Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Muizen­doorn

op .

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in decem­ber buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig inter­es­sants te zien is. Niets is min­der waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizen­doorn­stru­ikje is er een mooi voor­beeld van. Het is een beschei­den stru­ikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu mas­saal. En wel op een bij­zon­dere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aan­hal­ing­stekens want offi­cieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die alle­maal eindi­gen op een scherpe punt. Het stru­ikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloe­men van vorig jaar dra­gen nu prachtige 1 cm grote knal­rode bessen(foto). Deze bloem­p­jes zijn alleen minus­cuul en zit­ten op de nerf van elke cladode.

Bij­zon­der
Muizen­doorn zou wel eens een goede ver­vanger kun­nen zijn voor de zeer pop­u­laire buxu­sstruik, die sinds vorig jaar mas­saal te lij­den heeft van een com­bi­natie van de oprukkende mediter­rane buxu­s­mot en een schim­mel. En per­soon­lijk vind ik de muizen­doorstruik nog mooier ook en hij is zeer onder­houdsvrien­delijk. Daar­naast is de muizen­doorn ook nog med­i­c­i­naal toepas­baar. Vooral de wor­tel­stokken, die ook eet­baar zijn als asperges. De meest genoemde toepassin­gen betr­e­f­fen bloed­vat gere­la­teerde zaken zoals spataderen, oede­men, slecht genezende won­den, aderontstekin­gen, aam­beik­lachten en win­ter­han­den. Een andere naam van muizen­doorn is slagers­bezem. De stugge steke­lige takken wer­den namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maak­ten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij dro­gende ham­men en vlees weghielden.

Waar
Muizen­doorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op aller­lei gron­den, maar als tuin­plant is deze soort op vele plekken ingevo­erd en inge­burg­erd. Natu­urlijk hebben we mooie exem­plaren in de Heiman­shof staan.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 muizendoorn_thumbplantenMuizen­doorn10 dec 2017decem­ber

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in decem­ber buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig inter­es­sants te zien is. Niets is min­der waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizen­doorn­stru­ikje is er een mooi voor­beeld van. Het is een beschei­den stru­ikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu mas­saal. En wel op een bij­zon­dere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aan­hal­ing­stekens want offi­cieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die alle­maal eindi­gen op een scherpe punt. Het stru­ikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloe­men van vorig jaar dra­gen nu prachtige 1 cm grote knal­rode bessen(foto). Deze bloem­p­jes zijn alleen minus­cuul en zit­ten op de nerf van elke cladode.

Bij­zon­der
Muizen­doorn zou wel eens een goede ver­vanger kun­nen zijn voor de zeer pop­u­laire buxu­sstruik, die sinds vorig jaar mas­saal te lij­den heeft van een com­bi­natie van de oprukkende mediter­rane buxu­s­mot en een schim­mel. En per­soon­lijk vind ik de muizen­doorstruik nog mooier ook en hij is zeer onder­houdsvrien­delijk. Daar­naast is de muizen­doorn ook nog med­i­c­i­naal toepas­baar. Vooral de wor­tel­stokken, die ook eet­baar zijn als asperges. De meest genoemde toepassin­gen betr­e­f­fen bloed­vat gere­la­teerde zaken zoals spataderen, oede­men, slecht genezende won­den, aderontstekin­gen, aam­beik­lachten en win­ter­han­den. Een andere naam van muizen­doorn is slagers­bezem. De stugge steke­lige takken wer­den namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maak­ten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij dro­gende ham­men en vlees weghielden.

Waar
Muizen­doorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op aller­lei gron­den, maar als tuin­plant is deze soort op vele plekken ingevo­erd en inge­burg­erd. Natu­urlijk hebben we mooie exem­plaren in de Heiman­shof staan.

 huismuis_thumbkleine dierenHuis­muis 26 nov 2017novem­ber

Nu het buiten koeler wordt kun je er op wachten dat er muizen in huis ver­schi­j­nen. Ook bij ons was dat zo deze week(foto). Huis­muizen behoren tot de echte muizen, het zijn alle­seters, die net als wij knobbelkiezen hebben, itt woel­muizen die net als koeien maalkiezen hebben. Ware muizen hebben een lange staart en grote oren. De huis­muis onder­scheidt zich van andere ware muizen zoals bosmuizen, door­dat ze ron­dom grijs zijn, waar­bij de buik iets lichter is.

Bij­zon­der


De huis­muis kan zich snel voort­planten: 510 keer per jaar 312 jon­gen. Alle­maal afhanke­lijk van de voed­sel­si­t­u­atie. Ze kun­nen 23 jaar oud wor­den, maar omdat ze veel vijan­den hebben, leven ze vaak niet langer dan 6 maan­den. Maar in een graan­pakhuis kan dat prob­le­men geven. Het aan­pass­ingsver­mo­gen van de huis­muis aan zijn omgev­ing is groot. Ze zijn waargenomen in kolen­mi­j­nen en er zijn gevallen bek­end van fam­i­lies die leef­den in koel­huizen, waar het steeds 18 graden onder nul was. Muizen in huis wordt vaak lastig en vies gevon­den. De groot­ste last komt van keutelt­jes. Omdat huis­muizen niet of nauwelijks drinken en hun vocht uit voed­sel halen, laten ze weinig of geen urine achter. Ze bren­gen echter geen ziek­tes over en kun­nen in huis ook nut­tig zijn om dat ze andere ongewen­ste soorten zoals zil­vervis­jes en mieren eten. De beste bestri­jd­ing is preventief:zorg voor een opgeruimd huis met voed­sel dat alleen afges­loten bewaard wordt. Ook geen aangekoekt vet op het aan­recht, for­nuis of oven laten bv. Een milieu– en diervrien­delijke aan­pak is munt– of euca­lyp­tu­solie aan te bren­gen, waar ze niet van houden.

Waar


Oor­spronke­lijk komt de huis­muis van de step­pen in Siberië. Maar het zijn echte cul­tu­ur­vol­gers, die van­daaruit en samen met de mensen en de zwarte en bru­ine rat let­ter­lijk overal ter wereld meegereisd zijn met de mens. Ze leven zowel buiten als in huizen en schuren, maar vri­jwel altijd in de nabi­jheid van mensen, waar ze leven van de (voedsel)restjes die wij als mens rond laten slingeren.

 reuzenschaafstro.thumbplantenReuzen­schaaf­stro11 nov 2017novem­ber

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

 haagwindewortels.thumbplantenHaag­winde5 nov 2017novem­ber

Het onder­w­erp van deze week is eigen­lijk niet de soort haag­winde, maar het ver­schi­jnsel ‘onkruid’. Het woord ‘onkruid’ ligt een hele­boel mensen voor in de mond. Ze gebruiken dat woord zon­der zich te realis­eren welke wereld daarachter schuil­gaat. Vergelijk ‘onkruid’ maar eens met ’ond­ing’. Daarmee bedoe­len we dat iets hele­maal niets waard is. Met ‘onkruid’ geven we ons dus een vri­jbrief om die planten te vuur en te zwaard uit te roeien. Vaak met gif zoals ’round-​up’. Lekker makke­lijk, maar de na-​effecten in de grond en vooral het opper­vlakte water zien we niet en die zijn flink serieus. Even serieus is het gebruik van grote trac­toren, waarmee gras en andere kruiden ‘gek­le­peld’ oftewel ver­malen wor­den. Daar mee ver­rijken we de onder­grond zo, dat er veel ongewen­ste grassen, dis­tels en brand­ne­tels gaan groeien. Zo ver­sterken we ons vooro­ordeel dat groen een kosten­post en lastig is.

Bij­zon­der
Bij ecol­o­gisch beheer ken­nen we geen onkruid. Elke plant heeft nl wel een func­tie of een toepass­ing of het nu med­i­c­i­naal is of dat zijn bloem of blad eet­baar is. En andere organ­is­men hebben net zo’n lange evo­lu­tie achter de rug als wij en dus net zo veel recht op een bestaan. Ecol­o­gisch beheer is gericht op max­i­male bio­di­ver­siteit, door planten die toch niet uit te roeien zijn terug te drin­gen naar een niveau dat andere planten meer ruimte kri­j­gen. De klaproos is een mooi voorbeeld:eentje in de tuin is een sier­aad, maar bij10.000 op een groen­te­tu­in­tje wieden we er echt wel 9999 weg. We noe­men die 9999 ‘ongewen­ste planten’. Dat klinkt een stuk vrien­delijker. Alleen met haag­winde ben ik min­der coulant. Dat is een plant die ik alleen maar door onder water zetten op een accept­abel niveau kan houden, en dat kan niet overal. Dus is ben aller­gisch voor z’n witte wortelt­jes (foto) waar­van een stukje van een halve cm al weer uit­groeit tot een plant van 4 m in alle richtin­gen.

Waar
Haag­winde is een klimplant die graag in bosran­den en in tuinen groeit en witte trompetvormige bloe­men heeft (inzet).

 vuurzwammetje_thumbpad­den­stoe­lenVuurzwammetje 22 okt 2017okto­ber

Wat bij vogels bv de Ijsvo­gel is en bij planten de orchideeën­fam­i­lie, dat zijn bij pad­den­stoe­len de was­platen. Het zijn bijna zon­der uit­zon­der­ing zeer kleurige pad­den­stoe­len, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconis­che sta­tus hebben bij ken­ners en leken. Groot was dan ook ons ent­hou­si­asme toen we op De Heiman­shof maar liefst 10 schar­lak­en­rode vuurzwammet­jes aantrof­fen voor het eerst in 40 jaar (foto J van Loon). De Ned­er­landse naam „vuurzwammetje” heeft betrekking op de intens rode kleur. Was­plaat slaat op de struc­tuur van de plaat­jes aan de onderz­i­jde van de hoed die doet denken aan was van een kaars.

Bij­zon­der

De func­tie van de felle kleur van som­mige pad­den­stoe­len, waaron­der het vuurzwammetje, is onbek­end. Mogelijk heeft deze een sig­naal­func­tie en beschermt het vruchtlichaam tegen betred­ing. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heide en in onbe­meste weg­ber­men. Op een enkele soort na zijn veel was­platen in heel West-​Europa erg zeldzaam gewor­den. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kun­stmest en verd­wi­j­nen snel uit hier­mee bew­erkte wei­lan­den. Samen met andere grasland­pad­den­stoe­len zijn ze terugge­dron­gen tot vaak maar een paar vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Ned­er­land zijn het vaak oude kerk­hoven en verder een enkel graslan­dreser­vaat, een oude zeed­ijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vin­den. Was­platen wor­den altijd gezien als grasland­pad­den­stoe­len, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige pad­den­stoe­len die alleen maar gevon­den wor­den op een oude ger­i­jpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. In Noord-​Amerika komen was­platen vooral voor in oude ongesto­orde oer­wouden aan de oost– en west­kant van het con­ti­nent. Het lijkt een groot ver­schil, maar beide groeiplaat­sen hebben een ongesto­orde bodem gemeen. Het gaat altijd om een paar vierkante meters, waar ze voorkomen in een bij­zon­der milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 cycadeSynophropsis.thumbinsectenSyn­ophrop­sis cicade8 okt 2017okto­ber

Meestal zoek ik een Ned­er­landse naam van de soort die behan­deld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heiman­shof werd aangetrof­fen was een nieuwe soort in Ned­er­land, waar­van dit pas de tweede waarne­m­ing in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Ned­er­land in Lim­burg aangetrof­fen. Dus we moeten het voor­lopig doen met deze tong­brek­ende naam. Een goede kans voor een naam is de Lau­ri­er­ci­cade, want de Mediter­rane (echte) lau­rier is zijn favori­ete voed­ings­plant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere stru­iken met harde bladeren aangetrof­fen zoals de Por­tugese Lau­rier, Hulst en zoals in De Heiman­shof op de liguster. De wakkere waarne­mer was Theo Ter­wiel , een fotograaf die veel natu­urop­na­men maakt en stad en land afstru­int op bij­zon­dere insecten en ook vaak in De Heiman­shof op bezoek is.

Bij­zon­der

Er zijn wereld­wijd ongeveer 40.000 soort cica­den bek­end. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Mid­del­landse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zom­erse dagen per­ma­nent een oorver­dovend ges­nerp pro­duceert. Blad­luizen en wantsen zijn ver­wante soorten, die net als de cica­den een zuigs­nuit hebben waarmee ze planten­sap­pen opzuigen. Som­mige soorten cica­den pro­duc­eren het bek­ende schuim­beestje. In dat zelf gepro­duceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bij­zon­der­heid van cica­den is dat veel soorten een sym­bi­o­tis­che relatie hebben met bepaalde bac­ter­iën. Deze helpen de cicade bij het vert­eren van z´n voed­sel. Cica­den zijn driehoekig en hebben een spring­poot waar mee ze tien­tallen keren hun eigen lengte weg kun­nen sprin­gen (foto)

Waar

Som­mige soorten komen in grote aan­tallen voor op door de mens geteelde gewassen en wor­den beschouwd als plaa­gin­secten. Syn­ophrop­sis was tot 1850 vooral bek­end van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Mid­del­landse zee en recen­telijk noord­waarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 steenmarter_thumbgrote dierenSteen­marter 24 sep 2017sep­tem­ber

Al jaren zijn er onbeves­tigde berichten over steen­marters en/​of boom­marters in de Haar­lem­mer­meer. Een jaar of 3 gele­den hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar nie­mand had een foto en het jaar erop leek een meld­ing uit het Haar­lem­mer­meerse Bos er ook op. Maar met meldin­gen van niet geoe­fende waarne­mers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bun­z­ing te gaan, die hier vrij alge­meen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steen­marter uit Hil­le­gom bij De Heiman­shof gebracht (zie foto boven) en in augus­tus kwam er een foto bin­nen van een jonge steen­marter uit een tuin in Hoofd­dorp (onder).

Bij­zon­der
De steen­marter (stads­marter) is een marter net als her­melijn, wezel, bun­z­ing, fret, das, otter en nerts. Marters kun­nen goed klim­men en passen zich makke­lijk aan. Een vol­wassen steen­marter is 4050 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steen­marters hebben een heel eigen ‚hup­pe­lende’ manier van lopen. Ze kun­nen goed klim­men en sprin­gen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flex­i­bel en kun­nen door kleine gaten (57 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, rat­ten, eekhoorns, aange­vuld met vruchten en eieren. In ste­den eet hij ook afval en soms kip­pen, koni­j­nen of andere kleine huis­dieren. Ze zijn vooral ‚s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, grep­pels, holle bomen of lege schuren. De steen­marter maakt meestal weinig of geluid behalve stom­me­len in of ron­dom het nest.

Waar
De steen­marter komt uit Zuid– en Oost-​Europa en Azië maar trekt de laat­ste decen­nia naar NW Europa. In Ned­er­land tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeurs­biotoop is een lan­delijke omgev­ing bij menselijke activiteit (ivm voed­sel). Maar steeds vaker wordt hij in ste­den en dor­pen ges­ig­naleerd. Omdat ze afkomen op bek­a­bel­ing van (warme) auto­mo­toren omdat daar visolie in ver­w­erkt zit, reizen ze soms grote afs­tanden mee als verstekeling.

 hooiwagen_thumbinsectenHooi­wa­gen11 sep 2017sep­tem­ber

Afgelopen week­end was de nationale tuin­spin­nen­telling. Iedereen werd gevraagd om in z’n eigen tuin uit te kijken naar maar liefst 600 soorten. Aan de ene kant denk je, moet dat nu weer (naast vlin­ders en vogels, etc), maar als je je er in verdiept, kom je toch altijd weer op leuke ont­dekkin­gen of din­gen waar je vroeger over­heen keek. Zo weet ik nu dat wat ik zelf altijd de huis­spin noemde eigen­lijk tril­spin heet. En al (opper­vlakkig ) speurend liep ik ook tegen een zeer fragiel hoog­potig wezen aan met 8 poten: de hooi­wa­gen. In principe weet e als bioloog dat een insect 6 poten heeft en een spin 8, maar is een hooi­wa­gen nu wel of niet een spin? Een spin heeft namelijk altijd een apart borststuk en vaak een zeer groot achter­lijf. Maar de hooi­wa­gen is een zeer com­pact bol­letje dat tussen die enorme fragiele poten hangt (foto). Het blijkt dus inder­daad dat hooi­wa­gens een aparte orde zijn, maar in de spin­nen­telling wor­den ze ook meegenomen.

Bij­zon­der


Wereld­wijd zijn er inmid­dels zo’n 7000 soorten hooi­wa­gens bek­end. Overi­gens is het ver­war­rende dat vele mensen de 6 potige lang­poot­mug (met vleugels) ook hooi­wa­gen noe­men. In Ned­er­land zijn er inmid­dels 34 soorten bek­end, maar 14 daar­van zijn daar inde laat­ste 30 jaar pas bijgekomen. Een spec­tac­u­laire soort is de reuzen­hooi­wa­gen met 9 cm lange poten. Die is waarschi­jn­lijk via inter­na­tionale han­del rond 2008 in Ned­er­land terecht gekomen en ver­spreid zich sinds die tijd over West Europa. I.t.t. echte spin­nen die car­nivoor zijn, zijn hooi­wa­gens alles eters die ook dode dieren en planten­resten eten/​opruimen. Ze kun­nen itt spin­nen ook geen draden spin­nen en ter­wijl spin­nen 48 paar ogen kun­nen hebben, hebben hooi­wa­gens maar 1 paar. Hooi­wa­gens kun­nen kun poten heel makke­lijk kwi­j­traken op een vooraf bepaald breukvlak. Die poten bli­jven dan nog een tijd bewe­gen en dat helpt de eige­naar om aan een rover te ontsnap­pen

Waar


Hooi­wa­gens leven overal. Overdag schuilen ze tussen planten en ste­nen en ‘s nachts gaan ze op jacht.

 knoppergalwespcombi_thinsectenKnop­per­gal wesp27 aug 2017augus­tus

Onder veel eiken regent het dezer dagen knop­per­gallen ( foto) , die mas­saal vallen. In de Heiman­shof onder 3 grote bomen, krui­wa­gens vol. Knop­per­gallen ontstaan uit eikels. Die eikels wordt door een klein wespje (zie inzet) ingespoten met een stof die de eikels aanzet tot woek­eren. En die woek­er­ing lijkt op een oud­er­wetse Duitse muts die Knoppe werd genoemd (foto). Van­daar de naam knop­per­gal. De knop­per­gal is niet de enige soort gal. Niet op de eik, want er zijn wel 40 soorten gallen bek­end, die op eiken groeien. En in totaal zijn er wel 1400 soorten gallen bek­end in Ned­er­land. Daarmee heeft bijna elke soort plant of boom wel een of meer gal­we­spen als parasiet. De eik is met stip favoriet. Dat komt omdat de eik lang door­groeit in het jaar. En dat is gun­stig voor de ontwik­kel­ing van de gal­we­s­plar­f­jes.

Bij­zon­der

Het ver­schi­jnsel gallen is een van de suc­cesver­halen van de evo­lu­tie. Ooit, 1 of meer miljoen jaar gele­den is er eens een wespje geweest die ont­dekte dat het stofje waar mee hij zich bescher­mde (ook wij kri­j­gen een bultje als een gewone wesp ons steekt) leek op een planten hor­moon, die die plant aanzette tot woek­eren. En de buitenkant van die woek­er­ing was hard en daarmee een zeer goede bescherming tegen rovers en de bin­nenkant was zacht en voedzaam voor de larve. Voel maar eens aan een verse knop­per­gal die op de grond gevallen is. Die is klev­erig van het suik­er­houdende sap wat er uit­loopt. Ook die larve maakt dat stofje zodat de gal door­groeit op bestelling, zolang de larve leeft. En als er een­maal (toe­val­lig) zo’n gouden greep is gemaakt, duurt het niet lang voor­dat zich van de wesp­jes ook gaan spe­cialis­eren op ander soorten planten. En zo krijg ze duizen­den ver­wante soorten.

Waar

Knop­per­gallen kun­nen op vele zomer– en win­ter eiken wor­den aan getrof­fen. Deze wesp­jes hebben een com­plexe lev­en­scy­clus waar ook de Turkse of moseik een rol in speelt. Die moet dus ook ergens in de buurt staan. En dat is in De Heiman­shof het geval.

 parnassia_-gr_carre_thumbplantenPar­nas­sia 13 aug 2017augus­tus



Par­nas­sia is een mooi plan­tje met fijne witte gead­erde bloe­men. Het staat in de zwaarste cat­e­gorie van bescher­mde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aan­tal is afgenomen. Jam­mer dat veel bij­zon­dere soorten in onze rationele tijd ten onder gaan. Maar daarom is het extra leuk dat een aan­tal van onze natu­uron­twik­kel­ing­spro­jecten zo’n suc­ces zijn dat ze er weer een nieuwe groeiplek bij kri­j­gen. De meeste par­nas­sia vind je in vochtige duin­valleien. Vroeger kwam dit plan­tje ook in het bin­nen­land op vochtige voed­se­larme plekken voor. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 9 jaar gele­den met het Recre­ati­eschap Spaarn­woude gecreëerd in het Groene Carré Zuid, duizendguldenkruid, moeraswe­spen– en rietorchissen, bit­terkruid en sti­jve en rode ogen­troost, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevon­den. Met name par­nas­sia heeft dit jaar een spec­tac­u­laire ontwik­kel­ing door gemaakt (zie foto) met 10.000en nieuwe indi­viduen.

Bij­zon­der

Par­nas­sia bloeit van juni tot sep­tem­ber. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan de 5 meel­draden die na elkaar open­klap­pen. Par­nas­sia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makke­lijk met de wind ver­spreid wordt. In the­o­rie kan er zaad van de Strand­vlakte bij IJmuiden naar onze orchideeën­weide gewaaid zijn. Het geheim van dit suc­ces ligt deels in de brakke, voed­se­larme grond, het maaibeleid dat we er nu 9 jaar vol­houden, en omdat deze orchideeënkuil een fluctuerend water­peil heeft. Soms staat het droog en soms staat het hele ter­rein onder water na grote regen­buien. De ‘gewone’ soorten houden daar niet van, de bij­zon­dere soorten op dit ter­rein­tje duidelijk wel. En er zijn rond Hoofd­dorp nog tal­loze plekken die op deze manier tot een rijke en inspir­erende natuur te ontwikke­len zijn met een beetje ecol­o­gisch ipv economisch beheer.

Waar?

Par­nas­sia is een typ­is­che plant voor vochtige duin­valleien. Maar langs de IJtocht en het Groen Carre Zuid dus ook weer.

 boerenwormkuidzijdebij_thumbinsectenBoeren­wormkruidz­i­jde­bij31 jul 2017juli

Boeren­wormkruidz­i­jde­bij

Tussen decem­ber en okto­ber zijn er altijd bloe­men die bloeien. Die bloei heeft een sterk inter­ac­tie met insecten. Zon­der nec­tar en stu­ifmeel kun­nen veel insecten namelijk niet leven en zon­der bes­tu­iv­ende insecten kun­nen de planten geen zaad vor­men. Bijen zijn de meest bek­ende bes­tu­iv­ende insecten, maar ook tal­loze kev­ers, vliegen vlin­ders en wespen spe­len een rol in deze inter­ac­tie. Na de uit­bundige bloei van mei en juni zijn er wat min­der soorten in bloei. Een van de meest opval­lende inheemse soorten op dit moment is het boeren­wormkruid met zijn fel gele bloemhoofd­jes. Een mooi voor­beeld van de fascinerende inter­ac­tie tussen flora en fauna is dat alleen als het boeren­wormkruid bloeit, de Boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt.

Bij­zon­der

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Ned­er­land. De hon­ing­bi­jen komen in 23 soorten voor, hom­mels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievor­mende soorten. De andere 400 soorten zijn soli­taire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin ken­nen die geholpen wordt door 100100.000 werk­bi­jen, maar dat elk vrouwtje apart haar eit­jes legt en ver­zorgt, net als de meeste andere insecten­soorten. En zoals gezegd, de boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt alleen als zijn waard­plant bloeit. Deze soort nestelt in hol­let­jes in dood hout of in bijen­ho­tels. De soort valt onder de zijde­bi­jen omdat ze cocon­net­jes met­se­len met speek­sel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan met­sel­bi­jen (met klei : ook inzet ), tronken­bi­jen (met hars en zand :ook inzet), wol­bi­jen (met haart­jes) en behang­ers­bi­jen met stuk­jes blad.

Waar

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij is samen met de tronken­bi­jt­jes in grote aan­tallen te bewon­deren in De Heiman­shof en overal waar grote con­cen­traties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boeren­wormkruid waar stu­ifmeel en nec­tar heel dicht aan de opper­vlakte beschik­baar is (zie ook foto top).

 kalmoes-thumbplantenKalmoes17 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan


Dacht ik deze week weer eens een inheemse plant te behan­de­len en dan blijkt het toch weer een soort te zijn die van elders komt. In dit geval uit Zuid – Oost Azië. Kalmoes is al rond 1600 hier ingevo­erd voor zijn med­i­c­i­nale kwaliteiten. En sinds die tijd heeft deze soort zich ook in het wild ver­spreid. Kalmoes lijkt erg op egel­skop of gele lis en groeit net als deze soorten in dikke blub­ber aan oev­ers, maar is herken­baar aan het geribbelde blad(foto) . I.t.t. veel ander moeras­planten groeit hij langzaam en woek­ert dus niet. Zeer karak­ter­istiek is de bloem, die als een fal­lus sym­bool uit som­mige bladeren steekt (foto). Het feit dat het een van oor­sprong Azi­atis­che plant is, blijkt uit het feit dat maar weinig planten een bloem vor­men en dat de bloem nooit de in de tropen karak­ter­istieke rode bessen maakt. Daar­voor is het hier te koel. Kalmoes ver­menigvuldigt zich dan ook alleen veg­e­tatief via stuk­jes wor­tel die afbreken en elders weer uit­groeien.

Bij­zon­der
Voor een soort die in dikke stink­ende bag­ger groeit, is het hoogst opmerke­lijk dat alle plant­de­len een heer­lijk frisse geur afgeven. Een geur die gebruikt wordt in de par­fumin­dus­trie, maar ook als smaak­maker in eten en bv in Beren­burg en Deven­ter Koek. Vooral de dikke wor­tel­stok wordt gegeten en med­i­c­i­naal gebruikt. De wor­tel kan gebruikt wor­den als ver­vanger van gem­ber, noot­muskaat of kaneel. In grote hoeveel­he­den kan de werk­ing hal­lu­cinerend zijn. Kalmoes wordt verder gebruikt om spi­jsver­t­er­ingsklachten te ver­helpen en het heeft een posi­tief effect op het zenuw­s­telsel en zou dat zelfs ver­jon­gen. Kauwen op de wor­tel is goed voor het tand­vlees en gecon­fijt kan het als snoep wor­den gebruikt. De plant heeft deze geur ontwikkeld om insecten op een afs­tand te houden. En dat werkt prima.

Waar
Kalmoes komt oor­spronke­lijk uit India en China. De var­iëteit die in Europa voorkomt is triploid. D.w.z. in elke celk­ern is naast chro­mo­somen van de oud­ers, nog een 3e set aan­wezig is. Daar­door is ges­lachtelijke voort­plant­ing ook bemoeilijkt.