Arm­bloemig en rijk­bloemig arm­bloemig look

op .

Delen

Iedereen kent uien, prei, knoflook en bies­look. Maar er bestaan nog zeker 10 andere soorten wilde uien of look. In De Heiman­shof staan er zeker 8: daslook, berglook, kraailook, moes­look, driekantig look, slan­gen­look en arm­bloemig look. Op dit moment staat arm­bloemig look in volle bloei. Alle uien soorten hebben een sterke geur, die vaak prikke­lend op de ogen om dat met traan­vocht zwavelzuur wordt gevormd. Alle uien vor­men ook bol­let­jes, die bij de ene soort groter zijn dande andere. Arm­bloemig look maakt net als kraailook kleine bol­let­jes. De meeste uien groeien (door) in de win­ter. Ze bevat­ten een hoog suik­erge­halte waar­door ze niet bevriezen. Een ideaal win­ter gewas voor de groen­te­tuin.

Bij­zon­der
Zoals alle soorten heeft arm­bloemig look bij­zon­dere eigen­schap­pen ontwikkeld om te kun­nen bestaan. Hij staat als zeer zeldzaam in de boeken, maar dat zou je niet zeggen als je het in de tuin hebt. In De Heiman­shof hebben we al 15 krui­wa­gens weg gewied dit voor­jaar. Het vormt dichte plakkaten met een soort geheim wapen. Er bestaan nl 2 vor­men. De oor­spronke­lijke (?)vorm noem ik maar rijk­bloemig arm­bloemig look. Deze vorm (top)heeft 810 bloemet­jes en is een sier­aad voor de tuin en nauwelijks invasief. Maar (mogelijk door een mutatie) zit daar af en toe een vorm tussen die ik maar arm­bloemig arm­bloemig look noem(onder). Die heeft maar 1 of 2 bloemet­jes en ter com­pen­satie van de mis­sende bloemetje vormt deze ui in de bloem geen zaden, maar zoge­naamde bloed­bol­let­jes. Dat kun­nen er 1020 per bloem­steel zijn. Deze bol­let­jes zaaien zich sterk uit en vor­men dichte plakkaten. Mooi om te zien en lekker om te eten maar nogal dom­i­nant. Deze broed­bol­let­jes zijn trouwens goed te oog­sten en te ver­w­erken tot een soort kap­pert­jes (smaakver­sterker in sausen en salades).

Waar
Arm­bloemig look is een bosplant die groeit in de schaduw en op voed­sel­rijke grond. Oor­spronke­lijk komt deze soort uit de Kauka­sus en heeft zich als stin­sen­plant in de kust­streek weten te vestigen.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 1 ] Ga naar 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 roomsekervel_thumbplantenRoomse Kervel14 mei 2018mei

In deze tijd van het jaar staan de bermen en bosran­den vol met fluitenkruid. Fluitenkruid is een soort van de schermbloe­men­fam­i­lie, die in Ned­er­land hon­der­den soorten kent. Bij voor­beeld ook de bij velen beruchte reuzen­beren­klauw hoort daar­bij. Naast de reuzen­beren­klauw is de Europese beren­klauw heel alge­meen, die nauwelijks prob­le­men geeft met blaar­vorm­ing. Maar de geel­bloeiende pasti­naak heeft ook var­iëteiten die dat wel doen. En wat dacht u van de gewone wor­tel, peterselie, selderij, kervel, dille, korian­der en ga zo maar door. Zon­der de schermbloem­fam­i­lie was ons leven lang zo leuk en lekker niet. Er is op dit moment een soort die bloeit, die de moeite waard is om beter bek­end te wor­den.

Bij­zon­der
Net als fluitenkruid bloeit de Roomse Kervel met witte scher­men. De bloei­wi­jze is iets rom­meliger dwz het scherm is min­der vlak) en iets romiger van kleur en niet spier­wit. En net als fluitenkruid wordt deze soort 11.5 m hoog ( foto). Een heel duidelijk ken­merk is dat de grote vare­nachtig geveerde bladeren licht­groene plek­jes hebben bij de nerf van het blad inzet). En het duidelijk­ste ken­merk is dat het blad bij kneuz­ing naar anijs ruikt. Er zijn restau­rants waar ik dit blad aan lever om er toet­jes of salades van te maken. Dat kan van feb­ru­ari tot sep­tem­ber. Niet alleen de bladeren zijn (alleen vers) te gebruiken, ook de zaden, de sten­gels en de wor­tels. En zoals de meeste schermbloemi­gen is de Roomse Kervel een sier­aad in een tuin die garant staat voor veel nec­tar en stu­ifmeel voor insecten: een bio­di­ver­siteit­saan­rader dus.

Waar
Oor­spronke­lijk komt de roomse kervel uit Zuid-​Europa ‚bv de Pyre­neeën, maar het werd al door de romeinen gebruikt en is waarschi­jn­lijk door hen meegenomen en is sinds­dien inge­burg­erd, net als wijn­gaard­slakken en koni­j­nen. De soort is een zeldzame vaste plant die graag op kalkrijke bodem staat in bosranden/​half schaduw. In de Haar­lem­mer­meer zijn ver­schil­lende groeiplekken, meestal op plaat­sen waar De Heiman­shof of MEER­groen actief zijn geweest.

 wolzwever_thumbinsectenGewone Wolzw­ever29 apr 2018april

Deze week kwam ik regel­matig een insect tegen die als een kolibri stil kon staan in de lucht. Hij was bruin met een soort bon­t­jasje net als hom­mels en hij had een zuigs­nuit, die bijna net zo lang was als de rest van z’n lichaam (foto). Het leek dus ver­dacht veel op een soli­taire bij. Soli­taire bijen bestaan naast sociale bijen zoals hom­mels en hon­ing­bi­jen, waar­bij er maar 1 koningin is die de eieren legt. Bij soli­taire bijen legt elk vrouwtje eieren. Vooral de soli­taire bijen hebben het moeil­ijk in onze samen­lev­ing bij gebrek aan een bloe­men­vari­atie, gebrek aan nest­gele­gen­heid en door het menselijk spuitge­drag. Tot mijn eigen ver­baz­ing leerde nader onder­zoek dat ook ik gefopt was door mim­icry. Mim­icry komt veel voor in de natuur. Zo doen onschuldige zweefvliegen zich bijna stan­daard voor als wespen of bijen in de hoop dat preda­toren zoals vogels zich niet aan hen dur­ven te wagen. Deze ‘bij’ bleek dat ook te doen en te horen bij de fam­i­lie van de wolzw­ev­ers.

Bij­zon­der
Wolzw­ev­ers zijn echter een soort vliegen. Wereld­wijd zijn er tot dusver 5500 soorten ont­dekt, waar­van er een 20-​tal in Ned­er­land voorkomen. Wolzw­ev­ers hebben wel iets met bijen. Net als de muur­rouwzw­ever die ik eerder behan­deld heb (en die van met­sel­bi­jen leeft) is de gewone wolzw­ever een jager op zand­bi­jen. Zand­bi­jen gebruiken geen hol­let­jes in hout, maar graven hol­let­jes in zand, waarin ze hun eieren leggen. De vol­wassen wolzw­ever leeft van nec­tar uit bloe­men waar de nec­tar heel diep zit zoals honds­draf en andere lip­bloemi­gen. Van­daar de lange snuit. De lar­ven van de wolzw­ever wor­den groot ten koste van die van de zand­bi­j­gas­theer. Moeder wolzw­ever dropt haar eit­jes in de nest­gan­gen van zand­bi­jen waar de larve zich tegoed doe aan voed­selvoor­raad die moeder zand­bij heeft aan­gelegd en ze eten ook de larve op.

Waar
De wolzw­ever is te vin­den in de buurt van zon­nige zand­hellin­gen, waar zand­bi­jen voorkomen. Z’n ver­sprei­d­ings­ge­bied is het warmere deel van Europa en Azië en Noord-​Afrika.

 Armbloemiglook_thumbplantenArm­bloemig en rijk­bloemig arm­bloemig look15 apr 2018april

Iedereen kent uien, prei, knoflook en bies­look. Maar er bestaan nog zeker 10 andere soorten wilde uien of look. In De Heiman­shof staan er zeker 8: daslook, berglook, kraailook, moes­look, driekantig look, slan­gen­look en arm­bloemig look. Op dit moment staat arm­bloemig look in volle bloei. Alle uien soorten hebben een sterke geur, die vaak prikke­lend op de ogen om dat met traan­vocht zwavelzuur wordt gevormd. Alle uien vor­men ook bol­let­jes, die bij de ene soort groter zijn dande andere. Arm­bloemig look maakt net als kraailook kleine bol­let­jes. De meeste uien groeien (door) in de win­ter. Ze bevat­ten een hoog suik­erge­halte waar­door ze niet bevriezen. Een ideaal win­ter gewas voor de groen­te­tuin.

Bij­zon­der
Zoals alle soorten heeft arm­bloemig look bij­zon­dere eigen­schap­pen ontwikkeld om te kun­nen bestaan. Hij staat als zeer zeldzaam in de boeken, maar dat zou je niet zeggen als je het in de tuin hebt. In De Heiman­shof hebben we al 15 krui­wa­gens weg gewied dit voor­jaar. Het vormt dichte plakkaten met een soort geheim wapen. Er bestaan nl 2 vor­men. De oor­spronke­lijke (?)vorm noem ik maar rijk­bloemig arm­bloemig look. Deze vorm (top)heeft 810 bloemet­jes en is een sier­aad voor de tuin en nauwelijks invasief. Maar (mogelijk door een mutatie) zit daar af en toe een vorm tussen die ik maar arm­bloemig arm­bloemig look noem(onder). Die heeft maar 1 of 2 bloemet­jes en ter com­pen­satie van de mis­sende bloemetje vormt deze ui in de bloem geen zaden, maar zoge­naamde bloed­bol­let­jes. Dat kun­nen er 1020 per bloem­steel zijn. Deze bol­let­jes zaaien zich sterk uit en vor­men dichte plakkaten. Mooi om te zien en lekker om te eten maar nogal dom­i­nant. Deze broed­bol­let­jes zijn trouwens goed te oog­sten en te ver­w­erken tot een soort kap­pert­jes (smaakver­sterker in sausen en salades).

Waar
Arm­bloemig look is een bosplant die groeit in de schaduw en op voed­sel­rijke grond. Oor­spronke­lijk komt deze soort uit de Kauka­sus en heeft zich als stin­sen­plant in de kust­streek weten te vestigen.

 pissebed-kelder_thumbandersPis­sebed31 mrt 2018maart

Met het voor­jaar in aankomst wor­den er weer hor­den planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behan­deld, maar er bli­jft nog voor jaren genoeg te ont­dekken en te ver­bazen over. Deze week een inkijkje in een vaak onderge­waardeerde groep dieren: de pis­sebed­den. In totaal zijn er tot dusver meer dan 35 soorten van ont­dekt en beschreven in Ned­er­land. De meest algemene soorten zijn de ruwe pis­sebed die egaal donker gek­leurd is, de grijs gek­leurde kelder­pis­sebed ( foto)en de opro­lpis­sebed, die zich bij onraad oprolt.

Bij­zon­der
Pis­sebed­den zijn kreef­tachti­gen en daarom van oor­sprong water­dieren. Er bestaan ook zoet­wa­ter­pis­sebed­den die tal­rijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ade­men pis­sebed­den via kieuwen. Die moeten altijd vochtig bli­jven. Het pantser van land­pis­sebed­den ziet er degelijker uit dan het is. Het is nl door­la­tend voor ammo­niak– en water waar­door ze con­tinu tran­spir­eren. De pis­sebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stik­stofverbindin­gen (ammo­niak) ver­dampen. Miss­chien heeft de naam pis­sebed te maken met de geur van ammo­niak (urine) die soms te ruiken is. Een pis­sebed leeft van plan­taardig mate­ri­aal, zoals rot­tend hout en bladeren en heeft vele vijan­den, waaron­der insecten, spin­nen, amfi­bieën en vogels. Helder blauwe of paarse pis­sebed­den zijn geen andere soort, maar hebben een virus­in­fec­tie waar­door ze na 1 of 2 weken ster­ven.

Waar
Veel land­pis­sebed­den zijn cul­tu­ur­vol­gers die oor­spronke­lijk uit Europa komen, maar tegen­wo­ordig tot in Nieuw-​Zeeland te vin­den zijn. Land­pis­sebed­den leven in een micro­hab­i­tat, de omstandighe­den maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaat­sen en voed­sel zijn. Pis­sebed­den komen op aller­lei plekken voor, van bossen tot graslan­den en ook tuinen zijn geschikte leefge­bieden. Uit­dro­gen is het groot­ste gevaar voor pis­sebed­den. Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, in de strooisel­laag of onder dood hout en ste­nen e.d.

 aalscholvercombi_thumbvogelsWin­ter­perike­len: Meerkoet en Aalscholver18 mrt 2018maart

Deze maand had­den we voor het eerst in 56 jaar echt win­ter­weer met tem­per­a­turen rond de –10. Door de sterke zonnes­tral­ing en de wind wilde het ijs niet echt betrouw­baar wor­den. Pas op de laat­ste dag toen het al weer dooide vond ik een plekje waar ik meer dan 200 m niet door wind wakken ges­tuit werd. Win­ter­weer heeft ook veel impact op het dieren leven. Zo was de ijsvo­gel van De Heiman­shof al op 12 feb­ru­ari met zijn vrouwtje present om te gaan neste­len. Maar na de vorstpe­ri­ode heb ik hem nog niet terug gezien. Ik vrees het erg­ste. Op weg naar m’n schaat­splek nam ik de uit­val­sweg naar de A4 door Park 2020: de weg die zo raar kro­nkelt, dat er elke week wel een auto uit de bocht vliegt…. Op die bewuste zondag had een groep meerkoeten zich verza­meld in een wind­wak naast die weg (foto onder)en graas­den op de oever. De auto’s voor mij reden zo belache­lijk hard met brul­lende motoren dat ze de vogels opjoe­gen, waar­door er maar liefst 8 tegelijk op de weg flad­der­den en dood/​aangereden wer­den. Een tri­est voor­beeld van hoever mens en natuur uit elkaar gegroeid zijn

Bij­zon­der
Bij het schaat­sen zelf liep ik nog zo’n voor­beeld tegen het lijf. Op het ijs lag een dode aalscholver. Bij nadere inspec­tie bleek hij vis­draad om z’n kop te hebben en niet alleen dat: aan de buitenkant zat een gemene snoekhaak in z’n hals zo vast dat we hem er niet eens uit kon­den kri­j­gen (foto boven) en ook had hij nog zo’n haak met 4 weer­haken vast in zijn keel. Wat een ver­schrikke­lijke manier om dood te gaan. Is vis’plezier’ zoi­ets waard?

Waar
Meerkoeten­z­ijn zeer algemene water vogels die van alles eten, zowel groen als dier­lijk. Bijna elke vijver en kanaal wordt wel door een paartje in bezit genomen. In de win­ter komen er veel vogels bij uit Cen­traal Europa. Ook de aalscholver is na een peri­ode van zware ver­vol­ging halver­wege de vorige eeuw weer met een opmars bezig. Ook in de Haar­lem­mer­meer kun­nen ze overal op lan­taarn­palen, in bomen en vis­send in het water waargenomen worden.

 winterbijenorchis_thumbplantenWin­ter­bi­jenorchis4 mrt 2018maart

Het is in deze col­umn niet gebruike­lijk om een soort 2x te behan­de­len, maar deze week gebeurde er zo iets bij­zon­ders dat ik me daar toch aan bezondig. Het gaat om de bijenorchis. Dat is wat mij betreft de mooiste wilde orchidee (inzet foto), die we in Ned­er­land en zelfs in Europa hebben. Deze soort bootst zo per­fect de vorm van een bij na en daar horen ook de lok­stof­fen bij ze gebruiken om elkaar te vin­den, dat man­nelijke bijen (dar­ren) uitgen­odigd wor­den om te paren met deze bloem. En dan kri­j­gen ze een hal­ter met miljoe­nen stu­ifmeelko­r­rels omge­hangen die ze in een keer bij een andere bloem weer afgeven.

Bij­zon­der
Een van de ander bij­zon­dere kwaliteiten van deze orchidee is dat hij als enige Ned­er­landse orchideeën­soort niet pas in mei of juni boven de grond komt vanuit de knol die ze alle­maal vor­men: deze soort over­win­tert als bladrozet. Dat kwam goed uit bij een nieuw project dat we afgelopen week begonnen: de aan­leg van een groente– en kruiden­tuin bij Restau­rant Den Burgh. Omdat we als natu­urliefheb­bers eerst de plek goed bekeken zagen we hon­der­den bladrozetten van de bijenorchis in het gazon. Die hebben we alle­maal uit­gesto­ken en ver­plant voor­dat een grote trac­tor de grond bouwrijp maakte ( op de foto 3 geredde exem­plaren). Daar kun­nen veel aan­nemers en hov­e­niers nog een pun­tje aan zuigen. Meestal wordt alle flora en fauna ‘over het hoofd gezien’.

Waar
De Haar­lem­mer­meer lijkt wel een kale polder, maar wat betreft orchideeën is het een unieke plek in Ned­er­land. In aan­tallen komen er bijna ner­gens zovele orchideeën voor. Wel niet de 6070 soorten zoals in Lim­burg: maar ‘onze’ 16 soorten staan vaak met tien­duizen­den bij elkaar. Dat komt door de schelpenkalk in de grond, de op som­mige plekken arme zand­grond van oude zand­banken in de Wad­den­zee die hier ooit lag (vooral rond Hoofd­dorp) en brak grond­wa­ter. De bijenorchis, die ooit in Beuken­horst vaste voet aan de grond kreeg heeft zich nu overal in de regio tot in Ams­ter­dam uitgezaaid.

 lenteklokje_thumbplantenLentek­lokje17 feb 2018feb­ru­ari

Hoewel het nog win­ter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voor­jaar. De vroege sneeuwk­lok is zelfs al uit­ge­bloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwk­lokken bloeien mas­saal, net als de en afgelopen week zijn ook de wilde en de groot­bloemige krokussen mas­saal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bek­end en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ont­dekken waard zijn. Een daar­van is een van mijn favori­eten: het lentek­lokje. Hoewel de soort offi­cieel ver­want is aan de nar­cis, doet hij een aan een grote sneeuwk­lok denken. Z’n bladeren zijn niet blauw­groen zoals bij de meeste sneeuwk­lok­jes, maar donker­groen en z’n bloem is niet zo samenge­drukt lang­w­er­pig maar staat breed uit (foto). Ook het lentek­lokje is een stin­sen­plant die uit een bol­letje groeit waar­door hij op reserve stof­fen kan teren en min­der van de warmte van de zon afhanke­lijk is om te groeien.

Bij­zon­der
Het lentek­lokje heeft 1 ver­wante soort: het zomerk­lokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moeras­plant. Het lentek­lokje wordt 2030 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeis­ten­gel, max­i­maal 2 en het zomerk­lokje kan wel 60 cm hoog wor­den en heeft ver­schil­lende bloe­men per bloeis­ten­gel. Hoewel het lentek­lokje heet, bloeit deze soort in de win­ter in feb­ru­ari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloem­bladen, waar­van er 3 eigen­lijk kelk­bladen zijn, maar die zijn niet van de kroon­bladen te onder­schei­den. En elke bloem­blad heeft een maan­vormige groene vlek.

Waar
Het lentek­lokje groeit in de strooisel­laag van bossen en het liefst op voed­sel­rijke en iet­wat vochtige plekken. Oor­spronke­lijk kwam het ook in Ned­er­land als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stin­sen­plant in land­goed­eren en in natu­ur­tu­inen is hij hier en daar wel te vin­den. In de Heiman­shof bloeit hij op dit moment mas­saal.
In Mid­den Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

 knikkendnagelkruid_thumbplantenKnikkend Nagelkruid4 feb 2018feb­ru­ari

In Ned­er­land komen 2 soorten nagelkruid voor: geel nagelkruid en knikkend nagelkruid. De reden voor deze col­umn is dat, hoewel knikkend nagelkruid in mei tm juli hoort te bloeien, hij op een aan­tal plaat­sen vol in bloei staat mid­den in de win­ter (foto).Het heeft zoals de naam aangeeft een bloem die naar bene­den hangt, maar het zaad­bol­letje wat daaruit groeit, richt zich omhoog. Die zaad­bol­let­jes (bij beide soorten) zijn voorzien van tal­loze haakvormige pun­t­jes waar­door ze zich makke­lijk via kleren en in dieren­vachten ver­sprei­den. Beide soorten hebben jaar­rond groene bladeren en zijn dus ook in de win­ter dec­o­ratief. Als ze door de kli­maatveran­der­ing ook nog jaar­rond gaan bloeien is dat een extra reden om zuinig met knikkend nagelkruid om te gaan.

Bij­zon­der
Nagelkruiden ontle­nen hun naam aan het feit dat hun wor­tels, indien gedroogd, de geur en smaak van kruid­nagel en hebben en ook een sterk geneeskrachtige werk­ing. Helaas is knikkend nagelkruid een soort die ern­stig bedreigd is en de afgelopen 25 jaar met 5075 % is afgenomen. Uit eigen ervar­ing weet ik dat geel nagelkruid een zeer algemene en bijna onu­itroeibare soort is in tuin, bossen en zelfs spo­ordijken. Dus als u een exper­i­ment met nagelkruid­wor­tel wilt doen is de wor­tel van geel nagelkruid de ide­ale kan­di­daat. De med­i­c­i­nale werkin­gen van nagelkruid is zo groot dat het Bene­dic­tuskruid of geze­gend kruid werd genoemd. Het werkt ver­sterk­end bij het hart, in de spi­jsver­t­er­ing, maar ook desin­fecterend en pijn­stil­lend en kan aan wijn een pret­tige geur en smaak toevoe­gen. In ver­band met de sterke werk­ing is het aan te raden geen enkel gebruik te over­dri­jven en nooit langer dan een paar weken achtereen te laten duren.

Waar
Knikkend nagelkruid houdt van zon­nige stand­plaat­sen in vochtige, voed­sel­rijke bossen, liefst met kwel. Het is een ken­merk­ende soort van een bostype met vogelk­ers en haag­beuk. Geel nagelkruid staat overal in de Haar­lem­mer­meer in bossen, langs wegen, in tuinen en tussen bestrat­ing op beschaduwde plekken en beide natu­urlijk in De Heimanshof.

 watercipresfoto2_thumbbomenWater­cipres30 jan 2018jan­u­ari

Op veel plekken in het straat­beeld staan naald­bomen, waar­van in de herfst, nadat ze prachtig rood gek­leurd waren, de naalden afgevallen zijn.
Deze bomen bestaan uit 2 soorten, die een beetje lastig uit elkaar zijn te houden. Beide soorten hebben een stam die aan de basis extreem dik is en gaande weg smaller wordt (foto). De minst algemene is de moeras­cipres die uit de moeras­ge­bieden van de Verenigde Staten komt. Als het goed is, zijn deze aan de waterkant geplant (wat niet altijd het geval is) en daar vormt deze zgn kniewor­tels: knolvormige wor­tels waar mee hij lucht hapt en zich ver­ankerd voor over­stro­min­gen. Dat gebeurt in de Ever­glades en de Mis­sis­sip­pi­delta nl maan­den lang. En hij heeft een afgeronde kroon. De andere soort is de water­cipres. En deze heeft meestal een spitse kroon (foto 2).

Bij­zon­der
De water­cipres komt uit China en is fam­i­lie van de Sequoia of mam­moet­boom. Van deze soort, die miljoe­nen jaren gele­den ook in Ned­er­land voork­wam, zijn afdrukken gevon­den in de steenkool van Lim­burg. Men dacht dat hij uit­gestor­ven was, tot­dat mensen hem in een dal in China ont­dek­ten. Dat was pas 70 jaar gele­den. Het is dus eigen­lijk een lev­end fos­siel. Al snel had men door dat de water­cipres, omdat hij zo’n lange geschiede­nis had, een zeer sterke ziek­tevrije soort was ‚die ook nog eens ide­ale eigen­schap­pen had voor aan­plant in de bebouwde kom: mooie rood wor­dende naalden en wor­tels die bestrat­ing en kabels en lei­din­gen met rust lieten.

Waar
De oud­ste water­ci­pressen die ik in de polder gevon­den heb, staan in het Oude Buurtje in Hoofd­dorp, waar­van 2 in het plantsoen tegen de kruisweg bij de Geniedijk. Deze wijk is rond 1975 gebouwd en de bomen waren toen al een jaar of 10 oud. Dus ze dateren van min­der dan 15 jaar na de ont­dekking! De beste plek om het ver­schil tussen moeras– en water­ci­pressen te bek­ijken is in de Japanse tuin van het Haar­lem­mer­meerse bos. Langs het water staan (met kniewor­tels) de moeras­ci­pressen en hoger op langs het pad de watercipressen.

 Ceratodon-purpureus-purpersteeltje_thumbmossenPurper­steeltje25 dec 2017decem­ber

In de win­ter trekken de kruiden zich terug in zaad of wor­tel­stokken en ook de meeste bomen gaan in rust. De afwezigheid van grote con­cur­renten die hen over­schaduwen, is een kans voor een zeer oude groep kleine plan­t­jes, nl de mossen. Deze hebben het ver­mo­gen om ook bij zeer lage tem­per­a­turen te groeien. En in herfst, win­ter en vroege voor­jaar gri­jpen zij hun kans en groeien max­i­maal. Mossen behoren tot de oud­ste organ­is­men die op land kon­den leven. Ze zijn zo klein omdat ze geen wor­tels en sten­gels met vaten hebben en moeten het hebben van dif­fusie van vocht en voed­sel door hun dunne een­cel­lige bladeren.

Bij­zon­der


Er bestaan veen­mossen die in moerassen groeien en meters lang kun­nen wor­den, slaap­mossen met liggende sten­gels en top­kapsel­mossen die rech­top staan. Ze ver­menigvuldigen zich alle­maal via afge­bro­ken ’stek­jes’ en sporen. Een van de meest algemene (topkapsel)mossen is het purper­steeltje. Het is een piep­klein mosje van 12 cm hoog dat alleen opvalt als het sporenkapsels draagt die een ken­merk­ende purperen kleur hebben (foto). Omdat purper­steeltje dichte mat­ten vormt, is deze soort daarmee van grote afs­tand te herken­nen. En om dat deze win­ter zo zacht is, is dat sporen­vom­ing­spro­ces volop gaande. Je hebt bij het purper­steeltje man­nelijke en vrouwelijke plan­t­jes. De man­net­jes maken sper­ma­cellen en die zwem­men bij rege­nachtig weer naar de vrouwt­jes toe. En net is ont­dekt dat insecten zoals springstaarten, die zich in de mosplakkaten ver­schuilen bij dat trans­port ook een rol spe­len. Als de vrouwt­jes bevrucht zijn, groeit uit de bevruchte eicel een sporenkapsel op de lange purperen steel. In het kapsel groeien de onges­lachtelijke sporen, die zich ver kun­nen ver­sprei­den en wel 16 jaar kiemkrachtig kun­nen bli­jven. Deze afwis­sel­ing van ges­lachtelijke voort­plant­ing tussen man­net­jes en vrouwt­jes en sporen­vorm­ing heet gen­er­atiewis­sel­ing, en komt bij de meeste mossoorten voor.

Waar


Purper­steeltje komt voor in de bebouwde kom, langs paden en wegen en op droge zandgrond.

 muizendoorn_thumbplantenMuizen­doorn10 dec 2017decem­ber

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in decem­ber buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig inter­es­sants te zien is. Niets is min­der waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizen­doorn­stru­ikje is er een mooi voor­beeld van. Het is een beschei­den stru­ikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu mas­saal. En wel op een bij­zon­dere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aan­hal­ing­stekens want offi­cieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die alle­maal eindi­gen op een scherpe punt. Het stru­ikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloe­men van vorig jaar dra­gen nu prachtige 1 cm grote knal­rode bessen(foto). Deze bloem­p­jes zijn alleen minus­cuul en zit­ten op de nerf van elke cladode.

Bij­zon­der
Muizen­doorn zou wel eens een goede ver­vanger kun­nen zijn voor de zeer pop­u­laire buxu­sstruik, die sinds vorig jaar mas­saal te lij­den heeft van een com­bi­natie van de oprukkende mediter­rane buxu­s­mot en een schim­mel. En per­soon­lijk vind ik de muizen­doorstruik nog mooier ook en hij is zeer onder­houdsvrien­delijk. Daar­naast is de muizen­doorn ook nog med­i­c­i­naal toepas­baar. Vooral de wor­tel­stokken, die ook eet­baar zijn als asperges. De meest genoemde toepassin­gen betr­e­f­fen bloed­vat gere­la­teerde zaken zoals spataderen, oede­men, slecht genezende won­den, aderontstekin­gen, aam­beik­lachten en win­ter­han­den. Een andere naam van muizen­doorn is slagers­bezem. De stugge steke­lige takken wer­den namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maak­ten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij dro­gende ham­men en vlees weghielden.

Waar
Muizen­doorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op aller­lei gron­den, maar als tuin­plant is deze soort op vele plekken ingevo­erd en inge­burg­erd. Natu­urlijk hebben we mooie exem­plaren in de Heiman­shof staan.

 huismuis_thumbkleine dierenHuis­muis 26 nov 2017novem­ber

Nu het buiten koeler wordt kun je er op wachten dat er muizen in huis ver­schi­j­nen. Ook bij ons was dat zo deze week(foto). Huis­muizen behoren tot de echte muizen, het zijn alle­seters, die net als wij knobbelkiezen hebben, itt woel­muizen die net als koeien maalkiezen hebben. Ware muizen hebben een lange staart en grote oren. De huis­muis onder­scheidt zich van andere ware muizen zoals bosmuizen, door­dat ze ron­dom grijs zijn, waar­bij de buik iets lichter is.

Bij­zon­der


De huis­muis kan zich snel voort­planten: 510 keer per jaar 312 jon­gen. Alle­maal afhanke­lijk van de voed­sel­si­t­u­atie. Ze kun­nen 23 jaar oud wor­den, maar omdat ze veel vijan­den hebben, leven ze vaak niet langer dan 6 maan­den. Maar in een graan­pakhuis kan dat prob­le­men geven. Het aan­pass­ingsver­mo­gen van de huis­muis aan zijn omgev­ing is groot. Ze zijn waargenomen in kolen­mi­j­nen en er zijn gevallen bek­end van fam­i­lies die leef­den in koel­huizen, waar het steeds 18 graden onder nul was. Muizen in huis wordt vaak lastig en vies gevon­den. De groot­ste last komt van keutelt­jes. Omdat huis­muizen niet of nauwelijks drinken en hun vocht uit voed­sel halen, laten ze weinig of geen urine achter. Ze bren­gen echter geen ziek­tes over en kun­nen in huis ook nut­tig zijn om dat ze andere ongewen­ste soorten zoals zil­vervis­jes en mieren eten. De beste bestri­jd­ing is preventief:zorg voor een opgeruimd huis met voed­sel dat alleen afges­loten bewaard wordt. Ook geen aangekoekt vet op het aan­recht, for­nuis of oven laten bv. Een milieu– en diervrien­delijke aan­pak is munt– of euca­lyp­tu­solie aan te bren­gen, waar ze niet van houden.

Waar


Oor­spronke­lijk komt de huis­muis van de step­pen in Siberië. Maar het zijn echte cul­tu­ur­vol­gers, die van­daaruit en samen met de mensen en de zwarte en bru­ine rat let­ter­lijk overal ter wereld meegereisd zijn met de mens. Ze leven zowel buiten als in huizen en schuren, maar vri­jwel altijd in de nabi­jheid van mensen, waar ze leven van de (voedsel)restjes die wij als mens rond laten slingeren.