Haag­winde

op .

Delen

Het onder­w­erp van deze week is eigen­lijk niet de soort haag­winde, maar het ver­schi­jnsel ‘onkruid’. Het woord ‘onkruid’ ligt een hele­boel mensen voor in de mond. Ze gebruiken dat woord zon­der zich te realis­eren welke wereld daarachter schuil­gaat. Vergelijk ‘onkruid’ maar eens met ’ond­ing’. Daarmee bedoe­len we dat iets hele­maal niets waard is. Met ‘onkruid’ geven we ons dus een vri­jbrief om die planten te vuur en te zwaard uit te roeien. Vaak met gif zoals ’round-​up’. Lekker makke­lijk, maar de na-​effecten in de grond en vooral het opper­vlakte water zien we niet en die zijn flink serieus. Even serieus is het gebruik van grote trac­toren, waarmee gras en andere kruiden ‘gek­le­peld’ oftewel ver­malen wor­den. Daar mee ver­rijken we de onder­grond zo, dat er veel ongewen­ste grassen, dis­tels en brand­ne­tels gaan groeien. Zo ver­sterken we ons vooro­ordeel dat groen een kosten­post en lastig is.

Bij­zon­der
Bij ecol­o­gisch beheer ken­nen we geen onkruid. Elke plant heeft nl wel een func­tie of een toepass­ing of het nu med­i­c­i­naal is of dat zijn bloem of blad eet­baar is. En andere organ­is­men hebben net zo’n lange evo­lu­tie achter de rug als wij en dus net zo veel recht op een bestaan. Ecol­o­gisch beheer is gericht op max­i­male bio­di­ver­siteit, door planten die toch niet uit te roeien zijn terug te drin­gen naar een niveau dat andere planten meer ruimte kri­j­gen. De klaproos is een mooi voorbeeld:eentje in de tuin is een sier­aad, maar bij10.000 op een groen­te­tu­in­tje wieden we er echt wel 9999 weg. We noe­men die 9999 ‘ongewen­ste planten’. Dat klinkt een stuk vrien­delijker. Alleen met haag­winde ben ik min­der coulant. Dat is een plant die ik alleen maar door onder water zetten op een accept­abel niveau kan houden, en dat kan niet overal. Dus is ben aller­gisch voor z’n witte wortelt­jes (foto) waar­van een stukje van een halve cm al weer uit­groeit tot een plant van 4 m in alle richtin­gen.

Waar
Haag­winde is een klimplant die graag in bosran­den en in tuinen groeit en witte trompetvormige bloe­men heeft (inzet).

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 reuzenschaafstro.thumbplantenReuzen­schaaf­stro11 nov 2017novem­ber

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

 haagwindewortels.thumbplantenHaag­winde5 nov 2017novem­ber

Het onder­w­erp van deze week is eigen­lijk niet de soort haag­winde, maar het ver­schi­jnsel ‘onkruid’. Het woord ‘onkruid’ ligt een hele­boel mensen voor in de mond. Ze gebruiken dat woord zon­der zich te realis­eren welke wereld daarachter schuil­gaat. Vergelijk ‘onkruid’ maar eens met ’ond­ing’. Daarmee bedoe­len we dat iets hele­maal niets waard is. Met ‘onkruid’ geven we ons dus een vri­jbrief om die planten te vuur en te zwaard uit te roeien. Vaak met gif zoals ’round-​up’. Lekker makke­lijk, maar de na-​effecten in de grond en vooral het opper­vlakte water zien we niet en die zijn flink serieus. Even serieus is het gebruik van grote trac­toren, waarmee gras en andere kruiden ‘gek­le­peld’ oftewel ver­malen wor­den. Daar mee ver­rijken we de onder­grond zo, dat er veel ongewen­ste grassen, dis­tels en brand­ne­tels gaan groeien. Zo ver­sterken we ons vooro­ordeel dat groen een kosten­post en lastig is.

Bij­zon­der
Bij ecol­o­gisch beheer ken­nen we geen onkruid. Elke plant heeft nl wel een func­tie of een toepass­ing of het nu med­i­c­i­naal is of dat zijn bloem of blad eet­baar is. En andere organ­is­men hebben net zo’n lange evo­lu­tie achter de rug als wij en dus net zo veel recht op een bestaan. Ecol­o­gisch beheer is gericht op max­i­male bio­di­ver­siteit, door planten die toch niet uit te roeien zijn terug te drin­gen naar een niveau dat andere planten meer ruimte kri­j­gen. De klaproos is een mooi voorbeeld:eentje in de tuin is een sier­aad, maar bij10.000 op een groen­te­tu­in­tje wieden we er echt wel 9999 weg. We noe­men die 9999 ‘ongewen­ste planten’. Dat klinkt een stuk vrien­delijker. Alleen met haag­winde ben ik min­der coulant. Dat is een plant die ik alleen maar door onder water zetten op een accept­abel niveau kan houden, en dat kan niet overal. Dus is ben aller­gisch voor z’n witte wortelt­jes (foto) waar­van een stukje van een halve cm al weer uit­groeit tot een plant van 4 m in alle richtin­gen.

Waar
Haag­winde is een klimplant die graag in bosran­den en in tuinen groeit en witte trompetvormige bloe­men heeft (inzet).

 vuurzwammetje_thumbpad­den­stoe­lenVuurzwammetje 22 okt 2017okto­ber

Wat bij vogels bv de Ijsvo­gel is en bij planten de orchideeën­fam­i­lie, dat zijn bij pad­den­stoe­len de was­platen. Het zijn bijna zon­der uit­zon­der­ing zeer kleurige pad­den­stoe­len, die erg tot extreem zeldzaam zijn en daarmee een iconis­che sta­tus hebben bij ken­ners en leken. Groot was dan ook ons ent­hou­si­asme toen we op De Heiman­shof maar liefst 10 schar­lak­en­rode vuurzwammet­jes aantrof­fen voor het eerst in 40 jaar (foto J van Loon). De Ned­er­landse naam „vuurzwammetje” heeft betrekking op de intens rode kleur. Was­plaat slaat op de struc­tuur van de plaat­jes aan de onderz­i­jde van de hoed die doet denken aan was van een kaars.

Bij­zon­der

De func­tie van de felle kleur van som­mige pad­den­stoe­len, waaron­der het vuurzwammetje, is onbek­end. Mogelijk heeft deze een sig­naal­func­tie en beschermt het vruchtlichaam tegen betred­ing. In Europa groeit de soort in grasland, op zandige heide en in onbe­meste weg­ber­men. Op een enkele soort na zijn veel was­platen in heel West-​Europa erg zeldzaam gewor­den. Ze zijn namelijk erg gevoelig voor kun­stmest en verd­wi­j­nen snel uit hier­mee bew­erkte wei­lan­den. Samen met andere grasland­pad­den­stoe­len zijn ze terugge­dron­gen tot vaak maar een paar vierkante meters waar ze zich rond deze tijd laten zien.

Waar

In Ned­er­land zijn het vaak oude kerk­hoven en verder een enkel graslan­dreser­vaat, een oude zeed­ijk of grazige plekken op heide en in de duinen waar je ze kunt vin­den. Was­platen wor­den altijd gezien als grasland­pad­den­stoe­len, maar veel soorten zijn vooral kieskeurige pad­den­stoe­len die alleen maar gevon­den wor­den op een oude ger­i­jpte bodem die al heel veel jaren onaangeroerd is gebleven. In Noord-​Amerika komen was­platen vooral voor in oude ongesto­orde oer­wouden aan de oost– en west­kant van het con­ti­nent. Het lijkt een groot ver­schil, maar beide groeiplaat­sen hebben een ongesto­orde bodem gemeen. Het gaat altijd om een paar vierkante meters, waar ze voorkomen in een bij­zon­der milieu, dat ze meestal delen met andere zeldzame paddenstoelsoorten.

 cycadeSynophropsis.thumbinsectenSyn­ophrop­sis cicade8 okt 2017okto­ber

Meestal zoek ik een Ned­er­landse naam van de soort die behan­deld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heiman­shof werd aangetrof­fen was een nieuwe soort in Ned­er­land, waar­van dit pas de tweede waarne­m­ing in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Ned­er­land in Lim­burg aangetrof­fen. Dus we moeten het voor­lopig doen met deze tong­brek­ende naam. Een goede kans voor een naam is de Lau­ri­er­ci­cade, want de Mediter­rane (echte) lau­rier is zijn favori­ete voed­ings­plant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere stru­iken met harde bladeren aangetrof­fen zoals de Por­tugese Lau­rier, Hulst en zoals in De Heiman­shof op de liguster. De wakkere waarne­mer was Theo Ter­wiel , een fotograaf die veel natu­urop­na­men maakt en stad en land afstru­int op bij­zon­dere insecten en ook vaak in De Heiman­shof op bezoek is.

Bij­zon­der

Er zijn wereld­wijd ongeveer 40.000 soort cica­den bek­end. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Mid­del­landse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zom­erse dagen per­ma­nent een oorver­dovend ges­nerp pro­duceert. Blad­luizen en wantsen zijn ver­wante soorten, die net als de cica­den een zuigs­nuit hebben waarmee ze planten­sap­pen opzuigen. Som­mige soorten cica­den pro­duc­eren het bek­ende schuim­beestje. In dat zelf gepro­duceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bij­zon­der­heid van cica­den is dat veel soorten een sym­bi­o­tis­che relatie hebben met bepaalde bac­ter­iën. Deze helpen de cicade bij het vert­eren van z´n voed­sel. Cica­den zijn driehoekig en hebben een spring­poot waar mee ze tien­tallen keren hun eigen lengte weg kun­nen sprin­gen (foto)

Waar

Som­mige soorten komen in grote aan­tallen voor op door de mens geteelde gewassen en wor­den beschouwd als plaa­gin­secten. Syn­ophrop­sis was tot 1850 vooral bek­end van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Mid­del­landse zee en recen­telijk noord­waarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 steenmarter_thumbgrote dierenSteen­marter 24 sep 2017sep­tem­ber

Al jaren zijn er onbeves­tigde berichten over steen­marters en/​of boom­marters in de Haar­lem­mer­meer. Een jaar of 3 gele­den hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar nie­mand had een foto en het jaar erop leek een meld­ing uit het Haar­lem­mer­meerse Bos er ook op. Maar met meldin­gen van niet geoe­fende waarne­mers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bun­z­ing te gaan, die hier vrij alge­meen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steen­marter uit Hil­le­gom bij De Heiman­shof gebracht (zie foto boven) en in augus­tus kwam er een foto bin­nen van een jonge steen­marter uit een tuin in Hoofd­dorp (onder).

Bij­zon­der
De steen­marter (stads­marter) is een marter net als her­melijn, wezel, bun­z­ing, fret, das, otter en nerts. Marters kun­nen goed klim­men en passen zich makke­lijk aan. Een vol­wassen steen­marter is 4050 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steen­marters hebben een heel eigen ‚hup­pe­lende’ manier van lopen. Ze kun­nen goed klim­men en sprin­gen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flex­i­bel en kun­nen door kleine gaten (57 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, rat­ten, eekhoorns, aange­vuld met vruchten en eieren. In ste­den eet hij ook afval en soms kip­pen, koni­j­nen of andere kleine huis­dieren. Ze zijn vooral ‚s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, grep­pels, holle bomen of lege schuren. De steen­marter maakt meestal weinig of geluid behalve stom­me­len in of ron­dom het nest.

Waar
De steen­marter komt uit Zuid– en Oost-​Europa en Azië maar trekt de laat­ste decen­nia naar NW Europa. In Ned­er­land tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeurs­biotoop is een lan­delijke omgev­ing bij menselijke activiteit (ivm voed­sel). Maar steeds vaker wordt hij in ste­den en dor­pen ges­ig­naleerd. Omdat ze afkomen op bek­a­bel­ing van (warme) auto­mo­toren omdat daar visolie in ver­w­erkt zit, reizen ze soms grote afs­tanden mee als verstekeling.

 hooiwagen_thumbinsectenHooi­wa­gen11 sep 2017sep­tem­ber

Afgelopen week­end was de nationale tuin­spin­nen­telling. Iedereen werd gevraagd om in z’n eigen tuin uit te kijken naar maar liefst 600 soorten. Aan de ene kant denk je, moet dat nu weer (naast vlin­ders en vogels, etc), maar als je je er in verdiept, kom je toch altijd weer op leuke ont­dekkin­gen of din­gen waar je vroeger over­heen keek. Zo weet ik nu dat wat ik zelf altijd de huis­spin noemde eigen­lijk tril­spin heet. En al (opper­vlakkig ) speurend liep ik ook tegen een zeer fragiel hoog­potig wezen aan met 8 poten: de hooi­wa­gen. In principe weet e als bioloog dat een insect 6 poten heeft en een spin 8, maar is een hooi­wa­gen nu wel of niet een spin? Een spin heeft namelijk altijd een apart borststuk en vaak een zeer groot achter­lijf. Maar de hooi­wa­gen is een zeer com­pact bol­letje dat tussen die enorme fragiele poten hangt (foto). Het blijkt dus inder­daad dat hooi­wa­gens een aparte orde zijn, maar in de spin­nen­telling wor­den ze ook meegenomen.

Bij­zon­der


Wereld­wijd zijn er inmid­dels zo’n 7000 soorten hooi­wa­gens bek­end. Overi­gens is het ver­war­rende dat vele mensen de 6 potige lang­poot­mug (met vleugels) ook hooi­wa­gen noe­men. In Ned­er­land zijn er inmid­dels 34 soorten bek­end, maar 14 daar­van zijn daar inde laat­ste 30 jaar pas bijgekomen. Een spec­tac­u­laire soort is de reuzen­hooi­wa­gen met 9 cm lange poten. Die is waarschi­jn­lijk via inter­na­tionale han­del rond 2008 in Ned­er­land terecht gekomen en ver­spreid zich sinds die tijd over West Europa. I.t.t. echte spin­nen die car­nivoor zijn, zijn hooi­wa­gens alles eters die ook dode dieren en planten­resten eten/​opruimen. Ze kun­nen itt spin­nen ook geen draden spin­nen en ter­wijl spin­nen 48 paar ogen kun­nen hebben, hebben hooi­wa­gens maar 1 paar. Hooi­wa­gens kun­nen kun poten heel makke­lijk kwi­j­traken op een vooraf bepaald breukvlak. Die poten bli­jven dan nog een tijd bewe­gen en dat helpt de eige­naar om aan een rover te ontsnap­pen

Waar


Hooi­wa­gens leven overal. Overdag schuilen ze tussen planten en ste­nen en ‘s nachts gaan ze op jacht.

 knoppergalwespcombi_thinsectenKnop­per­gal wesp27 aug 2017augus­tus

Onder veel eiken regent het dezer dagen knop­per­gallen ( foto) , die mas­saal vallen. In de Heiman­shof onder 3 grote bomen, krui­wa­gens vol. Knop­per­gallen ontstaan uit eikels. Die eikels wordt door een klein wespje (zie inzet) ingespoten met een stof die de eikels aanzet tot woek­eren. En die woek­er­ing lijkt op een oud­er­wetse Duitse muts die Knoppe werd genoemd (foto). Van­daar de naam knop­per­gal. De knop­per­gal is niet de enige soort gal. Niet op de eik, want er zijn wel 40 soorten gallen bek­end, die op eiken groeien. En in totaal zijn er wel 1400 soorten gallen bek­end in Ned­er­land. Daarmee heeft bijna elke soort plant of boom wel een of meer gal­we­spen als parasiet. De eik is met stip favoriet. Dat komt omdat de eik lang door­groeit in het jaar. En dat is gun­stig voor de ontwik­kel­ing van de gal­we­s­plar­f­jes.

Bij­zon­der

Het ver­schi­jnsel gallen is een van de suc­cesver­halen van de evo­lu­tie. Ooit, 1 of meer miljoen jaar gele­den is er eens een wespje geweest die ont­dekte dat het stofje waar mee hij zich bescher­mde (ook wij kri­j­gen een bultje als een gewone wesp ons steekt) leek op een planten hor­moon, die die plant aanzette tot woek­eren. En de buitenkant van die woek­er­ing was hard en daarmee een zeer goede bescherming tegen rovers en de bin­nenkant was zacht en voedzaam voor de larve. Voel maar eens aan een verse knop­per­gal die op de grond gevallen is. Die is klev­erig van het suik­er­houdende sap wat er uit­loopt. Ook die larve maakt dat stofje zodat de gal door­groeit op bestelling, zolang de larve leeft. En als er een­maal (toe­val­lig) zo’n gouden greep is gemaakt, duurt het niet lang voor­dat zich van de wesp­jes ook gaan spe­cialis­eren op ander soorten planten. En zo krijg ze duizen­den ver­wante soorten.

Waar

Knop­per­gallen kun­nen op vele zomer– en win­ter eiken wor­den aan getrof­fen. Deze wesp­jes hebben een com­plexe lev­en­scy­clus waar ook de Turkse of moseik een rol in speelt. Die moet dus ook ergens in de buurt staan. En dat is in De Heiman­shof het geval.

 parnassia_-gr_carre_thumbplantenPar­nas­sia 13 aug 2017augus­tus



Par­nas­sia is een mooi plan­tje met fijne witte gead­erde bloe­men. Het staat in de zwaarste cat­e­gorie van bescher­mde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aan­tal is afgenomen. Jam­mer dat veel bij­zon­dere soorten in onze rationele tijd ten onder gaan. Maar daarom is het extra leuk dat een aan­tal van onze natu­uron­twik­kel­ing­spro­jecten zo’n suc­ces zijn dat ze er weer een nieuwe groeiplek bij kri­j­gen. De meeste par­nas­sia vind je in vochtige duin­valleien. Vroeger kwam dit plan­tje ook in het bin­nen­land op vochtige voed­se­larme plekken voor. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 9 jaar gele­den met het Recre­ati­eschap Spaarn­woude gecreëerd in het Groene Carré Zuid, duizendguldenkruid, moeraswe­spen– en rietorchissen, bit­terkruid en sti­jve en rode ogen­troost, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevon­den. Met name par­nas­sia heeft dit jaar een spec­tac­u­laire ontwik­kel­ing door gemaakt (zie foto) met 10.000en nieuwe indi­viduen.

Bij­zon­der

Par­nas­sia bloeit van juni tot sep­tem­ber. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan de 5 meel­draden die na elkaar open­klap­pen. Par­nas­sia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makke­lijk met de wind ver­spreid wordt. In the­o­rie kan er zaad van de Strand­vlakte bij IJmuiden naar onze orchideeën­weide gewaaid zijn. Het geheim van dit suc­ces ligt deels in de brakke, voed­se­larme grond, het maaibeleid dat we er nu 9 jaar vol­houden, en omdat deze orchideeënkuil een fluctuerend water­peil heeft. Soms staat het droog en soms staat het hele ter­rein onder water na grote regen­buien. De ‘gewone’ soorten houden daar niet van, de bij­zon­dere soorten op dit ter­rein­tje duidelijk wel. En er zijn rond Hoofd­dorp nog tal­loze plekken die op deze manier tot een rijke en inspir­erende natuur te ontwikke­len zijn met een beetje ecol­o­gisch ipv economisch beheer.

Waar?

Par­nas­sia is een typ­is­che plant voor vochtige duin­valleien. Maar langs de IJtocht en het Groen Carre Zuid dus ook weer.

 boerenwormkuidzijdebij_thumbinsectenBoeren­wormkruidz­i­jde­bij31 jul 2017juli

Boeren­wormkruidz­i­jde­bij

Tussen decem­ber en okto­ber zijn er altijd bloe­men die bloeien. Die bloei heeft een sterk inter­ac­tie met insecten. Zon­der nec­tar en stu­ifmeel kun­nen veel insecten namelijk niet leven en zon­der bes­tu­iv­ende insecten kun­nen de planten geen zaad vor­men. Bijen zijn de meest bek­ende bes­tu­iv­ende insecten, maar ook tal­loze kev­ers, vliegen vlin­ders en wespen spe­len een rol in deze inter­ac­tie. Na de uit­bundige bloei van mei en juni zijn er wat min­der soorten in bloei. Een van de meest opval­lende inheemse soorten op dit moment is het boeren­wormkruid met zijn fel gele bloemhoofd­jes. Een mooi voor­beeld van de fascinerende inter­ac­tie tussen flora en fauna is dat alleen als het boeren­wormkruid bloeit, de Boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt.

Bij­zon­der

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Ned­er­land. De hon­ing­bi­jen komen in 23 soorten voor, hom­mels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievor­mende soorten. De andere 400 soorten zijn soli­taire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin ken­nen die geholpen wordt door 100100.000 werk­bi­jen, maar dat elk vrouwtje apart haar eit­jes legt en ver­zorgt, net als de meeste andere insecten­soorten. En zoals gezegd, de boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt alleen als zijn waard­plant bloeit. Deze soort nestelt in hol­let­jes in dood hout of in bijen­ho­tels. De soort valt onder de zijde­bi­jen omdat ze cocon­net­jes met­se­len met speek­sel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan met­sel­bi­jen (met klei : ook inzet ), tronken­bi­jen (met hars en zand :ook inzet), wol­bi­jen (met haart­jes) en behang­ers­bi­jen met stuk­jes blad.

Waar

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij is samen met de tronken­bi­jt­jes in grote aan­tallen te bewon­deren in De Heiman­shof en overal waar grote con­cen­traties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boeren­wormkruid waar stu­ifmeel en nec­tar heel dicht aan de opper­vlakte beschik­baar is (zie ook foto top).

 kalmoes-thumbplantenKalmoes17 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan


Dacht ik deze week weer eens een inheemse plant te behan­de­len en dan blijkt het toch weer een soort te zijn die van elders komt. In dit geval uit Zuid – Oost Azië. Kalmoes is al rond 1600 hier ingevo­erd voor zijn med­i­c­i­nale kwaliteiten. En sinds die tijd heeft deze soort zich ook in het wild ver­spreid. Kalmoes lijkt erg op egel­skop of gele lis en groeit net als deze soorten in dikke blub­ber aan oev­ers, maar is herken­baar aan het geribbelde blad(foto) . I.t.t. veel ander moeras­planten groeit hij langzaam en woek­ert dus niet. Zeer karak­ter­istiek is de bloem, die als een fal­lus sym­bool uit som­mige bladeren steekt (foto). Het feit dat het een van oor­sprong Azi­atis­che plant is, blijkt uit het feit dat maar weinig planten een bloem vor­men en dat de bloem nooit de in de tropen karak­ter­istieke rode bessen maakt. Daar­voor is het hier te koel. Kalmoes ver­menigvuldigt zich dan ook alleen veg­e­tatief via stuk­jes wor­tel die afbreken en elders weer uit­groeien.

Bij­zon­der
Voor een soort die in dikke stink­ende bag­ger groeit, is het hoogst opmerke­lijk dat alle plant­de­len een heer­lijk frisse geur afgeven. Een geur die gebruikt wordt in de par­fumin­dus­trie, maar ook als smaak­maker in eten en bv in Beren­burg en Deven­ter Koek. Vooral de dikke wor­tel­stok wordt gegeten en med­i­c­i­naal gebruikt. De wor­tel kan gebruikt wor­den als ver­vanger van gem­ber, noot­muskaat of kaneel. In grote hoeveel­he­den kan de werk­ing hal­lu­cinerend zijn. Kalmoes wordt verder gebruikt om spi­jsver­t­er­ingsklachten te ver­helpen en het heeft een posi­tief effect op het zenuw­s­telsel en zou dat zelfs ver­jon­gen. Kauwen op de wor­tel is goed voor het tand­vlees en gecon­fijt kan het als snoep wor­den gebruikt. De plant heeft deze geur ontwikkeld om insecten op een afs­tand te houden. En dat werkt prima.

Waar
Kalmoes komt oor­spronke­lijk uit India en China. De var­iëteit die in Europa voorkomt is triploid. D.w.z. in elke celk­ern is naast chro­mo­somen van de oud­ers, nog een 3e set aan­wezig is. Daar­door is ges­lachtelijke voort­plant­ing ook bemoeilijkt.

 moederkruid-thumbplantenMoed­erkruid3 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan

Moed­erkruid
Moed­erkruid is weer zo’n niet inheemse plant, die zich inmid­dels uit­stek­end thuis voelt in Ned­er­land en overal te vin­den is. Alle planten­soorten die nu nog bestaan, danken dat aan het feit, dat ze een strate­gie hebben gevon­den die voorkomt dat ze opgegeten wor­den voor ze zaad kun­nen zetten. Een veel voorkomende strate­gie is de aan­maak van aller­lei chemis­che stof­jes die niet lekker zijn om in te bijten. En daar hebben we een duizel­ing­wekkende vari­atie aan stof­jes aan te danken waar­van vele ook (nuttige)bijwerkingen voor de mens hebben. Moed­erkruid is daarin een kam­pi­oen. Ook is het een dankbare tuin­plant, die wel een beetje lijkt op kamille, maar 4 maan­den bloeit ipv 23 weken. De belan­grijk­ste reden dat de plant hier­heen gehaald is, zijn zijn vele med­i­c­i­nale toepassin­gen. Zo werd de plant in het verleden ingedeeld bij het Pyrethrum ges­lacht, waaruit biol­o­gis­che insec­ti­cide wordt gewon­nen. Tegen­wo­ordig wordt moed­erkruid bij boeren­wormkruid ingedeeld. Dat is ook al zo’n mul­ti­func­tionele plant , die vroeger in geen boeren­hof ontbrak.



Bij­zon­der
Moed­erkruid ontleent z’n naam aan het feit dat een van de stof­jes die hij maakt een reg­ulerend invloed op de men­stru­atiecy­clus heeft. Maar de plant maakt wel 50 etherische oliën en andere stof­fen aan. Som­mige daar­van helpen bij de meeste soorten van hoofd­pijn en migraine, andere hebben een ontstek­ingsrem­mende invloed of helpen tegen reuma­tis­che en ontstek­ingsklachten. Het gebruik bij hoofd­pijn is al van af de oud­heid bek­end. Ondanks die vele bij­zon­dere stof­fen is moed­erkruid niet giftig en kun­nen de bladeren ook in salades en als smaakver­sterker in cake en omelet gebruikt wor­den. Maar het is natu­urlijk altijd ver­standig de juiste dosis te gebruiken en bij gebruik goed advies in te win­nen.

Waar
Moed­erkruid komt oor­spronke­lijk uit de Balkan, Turk­ije en de Kauka­sus. Maar het is inmid­dels over de hele wereld ver­spreid van­wege z’n vele gebruiksmo­gelijkhe­den. Het groeit ook in de Haar­lem­mer­meer in veel tuinen en tussen tegels.



 bijenbloem-phacelia-thumbplantenBijenbloem-​Phacelia18 jun 2017juni

Op het Raad­huis­plein in Hoofd­dorp lag tot ruim een jaar gele­den een skate­baan. Omdat er gebreken ontston­den, werd deze afgekeurd. In het kader van de ver­groen­ing van het winkel­cen­trum wer­den er niet alleen fruit­bomen geplaats door de winke­liers, maar werd ook de skate­baan een jaar gele­den voorzien met 100 m3 grond. Ver­schil­lende pogin­gen om er groen tot ontwik­kel­ing te bren­gen had­den veel van ‘jeugderosie’ te lei­den. In april mocht Sticht­ing MEER­Groen het proberen en de gecom­bi­neerde opzet van dicht groen, ver­vol­gbe­heer en samen­werk­ing met de jeugd lijkt vruchten (bloe­men) af te wer­pen. Na de bloei van vrucht­bomen en de vioolt­jes is nu de dom­i­nante bloeier de bijen­bloem of Phacelia en andere soorten en mediter­rane kruiden vol­gen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stru­ik­jes en wilgen geplant, die de bloei en de groei vol­gend jaar overne­men. Het is een aan­rader om bv in com­bi­natie met het Groene Loper fes­ti­val op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uit­leg gegeven en rondleidingen.

Bij­zon­der
Phacelia wordt in de land­bouw veel gebruikt als groenbe­mester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewen­ste soorten onder­drukt en zelf makke­lijk te hak­se­len en onder te ploe­gen is. Onder gun­stige omstandighe­den pro­duceert de soort veel nec­tar en stu­ifmeel, onder droge omstandighe­den alleen stu­ifmeel. Daarom is Phacelia ook pop­u­lair bij bijen en imk­ers. En daar dankt Phacelia zijn Ned­er­landse naam bijen­bloem of bijen­voer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boom­spiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte min­der goed bij dan de wespenorchissen die hun voed­sel en vocht via schim­mels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeer­wor­tel of ossen­tong tot de fam­i­lie van de ruwbladigen.

Waar
Phacelia is van oor­sprong geen inheemse soort en is afkom­stig uit de Verenigde Staten. Vanuit de land­bouw is de soort overal in Ned­er­land inge­burg­erd en hand­haaft zich.