Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Lentek­lokje

op .

Hoewel het nog win­ter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voor­jaar. De vroege sneeuwk­lok is zelfs al uit­ge­bloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwk­lokken bloeien mas­saal, net als de en afgelopen week zijn ook de wilde en de groot­bloemige krokussen mas­saal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bek­end en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ont­dekken waard zijn. Een daar­van is een van mijn favori­eten: het lentek­lokje. Hoewel de soort offi­cieel ver­want is aan de nar­cis, doet hij een aan een grote sneeuwk­lok denken. Z’n bladeren zijn niet blauw­groen zoals bij de meeste sneeuwk­lok­jes, maar donker­groen en z’n bloem is niet zo samenge­drukt lang­w­er­pig maar staat breed uit (foto). Ook het lentek­lokje is een stin­sen­plant die uit een bol­letje groeit waar­door hij op reserve stof­fen kan teren en min­der van de warmte van de zon afhanke­lijk is om te groeien.

Bij­zon­der
Het lentek­lokje heeft 1 ver­wante soort: het zomerk­lokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moeras­plant. Het lentek­lokje wordt 2030 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeis­ten­gel, max­i­maal 2 en het zomerk­lokje kan wel 60 cm hoog wor­den en heeft ver­schil­lende bloe­men per bloeis­ten­gel. Hoewel het lentek­lokje heet, bloeit deze soort in de win­ter in feb­ru­ari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloem­bladen, waar­van er 3 eigen­lijk kelk­bladen zijn, maar die zijn niet van de kroon­bladen te onder­schei­den. En elke bloem­blad heeft een maan­vormige groene vlek.

Waar
Het lentek­lokje groeit in de strooisel­laag van bossen en het liefst op voed­sel­rijke en iet­wat vochtige plekken. Oor­spronke­lijk kwam het ook in Ned­er­land als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stin­sen­plant in land­goed­eren en in natu­ur­tu­inen is hij hier en daar wel te vin­den. In de Heiman­shof bloeit hij op dit moment mas­saal.
In Mid­den Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 knoppergalwespcombi_thinsectenKnop­per­gal wesp27 aug 2017augus­tus

Onder veel eiken regent het dezer dagen knop­per­gallen ( foto) , die mas­saal vallen. In de Heiman­shof onder 3 grote bomen, krui­wa­gens vol. Knop­per­gallen ontstaan uit eikels. Die eikels wordt door een klein wespje (zie inzet) ingespoten met een stof die de eikels aanzet tot woek­eren. En die woek­er­ing lijkt op een oud­er­wetse Duitse muts die Knoppe werd genoemd (foto). Van­daar de naam knop­per­gal. De knop­per­gal is niet de enige soort gal. Niet op de eik, want er zijn wel 40 soorten gallen bek­end, die op eiken groeien. En in totaal zijn er wel 1400 soorten gallen bek­end in Ned­er­land. Daarmee heeft bijna elke soort plant of boom wel een of meer gal­we­spen als parasiet. De eik is met stip favoriet. Dat komt omdat de eik lang door­groeit in het jaar. En dat is gun­stig voor de ontwik­kel­ing van de gal­we­s­plar­f­jes.

Bij­zon­der

Het ver­schi­jnsel gallen is een van de suc­cesver­halen van de evo­lu­tie. Ooit, 1 of meer miljoen jaar gele­den is er eens een wespje geweest die ont­dekte dat het stofje waar mee hij zich bescher­mde (ook wij kri­j­gen een bultje als een gewone wesp ons steekt) leek op een planten hor­moon, die die plant aanzette tot woek­eren. En de buitenkant van die woek­er­ing was hard en daarmee een zeer goede bescherming tegen rovers en de bin­nenkant was zacht en voedzaam voor de larve. Voel maar eens aan een verse knop­per­gal die op de grond gevallen is. Die is klev­erig van het suik­er­houdende sap wat er uit­loopt. Ook die larve maakt dat stofje zodat de gal door­groeit op bestelling, zolang de larve leeft. En als er een­maal (toe­val­lig) zo’n gouden greep is gemaakt, duurt het niet lang voor­dat zich van de wesp­jes ook gaan spe­cialis­eren op ander soorten planten. En zo krijg ze duizen­den ver­wante soorten.

Waar

Knop­per­gallen kun­nen op vele zomer– en win­ter eiken wor­den aan getrof­fen. Deze wesp­jes hebben een com­plexe lev­en­scy­clus waar ook de Turkse of moseik een rol in speelt. Die moet dus ook ergens in de buurt staan. En dat is in De Heiman­shof het geval.

 parnassia_-gr_carre_thumbplantenPar­nas­sia 13 aug 2017augus­tus



Par­nas­sia is een mooi plan­tje met fijne witte gead­erde bloe­men. Het staat in de zwaarste cat­e­gorie van bescher­mde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aan­tal is afgenomen. Jam­mer dat veel bij­zon­dere soorten in onze rationele tijd ten onder gaan. Maar daarom is het extra leuk dat een aan­tal van onze natu­uron­twik­kel­ing­spro­jecten zo’n suc­ces zijn dat ze er weer een nieuwe groeiplek bij kri­j­gen. De meeste par­nas­sia vind je in vochtige duin­valleien. Vroeger kwam dit plan­tje ook in het bin­nen­land op vochtige voed­se­larme plekken voor. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 9 jaar gele­den met het Recre­ati­eschap Spaarn­woude gecreëerd in het Groene Carré Zuid, duizendguldenkruid, moeraswe­spen– en rietorchissen, bit­terkruid en sti­jve en rode ogen­troost, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevon­den. Met name par­nas­sia heeft dit jaar een spec­tac­u­laire ontwik­kel­ing door gemaakt (zie foto) met 10.000en nieuwe indi­viduen.

Bij­zon­der

Par­nas­sia bloeit van juni tot sep­tem­ber. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan de 5 meel­draden die na elkaar open­klap­pen. Par­nas­sia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makke­lijk met de wind ver­spreid wordt. In the­o­rie kan er zaad van de Strand­vlakte bij IJmuiden naar onze orchideeën­weide gewaaid zijn. Het geheim van dit suc­ces ligt deels in de brakke, voed­se­larme grond, het maaibeleid dat we er nu 9 jaar vol­houden, en omdat deze orchideeënkuil een fluctuerend water­peil heeft. Soms staat het droog en soms staat het hele ter­rein onder water na grote regen­buien. De ‘gewone’ soorten houden daar niet van, de bij­zon­dere soorten op dit ter­rein­tje duidelijk wel. En er zijn rond Hoofd­dorp nog tal­loze plekken die op deze manier tot een rijke en inspir­erende natuur te ontwikke­len zijn met een beetje ecol­o­gisch ipv economisch beheer.

Waar?

Par­nas­sia is een typ­is­che plant voor vochtige duin­valleien. Maar langs de IJtocht en het Groen Carre Zuid dus ook weer.

 boerenwormkuidzijdebij_thumbinsectenBoeren­wormkruidz­i­jde­bij31 jul 2017juli

Boeren­wormkruidz­i­jde­bij

Tussen decem­ber en okto­ber zijn er altijd bloe­men die bloeien. Die bloei heeft een sterk inter­ac­tie met insecten. Zon­der nec­tar en stu­ifmeel kun­nen veel insecten namelijk niet leven en zon­der bes­tu­iv­ende insecten kun­nen de planten geen zaad vor­men. Bijen zijn de meest bek­ende bes­tu­iv­ende insecten, maar ook tal­loze kev­ers, vliegen vlin­ders en wespen spe­len een rol in deze inter­ac­tie. Na de uit­bundige bloei van mei en juni zijn er wat min­der soorten in bloei. Een van de meest opval­lende inheemse soorten op dit moment is het boeren­wormkruid met zijn fel gele bloemhoofd­jes. Een mooi voor­beeld van de fascinerende inter­ac­tie tussen flora en fauna is dat alleen als het boeren­wormkruid bloeit, de Boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt.

Bij­zon­der

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Ned­er­land. De hon­ing­bi­jen komen in 23 soorten voor, hom­mels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievor­mende soorten. De andere 400 soorten zijn soli­taire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin ken­nen die geholpen wordt door 100100.000 werk­bi­jen, maar dat elk vrouwtje apart haar eit­jes legt en ver­zorgt, net als de meeste andere insecten­soorten. En zoals gezegd, de boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt alleen als zijn waard­plant bloeit. Deze soort nestelt in hol­let­jes in dood hout of in bijen­ho­tels. De soort valt onder de zijde­bi­jen omdat ze cocon­net­jes met­se­len met speek­sel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan met­sel­bi­jen (met klei : ook inzet ), tronken­bi­jen (met hars en zand :ook inzet), wol­bi­jen (met haart­jes) en behang­ers­bi­jen met stuk­jes blad.

Waar

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij is samen met de tronken­bi­jt­jes in grote aan­tallen te bewon­deren in De Heiman­shof en overal waar grote con­cen­traties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boeren­wormkruid waar stu­ifmeel en nec­tar heel dicht aan de opper­vlakte beschik­baar is (zie ook foto top).

 kalmoes-thumbplantenKalmoes17 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan


Dacht ik deze week weer eens een inheemse plant te behan­de­len en dan blijkt het toch weer een soort te zijn die van elders komt. In dit geval uit Zuid – Oost Azië. Kalmoes is al rond 1600 hier ingevo­erd voor zijn med­i­c­i­nale kwaliteiten. En sinds die tijd heeft deze soort zich ook in het wild ver­spreid. Kalmoes lijkt erg op egel­skop of gele lis en groeit net als deze soorten in dikke blub­ber aan oev­ers, maar is herken­baar aan het geribbelde blad(foto) . I.t.t. veel ander moeras­planten groeit hij langzaam en woek­ert dus niet. Zeer karak­ter­istiek is de bloem, die als een fal­lus sym­bool uit som­mige bladeren steekt (foto). Het feit dat het een van oor­sprong Azi­atis­che plant is, blijkt uit het feit dat maar weinig planten een bloem vor­men en dat de bloem nooit de in de tropen karak­ter­istieke rode bessen maakt. Daar­voor is het hier te koel. Kalmoes ver­menigvuldigt zich dan ook alleen veg­e­tatief via stuk­jes wor­tel die afbreken en elders weer uit­groeien.

Bij­zon­der
Voor een soort die in dikke stink­ende bag­ger groeit, is het hoogst opmerke­lijk dat alle plant­de­len een heer­lijk frisse geur afgeven. Een geur die gebruikt wordt in de par­fumin­dus­trie, maar ook als smaak­maker in eten en bv in Beren­burg en Deven­ter Koek. Vooral de dikke wor­tel­stok wordt gegeten en med­i­c­i­naal gebruikt. De wor­tel kan gebruikt wor­den als ver­vanger van gem­ber, noot­muskaat of kaneel. In grote hoeveel­he­den kan de werk­ing hal­lu­cinerend zijn. Kalmoes wordt verder gebruikt om spi­jsver­t­er­ingsklachten te ver­helpen en het heeft een posi­tief effect op het zenuw­s­telsel en zou dat zelfs ver­jon­gen. Kauwen op de wor­tel is goed voor het tand­vlees en gecon­fijt kan het als snoep wor­den gebruikt. De plant heeft deze geur ontwikkeld om insecten op een afs­tand te houden. En dat werkt prima.

Waar
Kalmoes komt oor­spronke­lijk uit India en China. De var­iëteit die in Europa voorkomt is triploid. D.w.z. in elke celk­ern is naast chro­mo­somen van de oud­ers, nog een 3e set aan­wezig is. Daar­door is ges­lachtelijke voort­plant­ing ook bemoeilijkt.

 moederkruid-thumbplantenMoed­erkruid3 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan

Moed­erkruid
Moed­erkruid is weer zo’n niet inheemse plant, die zich inmid­dels uit­stek­end thuis voelt in Ned­er­land en overal te vin­den is. Alle planten­soorten die nu nog bestaan, danken dat aan het feit, dat ze een strate­gie hebben gevon­den die voorkomt dat ze opgegeten wor­den voor ze zaad kun­nen zetten. Een veel voorkomende strate­gie is de aan­maak van aller­lei chemis­che stof­jes die niet lekker zijn om in te bijten. En daar hebben we een duizel­ing­wekkende vari­atie aan stof­jes aan te danken waar­van vele ook (nuttige)bijwerkingen voor de mens hebben. Moed­erkruid is daarin een kam­pi­oen. Ook is het een dankbare tuin­plant, die wel een beetje lijkt op kamille, maar 4 maan­den bloeit ipv 23 weken. De belan­grijk­ste reden dat de plant hier­heen gehaald is, zijn zijn vele med­i­c­i­nale toepassin­gen. Zo werd de plant in het verleden ingedeeld bij het Pyrethrum ges­lacht, waaruit biol­o­gis­che insec­ti­cide wordt gewon­nen. Tegen­wo­ordig wordt moed­erkruid bij boeren­wormkruid ingedeeld. Dat is ook al zo’n mul­ti­func­tionele plant , die vroeger in geen boeren­hof ontbrak.



Bij­zon­der
Moed­erkruid ontleent z’n naam aan het feit dat een van de stof­jes die hij maakt een reg­ulerend invloed op de men­stru­atiecy­clus heeft. Maar de plant maakt wel 50 etherische oliën en andere stof­fen aan. Som­mige daar­van helpen bij de meeste soorten van hoofd­pijn en migraine, andere hebben een ontstek­ingsrem­mende invloed of helpen tegen reuma­tis­che en ontstek­ingsklachten. Het gebruik bij hoofd­pijn is al van af de oud­heid bek­end. Ondanks die vele bij­zon­dere stof­fen is moed­erkruid niet giftig en kun­nen de bladeren ook in salades en als smaakver­sterker in cake en omelet gebruikt wor­den. Maar het is natu­urlijk altijd ver­standig de juiste dosis te gebruiken en bij gebruik goed advies in te win­nen.

Waar
Moed­erkruid komt oor­spronke­lijk uit de Balkan, Turk­ije en de Kauka­sus. Maar het is inmid­dels over de hele wereld ver­spreid van­wege z’n vele gebruiksmo­gelijkhe­den. Het groeit ook in de Haar­lem­mer­meer in veel tuinen en tussen tegels.



 bijenbloem-phacelia-thumbplantenBijenbloem-​Phacelia18 jun 2017juni

Op het Raad­huis­plein in Hoofd­dorp lag tot ruim een jaar gele­den een skate­baan. Omdat er gebreken ontston­den, werd deze afgekeurd. In het kader van de ver­groen­ing van het winkel­cen­trum wer­den er niet alleen fruit­bomen geplaats door de winke­liers, maar werd ook de skate­baan een jaar gele­den voorzien met 100 m3 grond. Ver­schil­lende pogin­gen om er groen tot ontwik­kel­ing te bren­gen had­den veel van ‘jeugderosie’ te lei­den. In april mocht Sticht­ing MEER­Groen het proberen en de gecom­bi­neerde opzet van dicht groen, ver­vol­gbe­heer en samen­werk­ing met de jeugd lijkt vruchten (bloe­men) af te wer­pen. Na de bloei van vrucht­bomen en de vioolt­jes is nu de dom­i­nante bloeier de bijen­bloem of Phacelia en andere soorten en mediter­rane kruiden vol­gen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stru­ik­jes en wilgen geplant, die de bloei en de groei vol­gend jaar overne­men. Het is een aan­rader om bv in com­bi­natie met het Groene Loper fes­ti­val op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uit­leg gegeven en rondleidingen.

Bij­zon­der
Phacelia wordt in de land­bouw veel gebruikt als groenbe­mester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewen­ste soorten onder­drukt en zelf makke­lijk te hak­se­len en onder te ploe­gen is. Onder gun­stige omstandighe­den pro­duceert de soort veel nec­tar en stu­ifmeel, onder droge omstandighe­den alleen stu­ifmeel. Daarom is Phacelia ook pop­u­lair bij bijen en imk­ers. En daar dankt Phacelia zijn Ned­er­landse naam bijen­bloem of bijen­voer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boom­spiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte min­der goed bij dan de wespenorchissen die hun voed­sel en vocht via schim­mels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeer­wor­tel of ossen­tong tot de fam­i­lie van de ruwbladigen.

Waar
Phacelia is van oor­sprong geen inheemse soort en is afkom­stig uit de Verenigde Staten. Vanuit de land­bouw is de soort overal in Ned­er­land inge­burg­erd en hand­haaft zich.

 rodespoorbloem_thumbplantenRode Spoor­bloem6 jun 2017juni

Deze tijd van het jaar is de natuur extra mooi. OP de Heiman­shof bloeien nu wel 200 soorten tegelijk, maar ook overal in de bermen is van alles te zien. Jam­mer dat er over 23 weken weer mas­saal gemaaid wordt, waar­bij veel bloe­men ( en hun zaad) ver­loren gaan. Bij ecol­o­gisch beheer maaien we altijd pleks­gewijs en vooral de plekken die uit­ge­bloeid zijn en waar­van het zaad rijp is. Een plant die niet zo van het maaibeleid te lij­den heeft is de rode spoor­bloem. Dat komt omdat het een plant is die op droge kalkrijke en stenige plekken groeit. Oor­spronke­lijk komt deze soort die lang en mooi rood bloeit uit Mediter­rane gebieden. Wellicht om dat hij ook als tuin­plant gewaardeerd wordt, is hij ook in onze regio verzeild ger­aakt. Inmid­dels is deze soort inge­burg­erd ger­aakt, met name in west Nederland.

Bij­zon­der
De rode spoor­bloem groeit ook graag op spo­ordijken maar heet spoor­bloem omdat de bloem een spoor heeft. De soort hoort bij de Valar­i­aan­fam­i­lie en vroeger heette hij dan ook wel Rode Valar­i­aan. Ter­wijl de valar­i­aan een voorkeur heeft voor natte voeten heeft deze soort daar een hekel aan. En ter­wijl de gewone vale­ri­aan aller­lei med­i­c­i­nale toepassin­gen heeft, is daar­van niets bek­end van de Rode Spoor­bloem. Maar de bladeren en de sten­gels zijn eet­baar. Ze wor­den als salade gegeten of kort gekookt. De rode spoor bloem heeft een grote aantrekkingskracht op vlin­ders, vooral de kolib­rievlin­der, maar is min­der geliefd bij bijen. Dat zal komen om dat de nec­tar dieper weg zit. Bijen hebben vaak kor­tere ton­gen dan vlin­ders.
Waar
De groot­ste mij bek­ende pop­u­latie rode spoor­bloem straat op de basalten voet van de hoog span­nings­mas­ten langs de IJtocht in Over­bos (foto). Het is de vraag of deze pop­u­latie zal over­leven als de hoogspan­nings­mas­ten wor­den ont­takelt nu de onder­grondse 380 KV lijn is aan­gelegd. Maar ook in De Heiman­shof staan er een paar planten die het goed doen op natu­ur­muren. De rode spoor­bloem heeft een voor keur voor hele droge kalkrijke plekken.

 Vogelkersstippelmot_thumbinsectenVogelk­ersstip­pel­mot22 mei 2017mei

Zoals elk jaar wordt ik in deze tijd gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten wor­den door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kar­di­naalsmuts, vogelk­ers, appel of wilgen. Vooral de vogelk­ersstip­pel­mot­ten geven een kaal gevreten boom een spec­tac­u­laire aan­blik( foto). Alle rupsen trekken namelijk per­ma­nent een zij­den draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijk­wade’ (waaron­der ze zich bescher­men). De rup­sjes laten zich rond deze tijd aan een zij­den draad naar de grond zakken, waar ze zich ver­pop­pen. In augus­tus komen de vrij onaanzien­lijke stip­pel­mot­ten te voorschijn, om weer een nieuwe gen­er­atie te maken.

Bij­zon­der
Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor aller­lei soorten insecten om op groot te wor­den. Dat de vogelk­ers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resul­taat van deze rupse­nu­it­braak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rup­sjes het in augus­tus red­den om vlin­der te wor­den. Die leggen dan miss­chien wel 1 mil­jard eit­jes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvo­gels en meesjes in de win­ter van leven: Die pikken elke dag tien­tallen tot hon­der­den van deze eit­jes weg. Stel dat er dan een miljoen eit­jes de win­ter over­leven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsen­piek. Want bijna alle jonge vogelt­jes wor­den op die rup­sjes groot gebracht. Wel 50100 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken vol­wassen zijn. Van de miljoen rupsen red­den het er dan miss­chien 200.000 om te gaan ver­pop­pen. En het netto resul­taat van deze kale bomen ism dat de zangvo­gels een nieuwe gen­er­atie groot bren­gen en de win­ter over­leven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar
In De Heiman­shof zijn vele soorten stip­pel­mot­ten te vinden.

 aronskelkvliegjes_thumbinsectenAronskelk en motmuggen10 mei 2017mei

Al een paar weken bloeien de aronskelken. We ken­nen 2 inheemse soorten: de gevlekte aronskelk en de Ital­i­aanse aronskelk. Vooral de Ital­i­aanse Aronskelk staat vaak in tuinen. Beide soorten hebben in de herfst een stam met fel­rode bessen. De gevlekte aronskelk bloeit eerder dan de Ital­i­aanse die meestal wit gead­erde bladeren heeft. Over de al of niet giftige of eet­bare knollen wil ik het niet hebben. Maar wel over de bloe­men en hoe deze planten bestoven worden.

Bij­zon­der
De bloem van aronskelken valt op door een groot puntig schut­blad dat omhoog­steekt. Omgeven door het schut­blad zit een bloeikolf of spadix, die bij de gevlekte soort paars is en bij de Ital­i­aanse beige. Deze spadix heeft een zeer bij­zon­dere func­tie. Het is een ver­warm­ingse­le­ment wat 1015 graden warmer kan zijn dan de omgev­ing. Onder de spadix is het schut­blad inges­no­erd en daaron­der zit pas de echte bloem (zie foto). Aronskelken lokken geen bes­tu­iv­ers met hon­ing­zoete geuren, maar met een soort poep– of lijk­lucht. Door de warme spadix wordt die geur extra ver­spreid en ook de warmte trekt een spe­ci­aal soort vlieg­jes aan: een soort mot­mug. Er bestaan wereld­wijd wel 5000 soorten mot­muggen. De meeste bek­ende is de (driehoekige en ste­vig behaarde) goot­steen­vlieg. Deze vlieg­jes strijken neer op het gladde schut­blad en gli­j­den naar bene­den waar­bij ze door een rand van haren zakken. Daaron­der zit een bloemkamer met boven man­nelijke stu­ifmeel­bloe­men en onder vrouwelijke stam­pers. In die kamer wor­den ze een dag opges­loten waar­bij ze bedekt wor­den met klev­erige sporen. In zo’n bloemkamer kun­nen tien­tallen mot­mug­jes opges­loten zit­ten. Die wor­den door de plant pas vrij gelaten als de man­nelijke bloe­men hele­maal rijp zijn en de vlieg­jes onder het stu­ifmeel zit­ten. De vrouwelijke bloe­men zijn dan nog niet ‘ont­vanke­lijk’. Daar moeten de vlieg­jes een andere plant voor zoeken tbv kruis­bes­tu­iv­ing. Of dit sym­biose, par­a­sitisme of vee­teelt is, weet ik niet.

Waar
In de Heiman­shof staan beide soorten.

 driedoornige-stekelbaarsvis­senDriedoornige Stekel­baars24 apr 2017april

Het is voor­jaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de planten­soorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ont­gaat. Om die reden hebben we de onder­wa­teront­dek­w­ereld gemaakt op De Heiman­shof met een 15– tal aquaria waar zicht­baar gemaakt wordt wat er alle­maal aan inter­es­sant onder­wa­ter leven in de sloten en vaarten leeft. Natu­urlijk zijn de kikkervis­jes zich aan het ontwikke­len, die doen zich net als de meeste vis­soorten tegoed aan de mas­sale ontwik­kel­ing van water­vlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aan­dacht vraagt, is het driedoornig stekel­baarsje. Daar hebben we een aan­tal exem­plaren van en die hebben zich in deze tijd in een schit­terend bruid­skleed gesto­ken van fel­rood met licht­gevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nest­jes bouwen (foto). Net als de 10-​doornige stekel­baars meer of min­der dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-​doornige vaak meer of min­der dan 3 stekels (24).

Bij­zon­der

Stekel­baarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen fam­i­lie van baarzen, maar van zeenaalden en zeep­aard­jes. Ze hebben geen schubben, maar been­platen. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaron­der lep­elaars een belan­grijke voed­sel­bron is.

Waar

3-​doornige stekel baarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk hal­frond. En er bestaan aller­lei soorten of rassen van, gere­la­teerd aan de plek waar ze voorkomen. De kle­in­ste soort bli­jft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang wor­den. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan wor­den en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot wor­den ze maar zelden. Ook de brakke en zoute soorten hebben zoet­wa­ter nodig om zich voort te planten. Zij hebben bij deze migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waar­door hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 slijkvlieg_thumbinsectenSlijkvlieg8 apr 2017april

Van de insecten­soorten di er in de Haar­lem­mer­meer voorkomen is nog maar een heel klein deel in deze col­umn behan­deld. Er zijn namelijk tien­duizen­den soorten in hon­der­den of miss­chien wel duizen­den fam­i­lies. Van­daag probeer ik uw belang­stelling te wekken voor een soort die redelijk makke­lijk te herken­nen is en soms mas­saal aan­wezig is. Het is de slijkvlieg of elzen­vlieg. De naam slijkvlieg komt van het feit dat zijn lar­ven in het water op de bodem leven. Een ander naam is de Elzen­vlieg. Dat komt was om dat elzen langs wateren groeien en dat de vol­wassen insecten daar vaak op aangetrof­fen zullen wor­den. Deze soort is makke­lijk te herken­nen aan het feit dat hij 2 grote dak­pans­gewijs over zijn rug liggende vleugels heeft waar zeer duidelijk dikke aderen op liggen (foto). Vol­wassen elzen­vliegen leven van nec­tar en wor­den meestal zit­tend op oev­erveg­e­tatie gevon­den. Het zijn zwakke vliegers; bij ver­stor­ing vliegen ze op maar gaan een eindje verder weer zit­ten in plaats van weg te vliegen.

Bij­zon­der
De larve van de gewone slijk vlieg doet er ongeveer 2 jaar over om vol­wassen te wor­den. De lar­ven leven onder water van kleine diert­jes en lijken wel op een duizend­poot van­wege de vele, poot-​achtige kieuwen aan het achter­lijf. Het zijn goede zwem­mers die tweemaal over­win­teren voor­dat ver­pop­ping plaatsvindt. Dit gebeurt op het land. De fam­i­lie van de slijkvliegen heet grootvleugeli­gen. Onze slijkvlieg heeft al grote vleugels, maar in de tropen komen soorten voor met ene span­wi­jdte van 15 cm.

Waar
Er bestaan 6 soorten slijkvliegen in Europa, waar­van er 3 in Ned­er­land voorkomen. Ze zijn alleen micro­scopisch aan de vorm van hun ges­lacht­sor­ga­nen te herken­nen, maar gelukkig leven ze alle drie in heel andere milieus. Ver­reweg de meest algemene soort leeft in stil­staande sloten en vijvers. Een nogal zeldzame soort heeft zich gespe­cialiseerd in snel­stromende schone beken en dan is er nog een soort die in en bij grote riv­ieren voor komt.

 berijptvarenschoteltje2pad­den­stoe­lenBeri­jpt Varenschoteltje27 mrt 2017maart

De Ned­er­landse Mycol­o­gis­che ( pad­den­stoe­len) verenig­ing bestaat nu een jaar of 100. Toen de verenig­ing in 1995 begon met sys­tem­a­tis­che reg­is­tratie waren er ca 3500 pad­den­stoe­len soorten bek­end. En nu inmid­dels ruim 6000. Dat ligt niet aan de ‘gewone’ (grote) pad­den­stoe­len. Die waren wel zo’n beetje bek­end en daar wor­den er maar af en toe nieuwe soorten ont­dekt. Het gros van de nieuwe ont­dekkin­gen bestaat uit kleine en mini soorten. Vaak zijn dat soorten die super gespe­cialiseerd zijn en bv alleen voor komen op eikels of beuken noot­jes of op drollen van bepaalde soorten dieren. Deze week liep ik dankzij de scherpe blik van Lou van der Lin­den aan tegen weer een nieuwe soort die in dat ver­haal past. Het was het Beri­jpt Varen­schoteltje. Dit mini pad­den­stoeltje met een diam­e­ter van 23 mm (zie foto) komt alleen voor op de oude ste­len van tongvarens.

Bij­zon­der

Pad­den­stoe­len die alleen varens vert­eren komen meer voor . De fam­i­lie van de varen­schotelt­jes telt bijna 250 soorten. Daar­bij moet u bedenken dat ver voor er bloe­men en bomen waren, varens (en paar­den­staarten) de belan­grijk­ste planten soorten op land waren. Dat was inde tijd van de Dinosauriërs en daar­voor. Ook in die oude tij­den speelde het prob­leem dat oude bio­massa weer vrij moest komen na een groei seizoen en in die tijd ontwikkelde zich al de wed­erz­i­jdse afhanke­lijkheid en samen werk­ing tussen planten en de eerste pad­den­stoe­len soorten.

Waar

De fam­i­lie van de varen­schotelt­jes bestaat vooral uit kleine schotelvormige soorten die gespe­cialiseerd zijn in het vert­eren van spec­i­fiek varen­ma­te­ri­aal. Bijna elke varen­soort heeft een eigen soort: het gewone varen­schoteltje komt bv voor op ade­laars varens. En het beri­jpt varen­schoteltje tref je in het hart van tong­varens aan als die bladeren na de win­ter hun tijd gehad hebben, net voor de nieuwe bladeren zich uit rollen. En omdat ton­va­rens al vrij zeldzaam zijn, zijn deze varen­schotelt­jes dat nog meer.