Water­cipres

op .

Delen

Op veel plekken in het straat­beeld staan naald­bomen, waar­van in de herfst, nadat ze prachtig rood gek­leurd waren, de naalden afgevallen zijn.
Deze bomen bestaan uit 2 soorten, die een beetje lastig uit elkaar zijn te houden. Beide soorten hebben een stam die aan de basis extreem dik is en gaande weg smaller wordt (foto). De minst algemene is de moeras­cipres die uit de moeras­ge­bieden van de Verenigde Staten komt. Als het goed is, zijn deze aan de waterkant geplant (wat niet altijd het geval is) en daar vormt deze zgn kniewor­tels: knolvormige wor­tels waar mee hij lucht hapt en zich ver­ankerd voor over­stro­min­gen. Dat gebeurt in de Ever­glades en de Mis­sis­sip­pi­delta nl maan­den lang. En hij heeft een afgeronde kroon. De andere soort is de water­cipres. En deze heeft meestal een spitse kroon (foto 2).

Bij­zon­der
De water­cipres komt uit China en is fam­i­lie van de Sequoia of mam­moet­boom. Van deze soort, die miljoe­nen jaren gele­den ook in Ned­er­land voork­wam, zijn afdrukken gevon­den in de steenkool van Lim­burg. Men dacht dat hij uit­gestor­ven was, tot­dat mensen hem in een dal in China ont­dek­ten. Dat was pas 70 jaar gele­den. Het is dus eigen­lijk een lev­end fos­siel. Al snel had men door dat de water­cipres, omdat hij zo’n lange geschiede­nis had, een zeer sterke ziek­tevrije soort was ‚die ook nog eens ide­ale eigen­schap­pen had voor aan­plant in de bebouwde kom: mooie rood wor­dende naalden en wor­tels die bestrat­ing en kabels en lei­din­gen met rust lieten.

Waar
De oud­ste water­ci­pressen die ik in de polder gevon­den heb, staan in het Oude Buurtje in Hoofd­dorp, waar­van 2 in het plantsoen tegen de kruisweg bij de Geniedijk. Deze wijk is rond 1975 gebouwd en de bomen waren toen al een jaar of 10 oud. Dus ze dateren van min­der dan 15 jaar na de ont­dekking! De beste plek om het ver­schil tussen moeras– en water­ci­pressen te bek­ijken is in de Japanse tuin van het Haar­lem­mer­meerse bos. Langs het water staan (met kniewor­tels) de moeras­ci­pressen en hoger op langs het pad de watercipressen.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 mollenellendekleine dierenMol­lenel­lende6 aug 2018augus­tus

Deze col­umn (sinds juni 2006) heet Ont­dek de Flora en Fauna van de Haar­lem­mer­meer. De reden is, dat er over het alge­meen gedacht wordt dat de Haar­lem­mer­meer een zeer arme polder is in bio­di­ver­siteit (en dat er daarom ook makke­lijk nieuw beton en asfalt wordt aan­gelegd). De afgelopen 12 jaar heeft al wel geleerd dat er een ongelofe­lijke ver­schei­den­heid aan soorten in onze polder voorkomen en mijn inschat­ting is dat ik voor het behan­de­len van alle ca 10.000 soorten een jaar of 400 nodig zal hebben. Zo nu en dan gaat het niet alleen over nieuwe soorten maar gebeurt er iets bij­zon­ders. Zo zit­ten we nu mid­den in de groot­ste droogte– en hit­te­golf sinds er weergegevens wor­den bijge­houden. En die droogte heeft ook effecten in de natuur op soorten. Zo vind ik aan de lopende band dode mollen en dat is opmerke­lijk.

Bij­zon­der
De eerste 3 mollen heb ik in de com­posthopen ver­w­erkt, maar bij nr 48 begon er enige ongerus­theid op te spe­len. Op mol 4 heb ik daarom een gecom­bi­neerde anatomis­che les en sec­tie uit­gevo­erd (foto) en wat bleek: de arme mol was heel mager, geen vet en geen inhoud in het spi­jsver­t­er­ingssys­teem. Dat mollen van de honger ster­ven, kan samen­hangen met de droogte omdat hun voor­naam­ste voed­sel: regen­wor­men steeds dieper in de aarde wegkruipt en de Haar­lem­mer­meerse klei bij droogte hard wordt als beton. Een mol moet dus steeds harder werken om steeds min­der voed­sel buit te maken. Als hij een ons wor­men ver­brandt om 50 gram te van­gen, sterft hij na 46 weken van honger en uit­putting. Graag hoor ik van lez­ers of er op andere plaat­sen ook extra mol­len­sterfte gecon­sta­teerd wordt.

Waar
Mollen zijn zeer algemene bewon­ers van onze polder. Ze graven gan­gen waarin ze via hun neus wor­men en ander bodem­leven opsporen. Ze leven 4 uur op en 4 uur slapen, jaar­rond. Meestal zijn de Ned­er­landse con­di­ties ideaal om wor­men te kun­nen zoeken in bijna altijd vochtige humus­rijke grond. Dit jaar zou wel eens een mol­len­ramp jaar in een groot deel van Europa kun­nen worden.

 buxusproblemen_thumbsplantenBuxu­s­prob­le­men?22 jul 2018juli

Dit jaar heb ik bij het lopen voor col­lectes wel 1000 huizen, dus ook voor­tu­inen bezocht. In wel 400 van die tuinen ston­den buxu­sstru­ik­jes. Het­zij soli­tair of in al-​of-​niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxu­scre­aties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxu­s­mot had­den zien aankomen en met (veel) gif gestrooid had­den. De buxu­s­mot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te reke­nen naar de impact in de hele Haar­lem­mer­meer, laat staan heel Ned­er­land.

Bij­zon­der
In De Heiman­shof hebben we ook buxu­sstru­iken, vooral als hegget­jes in de klooster-​/​kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxu­s­mot in en ik had me als beheerder al ver­zoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar wie schetst mijn ver­baz­ing dat week na week ver­streek en dat ondanks het ide­ale (warme en droge) buxu­s­motweer de hegget­jes geen schade kre­gen en de aange­taste stukken zich zelfs her­stelden. (foto). Dat vraagt natu­urlijk om een verk­lar­ing. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het nor­male stedelijke milieu de bio­di­ver­siteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvan­gen van de te verwachten hoos­buien en hittestress van de kli­maatveran­der­ing die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heiman­shof hebben we een max­i­male bio­di­ver­siteit, zowel veel vogels (in aan­tal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lus­ten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel bio­di­ver­siteit zoals in De Heiman­shof het prob­leem zich zelf oplost of niet de vorm van de cat­a­strofe aan­neemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar?
Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus prob­leem niet optreedt. Wie weet komt daar een struc­turele oploss­ing uit. Maar meer gevarieerd ecol­o­gisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.

 koolrupssluipwespcombi_thumbinsectenKool­rupss­luip­wesp: Apan­te­les glomerata9 jul 2018juli

Een van de wet­ten van de natuur dicteert dat er overal even­wichtssys­te­men zijn. Een opval­lend mech­a­nisme daar­bij is het even­wicht tussen prooi­dieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te over­leven in even­wicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvo­gels eten zangvo­gelt­jes etc. Die wet gaat ook in de insecten­wereld en een voor­name speler daar­bij is de sluip­wesp. Er zijn in Ned­er­land zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bac­ter­iën). De helft daar­van zijn insecten. En de helft daar­van, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluip­we­spen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespe­cialiseerde soort sluip­wesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluip­we­spen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van de vliegen, muggen, blad­luizen en wat niet al. De meest sluip­we­spen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bij­zon­der
Maar er is een soort die heel goed zicht­baar te maken is, mid­dels een exper­i­ment, dat het best uit te voeren is als er een groen­te­tuin met kool­planten beschik­baar is. Op die kool­planten komen namelijk die kool­wit­jes af. En die heten niet voor niet KOOL­witje. Ze leggen namelijk eieren op kool­planten waaruit zeer nij­vere rupsen komen, die een kool­plant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kun­nen vreten. Doo­d­spuiten advis­eren we nooit. Dat mid­del is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vit­rage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natu­urlijk moeten deze rupsen dan met kool­bladeren gevo­erd wor­den, maar die inspan­ning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen ver­pop­pen (foto onder). De sluip­we­spen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een kool­witje wor­den? En hoeveel ‘veran­deren’ er in sluip­we­sp­jes?

Waar
De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarc­tica en de Amerika’s

 geitenruit_thumbplantenGeit­en­ruit27 jun 2018juni

Soms weet je niet waar een bij­zon­dere plant opeens van­daan komt. Nota bene voor De Heiman­shof in het gazon aan de Wieger Bruin­laan bloeit dit jaar een vrij grote vlin­derbloemige met lila bloe­men. Hij is wel 1.5 m hoog en zit vol met paarse bloe­men (foto). Ook wij als plantenken­ners moesten 2 planten­de­ter­mi­natie app’s gebruiken om achter de naam te komen. De Ned­er­landse naam is geit­en­ruit. Die naam stamt uit de tijd toen men dacht dat het een fam­i­lie van de ruit­fam­i­lie (zoals kleine ruit en poel­ruit) was.

Bij­zon­der
Geit­en­ruit heeft veel gebruiksmo­gelijkhe­den. De plant bloeit erg lang en is een rijke bron van nec­tar en stuik­meel voor insecten. Hij werd veel geteeld voor bodemver­be­ter­ing en als voed­sel voor vee. Ook heeft hij vele med­i­c­i­nale gebruiksmo­gelijkhe­den. Het gebruik als veevoer viel niet goed bij alle soort vee. Mogelijk heet het daarom geit­en­ruit, omdat die het wel kon­den eten zon­der bijw­erkin­gen. De meest gebruikte toepass­ing is de bloed­suik­er­spiegel ver­la­gende werk­ing bij dia­betes­patiën­ten. Dankzij onder­zoek aan deze plant is het meest gebruikte dia­betesmedicijn ont­dekt. Daar­naast ver­min­dert het de eetlust wat bij veel zware dia­betes type 2 patiën­ten ook een pre is. De Lati­jnse naam slaat op het effect op melkpro­duc­tie bij zogende vrouwen. Galega staat nl voor ‘melk voort­bren­gen’ omdat het melkklieren stim­uleert. Maar er zijn nog meer werkin­gen: het is ook een diureticum, dwz de nieren wor­den ges­tim­uleerd om meer urine te pro­duc­eren en ook de zweet­pro­duc­tie wordt ver­hoogd en als zodanig helpt het bij griep, bloed­stolsels wor­den tegen gegaan en het heeft een antibac­ter­iële werk­ing waar­door won­den sneller genezen. Het is dus een behoor­lijk inter­es­sante plant die meer aan­dacht en plek ver­di­ent.

Waar
Oor­spronke­lijk komt Galega uit Rus­land, maar is al lang in heel Europa inge­burg­erd. Het is een zon min­nende plant die zoals veel vlin­derbloemi­gen houdt van arme bodems: omdat ze zelf met bac­ter­iën stik­stof uit de lucht kun­nen vast leggen hebben ze een con­cur­ren­tie voordeel.

 rapunzelklokje_thumbplantenRapun­zelk­lokje14 jun 2018juni

Regel­matige lez­ers weten van de afgelopen 12 jaar, dat er overal bij­zon­dere planten en dieren te vin­den zijn. Deze week kwam ik weer eens een bij­zon­dere plant op een wel heel curieuze plek tegen: mid­den op het enorme ver­steende en geas­fal­teerde kruis­punt Hoofdweg/​Van Heuven Goed­hart­laan tegen over het poli­tiebu­reau (foto). Mid­den tussen de bestrat­ing onder het ver­keer­licht stond een heus Rapun­zelk­lokje. Die naam alleen al maakt natu­urlijk al nieuws­gierig. Alleen op De Heiman­shof weet ik nog 12 andere Rapun­zelk­lok­jes te staan in de Haar­lem­mer­meer. Verder komt de soort vooral voor in Lim­burg en langs de riv­ieren met kalk houdende zand­grond. Ook hier is dat het geval. Hoofd­dorp is namelijk gro­ten­deels gebouwd op een oude zand­bank uit de Wad­den­zee die hier ooit lag. Diezelfde arme zand­grond met kalk is ook de reden dat er zoveel orchideeën in en om Hoofd­dorp groeien.

Bij­zon­der
Het Rapun­zel klokje is een twee– of meer­jarige soort die tot 90 cm hoog wordt. In de Mid­deleeuwen was deze soort zo alge­meen dat de bladeren en wor­tels een geliefde groente in rauwkost en salades vor­mde. De smaak van de wor­tel lijkt op radijs, maar dan zoet en opval­lend zacht. Het blad is fijn en neu­traal van smaak. Het woord Rapun­zel’ komt van rapa pon­tica (Latijn voor ‘raap van de Zwarte Zee’). In het sprookje Rapun­zel kri­jgt de dochter de naam van de raap­jes die haar moeder zo graag at toen ze haar verwachtte. De med­i­c­i­nale werk­ing van de plant stoelt op het gehalte aan inu­line (multifructose),vitamine C en een anti­sep­tis­che werk­ing.

Waar
Het rapun­zelk­lokje groeit in ons land op voed­se­larme dijken en in bermen, op kalkhoudende grond in Lim­burg, langs de riv­ieren en aanslui­tende zand­gron­den en regel­matig ook op spoorter­reinen. De meeste van deze graslan­den zijn tegen­wo­ordig overbe­mest en daarmee is ook het rapun­zelk­lokje bijna uit­gestor­ven. Alle klok­jes­soorten zijn overi­gens wet­telijk beschermd, of ze nu ergens tal­rijk staan of niet. De soort komt alleen in Europa, West Azië en NW Afrika voor.

 gewonependelzweefvlieg_thumbinsectenGewone Pen­delzweefvlieg3 jun 2018juni

Insecten hebben het zwaar in onze stedelijke samen­lev­ing en zit­ten niet zit­ten in het ‘ver­dom’ hoekje van de vooro­orde­len. In 99.99% van de gevallen is dat onterecht en zijn ze alleen maar nut­tig en fascinerend. Prachtige voor­beelden daar­van naast vlin­ders, libellen en de soli­taire bijen en wespen, waar ik het al vaker over heb gehad, zijn de zweefvliegen. Van­daag vloog een mooie soort die veel in en om huizen voorkomt bij mij naar bin­nen: de gewone pen­delzweefvlieg (foto): Het is erg algemene en heel makke­lijk te herken­nen vrij grote soort van 1.5 cm groot, door de zware hor­i­zon­taal strepen op de rug van het borststuk. Om zich enigszins tegen vogels en andere belagers te bescher­men, hebben ze kleur­pa­tro­nen ontwikkeld die doen denken aan wespen en bijen. Alleen mis­sen ze de ken­merk­ende wespen­taille. Zweefvliegen heten zo omdat ze het ver­mo­gen hebben stil in de lucht te hangen. Daar­bij maken ze wel 150 vleugel­sla­gen per sec­onde.

Bij­zon­der
Er zijn zweefvlieg soorten waar­van de lar­ven blad­luizen eten (die lar­ven lijken op naak­t­slakken), er zijn soorten die afval eten op land, en heel veel soorten leven in onmo­gelijk smerig water waar ze let­ter­lijk rom­mel (detri­tus) en bac­ter­iën eten. Al deze lar­ven doen dus zeer nut­tig werk en de zowel jong als vol­wassen zijn ze nog onschuldig ook. Dus zweefvliegen ver­di­enen het om beschermd te wor­den en dat doen we het beste door hen met veel plekken met wilde bloe­men te voorzien. De larve van de Pen­delzweefvlieg is zo’n smerig water opruimer. Die lar­ven hebben een lange staart, waar­door ze adem kun­nen kri­j­gen in zuurstofloos water. De pen­delzweefvlieg heet ook in het latijn zo en zijn Naam Helophilus pen­du­lus betek­end let­ter­lijk dat het een zon­min­ner is die in de lucht schom­me­lend stil hangt.

Waar
Er zijn in Ned­er­land ruim 300 soorten zweefvliegen­soorten bek­end, die op alle mogelijk plekken en in alle biotopen voorkomen. Ze zijn vol­strekt onschuldig en leven als vol­wassen dieren alleen van nec­tar, vooral van schermbloemen.

 roomsekervel_thumbplantenRoomse Kervel14 mei 2018mei

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosran­den vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloe­men­fam­i­lie, die in Ned­er­land hon­der­den soorten kent. Bij voor­beeld ook de bij velen beruchte reuzen­beren­klauw hoort daar­bij. Naast de reuzen­beren­klauw is de Europese beren­klauw heel alge­meen, die nauwelijks prob­le­men geeft met blaar­vorm­ing. Maar de geel­bloeiende pasti­naak heeft ook var­iëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wor­tel, peterselie, selderij, kervel, dille, korian­der en ga zo maar door. Zon­der de schermbloem­fam­i­lie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bek­end te wor­den.

Bij­zon­der
Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte scher­men. De bloei­wi­jze is iets rom­meliger dwz het scherm is min­der vlak) en iets romiger van kleur en niet spier­wit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 11.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk ken­merk is dat de grote vare­nachtig geveerde bladeren licht­groene plek­jes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijk­ste ken­merk is dat het blad bij kneuz­ing naar anijs ruikt. Er zijn restau­rants waar ik dit blad aan lever om er toet­jes of salades van te maken. Dat kan van feb­ru­ari tot sep­tem­ber. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de sten­gels en de wor­tels. En zoals de meeste schermbloemi­gen is de Roomse Kervel een sier­aad in een tuin die garant staat voor veel nec­tar en stu­ifmeel voor insecten: een bio­di­ver­siteit­saan­rader dus.

Waar
Oor­spronke­lijk komt de roomse kervel uit Zuid-​Europa ‚bv de Pyre­neeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschi­jn­lijk door hen meegenomen en is sinds­dien inge­burg­erd, net als wijn­gaard­slakken en koni­j­nen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/​half schaduw. In de Haar­lem­mer­meer zijn ver­schil­lende groeiplekken, meestal op plaat­sen waar De Heiman­shof of MEER­groen actief zijn geweest.

 wolzwever_thumbinsectenGewone Wolzw­ever29 apr 2018april

Deze week kwam ik regel­matig een insect tegen die als een kolibri stil kon staan in de lucht. Hij was bruin met een soort bon­t­jasje net als hom­mels en hij had een zuigs­nuit, die bijna net zo lang was als de rest van z’n lichaam (foto). Het leek dus ver­dacht veel op een soli­taire bij. Soli­taire bijen bestaan naast sociale bijen zoals hom­mels en hon­ing­bi­jen, waar­bij er maar 1 koningin is die de eieren legt. Bij soli­taire bijen legt elk vrouwtje eieren. Vooral de soli­taire bijen hebben het moeil­ijk in onze samen­lev­ing bij gebrek aan een bloe­men­vari­atie, gebrek aan nest­gele­gen­heid en door het menselijk spuitge­drag. Tot mijn eigen ver­baz­ing leerde nader onder­zoek dat ook ik gefopt was door mim­icry. Mim­icry komt veel voor in de natuur. Zo doen onschuldige zweefvliegen zich bijna stan­daard voor als wespen of bijen in de hoop dat preda­toren zoals vogels zich niet aan hen dur­ven te wagen. Deze ‘bij’ bleek dat ook te doen en te horen bij de fam­i­lie van de wolzw­ev­ers.

Bij­zon­der
Wolzw­ev­ers zijn echter een soort vliegen. Wereld­wijd zijn er tot dusver 5500 soorten ont­dekt, waar­van er een 20-​tal in Ned­er­land voorkomen. Wolzw­ev­ers hebben wel iets met bijen. Net als de muur­rouwzw­ever die ik eerder behan­deld heb (en die van met­sel­bi­jen leeft) is de gewone wolzw­ever een jager op zand­bi­jen. Zand­bi­jen gebruiken geen hol­let­jes in hout, maar graven hol­let­jes in zand, waarin ze hun eieren leggen. De vol­wassen wolzw­ever leeft van nec­tar uit bloe­men waar de nec­tar heel diep zit zoals honds­draf en andere lip­bloemi­gen. Van­daar de lange snuit. De lar­ven van de wolzw­ever wor­den groot ten koste van die van de zand­bi­j­gas­theer. Moeder wolzw­ever dropt haar eit­jes in de nest­gan­gen van zand­bi­jen waar de larve zich tegoed doe aan voed­selvoor­raad die moeder zand­bij heeft aan­gelegd en ze eten ook de larve op.

Waar
De wolzw­ever is te vin­den in de buurt van zon­nige zand­hellin­gen, waar zand­bi­jen voorkomen. Z’n ver­sprei­d­ings­ge­bied is het warmere deel van Europa en Azië en Noord-​Afrika.

 Armbloemiglook_thumbplantenArm­bloemig en rijk­bloemig arm­bloemig look15 apr 2018april

Iedereen kent uien, prei, knoflook en bies­look. Maar er bestaan nog zeker 10 andere soorten wilde uien of look. In De Heiman­shof staan er zeker 8: daslook, berglook, kraailook, moes­look, driekantig look, slan­gen­look en arm­bloemig look. Op dit moment staat arm­bloemig look in volle bloei. Alle uien soorten hebben een sterke geur, die vaak prikke­lend op de ogen om dat met traan­vocht zwavelzuur wordt gevormd. Alle uien vor­men ook bol­let­jes, die bij de ene soort groter zijn dande andere. Arm­bloemig look maakt net als kraailook kleine bol­let­jes. De meeste uien groeien (door) in de win­ter. Ze bevat­ten een hoog suik­erge­halte waar­door ze niet bevriezen. Een ideaal win­ter gewas voor de groen­te­tuin.

Bij­zon­der
Zoals alle soorten heeft arm­bloemig look bij­zon­dere eigen­schap­pen ontwikkeld om te kun­nen bestaan. Hij staat als zeer zeldzaam in de boeken, maar dat zou je niet zeggen als je het in de tuin hebt. In De Heiman­shof hebben we al 15 krui­wa­gens weg gewied dit voor­jaar. Het vormt dichte plakkaten met een soort geheim wapen. Er bestaan nl 2 vor­men. De oor­spronke­lijke (?)vorm noem ik maar rijk­bloemig arm­bloemig look. Deze vorm (top)heeft 810 bloemet­jes en is een sier­aad voor de tuin en nauwelijks invasief. Maar (mogelijk door een mutatie) zit daar af en toe een vorm tussen die ik maar arm­bloemig arm­bloemig look noem(onder). Die heeft maar 1 of 2 bloemet­jes en ter com­pen­satie van de mis­sende bloemetje vormt deze ui in de bloem geen zaden, maar zoge­naamde bloed­bol­let­jes. Dat kun­nen er 1020 per bloem­steel zijn. Deze bol­let­jes zaaien zich sterk uit en vor­men dichte plakkaten. Mooi om te zien en lekker om te eten maar nogal dom­i­nant. Deze broed­bol­let­jes zijn trouwens goed te oog­sten en te ver­w­erken tot een soort kap­pert­jes (smaakver­sterker in sausen en salades).

Waar
Arm­bloemig look is een bosplant die groeit in de schaduw en op voed­sel­rijke grond. Oor­spronke­lijk komt deze soort uit de Kauka­sus en heeft zich als stin­sen­plant in de kust­streek weten te vestigen.

 pissebed-kelder_thumbandersPis­sebed31 mrt 2018maart

Met het voor­jaar in aankomst wor­den er weer hor­den planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behan­deld, maar er bli­jft nog voor jaren genoeg te ont­dekken en te ver­bazen over. Deze week een inkijkje in een vaak onderge­waardeerde groep dieren: de pis­sebed­den. In totaal zijn er tot dusver meer dan 35 soorten van ont­dekt en beschreven in Ned­er­land. De meest algemene soorten zijn de ruwe pis­sebed die egaal donker gek­leurd is, de grijs gek­leurde kelder­pis­sebed ( foto)en de opro­lpis­sebed, die zich bij onraad oprolt.

Bij­zon­der
Pis­sebed­den zijn kreef­tachti­gen en daarom van oor­sprong water­dieren. Er bestaan ook zoet­wa­ter­pis­sebed­den die tal­rijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ade­men pis­sebed­den via kieuwen. Die moeten altijd vochtig bli­jven. Het pantser van land­pis­sebed­den ziet er degelijker uit dan het is. Het is nl door­la­tend voor ammo­niak– en water waar­door ze con­tinu tran­spir­eren. De pis­sebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stik­stofverbindin­gen (ammo­niak) ver­dampen. Miss­chien heeft de naam pis­sebed te maken met de geur van ammo­niak (urine) die soms te ruiken is. Een pis­sebed leeft van plan­taardig mate­ri­aal, zoals rot­tend hout en bladeren en heeft vele vijan­den, waaron­der insecten, spin­nen, amfi­bieën en vogels. Helder blauwe of paarse pis­sebed­den zijn geen andere soort, maar hebben een virus­in­fec­tie waar­door ze na 1 of 2 weken ster­ven.

Waar
Veel land­pis­sebed­den zijn cul­tu­ur­vol­gers die oor­spronke­lijk uit Europa komen, maar tegen­wo­ordig tot in Nieuw-​Zeeland te vin­den zijn. Land­pis­sebed­den leven in een micro­hab­i­tat, de omstandighe­den maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaat­sen en voed­sel zijn. Pis­sebed­den komen op aller­lei plekken voor, van bossen tot graslan­den en ook tuinen zijn geschikte leefge­bieden. Uit­dro­gen is het groot­ste gevaar voor pis­sebed­den. Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, in de strooisel­laag of onder dood hout en ste­nen e.d.

 aalscholvercombi_thumbvogelsWin­ter­perike­len: Meerkoet en Aalscholver18 mrt 2018maart

Deze maand had­den we voor het eerst in 56 jaar echt win­ter­weer met tem­per­a­turen rond de –10. Door de sterke zonnes­tral­ing en de wind wilde het ijs niet echt betrouw­baar wor­den. Pas op de laat­ste dag toen het al weer dooide vond ik een plekje waar ik meer dan 200 m niet door wind wakken ges­tuit werd. Win­ter­weer heeft ook veel impact op het dieren leven. Zo was de ijsvo­gel van De Heiman­shof al op 12 feb­ru­ari met zijn vrouwtje present om te gaan neste­len. Maar na de vorstpe­ri­ode heb ik hem nog niet terug gezien. Ik vrees het erg­ste. Op weg naar m’n schaat­splek nam ik de uit­val­sweg naar de A4 door Park 2020: de weg die zo raar kro­nkelt, dat er elke week wel een auto uit de bocht vliegt…. Op die bewuste zondag had een groep meerkoeten zich verza­meld in een wind­wak naast die weg (foto onder)en graas­den op de oever. De auto’s voor mij reden zo belache­lijk hard met brul­lende motoren dat ze de vogels opjoe­gen, waar­door er maar liefst 8 tegelijk op de weg flad­der­den en dood/​aangereden wer­den. Een tri­est voor­beeld van hoever mens en natuur uit elkaar gegroeid zijn

Bij­zon­der
Bij het schaat­sen zelf liep ik nog zo’n voor­beeld tegen het lijf. Op het ijs lag een dode aalscholver. Bij nadere inspec­tie bleek hij vis­draad om z’n kop te hebben en niet alleen dat: aan de buitenkant zat een gemene snoekhaak in z’n hals zo vast dat we hem er niet eens uit kon­den kri­j­gen (foto boven) en ook had hij nog zo’n haak met 4 weer­haken vast in zijn keel. Wat een ver­schrikke­lijke manier om dood te gaan. Is vis’plezier’ zoi­ets waard?

Waar
Meerkoeten­z­ijn zeer algemene water vogels die van alles eten, zowel groen als dier­lijk. Bijna elke vijver en kanaal wordt wel door een paartje in bezit genomen. In de win­ter komen er veel vogels bij uit Cen­traal Europa. Ook de aalscholver is na een peri­ode van zware ver­vol­ging halver­wege de vorige eeuw weer met een opmars bezig. Ook in de Haar­lem­mer­meer kun­nen ze overal op lan­taarn­palen, in bomen en vis­send in het water waargenomen worden.

 winterbijenorchis_thumbplantenWin­ter­bi­jenorchis4 mrt 2018maart

Het is in deze col­umn niet gebruike­lijk om een soort 2x te behan­de­len, maar deze week gebeurde er zo iets bij­zon­ders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Ned­er­land en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo per­fect de vorm van een bij na en daar horen ook de lok­stof­fen bij ze gebruiken om elkaar te vin­den, dat man­nelijke bijen (dar­ren) uitgen­odigd wor­den om te paren met deze bloem. En dan kri­j­gen ze een hal­ter met miljoe­nen stu­ifmeelko­r­rels omge­hangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bij­zon­der
Een van de ander bij­zon­dere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Ned­er­landse orchideeën­soort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze alle­maal vor­men: deze soort over­win­tert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aan­leg van een groente– en kruiden­tuin bij Restau­rant Den Burgh. Omdat we als natu­urliefheb­bers eerst de plek goed bekeken zagen we hon­der­den bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we alle­maal uit­gesto­ken en ver­plant voor­dat een grote trac­tor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exem­plaren). Daar kun­nen veel aan­nemers en hov­e­niers nog een pun­tje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar
De Haar­lem­mer­meer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Ned­er­land. In aan­tallen komen er bijna ner­gens zovele orchideeën voor. Wel niet de 6070 soorten zoals in Lim­burg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tien­duizen­den bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op som­mige plekken arme zand­grond van oude zand­banken in de Wad­den­zee die hier ooit lag (vooral rond Hoofd­dorp) en brak grond­wa­ter. De bijenorchis, die ooit in Beuken­horst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Ams­ter­dam uitgezaaid.