Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Reuzen­schaaf­stro

op .

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 11 ] Ga naar vorige«… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 viltinktzwam1pad­den­stoe­len(Grote) Viltink­tzwam (1)18 dec 2012decem­ber
 viltinktzwam1

Op de schors van een aan­tal dode wilgen­takken in De Heiman­shof namen we in de loop van de herfst plukken, van wat het meest leek op een bruin soort mos, waar. Iets dergelijks prikkelt altijd onze nieuws­gierigheid, want deze oran­je­bru­ine vitale kleur kenden we van geen enkele mossen­soort. De enige bru­ine mossen die in de lit­er­atuur beschreven wor­den, zijn ver­droogde mossen en deze soort zag er blak­end gezond uit. Daarmee werd het ver­schi­jnsel alleen maar interessanter.

Een zoek­tocht onder mossendeskundi­gen leverde de tip op over een pad­den­stoel. Wat wij als pad­den­stoel ken­nen, is het vruchtlichaam van de eigen­lijke organ­isme, dat bestaat uit een zwamvlok, het zoge­naamde mycelium. Deze draad­vormige schim­mel­netwerken bevin­den zich meestal in hout of in de grond, waar zij leven van het vert­eren van organ­isch mate­ri­aal . Er zijn mycelia in alle soorten en maten. Hele grote exem­plaren kun je soms herken­nen in de vorm van hek­senkrin­gen. Bin­nen de hek­senkring is het voed­sel ver­teerd en aan de rand van het organ­isme (en vaak waar er con­tact gemaakt wordt met andere ´schimmelindividuen´) wor­den de pad­den­stoe­len gevormd. Er zijn hek­senkrin­gen van tien­tallen, hon­der­den meters en zelfs kilo­me­ters doorsnede bekend.

Bij­zon­der

Zwamdraden zijn zeer gevoelig voor uit­dro­gen en daarom tref je ze zelden aan in de open lucht. Maar in som­mige gevallen is dat wel een noodzaak. En dat is spe­ci­aal het geval als het eten opraakt of wan­neer het mycelium het op een andere manier benauwd kri­jgt. Dan wordt er een zoge­naamd lucht­mycelium of Ozo­nium gevormd (zie op de foto het ozo­nium van de grote viltink­tzwam). Er bestaan een dri­etal soorten ink­tzwammen die dit oran­je­bru­ine lucht­mycelium vor­men. De meest waarschi­jn­lijke soort is de Grote viltink­tzwam. Deze is het meest alge­meen, maar pas als er pad­den­stoe­len gevormd wor­den kan de soort defin­i­tief bepaald wor­den. Vol­gende week meer.

 druivenpitjepad­den­stoe­lenGlanzend Druiv­en­pitje9 dec 2012decem­ber
 druivenpitje

Ondanks het donkere droe­vige weer is er in de natuur (als je goed kijkt) nog veel moois te ont­dekken. Deze week trok een curieus organ­isme de aan­dacht: Iets wat in ken­ner­skrin­gen het glanzend druiv­en­pitje genoemd wordt.

Bij­zon­der

Dit organ­isme trof­fen we aan op een paar tak­jes in de Groene Weelde. Het was een minus­cuul maar opval­lend heldergeel plekje. We hebben het over een sli­jmzwammen­soort. Wereld­wijd zijn er ca 500 soorten. I.t.t. wat de naam sug­gereert, is het geen pad­den­stoe­len­soort. Pad­den­stoe­len bestaan uit zwamdraden, maar sli­jmzwammen bestaan uit losse amoe­boide cellen, die aan voed­sel komen door op bacteriën en schim­mels te jagen en hen te vert­eren door ze te omsluiten. Het is een unieke oer­oude lev­ensvorm, het resul­taat van exper­i­menten uit de begin­tijd van het leven, die op het zelfde niveau staat als het dieren­rijk en het planten­rijk. Alle lev­ensvor­men op aarde behalve sli­jmzwammen hebben gemeen dat ze uit cellen bestaan met 1 celk­ern. In een deel van zijn bestaan heeft de sli­jmzwam dat ook, maar soms versmelten alle losse cellen tot een ‘plasmodium’. Dat is een soort reuzen­cel, waarbin­nen celk­er­nen uit de oor­spronke­lijke cellen zich gedra­gen als zelf­s­tandige cellen die zich delen en sporen vor­men. Veel sli­jmzwammen hebben intrigerende namen: Het spreekt nl zeer tot de ver­beeld­ing dat plas­modia ’blobs’ zich kun­nen ver­plaat­sen tij­dens hun jacht op voed­sel. Een andere soort heet bv ‘heksenboter’. Plas­modia ver­to­nen zich vaak na regen­val als er veel te jagen valt en ze flink kun­nen groeien of bij droogte, wan­neer ze het benauwd kri­j­gen en sporen willen vor­men. Bij ons glanzend druiv­en­pit­jeskolonie zijn het de sporen­vor­mende sporangiën die door hun heldergele kleur de aan­dacht trekken. De mooie kleur duurt maar kort. Na 24 uur zijn de sporen rijp, is de kleur weg en ver­s­tu­iven de sporen.

Waar

Sli­jmzwammen en ook het glanzend druiv­en­pitje zijn niet zeldzaam. Deze soort leeft soms enkele cm’s boven de grond op afgevallen blaad­jes en takjes.

 glanzendehoutmier2insectenGlanzende Hout­mier (2)1 dec 2012decem­ber
 glanzendehoutmier2

 glanzendehoutmier2

De ves­tig­ing van een volk is een com­plexe zaak. De glanzende hout­mier heeft nl een nest van een andere soort mieren nodig als start. Daar­voor hebben de hout­mieren een spe­ci­aal wapen. Dit wapen bestaat uit geurstof­fen die ook door mensen waar te nemen zijn als een zoete geur. Voor mieren is deze geur een sterk alarmteken. Bij proeven met het loslaten van een hand­vol glanzende hout­mieren in de kolonie van een andere soort vluchten de koningin­nen met een deel van de werk­sters onmid­del­lijk. Deze proef verk­laart waarom vaak ver­schil­lende jonge koningin­nen van de glanzende hout­mier zich ves­ti­gen in een bestaand nest van een andere soort. De eieren en lar­ven wor­den eerst door de werk­sters van het andere volk ver­zorgd en groot­ge­bracht. Gelei­delijk wordt de andere soort wegge­drukt ter­wijl hun geza­men­lijk kolonie zich uit­breidt. Dit wordt soci­aal par­a­sitisme genoemd. Ter­wijl andere mieren­soorten met een een­voudig grondnest vrij snel verkassen bij ver­storin­gen, doet de glanzende hout­mier dit zelden of nooit. Dat komt omdat het maken van een dergelijk nest een grote invester­ing is. Een geves­tigd glanzende hout­miernest kan vele jaren bli­jven voortbestaan en 2 miljoen werk­sters tellen. Deze mieren leven van het melken van blad­luizen. Vanuit het nest gaat van april tot met sep­tem­ber een gestage stroom van mieren tegen de stam omhoog. Daar oog­sten ze hon­ing­dauw en melken ze blad­luizen en komen dan met opgez­wollen achter­li­jven naar beneden.

Waar

De glanzende hout­mier leeft in holle bomen in de onderkant van de stam en tussen de wor­tels in de grond. De voorkeur­soorten zijn eik, linde en berk, maar ander soorten komen ook voor. De linde is een logis­che soort die bek­end is van zwarte aanslag eron­der afkom­stig van blad­luizen. Deze blad­luizen pro­duc­eren het voed­sel waar deze mieren van leven: hon­ing­dauw of luizen­poep. De glanzende hout­mier wordt gaan­deweg een steeds zeldza­mer soort, met name door het feit dat holle bomen pre­ven­tief ver­wi­jderd wor­den door de mens.

 glanzendehoutmiernestinsectenGlanzende Hout­mier (1)24 nov 2012novem­ber
 glanzendehoutmiernest

Een paar weken gele­den kwam iemand naar De Heiman­shof met een vreemd bouwsel,die hij de grond van zijn tuin had gevon­den. Er zijn aller­lei soorten insecten die nesten bouwen, vooral volken­vor­mende sociale insecten zoals de gewone wesp, hoor­naars, hom­mels maar ook graafwe­spen en mieren. De meeste nesten wor­den van papier­achtig mate­ri­aal of van pluizig mate­ri­aal zoals mosjes gemaakt. Dit nest was vrij ste­vig met grote kamers die gemaakt leken van aan elkaar gekitte zand­ko­r­rels (zie foto). De puzzel werd uitein­delijk pas opgelost met hulp van spe­cial­is­ten uit Nat­u­ralis in Lei­den. Die deden de sug­gestie van de glanzende hout­mier. De meeste mensen ken­nen de zwarte weg­mier, die veel onder tegels huist, de gele wei­demier die zand­heuvels in grasland maakt of de rode bosmier met zijn den­nen­naaldennesten in bossen. Maar er zijn in Ned­er­land wel 50 soorten mieren bek­end van de 12000 soorten wereld­wijd. Elke soort heeft zich op zijn eigen wijze ontwikkeld met een spe­cial­isatie waarmee hij de con­cur­ren­tie met andere soorten aankan. De Glanzende hout­mier is een 46 mm grote diep zwart glanzende mier.

Bij­zon­der

De glanzende hout­mier of kar­ton mier leeft meestal in holle bomen tussen de wor­tels. De bin­nenkant van de boom kan geheel gevuld wor­den met een soms reusachtig nest met hele grote kamers. Dat nest lijkt van kar­ton gebouwd, omdat het bestaat uit fijngekauwd hout wat met een suik­er­houdend speek­sel aan elkaar gekit wordt. De wan­den bestaan voor 50 % of meer uit suiker. Het nest kan ook doorge­bouwd wor­den in de grond en kan dan zoals in ons geval voor een groot deel uit zand­ko­r­rels bestaan. Om de wan­den een grotere ste­vigheid te geven, kweken de mieren bepaalde soorten schim­mels in de kamers. Deze schim­mels wor­den niet gegeten, maar dienen uis­lui­tend om met hun zwamdraden de wan­den te ver­ste­vi­gen. De spe­ciale schim­mel­soort heeft dagelijks zorg van de mieren nodig om niet overal heen te woek­eren en in nieuwe kamers zijn werk te doen. Vol­gende week verder.

 zwarteelzenvlag3bomenZwarte Els (3)17 nov 2012novem­ber
 zwarteelzenvlag3

Als reac­tie op de columns over de zwarte els kreeg ik een aan­tal meldin­gen van Lou van der Linde, een natu­ur­fo­tograaf met een scherp waarne­m­ingsver­mo­gen. In de Groene Weelde kwam hij op en bij de els 2 organ­is­men tegen die beide zeldzaam tot zeer zeldzaam en er nauw ver­bon­den mee zijn.

Elzen­vlag

De zwarte els vormt houtige, eivormige vrouwelijke vruchten, ook wel elzen­prop­pen genoemd, die eerst groen zijn en later bruin tot zwart wor­den. In de win­ter maakt de boom een zwarte indruk door zijn donkere schors en de elzen­prop­pen, van­daar zijn Ned­er­landse naam. Op deze elzen­prop­jes kan soms een gal wor­den aangetrof­fen. Deze gal wordt veroorza­akt door een par­a­sitaire schim­mel. Deze ves­tigt zich via sporen in het jonge vrouwelijk elzenkatje. De schim­mel zorgt ervoor dat één van de schut­bladen van het elzenkatje een abnor­maal groeipa­troon ver­toont en enkele cen­time­ters lang kan wor­den. Dit vreemd ver­schi­jnsel kreeg de mooie en passende Ned­er­landse naam ‚Elzen­vlag’ (foto). Hek­sen­bezems in berken wor­den op soort­gelijke wijze door een schim­mel veroorza­akt. Deze schim­mels pro­duc­eren of rem­men groei­hor­mo­nen, die de plant aanzetten tot per schim­mel­soort karak­ter­istieke uit­groeisels. Elzen­vlaggen zijn in de win­ter bruin gek­leurd. In het begin van de zomer is de elzen­vlag fris­groen, later geel tot roze, oran­jerood tot paarsachtig(zie inzet in foto) . In het najaar wordt de gal net zo bruin of zwart als het rijpe elzenkatje. Op het wim­pelvormig uit­steek­sel van de elzen­vlag ontwikke­len zich dan nieuwe schim­mel­sporen die door de wind wor­den ver­spreid, waarna een nieuwe schim­mel­cy­clus kan starten. Tij­dens de win­ter­maan­den bli­jft enkel de zwarte vlag aan de elzen­prop over. Elzenkrul­zoom De elzenkrul­zoom is een pad­den­stoel die een sym­bi­o­tis­che relatie met de els heeft. Zijn zwamdraden ont­van­gen suik­ers van de boom en lev­eren min­eralen terug.(Zie inzet in foto)

Waar

Beide soorten groeien op of aan de voet van elzen langs het voet­pad tussen de Big Spot­ters Hill en de golfbaan.

 zwarteels2bomenZwarte Els (2)10 nov 2012novem­ber
 zwarteels2

 zwarteels2

Naast de wortel­knollen heeft de els nog meer bij­zon­dere eigen­schap­pen. Bij doorza­gen, kleurt het witte hout na 5 minuten sterk oran­jerood (foto met inzet blad, kat­jes en elzen­prop­pen). De achter­grond daar­van heeft een anolo­gie met meniev­erf. Die verf gaat roestvorm­ing op ijzer tegen. Nu groeit de els altijd met zijn voeten in het water en daar liggen per­ma­nent schim­mels op de loer om het hout aan te tas­ten. De rode kleur bestaat uit een ijz­erverbind­ing die aan de lucht rood kleurt. De els maakt deze ijz­erverbind­ing die schim­mel­w­erend werkt op dezelfde manier als meniev­erf. Elzen­hout heeft geen hoge kwaliteit. Het is zacht en kan makke­lijk bew­erkt wor­den. Maar onder water (buiten bereik van zuurstof) is het bij­zon­der duurzaam. De palen waar Ams­ter­dam op gebouwd is, bestaan vooral uit elzen­hout. Elzen zijn sterke bomen die weinig ziek­ten en pla­gen ken­nen. Een vaste begelei­der van de els is het elzen­haan­tje. De kever leeft ook op de pop­ulier, haze­laar en wilg. Elzen­haan­t­jes over­win­teren op de grond onder bladeren en afgestor­ven planten­resten. Van april tot juni komen ze voor op de bladeren van de els. Hierin wor­den ronde tot lang­w­er­pige gaten gevreten. De vrouwt­jes leggen tot 1000 oranje eit­jes aan de onderkant van een blad. Uit de eit­jes komen na 514 dagen oli­jf­groene, later zwart wor­dende kev­er­lar­ven, die zich na 3 weken, vanaf juli, op de grond onder afgestor­ven planten­resten gaan ver­pop­pen. Na 811 dagen komt de nieuwe gen­er­atie kev­ert­jes uit. Een ander insect dat in of bij elzen kan wor­den aangetrof­fen is de tot 8 cm lang vingerdikke wilgen­houtrups. Deze kan in 23 jaar zoveel gaten in het hout vreten dat de boom kan breken. De vraatopenin­gen van deze rups ruiken naar azijn. Uit de rups komt de wilgenhoutvlinder.

Waar

Elzen horen bij de berken­fam­i­lie. Ze hebben beide lange hangende man­nelijke kat­jes, die zeer veel stu­ifmeel pro­duc­eren tbv windbes­tu­iv­ing. Elzen komen ver­spreid voor op het noordelijk halfrond.

 zwarteels1frankiaalnibomenZwarte Els (1)3 nov 2012novem­ber
 zwarteels1frankiaalni

 zwarteels1frankiaalni

Een Heiman­shof vri­jwilliger bracht vorige week een paar curieuze onder­grondse wortel­knollen mee uit zijn tuin. Voor een truf­fel waren deze knollen te los van struc­tuur. Deze onder­grondse woek­er­ing leek wel wat op een hek­sen bezem in een berk. Navraag leerde dat deze knollen afkom­stig waren van de wor­tels van een de alge­meen­ste bomen van Ned­er­land: De zwarte els. Som­mige ervan waren zo groot als een man­nen­vuist (foto) De els tref je heel veel bij oev­ers aan. Dat komt omdat de zaad­jes uit de ‚elzen­prop­jes’ op het water tegen de oever dri­jven en daar kiemen. Zoals altijd zit er achter zowel de wortel­knol­let­jes, maar ook achter de zwarte els een inter­es­sant ver­haal. Eerst de knollen. Deze wor­den door de boom­wor­tels gevormd als verbli­jf­plaats van een spe­ciale soort bacteriën. In feite heeft de els (net als de meest vlin­derbloemi­gen) al miljoe­nen jaren een soort ‚vee­teelt’ ontwikkeld. De boom voorziet deze bac­ter­iën, die alleen een Lati­jnse naam hebben (Frankia alni) met een schuilplaats en voed­sel in de vorm van suik­ers en zetmeel. In ruil daar­voor leggen deze bacteriën stik­stof uit de lucht vast. En deze stik­stof komt beschik­baar voor de boom. Stik­stof in de vorm van nitraten is de belan­grijk­ste bouw­stof voor eiwit­ten. Voor een boom die aan de waterkant groeit is dit een belan­grijk ecol­o­gisch voordeel. Oev­ers zijn vaak nat en zuurstofloos en onder zuurstofloze omstandighe­den treedt verzur­ing van de grond op waar­door organ­isch mate­ri­aal niet ver­teerd en er dus weinig of geen min­eralen en stik­stof beschik­baar komen. In feite heeft de els met deze wortel­knollen een eigen kun­stmest­fab­riekje te beschikking, dat dit prob­leem oplost en waarmee de els dus goed kan con­cur­reren met anders soorten. Zo heeft elke soort kwaliteiten die hem in staat stellen om te over­leven onder spe­ciale of min­der spe­ciale omstandighe­den. Dat elzen stik­stof in de grond bren­gen, is vaak boven­gronds te zien aan de rijke onder­groei van brand­ne­tels en bra­men. Vol­gende week meer over de els.

 berkenboleetpad­den­stoe­lenBerken­boleet27 okt 2012okto­ber
 berkenboleet

De modder-​race in de Groene Weelde heeft zijn sporen achterge­laten. Een deel van het par­cours liep dwars door de door MEER­Groen beheerde orchideeën­weide en zelfs dwars over de door ons aan­gelegde ringslan­gen broed­hoop. Enigszins gealarmeerd ben ik gaan kijken hoe groot de schade was. Het leek er op dat de mod­der­fig­uren weinig oog had­den voor ecol­o­gis­che par­elt­jes. Gelukkig waren de ringslangen-​eieren al uit­gekomen en zijn de meeste orchideeën al weer onder­gronds gegaan. De con­tro­le­tocht leverde (zoals meestal) wel een onverwachte ver­rass­ing op. Tien­tallen soorten pad­den­stoe­len, waar­van de berken­boleet de leuk­ste was. In de Haar­lem­mer­meer heb ik al eekhoorn­t­jes­brood, kas­tan­je­boleet en ink­t­boleet gevon­den, maar dit was een nieuwe boleten­soort. Boleten zijn bek­end uit de keuken omdat bijna alle soorten eet­baar en smake­lijk zijn. Het zijn vaak forse exem­plaren die meer dan een kilo per stuk kun­nen wegen en in goede staat tien­tallen euro’s/kilo kun­nen opbrengen.

Bij­zon­der

In Ned­er­land komt een 30-​tal soorten boleten voor, waar­van alleen al de berken­boleet een stuk of tien onder­soorten of var­iëteiten kent, zoals zwarte, de witte en de oranje berken­boleet. De berken­boleet heeft zich gespe­cialiseerd in het lev­eren van dien­sten aan berken. Op dezelfde manier zijn er ook elzen, pop­ulieren, eiken en kas­tan­je­bo­leten. Bv het eekhoorn­t­jes­brood is min­der soort­spec­i­fiek en groeit bij eiken, lin­des, andere loof– en zelfs naaldbomen.

Waar

De nauwe band van de boleten met bomen gaat verder dan dat ze er vlak bij groeien. Ze hebben een intense en wed­erz­i­jds voordelige relatie. De boleten vor­men dichte net­ten van zwamdraden om de wor­tels van een spec­i­fieke soort of een groep van boom­soorten en wis­se­len onder­ling voed­sel uit. De bomen lev­eren suik­ers of zetmeel en de boleten maken min­eralen en water beschik­baar uit de grond waar de boom zelf niet bij kan. Deze sym­biose stelt hen bei­den in staat op voed­se­larme of droge plaat­sen te groeien waar dat anders niet lukt.

 plattetonderzwampad­den­stoe­lenPlatte ton­derzwam19 okt 2012okto­ber
 plattetonderzwam

Platte ton­derzwam Op onze zoek­tocht naar mon­u­men­tale bomen trof­fen we op een van de oud­ste en meest indruk­wekkende bomen van de polder ook een serie indruk­wekkende pad­den­stoe­len aan. Het betreft de 180250 jaar oude beuk op het ter­rein van gemaal Buitenkaag (de bron­nen zijn niet duidelijk). De platte ton­derzwam is een veeg teken. Net als de reuzen­zwam van vorige week tast deze zwam het kern­hout van de boom aan en veroorza­akt witrot, waar­bij zowel lig­nine als cel­lu­lose afge­bro­ken wordt. Op den duur zal de boom het afleggen tegen de schim­mel, maar dit pro­ces kan tien­tallen jaren duren. De ton­derzwammen kun­nen via een beschadig­ing de boom bin­nen­drin­gen, leven tien­tallen jaren als parasiet in en op de boom en leven als de boom dood is nog door tot hij hele­maal ver­teerd is. De ton­derzwammen van deze boom zit­ten hele­maal aan de voet (zie foto) en dat wijst op ’slordig’ maai­w­erk in het verre verleden.

Bij­zon­der

De meeste pad­den­stoe­len­soorten komen snel op als het hun tijd is en zijn even snel weer ver­teerd. De groep waar­toe de ton­derzwammen beho­ord is let­ter­lijk uit ander ’hout’ gesne­den. De zwammen ver­houten en vor­men meer­jarige vruchtlichamen waar elk jaar een nieuwe rand aan groeit. Deze vruchtlichamen (tot 50 cm) pro­duc­eren in grote hoeveel­he­den sporen in buis­jes die bijna alleen met een loep te zien zijn. De ton­derzwammen ontle­nen hun naam aan het feit dat zijn in ver­malen (en voor­be­w­erkte) vorm het brand­bare en smeu­lende poeder vor­m­den in ton­del­dozen, waarmee de mens zich behielp voor de opkomst van lucifers. Ook Ötzi, de 5300 jaar oude ijs­mum­mie uit de Alpen, had een stuk ton­derzwam bij zich. Het tot poeder slaan van ton­derzwammen lev­ert als bijprod­uct een soort vilt op, waar in mid­den en Zuid– Oost Europa hoe­den van gemaakt worden.

Waar

De platte ton­derzwam is een van de meest voorkomende zwak­teparasi­eten, die een langzame dood garan­deert van vele boom­soorten, die door oud­er­dom of beschadigin­gen weinig weer­stand hebben. De soort komt met name veel op beuken voor.

 reuzenzwampad­den­stoe­lenReuzen­zwam13 okt 2012okto­ber
 reuzenzwam

 reuzenzwam

In het Oude Buurtje van Hoofd­dorp, werd ik attent gemaakt op een bij­zon­der fraai exem­plaar van een indruk­wekkende pad­den­stoel: de reuzen­zwam. Deze groeide op een beuk van ca 100 jaar oud in de buurt van bejaar­den­huis Hori­zon. Net als een elfen­bankje bestaat deze soort uit hor­i­zon­tale „flap­pen” die aan de onderkant vol zit­ten met buis­jes waar sporen uit komen. De reuzen­zwam heeft dus geen lamellen zoals veel „gewone„paddenstoelen onder hun hoed hebben. Er kun­nen vele „flap­pen” boven elkaar zit­ten, die alle­maal uit het­zelfde punt groeien, maar het meest indruk­wekkende is, dat ze met gemak 4080cm en soms wel 200 cm breed kun­nen wor­den. Deze reuzen­zwam was nog volop in de groei en de groot­ste „flappen„waren ca 50 cm in omvang (foto). Ken­merk­end voor de reuzen­zwam is dat ver­schil­lende bun­dels zwammen op de stam en op de wor­tels rond de boom groeien.

Bij­zon­der

Het effect van een reuzen­zwam op de boom heet witrot: een licht­gek­leurde ver­molm­ing van het kern­hout. Over een aan­tal jaren kan de boom daar­door hol wor­den. De menin­gen zijn verdeeld over het feit of dit de onder­gang van de boom kan beteke­nen. De zwam tast nl alleen vooral het niet func­tionele kern­hout van de boom aan en niet het lev­ende hout aan de buitenkant. Som­mi­gen stellen dat de holle pilaar van een aange­taste boom beter in staat is (b.v. stor­men) te over­leven, dan een massieve stam. De reuzen­zwam is niet de lekker­ste pad­den­stoel omdat hij licht zuur smaakt, maar wordt bv in Japan wel gegeten, vooral de jonge exem­plaren. Ken­merk­end voor de reuzen­zwam is dat hij bij aan­raken of beschadi­gen snel zwart kleurt. De reuzen­zwam pro­duceert veel sporen. In zijn meest pro­duc­tieve fase van een maand of 5, soms wel 5 miljoen per min­uut. Die kun­nen als een soort mist of stof wor­den waargenomen.

Waar

Reuzen­zwammen groeien altijd aan de voet van hard­hout loof­boom­soorten zoals eik, beuk, iep e.d. en soms op naald­bomen. Ze komen in het hele noordelijk hal­frond voor in de gematigde streken.

 gewonefopzwampad­den­stoe­lenGewone Fopzwam6 okt 2012okto­ber
 gewonefopzwam

Met alle regen van de afgelopen tijd zijn we volop in de pad­den­stoe­len­tijd terecht gekomen. Graag atten­deer ik u op de ein­de­loze vari­atie aan pad­den­stoe­len die er buiten te vin­den zijn. Deze week graag uw aan­dacht voor een vrij kleine soort, die soms mas­saal tussen het gras op voed­se­larme grond te vin­den is. De hoe­den waren ca 35 cm in doorsnede en de hoogte van de steel was 58 cm. Ik vond er een paar duizend (!) tussen de wilgen– en berkenop­slag in de orchideeënkuil op het Groene Carré langs de N201 ten oosten van de Hoofd­vaart. Het pad­den­stoeltje viel op door zijn grote aan­tallen, maar ook de opval­lend pret­tig roze kleur van de hoed. Zijn curieuze naam is de Gewone Fopzwam. Er bestaan ook andere fopzwamsoorten, nl de prachtig vio­lette Ame­thist zwam (of rode kool zwam), de gekroesde fopzwam, de geschubde fopzwam en zo zijn er nog wel een paar. Deze zwammen heten fopzwammen omdat ze een i.t.t. andere soorten een zeer grote vari­atie in hun uiter­lijk kun­nen ver­to­nen. Dat geldt zowel voor de kleur en voor de vorm. Onze fopzwammen had­den een roze-​rode kleur en een diepe kuil in het mid­den van de hoed, maar er zijn ook bijna bru­ine soorten die een bolle hoed hebben.

Bij­zon­der

De mis­vat­ting dat de meeste pad­den­stoe­len giftig zouden zijn is gun­stig voor het voortbestaan van de zeldza­mere soorten, maar klopt niet. Heel veel pad­den­stoe­len zijn juist eet­baar, wat niet wil zeggen dat ze altijd zo lekker zijn als eekhoorn­t­jes­brood. Ook in het geval van onze Fopzwam geldt dit. Met name het hoedje van deze soort is goed eet­baar. Door zijn kleine omvang geldt dat je er wel wat moet voor moet doen om er een maaltijd voor bij elkaar te zoeken. Maar ja: als er duizen­den staan — Mij smaak­ten ze wel.

Waar

Fopzwammen zijn niet alleen lastig te deter­mineren op hun uiter­lijk. Ook hebben ze een onduidelijk voorkeurs­biotoop. Ze komen voor in droge heide en bos­biotopen maar ook zoals in ons geval in een vrij dras­sige kuil. Zolang de grond maar niet te voed­sel­rijk is.

 zadelzwampad­den­stoe­lenZadelzwam4 okt 2012okto­ber
 zadelzwam

In sep­tem­ber is de buiten­tem­per­atuur nog tegen de 20 graden en begint de hoeveel­heid neer­slag toe te nemen. Dat zijn ide­ale omstandighe­den voor slakken, bac­ter­iën en schim­mels die de in de zomer opge­bouwde bio­massa te lijf gaan. In deze peri­ode waarin de groeikracht van verse groene planten afneemt, is het afbraakpro­ces van bladeren, hout en humus op zijn hevigst. Het meest zicht­bare ken­merk daar­van is, dat er overal pad­den­stoe­len opduiken. Pad­den­stoe­len zijn de zicht­bare boven­grondse voort­plant­i­ng­sor­ga­nen van de schim­mel­draden die zich onder de grond of in hout bevin­den. Er zijn inmid­dels 6000 soorten schim­mels ont­dekt in Ned­er­land. Een bij­zon­der opval­lende soort (zie foto) viel op langs de Hoofd­vaart west tussen Lijn­den en Hoofd­dorp. Hij groeide in een 100-​jarige kas­tan­je­boom die er duidelijk niet beter van werd. Het was een zadelzwam waar­van drie bun­dels met een opper­vlakte van een grote waaier­vormige pan­nenkoek uit de stam staken. Er zijn 4 hoofd­groepen van pad­den­stoe­len: soorten waar­van de sporen aan lamellen onder de hoed groeien, soorten waar­van de sporen in buis­jes onder de hoed groeien, soorten waar­van de sporen op de opper­vlakte van een gewelfde hoed groeien en bolvormige stu­ifzwammen waar­van de inhoud van de pad­den­stoel geheel in sporen uit elkaar valt. De zadelzwam behoort bij de buis­jesvor­mende groep. Een opval­lend ken­merk zijn de donker­bru­ine schubben die bij jonge exem­plaren in con­cen­trische cirkels op de hoed zit­ten (inzet)

Bij­zon­der

De zadelzwam is een van de groot­ste soorten in Ned­er­land en leeft op hout van loof­bomen, met een bij­zon­dere voorkeur voor iep en beuk. Hij vormt zowel in het voor­jaar als in de herfst nieuwe vruchtlichamen. De pad­den­stoel ruikt melig en is eet­baar zolang hij niet ver­hout is.

Waar

De zadelzwam groeit zowel op dood hout, maar kan zich via een boom­wond ook neste­len in een lev­ende boom als parasiet. Bij deze kas­tanje was dat gebeurt en de kas­tanje gaat dat niet over­leven. De zadelzwam is een algemene soort in Nederland.