Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Reuzen­schaaf­stro

op .

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 rodespoorbloem_thumbplantenRode Spoor­bloem6 jun 2017juni

Deze tijd van het jaar is de natuur extra mooi. OP de Heiman­shof bloeien nu wel 200 soorten tegelijk, maar ook overal in de bermen is van alles te zien. Jam­mer dat er over 23 weken weer mas­saal gemaaid wordt, waar­bij veel bloe­men ( en hun zaad) ver­loren gaan. Bij ecol­o­gisch beheer maaien we altijd pleks­gewijs en vooral de plekken die uit­ge­bloeid zijn en waar­van het zaad rijp is. Een plant die niet zo van het maaibeleid te lij­den heeft is de rode spoor­bloem. Dat komt omdat het een plant is die op droge kalkrijke en stenige plekken groeit. Oor­spronke­lijk komt deze soort die lang en mooi rood bloeit uit Mediter­rane gebieden. Wellicht om dat hij ook als tuin­plant gewaardeerd wordt, is hij ook in onze regio verzeild ger­aakt. Inmid­dels is deze soort inge­burg­erd ger­aakt, met name in west Nederland.

Bij­zon­der
De rode spoor­bloem groeit ook graag op spo­ordijken maar heet spoor­bloem omdat de bloem een spoor heeft. De soort hoort bij de Valar­i­aan­fam­i­lie en vroeger heette hij dan ook wel Rode Valar­i­aan. Ter­wijl de valar­i­aan een voorkeur heeft voor natte voeten heeft deze soort daar een hekel aan. En ter­wijl de gewone vale­ri­aan aller­lei med­i­c­i­nale toepassin­gen heeft, is daar­van niets bek­end van de Rode Spoor­bloem. Maar de bladeren en de sten­gels zijn eet­baar. Ze wor­den als salade gegeten of kort gekookt. De rode spoor bloem heeft een grote aantrekkingskracht op vlin­ders, vooral de kolib­rievlin­der, maar is min­der geliefd bij bijen. Dat zal komen om dat de nec­tar dieper weg zit. Bijen hebben vaak kor­tere ton­gen dan vlin­ders.
Waar
De groot­ste mij bek­ende pop­u­latie rode spoor­bloem straat op de basalten voet van de hoog span­nings­mas­ten langs de IJtocht in Over­bos (foto). Het is de vraag of deze pop­u­latie zal over­leven als de hoogspan­nings­mas­ten wor­den ont­takelt nu de onder­grondse 380 KV lijn is aan­gelegd. Maar ook in De Heiman­shof staan er een paar planten die het goed doen op natu­ur­muren. De rode spoor­bloem heeft een voor keur voor hele droge kalkrijke plekken.

 Vogelkersstippelmot_thumbinsectenVogelk­ersstip­pel­mot22 mei 2017mei

Zoals elk jaar wordt ik in deze tijd gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten wor­den door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kar­di­naalsmuts, vogelk­ers, appel of wilgen. Vooral de vogelk­ersstip­pel­mot­ten geven een kaal gevreten boom een spec­tac­u­laire aan­blik( foto). Alle rupsen trekken namelijk per­ma­nent een zij­den draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijk­wade’ (waaron­der ze zich bescher­men). De rup­sjes laten zich rond deze tijd aan een zij­den draad naar de grond zakken, waar ze zich ver­pop­pen. In augus­tus komen de vrij onaanzien­lijke stip­pel­mot­ten te voorschijn, om weer een nieuwe gen­er­atie te maken.

Bij­zon­der
Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor aller­lei soorten insecten om op groot te wor­den. Dat de vogelk­ers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resul­taat van deze rupse­nu­it­braak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rup­sjes het in augus­tus red­den om vlin­der te wor­den. Die leggen dan miss­chien wel 1 mil­jard eit­jes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvo­gels en meesjes in de win­ter van leven: Die pikken elke dag tien­tallen tot hon­der­den van deze eit­jes weg. Stel dat er dan een miljoen eit­jes de win­ter over­leven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsen­piek. Want bijna alle jonge vogelt­jes wor­den op die rup­sjes groot gebracht. Wel 50100 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken vol­wassen zijn. Van de miljoen rupsen red­den het er dan miss­chien 200.000 om te gaan ver­pop­pen. En het netto resul­taat van deze kale bomen ism dat de zangvo­gels een nieuwe gen­er­atie groot bren­gen en de win­ter over­leven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar
In De Heiman­shof zijn vele soorten stip­pel­mot­ten te vinden.

 aronskelkvliegjes_thumbinsectenAronskelk en motmuggen10 mei 2017mei

Al een paar weken bloeien de aronskelken. We ken­nen 2 inheemse soorten: de gevlekte aronskelk en de Ital­i­aanse aronskelk. Vooral de Ital­i­aanse Aronskelk staat vaak in tuinen. Beide soorten hebben in de herfst een stam met fel­rode bessen. De gevlekte aronskelk bloeit eerder dan de Ital­i­aanse die meestal wit gead­erde bladeren heeft. Over de al of niet giftige of eet­bare knollen wil ik het niet hebben. Maar wel over de bloe­men en hoe deze planten bestoven worden.

Bij­zon­der
De bloem van aronskelken valt op door een groot puntig schut­blad dat omhoog­steekt. Omgeven door het schut­blad zit een bloeikolf of spadix, die bij de gevlekte soort paars is en bij de Ital­i­aanse beige. Deze spadix heeft een zeer bij­zon­dere func­tie. Het is een ver­warm­ingse­le­ment wat 1015 graden warmer kan zijn dan de omgev­ing. Onder de spadix is het schut­blad inges­no­erd en daaron­der zit pas de echte bloem (zie foto). Aronskelken lokken geen bes­tu­iv­ers met hon­ing­zoete geuren, maar met een soort poep– of lijk­lucht. Door de warme spadix wordt die geur extra ver­spreid en ook de warmte trekt een spe­ci­aal soort vlieg­jes aan: een soort mot­mug. Er bestaan wereld­wijd wel 5000 soorten mot­muggen. De meeste bek­ende is de (driehoekige en ste­vig behaarde) goot­steen­vlieg. Deze vlieg­jes strijken neer op het gladde schut­blad en gli­j­den naar bene­den waar­bij ze door een rand van haren zakken. Daaron­der zit een bloemkamer met boven man­nelijke stu­ifmeel­bloe­men en onder vrouwelijke stam­pers. In die kamer wor­den ze een dag opges­loten waar­bij ze bedekt wor­den met klev­erige sporen. In zo’n bloemkamer kun­nen tien­tallen mot­mug­jes opges­loten zit­ten. Die wor­den door de plant pas vrij gelaten als de man­nelijke bloe­men hele­maal rijp zijn en de vlieg­jes onder het stu­ifmeel zit­ten. De vrouwelijke bloe­men zijn dan nog niet ‘ont­vanke­lijk’. Daar moeten de vlieg­jes een andere plant voor zoeken tbv kruis­bes­tu­iv­ing. Of dit sym­biose, par­a­sitisme of vee­teelt is, weet ik niet.

Waar
In de Heiman­shof staan beide soorten.

 driedoornige-stekelbaarsvis­senDriedoornige Stekel­baars24 apr 2017april

Het is voor­jaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de planten­soorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ont­gaat. Om die reden hebben we de onder­wa­teront­dek­w­ereld gemaakt op De Heiman­shof met een 15– tal aquaria waar zicht­baar gemaakt wordt wat er alle­maal aan inter­es­sant onder­wa­ter leven in de sloten en vaarten leeft. Natu­urlijk zijn de kikkervis­jes zich aan het ontwikke­len, die doen zich net als de meeste vis­soorten tegoed aan de mas­sale ontwik­kel­ing van water­vlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aan­dacht vraagt, is het driedoornig stekel­baarsje. Daar hebben we een aan­tal exem­plaren van en die hebben zich in deze tijd in een schit­terend bruid­skleed gesto­ken van fel­rood met licht­gevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nest­jes bouwen (foto). Net als de 10-​doornige stekel­baars meer of min­der dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-​doornige vaak meer of min­der dan 3 stekels (24).

Bij­zon­der

Stekel­baarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen fam­i­lie van baarzen, maar van zeenaalden en zeep­aard­jes. Ze hebben geen schubben, maar been­platen. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaron­der lep­elaars een belan­grijke voed­sel­bron is.

Waar

3-​doornige stekel baarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk hal­frond. En er bestaan aller­lei soorten of rassen van, gere­la­teerd aan de plek waar ze voorkomen. De kle­in­ste soort bli­jft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang wor­den. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan wor­den en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot wor­den ze maar zelden. Ook de brakke en zoute soorten hebben zoet­wa­ter nodig om zich voort te planten. Zij hebben bij deze migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waar­door hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 slijkvlieg_thumbinsectenSlijkvlieg8 apr 2017april

Van de insecten­soorten di er in de Haar­lem­mer­meer voorkomen is nog maar een heel klein deel in deze col­umn behan­deld. Er zijn namelijk tien­duizen­den soorten in hon­der­den of miss­chien wel duizen­den fam­i­lies. Van­daag probeer ik uw belang­stelling te wekken voor een soort die redelijk makke­lijk te herken­nen is en soms mas­saal aan­wezig is. Het is de slijkvlieg of elzen­vlieg. De naam slijkvlieg komt van het feit dat zijn lar­ven in het water op de bodem leven. Een ander naam is de Elzen­vlieg. Dat komt was om dat elzen langs wateren groeien en dat de vol­wassen insecten daar vaak op aangetrof­fen zullen wor­den. Deze soort is makke­lijk te herken­nen aan het feit dat hij 2 grote dak­pans­gewijs over zijn rug liggende vleugels heeft waar zeer duidelijk dikke aderen op liggen (foto). Vol­wassen elzen­vliegen leven van nec­tar en wor­den meestal zit­tend op oev­erveg­e­tatie gevon­den. Het zijn zwakke vliegers; bij ver­stor­ing vliegen ze op maar gaan een eindje verder weer zit­ten in plaats van weg te vliegen.

Bij­zon­der
De larve van de gewone slijk vlieg doet er ongeveer 2 jaar over om vol­wassen te wor­den. De lar­ven leven onder water van kleine diert­jes en lijken wel op een duizend­poot van­wege de vele, poot-​achtige kieuwen aan het achter­lijf. Het zijn goede zwem­mers die tweemaal over­win­teren voor­dat ver­pop­ping plaatsvindt. Dit gebeurt op het land. De fam­i­lie van de slijkvliegen heet grootvleugeli­gen. Onze slijkvlieg heeft al grote vleugels, maar in de tropen komen soorten voor met ene span­wi­jdte van 15 cm.

Waar
Er bestaan 6 soorten slijkvliegen in Europa, waar­van er 3 in Ned­er­land voorkomen. Ze zijn alleen micro­scopisch aan de vorm van hun ges­lacht­sor­ga­nen te herken­nen, maar gelukkig leven ze alle drie in heel andere milieus. Ver­reweg de meest algemene soort leeft in stil­staande sloten en vijvers. Een nogal zeldzame soort heeft zich gespe­cialiseerd in snel­stromende schone beken en dan is er nog een soort die in en bij grote riv­ieren voor komt.

 berijptvarenschoteltje2pad­den­stoe­lenBeri­jpt Varenschoteltje27 mrt 2017maart

De Ned­er­landse Mycol­o­gis­che ( pad­den­stoe­len) verenig­ing bestaat nu een jaar of 100. Toen de verenig­ing in 1995 begon met sys­tem­a­tis­che reg­is­tratie waren er ca 3500 pad­den­stoe­len soorten bek­end. En nu inmid­dels ruim 6000. Dat ligt niet aan de ‘gewone’ (grote) pad­den­stoe­len. Die waren wel zo’n beetje bek­end en daar wor­den er maar af en toe nieuwe soorten ont­dekt. Het gros van de nieuwe ont­dekkin­gen bestaat uit kleine en mini soorten. Vaak zijn dat soorten die super gespe­cialiseerd zijn en bv alleen voor komen op eikels of beuken noot­jes of op drollen van bepaalde soorten dieren. Deze week liep ik dankzij de scherpe blik van Lou van der Lin­den aan tegen weer een nieuwe soort die in dat ver­haal past. Het was het Beri­jpt Varen­schoteltje. Dit mini pad­den­stoeltje met een diam­e­ter van 23 mm (zie foto) komt alleen voor op de oude ste­len van tongvarens.

Bij­zon­der

Pad­den­stoe­len die alleen varens vert­eren komen meer voor . De fam­i­lie van de varen­schotelt­jes telt bijna 250 soorten. Daar­bij moet u bedenken dat ver voor er bloe­men en bomen waren, varens (en paar­den­staarten) de belan­grijk­ste planten soorten op land waren. Dat was inde tijd van de Dinosauriërs en daar­voor. Ook in die oude tij­den speelde het prob­leem dat oude bio­massa weer vrij moest komen na een groei seizoen en in die tijd ontwikkelde zich al de wed­erz­i­jdse afhanke­lijkheid en samen werk­ing tussen planten en de eerste pad­den­stoe­len soorten.

Waar

De fam­i­lie van de varen­schotelt­jes bestaat vooral uit kleine schotelvormige soorten die gespe­cialiseerd zijn in het vert­eren van spec­i­fiek varen­ma­te­ri­aal. Bijna elke varen­soort heeft een eigen soort: het gewone varen­schoteltje komt bv voor op ade­laars varens. En het beri­jpt varen­schoteltje tref je in het hart van tong­varens aan als die bladeren na de win­ter hun tijd gehad hebben, net voor de nieuwe bladeren zich uit rollen. En omdat ton­va­rens al vrij zeldzaam zijn, zijn deze varen­schotelt­jes dat nog meer.

 kurkiepbomenKurkiep11 mrt 2017maart

De meeste mensen zijn wel bek­end met de kurkeik, die in mediter­rane lan­den groeit. Zijn kurkschors kan wel 35 cm dik wor­den. Maar de schors van de meeste bomen bevat kurk als iso­latie mate­ri­aal. De ene boom meer dan de ander. Een soort die in Ned­er­land groeit met opval­lende kurk­li­jsten is de iep. Deze week kwam ik een fraai exem­plaar tegen met dikke kurk­li­jsten, die daar­naast ook nog eens mas­saal in bloei stond. Iepen zijn zgn naak­t­bloeiers. Ze bloeien en maken zaad voor­dat ze in blad komen. En op elk plek waar een blad komt zat een bloem(foto).Gek genoeg bleek bij verder nazoeken dat de opval­lende kurk­li­jsten geen soortsken­merk zijn. Ze komen voor bij de gladde iep, maar ook bij de ruwe iep en de kruis­ing daar van die de Hol­landse iep wordt genoemd. Deze kurk­li­jsten zouden een isol­erende func­tie kun­nen hebben, maar ook een rol kun­nen spe­len om vraat te ‘demo­tiv­eren’. Iepen hebben nl een zeer voedzame bast, die bij veel dier– en insecten soorten erg gewild is. In tij­den van voed­selschaarste werd zelfs door mensen iepen­bast in voed­ingsmid­de­len verwerkt.

Bij­zon­der

Een iep met kurk lijsten is dus waarschi­jn­lijk een gladde iep, maar in de win­ter zijn iepen­soorten niet met zek­er­heid te deter­mineren. De mas­sale bloei geeft aan dat de iep een windbes­tu­iver is. Windbes­tu­iv­ers moeten enorme hoeveel­he­den pollen pro­duc­eren om er een paar op een andere bloem te kri­j­gen. En bladeren zit­ten bij windbes­tu­iv­ing alleen maar in de weg. Iepen zaden hebben de vorm van een muntstukje. En veel mensen denken dat de groene munt­jes de bladeren zijn. Als deze zaden dan na 2 weken afri­jpen en er krui­wa­gens vol met bru­ine zaden door de straat waaien denken som­mige mensen dat de bomen hun blad ver­liezen en ziek zijn, maar kort daarop komen dan pas de echte bladeren. Alle iepen­bladeren ken­merken zich door een geza­agde rand en een scheve blad­voet: dwz de linker en de rechterkant van het blad bij de blad steel zit­ten ongelijk.

Waar

Iepen komen op het hele noordelijk half rond voor.

 rode-ren-kakkerlakinsectenRode ren kakkerlak25 feb 2017feb­ru­ari

Bij flora en fauna denk je meestal aan inheemse planten. Maar met al ons gereis over de wereld, die steeds kleiner lijkt te wor­den, slepen we vaak lifters mee. Som­mige daar­van zijn een ver­rijk­ing, bv de hals­band­parkiet en andere soorten wor­den min­der gewaardeerd. Kakker­lakken horen bij die laat­ste cat­e­gorie. De Duitse kakker­lak is een soort die in deze streken al meer dan 150 jaar voorkomt. Er zijn wereld­wijd bijna 5000 soorten kakker­lakken bek­end. Ver­reweg de meeste soorten daar­van leven buiten in de strooisel­laag en houden zich nut­tig bezig met het vert­eren van oude bio­massa. Van een 20-​tal soorten is bek­end dat ze zich tot een plaag kun­nen ontwikke­len. Dat gebeurt meestal in niet opti­maal hygiënis­che omstandighe­den die mensen zelf creëren. Zo woonde ik ooit in Mozam­bique tegen over flats die door ‘niet aan ste­den aangepaste’ plat­te­landers waren ‘gekraakt’. Zij kweek­ten mais in de bad­kuip en gooiden de stortkok­ers vol met rotzooi.Toen wij terug ver­huis­den naar Ned­er­land moesten we eerst 20.000 kakker­lakken opruimen, die vanuit die flats bij ons ingetrokken waren. Deze week vond iemand een rode renkakker­lak (3 cm) in z’n huis (Flo­riande). Deze soort leeft nor­maliter buiten in de strooisel­laag en komt uit het verre oosten .

Bij­zon­der

De rode renkakker­lak kan op papier wor­den gek­weekt (dat hij eet) als voer voor rep­tie­len in ter­raria of in een vakantie kof­fer mee gelift zijn.. De snel­heid van hun voort­plant­ing hangt af van de tem­per­atuur en het voed­se­laan­bod. Een vrouwelijke kakker­lak draagt ongeveer der­tig kakker­lak­jes in een eipakket op het lichaam die na 3 à 5 weken wor­den afgezet. Kakker­lakken zijn nacht­dieren die vooral op geur afgaan die ze met hun grote antennes kun­nen ruiken. Ze kun­nen snel lopen en hebben een karak­ter­istiek afge­plat lichaam dat heel klein of 8 cm groot kan zijn.

Waar

In Ned­er­land leven een 5-​tal geïn­tro­duceerde soorten, die zich vaak in vochtige huizen kun­nen hand­haven.
Ze leven van schim­mel en oude bio­massa, waaron­der papier.

 Koraal-zwamgroenwordendepad­den­stoe­lenGroen­wor­dende Koraalzwam11 feb 2017feb­ru­ari

De meeste pad­den­stoe­len vind je in nazomer en herfst, maar het hele jaar door zijn er soorten te vin­den. En niet alleen de leer­achtige of houtige soorten zodat ze maan­den of jaren lang mee gaan, zoals elfen­bankjes, platte ton­derzwammen of berk­endo­ders. Typ­is­che win­ter­pad­den­stoe­len zijn ook juda­soren en fluweelpootje (beide soorten eet­baar). Maar afgelopen week von­den we op De Heiman­shof wel een heel bij­zon­dere soort: Een­tje die we nooit in de Haar­lem­mer­meer verwacht had­den omdat ze vooral op arme zand­gron­den ple­gen voor te komen: een lid van de zeer fraaie fam­i­lie van de Koraal zwammet­jes. Er zijn ca 18 soorten koraalzwammen bek­end in Ned­er­land, waar­van de meest soorten fraaie gele, oranje, roze en witte kleuren hebben. Land­goed Elswout in Haar­lem is bv beroemd onder pad­den stoe­lenken­ners van­wege de kleuren­pracht van beukenko­raalzwammet­jes in roze, oranje en geel. Maar in de sneeuw stond de Groen­wor­den de Koraalzwam ( foto).

Bij­zon­der

Koraalzwammen zijn onmisken­baar in hun vorm. Vanuit het mycelium in de grond sturen zij een dicht ‘bos’ van al of niet rechte kolom­met­jes omhoog. De meest soorten zijn tussen de 5 en de 15 cm hoog. Som­mige soorten zijn eet­baar, ander zoals de fraaie Koraalzwam zijn niet eet­baar. De groen wor­dende koraalzwam begint met een vuil witte kleur en wordt zoals zijn naam als zegt, naar­mate hij ouder wordt, duidelijk een groene kleur te kri­j­gen. De vele kolom­metje waaruit de pad­den­stoel bestaat, ver­g­root de opper­vlakte enorm. Omdat de sporen in kleine poriën in dat opper­vlak gepro­duceerd wor­den, kan hij veel meer sporen pro­duc­eren. Andere soorten zoals de juda­soor, de kluif­jes zwam of de kelk zwammen ver­groten hun opper­vlakte door lobben te vor­men. De groen­wor­dende koraal zwam is plaat­selijk alge­meen, maar de soort neemt zo sterk af dat hij op de rode lijst van bedreigde soort is op genomen.

Waar

Deze soort groeit op de strooisel laag van vooral naald bomen en soms ook van loof­bomen zoals de meeste soorten Koraal zwammen.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@​stichtingmeergroen.​nl. Per­soon­lijk kun­nen wij u te woord staan op werkda­gen bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofd­dorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www​.sticht​ing​meer​groen​.nl

 grijzewilgbomenGri­jze wilg28 jan 2017jan­u­ari

Ken­merk­end voor het land­schap in het west­elijk deel van Ned­er­land is de gri­jze wilg.

Het is een van de 80 soorten wilgen die in Ned­er­land voor komen. Een deel daar­van is stru­ikvormig en een deel boomvor­mend. De groot­ste soort van alle­maal is de gri­jze wilg. Na 60 jaar kan hij zo groot wor­den dat hij onder z’n eigen gewicht in elkaar stort. Het is maar weinig bomen in Ned­er­land ver­gund om ouder dan 100 jaar te worden.

Een wilg van 100 jaar oud kan wel 67 m sta­mom­vang hebben. Een van de mooiste gri­jze wilgen in de Haar­lem­mer­meer staat in Graan voor Visch op het veld bij het poli­tie bureau (foto achter­aan). Deze boom meet ruim 6 m omtrek en ver­toont nog geen spoor van ver­val. Vroeger was hout een van de belan­grijk­ste brand­stof­fen. De snelle groei (elk jaar 23 m) en het risico van instorten heeft mede geleid tot het gebruik om wilgen te knot­ten. Elke 5 jaar is er dan weer genoeg brand – en bouwhout beschikbaar.

Een geknotte wilg kan veel ouder ( 200 jaar) wor­den dan een die niet geknot wordt, omdat hij dan min­der last heeft van z’n ’overgewicht’. En dat ondanks het feit dat knotwilgen inrot­ten en hol wor­den. Dat hol wor­den is weer een zegen voor vele planten en dieren die daarin een toevlucht­so­ord vinden.

Bij­zon­der

De 80 soorten wilgen kruisen onder­ling makke­lijk. Dat heeft geleid tot een ver­war­rende mix van ken­merken. Maar de hoofd­soorten zijn altijd wel te herken­nen: treur wilgen hangen, katwilgen hebben hele lange smalle bladeren, geo­orde wilgen hebben 2 ‘oort­jes’ naast elk blad, water­wilgen zijn hor­i­zon­taal uit­groeiende stru­ik­wilgen met grote kat­jes en boswilgen hebben mooie kat­jes en groeien juist verticaal.

Waar

Wilgen staan overal. In De Heiman­shof wordt op 15 feb­ru­ari een bij­zon­dere snip­perdag geor­gan­iseerd waar­bij de 60 jaar oude wilgen van de stru­in­tuin getopt wor­den met een grote kraan omdat ze te zwaar wor­den. Het hout wordt ges­nip­perd voor de bos paden in de tuin. U wordt van harte uit gen­odigd om te komen kijken en met ons een snip­per dag te nemen.

 bruinetrilzwampad­den­stoe­lenBru­ine Trilzwam15 jan 2017jan­u­ari

Hoewel in de nazomer en herfst de meeste pad­den­stoe­len te vin­den zijn, zijn er ook gedurende de win­ter genoeg soorten te vin­den: oester zwammen, fluweel poot­jes en elfen bankjes staan overal. Het viel me daar­bij op dat er vooral veel soorten trilzwammen te vin­den zijn: zwarte, fel­gele trilzwammen en juda­soren kende ik al, en daar kwam deze week de bru­ine trilzwam bij. Die had ik nog nooit gevon­den en groeide op een dode eiken tak. Deze soort lijkt op een heel clus­ter juda­soren bij elkaar.

Bij­zon­der

Trilzwammen hebben het ver­mo­gen om vocht op te zuigen bij natte omstandighe­den en bij droge omstandighe­den hele­maal te ver­schrompe­len. In vochtige omstandighe­den groeit de pad­den­stoel en pro­duceert hij sporen en dat pro­ces valt stil in droge toe­s­tand. Dit opzwellen en ver­dro­gen kan vele malen achter elkaar zon­der dat de pad­den­stoel afsterft. Dat staat in schril con­trast met de gewone ‘hoe­den vor­mende’ soorten die daar­bij wel afster­ven. Trilzwammen hebben meestal uit­ge­breide lobben en plooien. Daarmee ver­goten ze hun opper­vlakte en kun­nen dan meer sporen pro­duc­eren. De bru­ine trilzwam heeft dat pro­ces van lobben­vorm­ing het verst doorgevo­erd. Nog een bij­zon­der­heid aan trilzwammen is dat ze zelf in en op hout kun­nen groeien maar daar­naast een par­a­sitaire lev­enswi­jze kun­nen hebben. Ze par­a­siteren dan op andere pad­den­stoe­len zoals de gele trilzwam op korst zwammen (die voor hen het hout vert­eren) en de bruin trilzwam op het ges­lacht van elfen­bankjes. Nog een inter­es­sante eigen­schap van trilzwammen is dat ze vaak eet­baar zijn. Ze smaken echter zoals ze eruit zien: naar koud kraak­been. Juda­soren wor­den in de Chi­nese keuken in Tjap Tjoy ver­w­erkt. Ze houden daar­bij een goede ‘bite’ en smaken een beetje gepeperd.

Waar

De bru­ine trilzwam komt voor in loof­bossen met beuk, eik en haze­laar begroei­ing. De soort komt echter ook op andere loof­bomen voor, zoals esdoorn, es, haag­beuk en linde. Soms komt de bru­ine trilzwam ook voor op sparren.

 kleine-wintervlinderinsectenKleine Win­ter­vlin­der31 dec 2016decem­ber

Bij insecten denken we meestal aan dieren die in de warme dagen van voor­jaar, zomer en herfst actief zijn. Toch zou de natuur de natuur niet zijn, als er niet ook insecten waren die zich aan de koude win­ter hebben aangepast. Zo’n soort is de kleine win­ter­vlin­der. Het is een soort die van novem­ber tot in jan­u­ari vliegt bij tem­per­a­turen tussen 0 en10 graden en liefst in mistig en rustig weer. Het is een mot of nachtvlin­der, dus doet hij dan ook bij voorkeur in de avond en nacht. Daar­bij wordt de kleine win­ter­vlin­der sterk door licht aangetrokken, dus als er een vlin­der op uw ver­lichte raam zit in de win­ter is het in de meeste gevallen deze soort. En het is altijd een man­netje (foto). De vrouwt­jes van deze soort hebben nl geen vleugels en kruipen vanuit hun pop in de grond omhoog op boom­stam­men om door de man­net­jes gevon­den en meege­dra­gen te wor­den in de lucht om te paren. Ze vin­den elkaar met fer­omo­nen of lokgeurstof­fen. Beide sek­sen eten niet want er is in de win­ter ook geen nec­tar. Ze teren op de reserves die de rups heeft verzameld.

Bij­zon­der

De kleine win­ter­vlin­der is een soort uit de grote fam­i­lie van de span­ners. De naam span­ners komt van de rupsen, die zich niet stap voor stap voort­be­we­gen, maar door zich met de poten en schi­jn­poten aan de voor en achterkant van het lichaam te strekken en op te vouwen. U hebt vast wel eens zo’n kod­dig rup­sje gezien. De kleine win­ter­vlin­der is een van de rupsen die de voed­selvoor­raad (rupsen­piek!) vormt voor de jonge vogelt­jes die in mei uit hun ei komen. Door de kli­maatveran­der­ing lopen die 2 processen elkaar steeds vaker mis. Dat cor­rigeert de natuur door de vari­atie in uitkomst tij­den: Late rupsen hebben nu een grotere kans om vlin­der te wor­den en vroege jonge vogelt­jes kri­j­gen niet genoeg eten. Zo ster­ven de minst aangepaste indi­viduen uit en de beter aangepaste nemen in aan­tal toe.

Waar

De kleine win­ter­vlin­der komt voor in heel Ned­er­land in tuinen, parken, loof­bossen, boom­gaar­den en andere bosrijke gebieden.