soort in Ned­er­land, waar­van dit pas de tweede waarne­m­ing in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Ned­er­land in Lim­burg aangetrof­fen. Dus we moeten het voor­lopig doen met deze tong­brek­ende naam. Een goede kans voor een naam is de Lau­ri­er­ci­cade, want de Mediter­rane (echte) lau­rier is zijn favori­ete voed­ings­plant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere stru­iken met harde bladeren aangetrof­fen zoals de Por­tugese Lau­rier, Hulst en zoals in De Heiman­shof op de liguster. De wakkere waarne­mer was Theo Ter­wiel , een fotograaf die veel natu­urop­na­men maakt en stad en land afstru­int op bij­zon­dere insecten en ook vaak in De Heiman­shof op bezoek is.

Bij­zon­der

Er zijn wereld­wijd ongeveer 40.000 soort cica­den bek­end. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Mid­del­landse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zom­erse dagen per­ma­nent een oorver­dovend ges­nerp pro­duceert. Blad­luizen en wantsen zijn ver­wante soorten, die net als de cica­den een zuigs­nuit hebben waarmee ze planten­sap­pen opzuigen. Som­mige soorten cica­den pro­duc­eren het bek­ende schuim­beestje. In dat zelf gepro­duceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bij­zon­der­heid van cica­den is dat veel soorten een sym­bi­o­tis­che relatie hebben met bepaalde bac­ter­iën. Deze helpen de cicade bij het vert­eren van z´n voed­sel. Cica­den zijn driehoekig en hebben een spring­poot waar mee ze tien­tallen keren hun eigen lengte weg kun­nen sprin­gen (foto)

Waar

Som­mige soorten komen in grote aan­tallen voor op door de mens geteelde gewassen en wor­den beschouwd als plaa­gin­secten. Syn­ophrop­sis was tot 1850 vooral bek­end van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Mid­del­landse zee en recen­telijk noord­waarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 steenmarter_thumbgrote dierenSteen­marter 24 sep 2017sep­tem­ber

Al jaren zijn er onbeves­tigde berichten over steen­marters en/​of boom­marters in de Haar­lem­mer­meer. Een jaar of 3 gele­den hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar nie­mand had een foto en het jaar erop leek een meld­ing uit het Haar­lem­mer­meerse Bos er ook op. Maar met meldin­gen van niet geoe­fende waarne­mers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bun­z­ing te gaan, die hier vrij alge­meen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steen­marter uit Hil­le­gom bij De Heiman­shof gebracht (zie foto boven) en in augus­tus kwam er een foto bin­nen van een jonge steen­marter uit een tuin in Hoofd­dorp (onder).

Bij­zon­der
De steen­marter (stads­marter) is een marter net als her­melijn, wezel, bun­z­ing, fret, das, otter en nerts. Marters kun­nen goed klim­men en passen zich makke­lijk aan. Een vol­wassen steen­marter is 4050 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steen­marters hebben een heel eigen ‚hup­pe­lende’ manier van lopen. Ze kun­nen goed klim­men en sprin­gen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flex­i­bel en kun­nen door kleine gaten (57 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, rat­ten, eekhoorns, aange­vuld met vruchten en eieren. In ste­den eet hij ook afval en soms kip­pen, koni­j­nen of andere kleine huis­dieren. Ze zijn vooral ‚s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, grep­pels, holle bomen of lege schuren. De steen­marter maakt meestal weinig of geluid behalve stom­me­len in of ron­dom het nest.

Waar
De steen­marter komt uit Zuid– en Oost-​Europa en Azië maar trekt de laat­ste decen­nia naar NW Europa. In Ned­er­land tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeurs­biotoop is een lan­delijke omgev­ing bij menselijke activiteit (ivm voed­sel). Maar steeds vaker wordt hij in ste­den en dor­pen ges­ig­naleerd. Omdat ze afkomen op bek­a­bel­ing van (warme) auto­mo­toren omdat daar visolie in ver­w­erkt zit, reizen ze soms grote afs­tanden mee als verstekeling.

 hooiwagen_thumbinsectenHooi­wa­gen11 sep 2017sep­tem­ber

Afgelopen week­end was de nationale tuin­spin­nen­telling. Iedereen werd gevraagd om in z’n eigen tuin uit te kijken naar maar liefst 600 soorten. Aan de ene kant denk je, moet dat nu weer (naast vlin­ders en vogels, etc), maar als je je er in verdiept, kom je toch altijd weer op leuke ont­dekkin­gen of din­gen waar je vroeger over­heen keek. Zo weet ik nu dat wat ik zelf altijd de huis­spin noemde eigen­lijk tril­spin heet. En al (opper­vlakkig ) speurend liep ik ook tegen een zeer fragiel hoog­potig wezen aan met 8 poten: de hooi­wa­gen. In principe weet e als bioloog dat een insect 6 poten heeft en een spin 8, maar is een hooi­wa­gen nu wel of niet een spin? Een spin heeft namelijk altijd een apart borststuk en vaak een zeer groot achter­lijf. Maar de hooi­wa­gen is een zeer com­pact bol­letje dat tussen die enorme fragiele poten hangt (foto). Het blijkt dus inder­daad dat hooi­wa­gens een aparte orde zijn, maar in de spin­nen­telling wor­den ze ook meegenomen.

Bij­zon­der


Wereld­wijd zijn er inmid­dels zo’n 7000 soorten hooi­wa­gens bek­end. Overi­gens is het ver­war­rende dat vele mensen de 6 potige lang­poot­mug (met vleugels) ook hooi­wa­gen noe­men. In Ned­er­land zijn er inmid­dels 34 soorten bek­end, maar 14 daar­van zijn daar inde laat­ste 30 jaar pas bijgekomen. Een spec­tac­u­laire soort is de reuzen­hooi­wa­gen met 9 cm lange poten. Die is waarschi­jn­lijk via inter­na­tionale han­del rond 2008 in Ned­er­land terecht gekomen en ver­spreid zich sinds die tijd over West Europa. I.t.t. echte spin­nen die car­nivoor zijn, zijn hooi­wa­gens alles eters die ook dode dieren en planten­resten eten/​opruimen. Ze kun­nen itt spin­nen ook geen draden spin­nen en ter­wijl spin­nen 48 paar ogen kun­nen hebben, hebben hooi­wa­gens maar 1 paar. Hooi­wa­gens kun­nen kun poten heel makke­lijk kwi­j­traken op een vooraf bepaald breukvlak. Die poten bli­jven dan nog een tijd bewe­gen en dat helpt de eige­naar om aan een rover te ontsnap­pen

Waar


Hooi­wa­gens leven overal. Overdag schuilen ze tussen planten en ste­nen en ‘s nachts gaan ze op jacht.

 knoppergalwespcombi_thinsectenKnop­per­gal wesp27 aug 2017augus­tus

Onder veel eiken regent het dezer dagen knop­per­gallen ( foto) , die mas­saal vallen. In de Heiman­shof onder 3 grote bomen, krui­wa­gens vol. Knop­per­gallen ontstaan uit eikels. Die eikels wordt door een klein wespje (zie inzet) ingespoten met een stof die de eikels aanzet tot woek­eren. En die woek­er­ing lijkt op een oud­er­wetse Duitse muts die Knoppe werd genoemd (foto). Van­daar de naam knop­per­gal. De knop­per­gal is niet de enige soort gal. Niet op de eik, want er zijn wel 40 soorten gallen bek­end, die op eiken groeien. En in totaal zijn er wel 1400 soorten gallen bek­end in Ned­er­land. Daarmee heeft bijna elke soort plant of boom wel een of meer gal­we­spen als parasiet. De eik is met stip favoriet. Dat komt omdat de eik lang door­groeit in het jaar. En dat is gun­stig voor de ontwik­kel­ing van de gal­we­s­plar­f­jes.

Bij­zon­der

Het ver­schi­jnsel gallen is een van de suc­cesver­halen van de evo­lu­tie. Ooit, 1 of meer miljoen jaar gele­den is er eens een wespje geweest die ont­dekte dat het stofje waar mee hij zich bescher­mde (ook wij kri­j­gen een bultje als een gewone wesp ons steekt) leek op een planten hor­moon, die die plant aanzette tot woek­eren. En de buitenkant van die woek­er­ing was hard en daarmee een zeer goede bescherming tegen rovers en de bin­nenkant was zacht en voedzaam voor de larve. Voel maar eens aan een verse knop­per­gal die op de grond gevallen is. Die is klev­erig van het suik­er­houdende sap wat er uit­loopt. Ook die larve maakt dat stofje zodat de gal door­groeit op bestelling, zolang de larve leeft. En als er een­maal (toe­val­lig) zo’n gouden greep is gemaakt, duurt het niet lang voor­dat zich van de wesp­jes ook gaan spe­cialis­eren op ander soorten planten. En zo krijg ze duizen­den ver­wante soorten.

Waar

Knop­per­gallen kun­nen op vele zomer– en win­ter eiken wor­den aan getrof­fen. Deze wesp­jes hebben een com­plexe lev­en­scy­clus waar ook de Turkse of moseik een rol in speelt. Die moet dus ook ergens in de buurt staan. En dat is in De Heiman­shof het geval.

 parnassia_-gr_carre_thumbplantenPar­nas­sia 13 aug 2017augus­tus



Par­nas­sia is een mooi plan­tje met fijne witte gead­erde bloe­men. Het staat in de zwaarste cat­e­gorie van bescher­mde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aan­tal is afgenomen. Jam­mer dat veel bij­zon­dere soorten in onze rationele tijd ten onder gaan. Maar daarom is het extra leuk dat een aan­tal van onze natu­uron­twik­kel­ing­spro­jecten zo’n suc­ces zijn dat ze er weer een nieuwe groeiplek bij kri­j­gen. De meeste par­nas­sia vind je in vochtige duin­valleien. Vroeger kwam dit plan­tje ook in het bin­nen­land op vochtige voed­se­larme plekken voor. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 9 jaar gele­den met het Recre­ati­eschap Spaarn­woude gecreëerd in het Groene Carré Zuid, duizendguldenkruid, moeraswe­spen– en rietorchissen, bit­terkruid en sti­jve en rode ogen­troost, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevon­den. Met name par­nas­sia heeft dit jaar een spec­tac­u­laire ontwik­kel­ing door gemaakt (zie foto) met 10.000en nieuwe indi­viduen.

Bij­zon­der

Par­nas­sia bloeit van juni tot sep­tem­ber. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan de 5 meel­draden die na elkaar open­klap­pen. Par­nas­sia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makke­lijk met de wind ver­spreid wordt. In the­o­rie kan er zaad van de Strand­vlakte bij IJmuiden naar onze orchideeën­weide gewaaid zijn. Het geheim van dit suc­ces ligt deels in de brakke, voed­se­larme grond, het maaibeleid dat we er nu 9 jaar vol­houden, en omdat deze orchideeënkuil een fluctuerend water­peil heeft. Soms staat het droog en soms staat het hele ter­rein onder water na grote regen­buien. De ‘gewone’ soorten houden daar niet van, de bij­zon­dere soorten op dit ter­rein­tje duidelijk wel. En er zijn rond Hoofd­dorp nog tal­loze plekken die op deze manier tot een rijke en inspir­erende natuur te ontwikke­len zijn met een beetje ecol­o­gisch ipv economisch beheer.

Waar?

Par­nas­sia is een typ­is­che plant voor vochtige duin­valleien. Maar langs de IJtocht en het Groen Carre Zuid dus ook weer.

 boerenwormkuidzijdebij_thumbinsectenBoeren­wormkruidz­i­jde­bij31 jul 2017juli

Boeren­wormkruidz­i­jde­bij

Tussen decem­ber en okto­ber zijn er altijd bloe­men die bloeien. Die bloei heeft een sterk inter­ac­tie met insecten. Zon­der nec­tar en stu­ifmeel kun­nen veel insecten namelijk niet leven en zon­der bes­tu­iv­ende insecten kun­nen de planten geen zaad vor­men. Bijen zijn de meest bek­ende bes­tu­iv­ende insecten, maar ook tal­loze kev­ers, vliegen vlin­ders en wespen spe­len een rol in deze inter­ac­tie. Na de uit­bundige bloei van mei en juni zijn er wat min­der soorten in bloei. Een van de meest opval­lende inheemse soorten op dit moment is het boeren­wormkruid met zijn fel gele bloemhoofd­jes. Een mooi voor­beeld van de fascinerende inter­ac­tie tussen flora en fauna is dat alleen als het boeren­wormkruid bloeit, de Boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt.

Bij­zon­der

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Ned­er­land. De hon­ing­bi­jen komen in 23 soorten voor, hom­mels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievor­mende soorten. De andere 400 soorten zijn soli­taire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin ken­nen die geholpen wordt door 100100.000 werk­bi­jen, maar dat elk vrouwtje apart haar eit­jes legt en ver­zorgt, net als de meeste andere insecten­soorten. En zoals gezegd, de boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt alleen als zijn waard­plant bloeit. Deze soort nestelt in hol­let­jes in dood hout of in bijen­ho­tels. De soort valt onder de zijde­bi­jen omdat ze cocon­net­jes met­se­len met speek­sel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan met­sel­bi­jen (met klei : ook inzet ), tronken­bi­jen (met hars en zand :ook inzet), wol­bi­jen (met haart­jes) en behang­ers­bi­jen met stuk­jes blad.

Waar

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij is samen met de tronken­bi­jt­jes in grote aan­tallen te bewon­deren in De Heiman­shof en overal waar grote con­cen­traties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boeren­wormkruid waar stu­ifmeel en nec­tar heel dicht aan de opper­vlakte beschik­baar is (zie ook foto top).

 kalmoes-thumbplantenKalmoes17 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan


Dacht ik deze week weer eens een inheemse plant te behan­de­len en dan blijkt het toch weer een soort te zijn die van elders komt. In dit geval uit Zuid – Oost Azië. Kalmoes is al rond 1600 hier ingevo­erd voor zijn med­i­c­i­nale kwaliteiten. En sinds die tijd heeft deze soort zich ook in het wild ver­spreid. Kalmoes lijkt erg op egel­skop of gele lis en groeit net als deze soorten in dikke blub­ber aan oev­ers, maar is herken­baar aan het geribbelde blad(foto) . I.t.t. veel ander moeras­planten groeit hij langzaam en woek­ert dus niet. Zeer karak­ter­istiek is de bloem, die als een fal­lus sym­bool uit som­mige bladeren steekt (foto). Het feit dat het een van oor­sprong Azi­atis­che plant is, blijkt uit het feit dat maar weinig planten een bloem vor­men en dat de bloem nooit de in de tropen karak­ter­istieke rode bessen maakt. Daar­voor is het hier te koel. Kalmoes ver­menigvuldigt zich dan ook alleen veg­e­tatief via stuk­jes wor­tel die afbreken en elders weer uit­groeien.

Bij­zon­der
Voor een soort die in dikke stink­ende bag­ger groeit, is het hoogst opmerke­lijk dat alle plant­de­len een heer­lijk frisse geur afgeven. Een geur die gebruikt wordt in de par­fumin­dus­trie, maar ook als smaak­maker in eten en bv in Beren­burg en Deven­ter Koek. Vooral de dikke wor­tel­stok wordt gegeten en med­i­c­i­naal gebruikt. De wor­tel kan gebruikt wor­den als ver­vanger van gem­ber, noot­muskaat of kaneel. In grote hoeveel­he­den kan de werk­ing hal­lu­cinerend zijn. Kalmoes wordt verder gebruikt om spi­jsver­t­er­ingsklachten te ver­helpen en het heeft een posi­tief effect op het zenuw­s­telsel en zou dat zelfs ver­jon­gen. Kauwen op de wor­tel is goed voor het tand­vlees en gecon­fijt kan het als snoep wor­den gebruikt. De plant heeft deze geur ontwikkeld om insecten op een afs­tand te houden. En dat werkt prima.

Waar
Kalmoes komt oor­spronke­lijk uit India en China. De var­iëteit die in Europa voorkomt is triploid. D.w.z. in elke celk­ern is naast chro­mo­somen van de oud­ers, nog een 3e set aan­wezig is. Daar­door is ges­lachtelijke voort­plant­ing ook bemoeilijkt.

 moederkruid-thumbplantenMoed­erkruid3 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan

Moed­erkruid
Moed­erkruid is weer zo’n niet inheemse plant, die zich inmid­dels uit­stek­end thuis voelt in Ned­er­land en overal te vin­den is. Alle planten­soorten die nu nog bestaan, danken dat aan het feit, dat ze een strate­gie hebben gevon­den die voorkomt dat ze opgegeten wor­den voor ze zaad kun­nen zetten. Een veel voorkomende strate­gie is de aan­maak van aller­lei chemis­che stof­jes die niet lekker zijn om in te bijten. En daar hebben we een duizel­ing­wekkende vari­atie aan stof­jes aan te danken waar­van vele ook (nuttige)bijwerkingen voor de mens hebben. Moed­erkruid is daarin een kam­pi­oen. Ook is het een dankbare tuin­plant, die wel een beetje lijkt op kamille, maar 4 maan­den bloeit ipv 23 weken. De belan­grijk­ste reden dat de plant hier­heen gehaald is, zijn zijn vele med­i­c­i­nale toepassin­gen. Zo werd de plant in het verleden ingedeeld bij het Pyrethrum ges­lacht, waaruit biol­o­gis­che insec­ti­cide wordt gewon­nen. Tegen­wo­ordig wordt moed­erkruid bij boeren­wormkruid ingedeeld. Dat is ook al zo’n mul­ti­func­tionele plant , die vroeger in geen boeren­hof ontbrak.



Bij­zon­der
Moed­erkruid ontleent z’n naam aan het feit dat een van de stof­jes die hij maakt een reg­ulerend invloed op de men­stru­atiecy­clus heeft. Maar de plant maakt wel 50 etherische oliën en andere stof­fen aan. Som­mige daar­van helpen bij de meeste soorten van hoofd­pijn en migraine, andere hebben een ontstek­ingsrem­mende invloed of helpen tegen reuma­tis­che en ontstek­ingsklachten. Het gebruik bij hoofd­pijn is al van af de oud­heid bek­end. Ondanks die vele bij­zon­dere stof­fen is moed­erkruid niet giftig en kun­nen de bladeren ook in salades en als smaakver­sterker in cake en omelet gebruikt wor­den. Maar het is natu­urlijk altijd ver­standig de juiste dosis te gebruiken en bij gebruik goed advies in te win­nen.

Waar
Moed­erkruid komt oor­spronke­lijk uit de Balkan, Turk­ije en de Kauka­sus. Maar het is inmid­dels over de hele wereld ver­spreid van­wege z’n vele gebruiksmo­gelijkhe­den. Het groeit ook in de Haar­lem­mer­meer in veel tuinen en tussen tegels.



 bijenbloem-phacelia-thumbplantenBijenbloem-​Phacelia18 jun 2017juni

Op het Raad­huis­plein in Hoofd­dorp lag tot ruim een jaar gele­den een skate­baan. Omdat er gebreken ontston­den, werd deze afgekeurd. In het kader van de ver­groen­ing van het winkel­cen­trum wer­den er niet alleen fruit­bomen geplaats door de winke­liers, maar werd ook de skate­baan een jaar gele­den voorzien met 100 m3 grond. Ver­schil­lende pogin­gen om er groen tot ontwik­kel­ing te bren­gen had­den veel van ‘jeugderosie’ te lei­den. In april mocht Sticht­ing MEER­Groen het proberen en de gecom­bi­neerde opzet van dicht groen, ver­vol­gbe­heer en samen­werk­ing met de jeugd lijkt vruchten (bloe­men) af te wer­pen. Na de bloei van vrucht­bomen en de vioolt­jes is nu de dom­i­nante bloeier de bijen­bloem of Phacelia en andere soorten en mediter­rane kruiden vol­gen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stru­ik­jes en wilgen geplant, die de bloei en de groei vol­gend jaar overne­men. Het is een aan­rader om bv in com­bi­natie met het Groene Loper fes­ti­val op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uit­leg gegeven en rondleidingen.

Bij­zon­der
Phacelia wordt in de land­bouw veel gebruikt als groenbe­mester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewen­ste soorten onder­drukt en zelf makke­lijk te hak­se­len en onder te ploe­gen is. Onder gun­stige omstandighe­den pro­duceert de soort veel nec­tar en stu­ifmeel, onder droge omstandighe­den alleen stu­ifmeel. Daarom is Phacelia ook pop­u­lair bij bijen en imk­ers. En daar dankt Phacelia zijn Ned­er­landse naam bijen­bloem of bijen­voer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boom­spiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte min­der goed bij dan de wespenorchissen die hun voed­sel en vocht via schim­mels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeer­wor­tel of ossen­tong tot de fam­i­lie van de ruwbladigen.

Waar
Phacelia is van oor­sprong geen inheemse soort en is afkom­stig uit de Verenigde Staten. Vanuit de land­bouw is de soort overal in Ned­er­land inge­burg­erd en hand­haaft zich.

 rodespoorbloem_thumbplantenRode Spoor­bloem6 jun 2017juni

Deze tijd van het jaar is de natuur extra mooi. OP de Heiman­shof bloeien nu wel 200 soorten tegelijk, maar ook overal in de bermen is van alles te zien. Jam­mer dat er over 23 weken weer mas­saal gemaaid wordt, waar­bij veel bloe­men ( en hun zaad) ver­loren gaan. Bij ecol­o­gisch beheer maaien we altijd pleks­gewijs en vooral de plekken die uit­ge­bloeid zijn en waar­van het zaad rijp is. Een plant die niet zo van het maaibeleid te lij­den heeft is de rode spoor­bloem. Dat komt omdat het een plant is die op droge kalkrijke en stenige plekken groeit. Oor­spronke­lijk komt deze soort die lang en mooi rood bloeit uit Mediter­rane gebieden. Wellicht om dat hij ook als tuin­plant gewaardeerd wordt, is hij ook in onze regio verzeild ger­aakt. Inmid­dels is deze soort inge­burg­erd ger­aakt, met name in west Nederland.

Bij­zon­der
De rode spoor­bloem groeit ook graag op spo­ordijken maar heet spoor­bloem omdat de bloem een spoor heeft. De soort hoort bij de Valar­i­aan­fam­i­lie en vroeger heette hij dan ook wel Rode Valar­i­aan. Ter­wijl de valar­i­aan een voorkeur heeft voor natte voeten heeft deze soort daar een hekel aan. En ter­wijl de gewone vale­ri­aan aller­lei med­i­c­i­nale toepassin­gen heeft, is daar­van niets bek­end van de Rode Spoor­bloem. Maar de bladeren en de sten­gels zijn eet­baar. Ze wor­den als salade gegeten of kort gekookt. De rode spoor bloem heeft een grote aantrekkingskracht op vlin­ders, vooral de kolib­rievlin­der, maar is min­der geliefd bij bijen. Dat zal komen om dat de nec­tar dieper weg zit. Bijen hebben vaak kor­tere ton­gen dan vlin­ders.
Waar
De groot­ste mij bek­ende pop­u­latie rode spoor­bloem straat op de basalten voet van de hoog span­nings­mas­ten langs de IJtocht in Over­bos (foto). Het is de vraag of deze pop­u­latie zal over­leven als de hoogspan­nings­mas­ten wor­den ont­takelt nu de onder­grondse 380 KV lijn is aan­gelegd. Maar ook in De Heiman­shof staan er een paar planten die het goed doen op natu­ur­muren. De rode spoor­bloem heeft een voor keur voor hele droge kalkrijke plekken.

 Vogelkersstippelmot_thumbinsectenVogelk­ersstip­pel­mot22 mei 2017mei

Zoals elk jaar wordt ik in deze tijd gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten wor­den door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kar­di­naalsmuts, vogelk­ers, appel of wilgen. Vooral de vogelk­ersstip­pel­mot­ten geven een kaal gevreten boom een spec­tac­u­laire aan­blik( foto). Alle rupsen trekken namelijk per­ma­nent een zij­den draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijk­wade’ (waaron­der ze zich bescher­men). De rup­sjes laten zich rond deze tijd aan een zij­den draad naar de grond zakken, waar ze zich ver­pop­pen. In augus­tus komen de vrij onaanzien­lijke stip­pel­mot­ten te voorschijn, om weer een nieuwe gen­er­atie te maken.

Bij­zon­der
Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor aller­lei soorten insecten om op groot te wor­den. Dat de vogelk­ers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resul­taat van deze rupse­nu­it­braak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rup­sjes het in augus­tus red­den om vlin­der te wor­den. Die leggen dan miss­chien wel 1 mil­jard eit­jes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvo­gels en meesjes in de win­ter van leven: Die pikken elke dag tien­tallen tot hon­der­den van deze eit­jes weg. Stel dat er dan een miljoen eit­jes de win­ter over­leven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsen­piek. Want bijna alle jonge vogelt­jes wor­den op die rup­sjes groot gebracht. Wel 50100 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken vol­wassen zijn. Van de miljoen rupsen red­den het er dan miss­chien 200.000 om te gaan ver­pop­pen. En het netto resul­taat van deze kale bomen ism dat de zangvo­gels een nieuwe gen­er­atie groot bren­gen en de win­ter over­leven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar
In De Heiman­shof zijn vele soorten stip­pel­mot­ten te vinden.

 aronskelkvliegjes_thumbinsectenAronskelk en motmuggen10 mei 2017mei

Al een paar weken bloeien de aronskelken. We ken­nen 2 inheemse soorten: de gevlekte aronskelk en de Ital­i­aanse aronskelk. Vooral de Ital­i­aanse Aronskelk staat vaak in tuinen. Beide soorten hebben in de herfst een stam met fel­rode bessen. De gevlekte aronskelk bloeit eerder dan de Ital­i­aanse die meestal wit gead­erde bladeren heeft. Over de al of niet giftige of eet­bare knollen wil ik het niet hebben. Maar wel over de bloe­men en hoe deze planten bestoven worden.

Bij­zon­der
De bloem van aronskelken valt op door een groot puntig schut­blad dat omhoog­steekt. Omgeven door het schut­blad zit een bloeikolf of spadix, die bij de gevlekte soort paars is en bij de Ital­i­aanse beige. Deze spadix heeft een zeer bij­zon­dere func­tie. Het is een ver­warm­ingse­le­ment wat 1015 graden warmer kan zijn dan de omgev­ing. Onder de spadix is het schut­blad inges­no­erd en daaron­der zit pas de echte bloem (zie foto). Aronskelken lokken geen bes­tu­iv­ers met hon­ing­zoete geuren, maar met een soort poep– of lijk­lucht. Door de warme spadix wordt die geur extra ver­spreid en ook de warmte trekt een spe­ci­aal soort vlieg­jes aan: een soort mot­mug. Er bestaan wereld­wijd wel 5000 soorten mot­muggen. De meeste bek­ende is de (driehoekige en ste­vig behaarde) goot­steen­vlieg. Deze vlieg­jes strijken neer op het gladde schut­blad en gli­j­den naar bene­den waar­bij ze door een rand van haren zakken. Daaron­der zit een bloemkamer met boven man­nelijke stu­ifmeel­bloe­men en onder vrouwelijke stam­pers. In die kamer wor­den ze een dag opges­loten waar­bij ze bedekt wor­den met klev­erige sporen. In zo’n bloemkamer kun­nen tien­tallen mot­mug­jes opges­loten zit­ten. Die wor­den door de plant pas vrij gelaten als de man­nelijke bloe­men hele­maal rijp zijn en de vlieg­jes onder het stu­ifmeel zit­ten. De vrouwelijke bloe­men zijn dan nog niet ‘ont­vanke­lijk’. Daar moeten de vlieg­jes een andere plant voor zoeken tbv kruis­bes­tu­iv­ing. Of dit sym­biose, par­a­sitisme of vee­teelt is, weet ik niet.

Waar
In de Heiman­shof staan beide soorten.