De Vijg

op .

Delen

De druif en de vijg uit het Mid­del­landse Zee gebied zijn inmid­dels inge­burg­erde soorten gewor­den. Met de vijg heb ik iets na 6 jaar in Italië gewoond te hebben. Terug in Ned­er­land heb ik een jaar of 15 naar rassen gezocht die ook hier in de buiten­lucht grote rijpe vij­gen pro­duc­eren. En poging nr 6 maakt inmid­dels een jaar of 4 naar grote tevre­den­heid vij­gen van een ons. Een van de rede­nen dat ik een zwak voor de vijg heb, is dat hij net als de fram­boos 2 oog­sten per jaar geeft. In Italië in juni en in okto­ber. En de vruchten zijn (vers) om je vingers bij af te likken. In Ned­er­land komt de juni oogst meestal half augus­tus los en de okto­ber oogst bevri­est aan de boom(maar dit jaar niet)

Bij­zon­der
Als herin­ner­ing aan de Italië tijd heb ik in 1985 een wilde (niet vere­delde) vij­gen zaail­ing uit mijn tuin in Rome meegenomen. Eerst 7 jaar in Ams­ter­dam, toen 3 jaar in Bad­ho­eve­dorp en sinds 1996 in Hoofd­dorp. Pas in Hoofd­dorp ging hij zo groeien dat hij te groot werd. Bij­zon­der van vij­gen is dat ze het, i.t.t. bijna alle andere boom­soorten, prima lijken te vin­den om ver­plant te wor­den. Dus als struik van 4 m hoog ging hij weer op trans­port naar m’n tuin in het Dr. Nan­ning­bad. Daar staat hij nu min­stens 15 jaar en is een struik met 4 stam­men van 15 cm diam­e­ter gewor­den en 6 m hoog en 8 x 8 m breed (foto). En nog nooit heeft deze boom een eet­bare vrucht gepro­duceerd… tot dit jaar. Vorige week gleed en glib­berde ik tot m’n ver­baz­ing uit en raapte ver­vol­gens 15 kilo over­heer­lijke vij­gen op. En om de 3 dagen komt daar weer 10 kilo bij. Totaal zal het zo’n 50 kilo wor­den. De juni oogst heb ik gemist, maar nu de okto­ber oog­sten gelijk vallen lijkt het erop dat onze zomers (in een peri­ode van 510 jaar) Mediter­raan zijn gewor­den.

Waar
De vijg is een berg­boom die zich met z’n wor­tels in spleten tussen ste­nen wringt op de meest onmo­gelijke plekken. Er zijn 10tallen vere­delde rassen die het ook goed doen in gewone tuinen mits de grond niet te nat en liefst een beetje kalkrijk is.

Opvra­gen Oud­ere Columns


Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.

SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie
en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand
en/​of
jaar

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 marterkleine dierenMarters21 jan 2019jan

Roofdieren spreken meestal tot de ver­beeld­ing. Maar in onze stedelijke omgev­ing is het voor hen niet makke­lijk om te over­leven. Eten is er vaak wel, maar o, o, o al die wegen en auto’s. Daarom is het best bij­zon­der dat er ook in de ‘strakke’ Haar­lem­mer­meer nog vrij veel roofdieren leven. Het aan­tal soorten neemt zelfs toe. Dat is met name het geval met vossen waar­van er dan ook jaar­lijks een stuk of 5 wor­den doo­dgere­den. Naast vossen komen er 4 of 5 soorten marters voor. Wezels zijn daar­van de kle­in­ste soort. Die leeft van muizen door in muizen­hol­let­jes bin­nen te gaan. Kat­ten zijn naast auto’s zijn voor­naam­ste vijand. De afgelopen tijd kreeg ik 2 meldin­gen van her­meli­j­nen. Een­tje zag ik zelf ik het Haar­lem­mer­meerse bos op koni­j­nen­jacht. De andere leefde langs de Rijn­lan­der­weg. De meest algemene soort is de bun­z­ing. Zoals alle roofdieren houd die van rom­mel­er­ven en –tuinen. Jaar­lijks vind ik wel 35 doo­dgere­den exem­plaren. Voor kerst kreeg ik een meld­ing uit de bebouwde kom van Hoofd­dorp en m.b.v. een wild­cam­era maakte ik bijges­loten foto van een vrouwtje, die daar al jaren in de tuin woont. Het bijbe­horende film­pje staat in vlog 35 op youtubekanaal st.meergroen.

Bij­zon­der

Tegelijk­er­tijd met de bun­z­ing zat er in Rijsen­hout een steen­marter in het pla­fond van een bewoond huis. Dat was de 2e meld­ing sinds 2017 in Hoofd­dorp. Dit exem­plaar of stel­letje (gedurende de zomer was er ‘gezel­lig’ veel her­rie) is ver­huisd voor we er beelden van kon­den nemen. Wie in Rijsen­hout en omgev­ing weet waar hij/​ze terecht gekomen zijn sinds kerst? En dan zijn er meldin­gen die zouden kun­nen wijzen op een boom­marter. Bv langs de Ijweg in Hoofd­dorp en het Haar­lem­mer­meerse bos, maar ook die zijn niet beves­tigd met een duidelijke foto of film. Ook daarover kri­j­gen we graag een meld­ing als iemand wat gezien of geho­ord heeft.

Waar

Marters komen in de hele polder voor, zowel in het buitenge­bied als de bebouwde kom. Voor liefheb­bers van deze dieren: zorg voor rom­melige plek­jes en tuinen. Eten is er meest wel genoeg.

 kaneelwantsinsectenKaneel­wants30 dec 2018dec

Het is al weer een tijdje gele­den, dat ik van Janet Bakker een meld­ing kreeg van een oogstre­lende aan­winst van onze pold­er­fauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneel­wantsen op een Ver­bena of Baard­bloem in Cruquius. 2018 was voor warmteminnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en vol­doende vocht en energie voor nec­tar en stu­ifmeel had­den, durf ik te betwi­jfe­len. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlin­ders geen bood­schap aan. Het hoofd­ken­merk van wantsen is dat ze een steek­s­nuit hebben, die ze in planten­cellen of –vaten prikken om daar sap­pen uit te zuigen. Niet alleen in nec­tar zit suiker, ook bladeren pro­duc­eren suik­ers. Een bek­ende soort die veel suik­ers maakt is de Linde. En blad­luizen (ook ver­want aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suik­ers beschik­baar zijn, maar slechts een kleine con­cen­tratie eiwit, pom­pen die blad­luizen er met z’n allen liters suik­er­wa­ter door heen. Meestal tot genoe­gen van mensen die hun auto daaron­der parkeren.

Bij­zon­der

Kaneel­wantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stof­fen. Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toort­sen­soorten, heide en aller­lei andere heesters. Naast de suik­ers en eiwit­ten waar de kaneel­wants van leeft, neemt hij ook die stof­fen op. Dat kan deze soort zon­der er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacob­svlin­der die gif­stof­fen van kruiskruiden opneemt. Door die stof­fen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieve­heers­beestjes, de zebrarups van de Jacob­svlin­der, etc. De kaneel­wants heet zo, omdat hij bij ver­stor­ing een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor preda­toren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneel­wants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heide. Zoals veel soorten lift hij mee op de kli­maatveran­der­ing van Zuidelijk naar Noord-​Europa.

 alpenwatersalamanderkleine dierenAlpen­wa­ter­sala­man­der16 dec 2018dec

Er komen in Ned­er­land een stuk of 10 sala­man­der­soorten voor. In de Haar­lem­mer­meer kende ik alleen de kleine water­sala­man­der. Maar vorige week werd ik ver­rast met een goed gedoc­u­menteerde vondst van een alpen­wa­ter­sala­man­der uit Nieuw-​Vennep (Zie foto van Axel Gun­dar­son). De kleine water­sala­man­der is met name bruin gek­leurd. De alpen­wa­ter­sala­man­der heeft vooral blauwe tin­ten en altijd een oranje buik zon­der vlekken.

Bij­zon­der

De alpen­wa­ter­sala­man­der is sterker aan water gebon­den dan andere sala­man­ders. Hij is honkvast en bli­jft dicht­bij water. Tij­dens de paar­tijd zijn alpen­wa­ter­sala­man­ders zowel dag– als nach­tac­tief steeds in het water. Buiten de paar­tijd zijn ze ook op het land te vin­den. Ze zijn dan nach­tac­tief en ver­stop­pen zich overdag. Hij over­win­tert op het land of in mod­der en na ont­waken wordt direct het water opge­zocht. Er is zoals bij alle sala­man­ders geen echte par­ing; het man­netje zet een zaad­pakketje af dat wordt opgenomen door het vrouwtje. Het vrouwtje legt dan in een paar dagen tot 250 eit­jes. Die vouwt ze één voor één tussen de blaad­jes van water­planten. Door­dat de ei-​omhulsels kleven, bli­jft het blad zit­ten en zijn de eit­jes gecam­ou­fleerd. Nadat een jonge sala­man­der het water ver­laat duurt het nog 23 jaar voor­dat hij vol­wassen is. Pas dan keert hij terug naar het water om zich voort te planten en kan dan meer dan 20 jaar oud wor­den. Net als andere water­sala­man­ders komt neote­nie voor waar­bij vol­wassen dieren lar­vale ken­merken behouden zoals een visachtige staart en uitwendige kieuwen.

Waar

De alpen­wa­ter­sala­man­der komt alleen in Europa voor, van Den­e­marken tot Grieken­land, en bij een zeeniveau tot 2500 meter hoogte. In Ned­er­land komt hij vooral voor in Lim­burg en Bra­bant, maar ook van elders zijn waarne­min­gen bek­end. Het is een niet bedreigde soort, maar is wel streng beschermd. De sala­man­der heeft een brede voorkeur voor loof­bossen, naald­bossen en gemengde bossen. Ook in vijvers en met water gevulde kar­ren­sporen kan de soort wor­den aangetrof­fen. Het water moet visvrij en liefst helder zijn en stil­staand tot langzaam stromend.

 citroenlieveheersbeestjeinsectenCit­roen­lieve­heers­beestje2 dec 2018dec

Recen­telijk hebben we in een aan­tal wijken van Hoofd­dorp het beheer van het open­baar groen gekre­gen. Daar­bij gaat het om het betrekken van de buurt en het bio­di­verser maken. Een van die pro­jecten is de IItocht­zone in Over­bos en Flo­riande. Sinds 2007 werken we daar al regel­matig aan de ontwik­kel­ing van orchideeën wei­des, akkerkruiden­vakken (meest opval­lende soort: klaproos) en bloem­rijk grasland. Maar vanaf nu kun­nen we voluit gaan om het max­i­male ecol­o­gis­che, sociale en recre­atieve ren­de­ment eruit te halen. Sinds 1 sep­tem­ber is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en geza­aid. Behalve het grootschalige werk door trac­toren is er ook veel handw­erk. Zo staan er veel noten­bomen en vrucht­bomen. Vele daar­van moeten regel­matig ver­van­gen wor­den omdat de grond bij de aan­leg van de wijk zo dicht­gere­den is dat de wor­tels niet kun­nen gedi­jen. Bij een 18-​tal van de recen­telijk ver­van­gen exem­plaren zijn er plas­tic kuipen aange­bracht om extra water te kun­nen geven. In die kuipen kan niet gemaaid wor­den en bij het hand­matig wieden kwam er een leuke ver­rass­ing te voorschijn:

Bij­zon­der

In de gemaaide velden is er geen beschut­ting, maar de kuipen met de uit­bundige kruiden daarbin­nen hebben die beschut­ting wel. Per kuip trof­fen wij tussen de 500 en 1000 cit­roen­lieve­heers­beestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks (foto detail + inzet). Die proberen daar te over­win­teren. Cit­roen­lieve­heers­beestjes of 22 stip­pelige lieve­heers­beestjes zijn 34 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stip­pen. Ze leven in tegen­stelling tot de meeste soorten lieve­heers­beestjes niet van blad­luizen, maar van meel­dauw. Meel­dauw is een schim­mel die op blad ontstaat als de con­di­tie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogtestress. Natu­urlijk hebben we na het wieden en de ont­dekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieve­heers­beestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaan­ge­naam vocht kun­nen afschei­den als ze opgegeten worden.

Waar

Cit­roen­lieve­heers­beestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 houtsnipvogelsHout­snip­in­vasie20 nov 2018nov

Het is volop herfst en ook hier begin­nen de tem­per­a­turen te dalen. Dat is veel sterker het geval in Scan­di­navië en Rus­land. En daarom zijn er sinds okto­ber mas­sale volks ver­huizin­gen aan de gang onze kant op. Miss­chien heeft u ze ook geho­ord en gezien, de kramsvo­gels (geluid: tsjak-​tsjak) en de kop­er­wiek (geluid: ieezz) zijn met miljoe­nen uit de toen­dra gekomen en eten onze bessen­stru­iken leeg. Ook op het water wordt het vol: niet de wilde eend maar de smient is inmid­dels de meest algemene eend in het land. En dan is er de hout­snip. Deze bosvo­gel trekt mas­saal naar het zuiden met als bestem­ming Frankrijk of Spanje en als hij moe of hon­gerig is zoekt hij een plekje om de dag door te bren­gen. Daar­bij ziet hij onze tuinen als een ’bos’. Het is een prachtig dier met sub­lieme schutk­leuren ( foto). Op die schutk­leuren vertrouwd hij tot het bijna te laat is.

Bij­zon­der

En als iemand door z’n tuin loopt, is de 2e over­lev­ingsstrate­gie om als een kanon­sko­gel weg te vliegen. Dat gebeurde mij deze week al een keer of 5 op ver­schil­lende plekken. Maar ik kreeg ook treurige foto’s doorge­speeld: Als dat in de tuin naar de schuur lopen in de avond gebeurt en we als recht­geaarde Ned­er­lan­der de gordi­j­nen open laten, dan ziet zo’n hout­snip het ver­lichte raam als een open­ing in het ‘bos’ en knalt hij met 100 km per uur tegen de ruit aan. En dat lev­ert meestal een gebro­ken nek op. Deze vogels uit diepe bossen zien op hun trek voor het eerst mensen. En ze weten niet hoe ze er mee om moeten gaan. De hout­snip op de foto bleef 25 keer proberen door het gaas van m’n hek te vliegen zodat ik hem kon van­gen met de hand.

Waar

Hout­snip­pen broe­den in Polen of Rus­land en niet of nauwelijks in Ned­er­land. In okto­ber en novem­ber zijn ze algemene doortrekkers. Daar wordt nog eens 60 % van de dieren afgeschoten door jagers die er trots op zijn zo’n ‘kanon­sko­gel’ te raken. En de rest van de pop­u­latie komt in maart weer langs, met weer raam­slachtof­fers , maar min­der omdat er veel min­der dieren over zijn.

 mariadistelplantenMari­adis­tel6 nov 2018nov

Afgelopen week kreeg ik een foto van een plant uit Lijn­den, die spon­taan ver­sch­enen was bij huizen naast de net afge­bro­ken A9. Soms kosten deze vra­gen weken zoek werk, maar dit was gemakke­lijk: mari­adis­tel (foto). Dis­tels hebben geen aaibaar imago, maar dat is niet terecht. Er komen in Ned­er­land wel een stuk of 15 soorten dis­tels voor en daar zijn prachtige soorten bij en soorten met med­i­c­i­nale en eet­bare toepassin­gen. Wat denkt u bv van de groot­ste dis­tel soort: de kar­doen die ook een streekprod­uct uit de Haar­lem­mer­meer was en ver­want aan de artisjok met bloe­men van een kilo en ner­ven van een kilo die gebleekt gegeten wor­den. Ook van de moes­dis­tel die aan oev­ers groeit is het (jonge) blad goed eetbaar.

Bij­zon­der

Net als de Ital­i­aanse aronskelk heeft de Mari­adis­tel op zijn blad witte ner­ven, die de plant tot een sier­aad in bermen en tuinen maakt. Het ver­haal hier­bij is dat deze ner­ven wit zijn gewor­den door melk­drup­pels van Maria: je moet het maar verzin­nen! Het (jonge) blad is als groente eet­baar en er zijn nogal wat geneeskrachtige mogelijkhe­den: De geneeskrachtige werk­ing zit vooral in de zaden. Die bevat­ten een vet­tige stof, die op veel manieren geëx­tra­heerd en ingenomen kan wor­den en die bv de enige werkzame stof tegen vliegen­zwam– en groen­kno­lam­moni­etvergiftig­ing is. Mari­adis­telex­tracten hebben ook een gun­stige werk­ing op de lever bij lev­ervervet­ting, lev­er­cir­rose, hepati­tis, geelzucht en op de gal­pro­duc­tie. Het is een van de weinige kruiden die in staat is om celvernieuwing in de lever te bew­erk­stel­li­gen. Verder werkt het gun­stig bij aam­beien, spataderen te lage bloed­druk. Het ver­haal van Maria kan samen­hangen met het feit dat er ook een gun­stige invloed is gecon­sta­teerd op melkproductie.

Waar

De Mari­adis­tel is een een­jarige niet invasieve soort die oor­spronke­lijk uit het Mid­del­landse zee gebied komt, net als de wegdis­tel, maar die met de kli­maatveran­der­ing steeds meer oprukt en een sier­lijke aan­vulling van de inheemse flora is.

 vijgbomenDe Vijg22 okt 2018okt

De druif en de vijg uit het Mid­del­landse Zee gebied zijn inmid­dels inge­burg­erde soorten gewor­den. Met de vijg heb ik iets na 6 jaar in Italië gewoond te hebben. Terug in Ned­er­land heb ik een jaar of 15 naar rassen gezocht die ook hier in de buiten­lucht grote rijpe vij­gen pro­duc­eren. En poging nr 6 maakt inmid­dels een jaar of 4 naar grote tevre­den­heid vij­gen van een ons. Een van de rede­nen dat ik een zwak voor de vijg heb, is dat hij net als de fram­boos 2 oog­sten per jaar geeft. In Italië in juni en in okto­ber. En de vruchten zijn (vers) om je vingers bij af te likken. In Ned­er­land komt de juni oogst meestal half augus­tus los en de okto­ber oogst bevri­est aan de boom(maar dit jaar niet)

Bij­zon­der
Als herin­ner­ing aan de Italië tijd heb ik in 1985 een wilde (niet vere­delde) vij­gen zaail­ing uit mijn tuin in Rome meegenomen. Eerst 7 jaar in Ams­ter­dam, toen 3 jaar in Bad­ho­eve­dorp en sinds 1996 in Hoofd­dorp. Pas in Hoofd­dorp ging hij zo groeien dat hij te groot werd. Bij­zon­der van vij­gen is dat ze het, i.t.t. bijna alle andere boom­soorten, prima lijken te vin­den om ver­plant te wor­den. Dus als struik van 4 m hoog ging hij weer op trans­port naar m’n tuin in het Dr. Nan­ning­bad. Daar staat hij nu min­stens 15 jaar en is een struik met 4 stam­men van 15 cm diam­e­ter gewor­den en 6 m hoog en 8 x 8 m breed (foto). En nog nooit heeft deze boom een eet­bare vrucht gepro­duceerd… tot dit jaar. Vorige week gleed en glib­berde ik tot m’n ver­baz­ing uit en raapte ver­vol­gens 15 kilo over­heer­lijke vij­gen op. En om de 3 dagen komt daar weer 10 kilo bij. Totaal zal het zo’n 50 kilo wor­den. De juni oogst heb ik gemist, maar nu de okto­ber oog­sten gelijk vallen lijkt het erop dat onze zomers (in een peri­ode van 510 jaar) Mediter­raan zijn gewor­den.

Waar
De vijg is een berg­boom die zich met z’n wor­tels in spleten tussen ste­nen wringt op de meest onmo­gelijke plekken. Er zijn 10tallen vere­delde rassen die het ook goed doen in gewone tuinen mits de grond niet te nat en liefst een beetje kalkrijk is.

 kweepeerbomenKweepeer en merels8 okt 2018okt

Nog nooit heb ik zoveel reac­ties op een col­umn gekre­gen als de vorige over merel­sterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te kri­j­gen of dat Usu­tu­virus overal heeft toeges­la­gen. Het is wel opval­lend dat ik over de buxu­s­rup­scol­umn (met alter­natief!), waar duizen­den tuin­t­jes door ver­ruïneerd zijn geen enkele reac­tie kreeg, noch over mol­len­sterfte.
Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De kei­harde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtver­frisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waar­van het sier­s­tuikje in gemeente plantsoen met rode bloe­men en gele appelt­jes een voor­beeld is) en de peer­vormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-​4m groeien.

Bij­zon­der
De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten kei­hard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in aller­lei gerechten. Het woord marme­lade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pec­tine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruis­bes en de mis­pel is de kweepeer in onze gemaks­cul­tuur een ver­geten soort fruit gewor­den. In alle boom­gaar­den die wij aan­planten, zetten we een of meer kweep­eren. Dat zijn vaak de enige bomen waar­van het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen wor­den meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) wegge­gooid en dat 5001000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aan­tal bomen moesten we dit warme jaar de takken onder­s­te­unen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweep­erentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voor­raad strekt.

Waar
De kweepeer komt oor­spronke­lijk uit de Kauka­sus (wet als wal­noot, perzik en mis­pel). Hij gedijt goed op een neu­trale bodem en houdt van zon.

 merelvogelsMerel (sterfte?) 24 sep 2018sep

De aan­lei­d­ing voor deze col­umn is het feit dat ik nor­maliter 1012 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plun­deren. Dit jaar is niet alleen een uit­zon­der­lijk goed (zoet) druiv­en­jaar, er wordt ook hele­maal niet van gegeten, ter­wijl ze voor de zomer wel de bessen­stru­iken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte vanaf half augus­tus de Haar­lem­mer­meer bereikt heeft. Graag reac­ties van lez­ers of dit kun­nen beves­ti­gen of andere ervarin­gen hebben. Het Usutu-​virus komt uit Afrika en wordt ver­spreid door muggen. Het virus is via trekvo­gels naar Europa overge­bracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oost­en­rijk. Vanuit daar ver­sprei­dde het zich over Europa. Meer dan 300.000 vogels stier­ven in Duit­s­land in 2012. In som­mige Duitse ste­den was de sterfte zo mas­saal dat de merels prak­tisch verd­we­nen uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-​oost Nederland.


Bij­zon­der
De merel is een van de meest algemene zangvo­gels in Ned­er­land en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvo­gel. Ze leef­den teruggetrokken in dichte loof­bossen van Europa. Bij het kle­in­ste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kre­upel­hout terug en waarschuw­den ze met hun typ­is­che alarm­roep de andere bos­be­won­ers. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cul­tu­ur­vol­gers en komen nu vri­jwel overal in tuinen voor. Merels zijn alle­seters en voe­den zich met wor­men, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uit­bundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het man­netje zingt vanaf feb­ru­ari, vooral ’s mor­gens, ’s avonds en bij regen.

Waar
De merel komt van nature voor ten zuiden van de pool­cirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uit­gezet. In Aus­tralië en Nieuw-​Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijk­ste pop­u­laties zijn merels meestal geen trekvogels.

 steenrodeheidelibel_thumbinsectenSteen­rode heidelibel23 aug 2018aug

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten water­juf­fers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zit­ten. De groot­ste soorten van wel 8 cm groot, heten glazen­mak­ers. Dat komt omdat ze hun vleugels bree­duit hebben als ze zit­ten, net zoals de glazen­mak­ers uit de mid­deleeuwen het glas op hun rug droe­gen bij aflev­er­ing. En dan zijn er de meer gedron­gen ‘mid­den­soorten’ die in grootte tussen de juf­fers en de glazen­mak­ers inzit­ten. De meest algemene daar­van in onze regio is de oev­er­li­bel, waar­van de man­net­jes blauw zijn en de vrouwt­jes geel en er is een groep van rode soorten die hei­de­li­bellen genoemd wor­den.

Bij­zon­der
Ook de mid­den soorten dra­gen hun vleugels bij zit­stand bree­duit. Wereld­wijd zijn er ongeveer 70 soorten, waar­van er 10 in Ned­er­land voorkomen, waar­van er 6 nogal zeldzaam zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen hei­de­li­bellen op veel plekken voor en niet alleen op heide ter­reinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschi­jn­lijk door de hoge tem­per­a­turen extra alge­meen zijn: de zwarte hei­de­li­bel die zoals de naam zegt zwart is, de bloe­drode hei­de­li­bel, de steen­rode hei­de­li­bel en de bru­in­rode hei­de­li­bel. Het zijn de vol­wassen manen­t­jes die rood zijn. De vrouwt­jes en jonge man­net­jes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een man­netje van de steen­rode hei­de­li­bel. Het onder­scheid tussen de soorten is vaak niet zo makke­lijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloe­drode hei­de­li­bel), maar gestreept. Dus het is een man­netje steen­rode hei­de­li­bel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haar­lem­mer­meer te vin­den.

Waar
Bru­in­rode en steen­rode hei­de­li­bellen zijn alge­meen bij aller­lei stil­staande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bru­in­rode hei­de­li­bel heeft een lichte voorkeur voor watert­jes met weinig veg­e­tatie op de zand­gron­den en Oost– en Zuid Ned­er­land, ter­wijl de steen­rode hei­de­li­bel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veen­gron­den in West– en Noord-​Nederland.

 mollenellendekleine dierenMol­lenel­lende6 aug 2018aug

Deze col­umn (sinds juni 2006) heet Ont­dek de Flora en Fauna van de Haar­lem­mer­meer. De reden is, dat er over het alge­meen gedacht wordt dat de Haar­lem­mer­meer een zeer arme polder is in bio­di­ver­siteit (en dat er daarom ook makke­lijk nieuw beton en asfalt wordt aan­gelegd). De afgelopen 12 jaar heeft al wel geleerd dat er een ongelofe­lijke ver­schei­den­heid aan soorten in onze polder voorkomen en mijn inschat­ting is dat ik voor het behan­de­len van alle ca 10.000 soorten een jaar of 400 nodig zal hebben. Zo nu en dan gaat het niet alleen over nieuwe soorten maar gebeurt er iets bij­zon­ders. Zo zit­ten we nu mid­den in de groot­ste droogte– en hit­te­golf sinds er weergegevens wor­den bijge­houden. En die droogte heeft ook effecten in de natuur op soorten. Zo vind ik aan de lopende band dode mollen en dat is opmerke­lijk.

Bij­zon­der
De eerste 3 mollen heb ik in de com­posthopen ver­w­erkt, maar bij nr 48 begon er enige ongerus­theid op te spe­len. Op mol 4 heb ik daarom een gecom­bi­neerde anatomis­che les en sec­tie uit­gevo­erd (foto) en wat bleek: de arme mol was heel mager, geen vet en geen inhoud in het spi­jsver­t­er­ingssys­teem. Dat mollen van de honger ster­ven, kan samen­hangen met de droogte omdat hun voor­naam­ste voed­sel: regen­wor­men steeds dieper in de aarde wegkruipt en de Haar­lem­mer­meerse klei bij droogte hard wordt als beton. Een mol moet dus steeds harder werken om steeds min­der voed­sel buit te maken. Als hij een ons wor­men ver­brandt om 50 gram te van­gen, sterft hij na 46 weken van honger en uit­putting. Graag hoor ik van lez­ers of er op andere plaat­sen ook extra mol­len­sterfte gecon­sta­teerd wordt.

Waar
Mollen zijn zeer algemene bewon­ers van onze polder. Ze graven gan­gen waarin ze via hun neus wor­men en ander bodem­leven opsporen. Ze leven 4 uur op en 4 uur slapen, jaar­rond. Meestal zijn de Ned­er­landse con­di­ties ideaal om wor­men te kun­nen zoeken in bijna altijd vochtige humus­rijke grond. Dit jaar zou wel eens een mol­len­ramp jaar in een groot deel van Europa kun­nen worden.

 buxusproblemen_thumbsplantenBuxu­s­prob­le­men?22 jul 2018jul

Dit jaar heb ik bij het lopen voor col­lectes wel 1000 huizen, dus ook voor­tu­inen bezocht. In wel 400 van die tuinen ston­den buxu­sstru­ik­jes. Het­zij soli­tair of in al-​of-​niet tuin dominerende heggen. En van die 400 buxu­scre­aties waren er nog ongeveer 5 intact groen. Bij navraag bleek dat meestal te gaan om mensen die de bui van de buxu­s­mot had­den zien aankomen en met (veel) gif gestrooid had­den. De buxu­s­mot invasie die nu zo’n 2 jaar aan de gang is heeft dus aardig om zich heen gegrepen. Ik durf mijn steekproef nauwelijks om te reke­nen naar de impact in de hele Haar­lem­mer­meer, laat staan heel Ned­er­land.

Bij­zon­der
In De Heiman­shof hebben we ook buxu­sstru­iken, vooral als hegget­jes in de klooster-​/​kruidentuin. Ook daar kwam vorig jaar de buxu­s­mot in en ik had me als beheerder al ver­zoend met de gedachte dat het ook bij ons afgelopen zou zijn dit jaar. Maar wie schetst mijn ver­baz­ing dat week na week ver­streek en dat ondanks het ide­ale (warme en droge) buxu­s­motweer de hegget­jes geen schade kre­gen en de aange­taste stukken zich zelfs her­stelden. (foto). Dat vraagt natu­urlijk om een verk­lar­ing. Het enige wat ik kan bedenken is dat in het nor­male stedelijke milieu de bio­di­ver­siteit redelijk tot zeer beperkt is, zeker waar de meeste tuinen bestraat zijn (ook niet erg goed voor het opvan­gen van de te verwachten hoos­buien en hittestress van de kli­maatveran­der­ing die er in hoog tempo aan zit te komen). Maar in De Heiman­shof hebben we een max­i­male bio­di­ver­siteit, zowel veel vogels (in aan­tal en soorten) en enorm veel insecten: zowel insecten die planten eten, maar ook heel veel soorten die andere insecten lus­ten. Daarom denk ik dat in een milieu met veel bio­di­ver­siteit zoals in De Heiman­shof het prob­leem zich zelf oplost of niet de vorm van de cat­a­strofe aan­neemt zoals in de rest van het stedelijk gebied.

Waar?
Graag hoor ik van andere plekken waar het buxus prob­leem niet optreedt. Wie weet komt daar een struc­turele oploss­ing uit. Maar meer gevarieerd ecol­o­gisch groen overal, lijkt me sowieso een aanrader.

 koolrupssluipwespcombi_thumbinsectenKool­rupss­luip­wesp: Apan­te­les glomerata9 jul 2018jul

Een van de wet­ten van de natuur dicteert dat er overal even­wichtssys­te­men zijn. Een opval­lend mech­a­nisme daar­bij is het even­wicht tussen prooi­dieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te over­leven in even­wicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvo­gels eten zangvo­gelt­jes etc. Die wet gaat ook in de insecten­wereld en een voor­name speler daar­bij is de sluip­wesp. Er zijn in Ned­er­land zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bac­ter­iën). De helft daar­van zijn insecten. En de helft daar­van, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluip­we­spen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespe­cialiseerde soort sluip­wesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluip­we­spen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van de vliegen, muggen, blad­luizen en wat niet al. De meest sluip­we­spen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bij­zon­der
Maar er is een soort die heel goed zicht­baar te maken is, mid­dels een exper­i­ment, dat het best uit te voeren is als er een groen­te­tuin met kool­planten beschik­baar is. Op die kool­planten komen namelijk die kool­wit­jes af. En die heten niet voor niet KOOL­witje. Ze leggen namelijk eieren op kool­planten waaruit zeer nij­vere rupsen komen, die een kool­plant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kun­nen vreten. Doo­d­spuiten advis­eren we nooit. Dat mid­del is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vit­rage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natu­urlijk moeten deze rupsen dan met kool­bladeren gevo­erd wor­den, maar die inspan­ning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen ver­pop­pen (foto onder). De sluip­we­spen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een kool­witje wor­den? En hoeveel ‘veran­deren’ er in sluip­we­sp­jes?

Waar
De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarc­tica en de Amerika’s

 geitenruit_thumbplantenGeit­en­ruit27 jun 2018jun

Soms weet je niet waar een bij­zon­dere plant opeens van­daan komt. Nota bene voor De Heiman­shof in het gazon aan de Wieger Bruin­laan bloeit dit jaar een vrij grote vlin­derbloemige met lila bloe­men. Hij is wel 1.5 m hoog en zit vol met paarse bloe­men (foto). Ook wij als plantenken­ners moesten 2 planten­de­ter­mi­natie app’s gebruiken om achter de naam te komen. De Ned­er­landse naam is geit­en­ruit. Die naam stamt uit de tijd toen men dacht dat het een fam­i­lie van de ruit­fam­i­lie (zoals kleine ruit en poel­ruit) was.

Bij­zon­der
Geit­en­ruit heeft veel gebruiksmo­gelijkhe­den. De plant bloeit erg lang en is een rijke bron van nec­tar en stuik­meel voor insecten. Hij werd veel geteeld voor bodemver­be­ter­ing en als voed­sel voor vee. Ook heeft hij vele med­i­c­i­nale gebruiksmo­gelijkhe­den. Het gebruik als veevoer viel niet goed bij alle soort vee. Mogelijk heet het daarom geit­en­ruit, omdat die het wel kon­den eten zon­der bijw­erkin­gen. De meest gebruikte toepass­ing is de bloed­suik­er­spiegel ver­la­gende werk­ing bij dia­betes­patiën­ten. Dankzij onder­zoek aan deze plant is het meest gebruikte dia­betesmedicijn ont­dekt. Daar­naast ver­min­dert het de eetlust wat bij veel zware dia­betes type 2 patiën­ten ook een pre is. De Lati­jnse naam slaat op het effect op melkpro­duc­tie bij zogende vrouwen. Galega staat nl voor ‘melk voort­bren­gen’ omdat het melkklieren stim­uleert. Maar er zijn nog meer werkin­gen: het is ook een diureticum, dwz de nieren wor­den ges­tim­uleerd om meer urine te pro­duc­eren en ook de zweet­pro­duc­tie wordt ver­hoogd en als zodanig helpt het bij griep, bloed­stolsels wor­den tegen gegaan en het heeft een antibac­ter­iële werk­ing waar­door won­den sneller genezen. Het is dus een behoor­lijk inter­es­sante plant die meer aan­dacht en plek ver­di­ent.

Waar
Oor­spronke­lijk komt Galega uit Rus­land, maar is al lang in heel Europa inge­burg­erd. Het is een zon min­nende plant die zoals veel vlin­derbloemi­gen houdt van arme bodems: omdat ze zelf met bac­ter­iën stik­stof uit de lucht kun­nen vast leggen hebben ze een con­cur­ren­tie voordeel.

 rapunzelklokje_thumbplantenRapun­zelk­lokje14 jun 2018jun

Regel­matige lez­ers weten van de afgelopen 12 jaar, dat er overal bij­zon­dere planten en dieren te vin­den zijn. Deze week kwam ik weer eens een bij­zon­dere plant op een wel heel curieuze plek tegen: mid­den op het enorme ver­steende en geas­fal­teerde kruis­punt Hoofdweg/​Van Heuven Goed­hart­laan tegen over het poli­tiebu­reau (foto). Mid­den tussen de bestrat­ing onder het ver­keer­licht stond een heus Rapun­zelk­lokje. Die naam alleen al maakt natu­urlijk al nieuws­gierig. Alleen op De Heiman­shof weet ik nog 12 andere Rapun­zelk­lok­jes te staan in de Haar­lem­mer­meer. Verder komt de soort vooral voor in Lim­burg en langs de riv­ieren met kalk houdende zand­grond. Ook hier is dat het geval. Hoofd­dorp is namelijk gro­ten­deels gebouwd op een oude zand­bank uit de Wad­den­zee die hier ooit lag. Diezelfde arme zand­grond met kalk is ook de reden dat er zoveel orchideeën in en om Hoofd­dorp groeien.

Bij­zon­der
Het Rapun­zel klokje is een twee– of meer­jarige soort die tot 90 cm hoog wordt. In de Mid­deleeuwen was deze soort zo alge­meen dat de bladeren en wor­tels een geliefde groente in rauwkost en salades vor­mde. De smaak van de wor­tel lijkt op radijs, maar dan zoet en opval­lend zacht. Het blad is fijn en neu­traal van smaak. Het woord Rapun­zel’ komt van rapa pon­tica (Latijn voor ‘raap van de Zwarte Zee’). In het sprookje Rapun­zel kri­jgt de dochter de naam van de raap­jes die haar moeder zo graag at toen ze haar verwachtte. De med­i­c­i­nale werk­ing van de plant stoelt op het gehalte aan inu­line (multifructose),vitamine C en een anti­sep­tis­che werk­ing.

Waar
Het rapun­zelk­lokje groeit in ons land op voed­se­larme dijken en in bermen, op kalkhoudende grond in Lim­burg, langs de riv­ieren en aanslui­tende zand­gron­den en regel­matig ook op spoorter­reinen. De meeste van deze graslan­den zijn tegen­wo­ordig overbe­mest en daarmee is ook het rapun­zelk­lokje bijna uit­gestor­ven. Alle klok­jes­soorten zijn overi­gens wet­telijk beschermd, of ze nu ergens tal­rijk staan of niet. De soort komt alleen in Europa, West Azië en NW Afrika voor.