Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Reuzen­schaaf­stro

op .

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 kleine-oranje-bekerzwampad­den­stoe­lenKleine Oranje Bekerzwam18 dec 2016decem­ber

In de win­ter zijn de kleuren meestal wat grijs en bruin. Daarom is het extra leuk om in die nogal grauwe wereld af en toe heldere kleuren tegen te komen. En voor de oplet­tende waarne­mer zijn die inspir­erende kleuren overal te vin­den. Zo’n moment van inspi­ratie had ik afgelopen maandag bij het werken aan het nieuwe deel van het Hoofd­dorpse Wan­del­bos. Afgelopen zomer is daar de het kanaal uit­ge­bag­gerd en de bag­ger is op de grasstrook daar­naast uit­ge­spreid. Uit­gerek­end op die onaantrekke­lijke grauwe bag­ger­laag, die inmid­dels weer vol dreigt te groeien met ruigte planten zoals riet, brand­ne­tel en dis­tels vond ik niet tien­talen, niet hon­der­den maar duizen­den heldere oranje vlek­jes. Bij nadere inspec­tie bleken dat pad­den­stoe­len te zijn. En wel kleine oranje bek­erzwammen. Een pop­u­laire naam van deze zwammen is kleine sinas­ap­pelschilzwam. En ze zouden vol­gens de lit­er­atuur nog zeldzaam moeten zijn ook. Op deze plek zijn ze beslist niet zeldzaam.

Bij­zon­der

Andere soorten die de win­ter kleur geven zijn bv de knal­gele trilzwam en een paar andere bek­erzwammen: de grote oranje bek­erzwam groeit ook in de win­ter, net als de rode kelkzwammen. De rode kelkzwammen komen pas in feb­ru­ari en groeien op zwaar ver­teerde loof­bo­men­takken. Tegen feb­ru­ari is er ook al weer meer kleur van een ver­schei­den­heid aan bol­ge­wassen. De sneeuwk­lok­jes zijn daar­van het meest bek­end. Maar wist u dat daar we meer dan 1000 soorten en var­iëteiten van bestaan. De eerste sneeuwk­lok die bloeit, is de reuzen sneeuwk­lok die nu al bloeit. Een andere soort met helder gele bloe­men is de win­ter­akoniet. Die ver­schi­jnt in de loop van jan­u­ari. Al deze soorten zijn in De Heiman­shof en in het wan­del­bos te vinden.

Waar

De kleine sinaas­ap­pelschilzwam groeit bij voor keur op kale leem– of kleiachtige grond. Daar leeft hij van het organ­isch mate­ri­aal wat in de grond zit. Ik heb deze win­ter­pad­den­stoel niet alleen in het Wan­del­bos maar ook in Houtwijk­erveld en in recre­atie gebieden zoals Vri­jschot gevonden.

 esdoorncombibomenEsdoorn4 dec 2016decem­ber

Ken­merk­end voor deze tijd van het jaar is dat de bladeren mas­saal afvallen. Van­daar de keuze voor een van de meest voorkomende bomen: de esdoorn. De Veldes­doorn is een andere inheemse soort. Maar ook de Suik­eres­doorn en de Noorse Esdoorn kun­nen in de Haar­lem­mer­meer wor­den aangetrof­fen, naast vele cul­tuur var­iëteiten. Alle esdoorns of ahorns hebben een hand­vormig ingesne­den blad, dat meer of min­der scherp ingesne­den kan zijn. Alle esdoorns hebben ook ken­merk­ende ‘heli­copter’ zaden, die zijdel­ings aan elkaar vast zit­tende en elk voorzien zijn van een vleugeltje, waarmee ze makke­lijk door de wind ver­spreid kun­nen wor­den (foto onder). Elk jaar zaait een vol­wassen boom zich tien­duizen­den malen uit, vaak tot wan­hoop van tuin – en boseigenaren. Bij ons onder­houd in het Wan­del­bos Hoofd­dorp en ook bv in Land­goed Groe­nen­daal, bestaat 4080% van ons werk in het uit­trekken of – steken van zaailin­gen van de esdoorns. In Groe­nen­daal hebben we inmid­dels 15 ha ‘klaar’ en nog 75 ha (3 miljoen zaailin­gen van 220 jaar oud) te gaan van ca 20 moederbomen.

Bij­zon­der

Ook in de win­ter zijn bomen aan aller­lei ken­merken goed te herken­nen. De gewone esdoorn ken­merkt zich door dikke groene knop­pen. De Noorse esdoorn heeft dezelfde dikke knop­pen, maar die zijn rood­bruin. Esdoorns kun­nen ca 30 m hoog wor­den. Ze hebben ook last een spe­ciale schim­mel­soort, die aan het einde van de zomer bijna alle bladeren met zwarte 1 cm grote vlekken kleurt (foto boven). Dood gaat de boom er niet van. Esdoorns hebben een sterke sap­stroom in het voor­jaar. De suik­eres­doorn ontleent zijn naam aan het feit dat het sap ervan wordt opgevan­gen om er al of niet alco­holis­che dranken te maken. Het blad van de ‘Maple’ vormt de vlag van Canada. Esdoorns komen er veel voor en kleuren in de herfst de bossen rood.

Waar

De gewone esdoorn komt heel veel voor in deze regio, maar is van oor­sprong een zuid — en mid­den Europese soort. Er zijn ca 200 soorten esdoorns bek­end, die vooral op het Noordelijk hal­frond voorkomen.

 stobbenzwampad­den­stoe­lenSto­bben­zwam20 nov 2016novem­ber

Op een enorme wilg in De Heiman­shof die dit jaar afgestor­ven is, vor­m­den zich de afgelopen weken dichte clus­ters van grote bru­ine pad­den­stoe­len, met een hele duidelijke ring op de steel. Ik kende de soort niet, maar in de dagen daarna zag ik ze opeens overal. Het bleek het sto­bben­zwammetje te zijn. Op onze wilg zaten er na een week wel 1500 en de groei gaat nog steeds door. Ook hoger op de stam begin­nen ze te ver­schi­j­nen en op onder­grondse wor­tels wat verder van de stam ook. Het is echt een indruk­wekkend ver­schi­jnsel. Alles bij elkaar staan er nu al meer dan 50 kilo aan paddenstoelen.

Bij­zon­der

Nader onder­zoek leert dat het sto­bbezwammetje ook eet­baar is en dat alleen de hoed gegeten wordt. Natu­urlijk hebben we dat geprobeerd en de smaak is iets bit­ter en een beetje scherp zoals radijs en hij ruikt zoet. Maar als er in een week tijd 50 kilo kan ver­schi­j­nen is er vast wel een lekker recept mee te maken. Bij regen ontstaat er op de hoed een geleiachtige laag. De steel van het sto­bben­zwammetje heeft altijd een ‘strakke’ ring. Die ring is een overbli­jf­sel van het vlies dat tij­dens de groei in jonge toe­s­tand de hoed met de steel verbindt. Onder de ring is de steel donker­bruin en daar­boven licht geel. Het sto­bben zwammetje moet niet ver­ward wor­den met het niet eet­bare zwavelkopje. Dat is een andere algemene pad­den­stoel op dode stam­men. Deze is kleiner, helder geel met een con­trasterende kleur op de punt. Zowel het zwavel kopje als het sto­bben­zwammetje zijn sapro­fytis­che soorten. Dat wil zeggen: ze maken de boom niet ziek of dood: bij een boom die dood is, helpen ze bij de afbraak.

Waar

Het sto­bben­zwammetje is in Ned­er­land zeer alge­meen en groeit in dichte groepen op sto­bben en stronken van eik, els, berk en wilg.

 heksenmelkplantenHek­sen­melk13 jun 2016juni

Col­umn van Franke van der Laan

Iedereen weet dat bijen nec­tar verza­me­len en daar hon­ing van maken. Een van de manieren waarop bijen die nec­tar vin­den, is dat ze gericht zijn op bloe­men die zo hoog mogelijk opgericht wor­den om ze onder de aan­dacht van hun bes­tu­iv­ers te bren­gen. Maar nec­tar is bij som­mige planten ook te ruiken.

 roodhalsgansmetbrandgans_100pxvogelsRood­hals­gans24 mei 2016mei

Col­umn van Franke van der Laan

Eind april, begin mei verbleef er een bij­zon­dere gans in De Haar­lem­mer­meer langs de Fokker­weg op Schiphol-​Oost. Rood­hals­ganzen broe­den in noordelijke Arc­tis­che streken in Cen­traal Siberië en de meeste dieren over­win­teren rond de Zwarte zee in Bul­gar­ije en Roe­menië. Dat zijn er über­haupt niet zoveel. De hele wereld­pop­u­latie wordt geschat op een kleine 60.000 dieren en jaar­lijks wor­den het er min­der. Dat komt vooral door ille­gale jacht en ver­stor­ing bij legale jacht op andere soorten ganzen.

 vingerhoedje_kleinpad­den­stoe­lenVinger­hoedje9 mei 2016mei

Col­umn van Franke van der Laan

Het is in deze col­umn al vaak aangegeven: je vindt niet alleen pad­den­stoe­len in de herfst, maar je kunt ze het hele jaar door vin­den. April en mei zijn daar­bij de maan­den dat pad­den­stoe­len­liefheb­bers uitk­ijken naar morieljes.

 beukbomenBeuk25 apr 2016april

Col­umn Franke van der Laan

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd veran­dert onze omgev­ing van grijs en grauw naar fris groen in duizend tin­ten. Een van de meest indruk­wekkende gedaan­tev­er­wis­selin­gen om te vol­gen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten ver­lei­den om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange win­ter­knop­pen die zich in lut­tele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht blader­dak dat er bijna geen andere planten onder kun­nen groeien.

 leegvogelsCol­umn Franke van der Laan: de Tapuit17 apr 2016april

Van alle zangvo­gelt­jes legt de tapuit de groot­ste afs­tand af tij­dens de jaar­lijkse trek. Franke zag deze reiziger in onze eigen Haarlemmermeer!

Lees verder in zijn col­umn »>

 tapuitvogelsTapuit17 apr 2016april

tapuitMid­den op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haar­lem­mer­meer had gezien: hij viel op door z’n opval­lende zwart/​wit geblokte staart bij het opvliegen: onmisken­baar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de fam­i­lie van de vliegen­vangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exem­plaar zou een broedgeval kun­nen zijn, maar is waarschi­jn­lijker een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebon­den aan de aan­wezigheid van koni­j­nen, die de veg­e­tatie kort grazen en met hun gegraaf zor­gen voor plekken met open zand en nest­gele­gen­heid in koni­j­nen­holen. In hei­de­ter­reinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boom­sto­bben die na kap­w­erkza­amhe­den zijn achterge­bleven. Maar daar kun­nen roofdieren er makke­lijk bij.

Bij­zon­der

Tapuiten zijn trekvo­gels die in Afrika op de savan­nen ten zuiden van de Sahara over­win­teren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvo­gels de groot­ste afs­tand af tij­dens de jaar­lijkse trek. De soort broedde vooral op de Wad­denei­lan­den en in min­dere mate in de duinen van Noord-​Holland en Zuid-​Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aan­wi­jzin­gen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste­land. In het bin­nen­land komt de tapuit nog voor op hei­de­velden en zand­ver­s­tu­ivin­gen op de Veluwe, in Dren­the en Zuidoost-​Friesland. Door het inten­sieve gebruik van de grond in Ned­er­land voor bebouwing, land­bouw, bosaan­plant, etc. is de hoeveel­heid opper­vlakte die geschikt is als broedge­bied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmos­ferische stik­stofde­posi­tie zijn er steeds min­der schrale open, zandige plekken, die onmis­baar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open ter­rein zon­der stru­iken en bomen. Ze zijn te vin­den op wei­den en akkers met ste­nen muren, hoogveen– en duinge­bieden, stu­ifzan­den, rot­sachtig ter­rein, eilan­den, kusten, berghellin­gen en more­nen. Ze neste­len in rotss­pleten, ste­nen muren, steen­hopen, koni­j­nen­holen, etc.

 groenbekermosmossenGroen­bek­er­mos23 mrt 2016maart

In de win­ter staat de groei van de meeste pla­nen en bomen stil. Die hebben om te groeien nl tem­per­a­turen van boven de 10 graden nodig. De mossen zijn organ­is­men die prof­iteren van het weg­vallen van de andere (grotere) planten. Zij hebben namelijk de eigen­schap ontwikkeld om al vanaf nul graden te groeien. De win­ter is daarom in het geheel niet saai om buiten te lopen. Overal om je heen flo­r­eren de mossen en korstmossen, die de rest van het jaar een wat teruggetrokken en over­schaduwd bestaan lei­den. Ze voe­len zich zelfs zo happy in de koelte dat ze volop aan voort­plant­ing doen via aller­lei prachtige en inge­nieuze sporenkapsels. Korstmossen zijn nog kleiner en plat­ter dan gewone mossen. Zij kun­nen bijna uit­slui­tend op kale steen of hout of kale grond groeien. Op een houten balk trof ik deze week groen­bek­er­mos aan. Dat is een van de 50 soorten beker– of rendier­mossen die in Ned­er­land voorkomen.

Bij­zon­der

Aan korstmossen is bijna alles bij­zon­der. Ze zijn het schoolvoor­beeld van sym­biose in de biolo­gie. Een korstmos is een innig samen­lev­ingsver­band tussen een schim­mel en een alg. Apart kun­nen deze niet meer leven. De schim­mel zorgt voor aan­hecht­ing en bescherming en de groen– of blauwalg voor groei. In feite hebben deze schim­mels het principe van land­bouw al miljoe­nen jaren gele­den ontwikkeld. Korstmossen kun­nen zeer extreme omstandighe­den over­leven op gloeiend hete rot­sen en zelfs bij min 80 graden in de ruimte. Bek­ert­jes­mos bestaat uit blaad­jes (thal­lus) waar in de win­ter bek­ers uit­groeien. In deze bek­ers past pre­cies een regen­drup­pel. In deze drup­pel lossen sporen op die bij een vol­gende regen­drup­pel uiteenspat en zo ver­spreid wor­den. Maar er kun­nen ook stuk­jes afbreken (stek­jes) die elders weer aan­groeien. Een 3-​tal bek­er­mos soorten vormt prachtige rode bekers.

Waar

Er bestaan ca 350 soorten beker– en rendier mossen, waar­van er 50 in Ned­er­land voor komen. Er zijn soorten die op hout, op steen en op kale grond voor komen. Groen bek­er­mos groeit op hout.

 huisspitsmuis2kleine dierenHuis­spitsmuis23 mrt 2016maart

Bij het tuinieren met de oud­ers en kinderen van de Jeugdnatu­ur­club ontstond er hilar­iteit toen de kinderen een dode muis op het pad ont­dek­ten. Deze ‘veld­muis’ bleek een spitsmuis te zijn. Hij had wat bloed aan zijn kop, wat er op wijst dat een kat hem gedood had. Dat hij witte tanden had en zowat egaal grijs was, gaf aan dat het een huis­spitsmuis een geen veld­spitsmuis was. Het con­trol­eren van de kleur van de tand­jes gaf weer hilar­iteit, want ‘alle dode dieren zouden vies zijn’. Maar de bloed­drup­pels gaven aan dat het dier niet langer dan 2 uur dood was: Hoezo vies? Er wor­den tien­tallen keren per jaar dode mollen en (spits) muizen aangetrof­fen. De goed door­voede kat­ten die De Heiman­shof als jacht­ge­bied uitkiezen, doden ze uit jacht­drift, maar zeker spitsmuizen vin­den ze na een uur spe­len, niet om te pruimen. Spitsmuizen schei­den nl een nare muskusachtige geur af. Alleen uilen en dan vooral de kerkuil hebben daar geen moeite mee.

Bij­zon­der

Spitsmuizen zijn geen echte muizen. Het zijn insecteneters. Ze leven in het wild meestal niet langer dan 1.5 jaar. Na 3 maan­den zijn ze vol­wassen en kri­j­gen tot wel 5 wor­pen van zo’n 4 jon­gen per jaar. Je kunt de leeftijd van dieren meten in jaren, maar ook in hart­sla­gen. De meeste zoogdieren kri­j­gen ongeveer het zelfde aan­tal harsla­gen mee bij hun geboorte. Som­mige (grote) walvis­sen doen er 300 jaar over om die op te gebruiken. Wij als mensen een jaar of 80, maar de spitsmuis 1 of 2 jaar. Ze hebben dan ook een razend inten­sieve hart­slag van 10002000 sla­gen per min­uut. Een spitsmuis kan zich dan ook let­ter­lijk doo­d­schrikken. Spitsmuizen zijn de kle­in­ste zoogdieren. Om zich warm te houden, ver­sto­ken ze heel veel energie en moeten daarom dagelijks min­stens hun eigen gewicht aan voed­sel innemen en hebben zeker geen tijd voor een winterslaap.

Waar

Een huis­spitsmuis komt wel vaak in de buurt van huizen voor, maar leeft meestal gewoon in tuinen en velden. Hij komt voor in Noord Afrika en West, Mid­den en Zuid Europa.

 vlaamsegaaivogelsVlaamse Gaai23 mrt 2016maart

Gaaien of Vlaamse Gaaien zijn het hele jaar aan­wezig in Ned­er­land. De Ned­er­landse gaaien zijn stand­vo­gels. In heel Ned­er­land leven er zo’n 60.000 paar. In deze peri­ode van het jaar neemt het aan­tal gaaien toe omdat noordelijke vogels zich hier komen melden. In De Heiman­shof hebben we jaar­rond een paar of 3, maar nu is er een groep van soms wel 1015 dieren actief. Vroeger was de gaai een schuwe bosvo­gel. Deze vogels zijn, meer dan kraaien en eksters, waarmee ze ver­want zijn, gesteld op beboste en parkachtige land­schap­pen. Net als de merel, de grote bonte specht, de groene specht en een paar andere soorten zoals de hals­band­parkiet hebben ze zich zeer goed aangepast aan het leven in en om de mensen in ste­den en dorpen.

Bij­zon­der

De Vlaamse Gaai is een vogel met een veelk­leurig veren­pak, waar­bij vooral de blauwe veert­jes aan de vleugel opvallen. Het is een zeer alerte soort en de alarm­roep van de gaaien is voor vele dieren een sig­naal om zich gedekt te houden. De Vlaamse gaai is een alle­seter, die leeft van insecten, kleine dieren, eieren en jonge vogels die niet oppassen, maar hij is vooral ver­zot op hazel­noten, eikels en beuken­noot­jes. In deze peri­ode van het jaar heeft hij het extra druk. Het is zoals de meeste kraa­iachti­gen een redelijk intel­li­gente soort. Zijn voorkeur voor eikels gebruikt hij om tij­dens de ‘mast’ zoveel mogelijk eikels te verza­me­len en deze te ver­ber­gen als win­ter­voor­raad. Je ziet dan ook de eikels die onder eiken liggen als sneeuw voor de zon verd­wi­j­nen. Een Gaai kan maar liefst 9 eikels tegelijk in zijn keel zak ver­vo­eren en die stopt hij in zachte bodems in de grond als win­ter­voor­raad. Voor groen­te­tuin­ders kan dat een heel prob­leem wor­den, want een deel van die eikels vergeet hij. Daarmee is de Gaai de groot­ste ver­sprei­der van eiken­bomen en daarmee ook een ver­woed bosbouwer.

Waar

De Vlaamse gaai is in Ned­er­land een strand­vo­gel van beboste gebieden en ste­den. Hij komt in heel Europa voor behalve dicht bij de pool cirkel.