Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Reuzen­schaaf­stro

op .

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 beukendopgeweizwampad­den­stoe­lenBeuk­endopgeweizwam23 mrt 2015maart

Afgelopen week was de nationale boom­feestdag en dus liep ik te zoeken naar een onder­w­erp over bomen: Het bomen­pad in het Haar­lem­mer­meerse bos is heropend, de 14 routes langs mon­u­men­tale bomen om ‚bij weg te dromen’ zijn gelanceerd en op De Heiman­shof staan tot 1 april10.000 gratis boom­p­jes van 54 soorten klaar om mee te nemen. Een van de soorten die we dit jaar in grote getalen beschik­baar hebben, (2500) zijn beuken. Die beuken groeien uit beukenoot­jes, waar­van er in som­mige jaren miljoe­nen zijn per boom. Als er zo’n top jaar van beukenoot­jes is, wor­den lang niet al die noot­jes een boom: muizen, eekhoorns, vogels eten het gros op. Maar ook op andere manieren komen de beuken aan hun eind. En dat brengt me op het eigen­lijke onder­w­erp van deze week: de super­spe­cial­is­ten: de natuur zit zo mooi en ingewikkeld in elkaar dat er overal waar er wat te halen valt, soorten ontstaan die er gebruik van maken. Een van die super­spe­cial­is­ten is de Beuk­endopgeweizwam. Dat is een ver­want van het zeer algemene gewone geweizwammetje wat op oude stronken groeit. Deze soort groeit alleen op de schillen van beuken­noot­jes en dan nog alleen als die onder een laag bladeren liggen.

Bij­zon­der

De beuk­endop geweizwammet­jes lagen in een dikke laag strooisel onder een beuk in Burg­erveen en zijn prachtig gefo­tografeerd door Lau­rens v/​d Linde, die al vaker leuke ont­dekkin­gen heeft vast gelegd. De natuur zit vol met de super­spe­cial­is­ten. Maar je moet er een oog voor ontwikke­len om ze te ont­dekken: een schotelzwammetje dat ook alleen in een leeg beuk­endopje groeit; de rupsendo­der, een zwam die alleen op vlin­der­pop­pen groeit en de lar­ven­do­der die alleen op de larve van de spin­nende water kever leeft; en uit de insecten­wereld: hyper­parasi­eten: zeer kleine sluip­we­spen die leven op de lar­ven en pop­pen van al zeer kleine sluip­we­spen die bijvoor­beeld op bijen en vliegen parasiteren.

Waar

De beuk­endopgeweizwam groeit alleen op vochtige beuk­endop­jes onder een laag strooisel.

 wcmotmuggestippeldeinsectenwc-​motmug7 mrt 2015maart

U bent van mij gewend om intrigerende natuur ver­schi­jnse­len overal van­daan te tov­eren. Deze week een tro­pis­che soort die recen­telijk (1020 jaar gele­den of zo) is meegelift met inter­na­tionale reizigers.

Zijn lev­en­scy­clus is niet heel appeti­jtelijk, want hij legt z’n eit­jes (soms mas­saal) in de sli­jmerige prut van goot­steen– en wc-​zwanenhalzen. Daar kauwen de lar­f­jes zich door die prut. De vol­wassen exem­plaren houden zich in en bij goot­ste­nen en wc-​potten op. Daar kun­nen ze jaar rond aangetrof­fen wor­den.
Ze heten mot­muggen. En om pre­ciezer te zijn wc-​motmuggen.

Het zijn circa 5 mm grote zwarte insecten met donkere zware behar­ing. Die behar­ing valt af als ze wat ouder worden.

Er zijn inmid­dels 2 soorten bek­end: de gestip­pelde wc mot­mug, die zijn vleugels hor­i­zon­taal houdt en rijen witte stip­pels op de ran­den heeft (foto) en de gewone wc-​motmug die wat kleiner is zon­der stip­pen en die zijn vleugels dak­pans­gewijs boven zijn lichaam houdt.

In de zomer kun­nen de wc-​motmuggen ook buiten leven. Daar wor­den ze soms aangetrof­fen in com­post­vaten en –hopen, vooral als deze vol met natte inhoud zit­ten.
Hoewel hun lar­vale sta­dium zich niet afspeelt in de meest fan­tasievolle omgev­ing, bren­gen ze voor zover bek­end geen ziek­ten en pla­gen met zich mee.

Bij­zon­der

De wc-​motmuggen ken ik zelf al een jaar of 10, maar naar nu blijkt ston­den ze tot voor kort niet eens gereg­istreerd als een soort die in Ned­er­land voorkomt. Dat heeft waarschi­jn­lijk meer te maken met de aan­dacht voor deze soort­groep dan met hun daad­w­erke­lijke voorkomen.
De lev­en­scy­clus van de mot­muggen is heel snel: van ei tot vol­wassen exem­plaar duurt ca. 17 dagen. De mot­mug­jes zelf leven ca 10 dagen en na ongeveer 9 uur kun­nen ze zich al voort planten met 200300 eit­jes per vrouwtje. Dat kan in korte tijd duizen­den nakomelin­gen opleveren.

Waar

Voor het waarne­men van mot­mug­jes hoeft u de deur niet uit. Ze leven in goot­ste­nen, wcpot­ten en blub­berige composthopen.

 springstaartandersSpringstaarten21 feb 2015feb­ru­ari

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze col­umn nog door? Het antwo­ord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aan­tal onder­w­er­pen. In Ned­er­land zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief een­cel­li­gen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haar­lem­mer­meer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daar­van gehad en met eens in de 14 dagen een col­umn, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voor­beeld van alle grote groepen organ­is­men te behan­de­len. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe cat­e­gorie, waar­van meer dan 8000 soorten ont­dekt zijn, met hon­der­den in Ned­er­land. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bij­zon­der

Springstaarten wor­den slechts enkele mm groot en ontle­nen hun Ned­er­landse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zit­ten de tanden van de vork vast achter een soort gren­deltje. Als de springstaart bij gevaar wil sprin­gen, zet hij kracht op de vork en laat dan het gren­deltje los. Daar­door slaat de vork met een klap op de onder­grond (of op het water) en wordt de springstaart cen­time­ters weg gelanceerd.
Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mon­dor­gaan wat eindigt in twee buis­jes en uit­ges­tulpt wordt met behulp van de bloed­druk. De func­tie is een com­bi­natie van het opne­men van vocht en het vas­thechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf wat­er­af­s­to­tend, waar­door hij zon­der moeite haast wrijv­ingsloos over het waterop­per­vlak gli­jdt. Dreigt hij door de wind weg te wor­den geblazen, dan steekt hij deze collo­foor, die niet wat­er­af­s­to­tend is, door het waterop­per­vlak als een soort micro ankertje en lijkt daar­door aan het waterop­per­vlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisel­laag of op het waterop­per­vlak en voe­den zich met rot­tend organ­isch mate­ri­aal en schim­mels. Ze kun­nen daar in enorme aan­tallen voorkomen: hon­der­den of duizen­den per m2 in de meeste Ned­er­landse tuinen.

 rode-kelkzwampad­den­stoe­lenRode kelkzwam8 feb 2015feb­ru­ari

In de win­ter is het niet alleen wat frisser, de kleuren buiten zijn ook min­der uit­ge­spro­ken. Daarom is het extra leuk dat er ook mid­den in de win­ter vrolijk stem­mende kleurige ver­schi­jnse­len zijn te vin­den, die een wan­del­ing of zelfs een hele dag kun­nen opvrolijken. Recen­telijk noemde ik als de heldergele gele trilzwam.

Win­ter­pad­den­stoe­len hebben een manier weten te vin­den om mid­den in de win­ter te groeien: dat gaat wel langza­mer maar ze hebben weken of zelfs maan­den om hun sporen te ver­sprei­den. En blijk­baar is dat een goede over­lev­ingsstrate­gie.
Deze week kwam ik de mooiste kleur die je in de win­ter kan vin­den tegen in het Wan­del­bos Hoofd­dorp: schar­lak­en­rood van de rode kelkzwam (zie foto).

Bij­zon­der

Rode kelkzwammen zijn echte win­ter­pad­den­stoe­len.
Ze ver­schi­j­nen als het koud wordt, soms al in novem­ber, en verd­wi­j­nen medio maart.

Hoewel de vruchtlichamen slecht tegen droogte kun­nen, is uit exper­i­menten gebleken dat het mycelium daar wel goed tegen kan en zelfs tot tien jaar later onder gun­stige omstandighe­den weer vruchtlichamen pro­duceert. Het lijkt erop dat kelkzwammen nog lev­ende takken infecteren waar­bij het houtweef­sel gedurende gun­stige (vochtige) peri­o­den ver­teerd wordt. Pas nadat de takken afgevallen zijn en per­ma­nent in een vochtige omgev­ing liggen, waar­bij ze vaak bedekt raken met mos, begin­nen zich op de takken vruchtlichamen te vor­men. Daarna gebeurt dit ieder jaar opnieuw tot­dat de tak volledig ver­teerd is.

Slakken, springstaarten en insecten­lar­ven eten er graag van. Wellicht speelt de rode kleur een rol in het lokken van deze dieren. Zodra het weer wat opwarmt, zullen de kelkzwammen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Waar

In Ned­er­land komen 2 soorten rode kelkzwammen voor.
De Krul­haarkelkzwam die we ooit in De Heiman­shof gehad hebben, heeft een voorkeur voor rot­tend elzen– of essen­hout.
De Rode kelkzwam in het Wan­del­bos is een stuk zeldza­mer en heeft een voorkeur voor rot­tend essenhout.

 RamshoorngalinsectenRamshoorn­gal­we­sp­pa­rasiet24 jan 2015jan­u­ari

Al 8 jaar mag ik u eerst weke­lijks en nu 2-​wekelijks van de HC op de hoogte houden van de ver­baz­ing­wekkende flora en fauna in onze polder.

In augus­tus 2008 kon ik u melden dat de EU – een­word­ing ook ecol­o­gis­che invloe­den had: met vracht­wa­gens was uit Hon­gar­ije en omstreken de ramshoorn­gal­wesp meegelift.
Tot 1990 was de Ramshoorn­gal­wesp bek­end van Oost-​Europa tot Iran.
Vanaf 1990 heeft de Ramshoorn­gal­wesp zich naar West-​Europa uit­ge­breid. In het jaar 1990 komt de eerste waarne­m­ing uit Duit­s­land. In de omgev­ing van Lon­don was de eerste waarne­m­ing in 1998, nog voor het eerste exem­plaar in Ned­er­land (2003), in Diemen werd gezien.
In Ned­er­land heeft zich deze gal­wesp vooral in het zuiden van Noord-​Holland en in Zuid-​Holland sterk uit­ge­breid en is nauwelijks in Oost-​Nederland te vin­den.
In De Heiman­shof was de eerste gal in de zomer van 2008 op een jonge zomereik.

Bijzonder

Nieuwe soorten kun­nen zich vaak snel ontwikke­len omdat ze geen vijan­den hebben. Hoe snel de natuur zich soms kan aan­passen, bleek deze win­ter toen de gal­we­sp­jes in hun ’veilige’ gallen opgepeuzeld bleken: De vrouwt­jes van zoge­naamde bron­swe­spen (foto) kun­nen met hun spri­eten waarne­men waar de larve van de gal­wesp in de gal zit. Ze boren met hun leg­boor dan door de buiten­schil van de gal en leggen een ei in de gal­we­s­plarve. Zodra de parasiet uit het ei kruipt, wordt de gal­we­s­plarve opgepeuzeld. Bij kweek­ex­per­i­menten bleek dat in de late herfst zowel wijf­jes als man­net­jes van de par­a­sitaire bron­swesp Sycophila bigut­tata uitk­wa­men.
Ramshoorn­gal­we­spen zelf zijn ook bij­zon­der. Zij ken­nen twee gen­er­aties per jaar die elk een andere soort eik nodig hebben; de moseik of Turkse eik en de inheemse zomereik. In de Wieger Bruin­laan groeien moseiken en overal staan zomereiken. Uit de gallen op de zomereik komen alleen vrouwt­jes, uit de gallen op de moseik komen man­netje en vrouwtjes.

Waar

De par­a­sitaire bron­swesp komt overal in Europa en West-​Azië voor waar ook de Ramshoorn­gal­wesp aan­wezig is.

 Gebakken-Kippad­den­stoe­lenGebakken Kip zwam4 jan 2015jan­u­ari

Een halve hek­senkring van grote (12 cm) pad­den­stoe­len op een gazon vlak bij De Heiman­shof (foto) zette mij op een speur­tocht met ver­rassende resul­taten, die ik graag met u deel.

Mijn eerste indruk vanaf de weg was dat het een soort wilde champignon leek, waar­van som­mige soorten wel 25 groot kun­nen wor­den. Maar de eerste inspec­tie sloot dat al uit. Alle champignons hebben zwarte sporen en een ring (velum) om de stam. En deze exem­plaren had­den geen ring en de plaat­jes onder de hoed waren maagdelijk wit.

De vol­gende stap is dan om alle pad­den­stoe­len gid­sen er bij te nemen. Daar kwa­men als optie Gordi­jnzwammen uit naar voren. Gordi­jnzwammen hebben net als deze soort laag afhangende en brede plaat­jes en er blijken wel 180 soorten van te bestaan. Maar alle­maal hebben ze bru­ine sporen. Als de pad­den­stoe­lengid­sen geen uit­sluit­sel geven is Pro­fes­sor Ernst mijn geheime wapen. Deze pro­fes­sor waar ik in 1980 bij afges­tudeerd ben heeft toe­gang tot netwerken waar micro­scopis­che details uit­sluit­sel geven. Hij kwam de weten­schap­pelijke naam van deze zeer algemene en grote soort die geen Ned­er­landse naam heeft, maar in Amerika Gebakken kip zwam heet. Deze soort heeft nl witte ronde sporen, ter­wijl de enige Gordi­jnzwam met wit­tige sporen appelvormige sporen heeft.

Bij­zon­der

De naam geeft al aan dat het een eet­bare soort is. De smaak van de verse hoed doet aan radijs denken. In Azië wordt deze soort mas­saal gek­weekt en zeer gewaardeerd in purees en soepen. In het westen is dit min­der. Met de juiste kruiden smaakt de hoed naar gebakken kip en de robu­uste stam wordt of vers­maad of ook in gepureerde vorm ver​w​erkt​.De weten­schap­pelijke naam van de gebakken kipzwam is Lyophyl­lum decastes, omdat hij opval­lend vaak in clus­ters van 10 exem­plaren voor schi­jnt de komen; deca is 10 in het latijn.

Waar

Deze soort komt bij voorkeur op ver­sto­orde gron­den voor, waar hij organ­isch mate­ri­aal ver­teerd. Waar hij voorkomt is het meestal in zeer grote aantallen.

 esbomenes27 dec 2014decem­ber

Het wordt veel aange­haald; dat de (Canadese) pop­ulier de ken­merk­ende boom van de Haar­lem­mer­meer is. Dat komt omdat deze boom overal aange­plant wordt.
Een min­stens zo algemene boom en een­tje die zich in tegen­stelling tot de pop­ulier mas­saal voort­plant (en zich dus hier kiplekker voelt) is de es. Bijna overal waar je staat kun je wel een (of veel) essen­bomen in je blikveld aantr­e­f­fen.
Een paar van de mooiste 100– jarige essen staan in het wan­del­bos Hoofd­dorp (33.5 m in omvang en ruim 40 m hoog), maar in alle wijken en ker­nen en bij oude boerder­i­jen en kerken zijn mooie exem­plaren te vin­den. De es maakt met de esdoorn zaden met vleugelt­jes.
Het essen­zaad (foto) heeft 1 vleugel en die van de esdoorn 2. Die vleugels ver­beteren ver­sprei­d­ing met de wind.

Bij­zon­der
Een es wordt ca 200 jaar oud, maar net als bij knotwilgen kan essen­hakhout (dat om de 10 jaar wordt afgezet) de leeftijd van een boom aanzien­lijk ver­len­gen. De oud­ste bomen van de Haar­lem­mer­meer zijn dan ook ruim 300 jaar oude essen­hakhoutop­standen op de Een­denkooi van Stok­man bij Vijfhuizen. Deze 10 jaar oude stam­men wor­den sinds mensen­heuge­nis gebruikt voor palen en als brand­hout.
Maar essen­hout heeft veel meer gebruiksmo­gelijkhe­den. Het is buigzaam, veerkrachtig en recht. Het werd daarom gebruikt voor bv speren, maar nog steeds voor ste­len van gereed­schap zoals hamers, bezems, schep­pen, etc.
In Europa komt 1 inheemse soort es voor. In Noord-​Amerika bestaan nog een tien­tal soorten. Een kweekver­sie van de smal­bladige es, die in de herfst dieprode bladeren kri­jgt, wordt wel als straat­boom aange­plant. Er staan bv een paar exem­plaren waar de Boslaan in Hoofd­dorp over­gaat in de Sweel­incksin­gel.
De es was altijd een geliefde boom omdat hij een makke­lijke en vri­jwel ziek­tevrije soort was. Met de iep en de paar­denkas­tanje hoort hij sinds kort bij soorten die door een plaag (schim­mel) bedreigd wor­den.

Waar
De es groeit graag op natte tot tamelijk vochtige, voed­sel­rijke grond in loof­bossen en is zeer algemeen.

 vliegenzwamcruquiuspad­den­stoe­lenVliegen­zwam16 nov 2014novem­ber

In de vorige col­umn noemde ik, dat ik nog nooit een vliegen­zwam in de polder had gevon­den.
Daar kwa­men 2 reac­ties op: een uit Cruquius bij een eik (zie foto) van Janet Bakker, die altijd goed oplet en vaker waarne­min­gen doorgeeft en een uit Toolen­burg, Hoofd­dorp over een die sinds 2 jaar bij een berk verschijnt.

Bij­zon­der

De vliegen­zwam is een tot de ver­beeld­ing sprek­ende soort, waar omheen tal­loze feiten en sagen bestaan:
De hoed van de vliegen­zwam was een essen­tieel bestand­deel van hek­sen­brouwsels.
De ker­st­man met zijn rood met witte kledij zou het sym­bool zijn van iemand, die door een vliegen­zwammen­roes denkt te kun­nen vliegen in door rendieren getrokken arrenslee.

Het in melk of suik­er­wa­ter gedrenkte rode vlies van de hoed van de vliegen­zwam was ooit als vliegen­verdel­gingsmid­del pop­u­lair.
Lin­naeus gaf de vliegen­zwam de lati­jnse soort­naam Amanita mus­caria (mus­caria= vlieg). 200 jaar later werd uit de vliegen­zwam het insec­ti­cide iboteninezuur geï­soleerd. Dit zuur wordt door droging omgezet in de stof mus­ci­mol, die ver­ant­wo­ordelijk is voor hal­lu­ci­naties.
Het gebruik van de vliegen­zwam was aan de elite van sja­ma­nen en orakels voor­be­houden zodat zij hun para­nor­male gaven kon­den ver­sterken en als enige in con­tact met de goden kon­den tre­den. Als er onvol­doende pad­den­stoe­len voorhan­den waren, werd de urine van de bevoor­rechten, die in ruime mate de drogerende rest­stof­fen bevatte, door de min­der bedeelden gedronken. De vreemde Engelse uit­drukking „get­ting pissed” voor in een alco­hol­roes raken, zou hier­mee te maken hebben.
De hoed van de vliegen­zwam bevat kleine hoeveel­he­den mus­carine dat pas in veel grotere hoeveel­he­den dodelijk giftig is. Vergiftigin­gen met fatale afloop komen dan ook weinig voor.

Waar

De vliegen­zwam is een van de pad­den­stoe­len­soorten die samen­leven met bomen. Ze vor­men samen een zoge­naamd myc­or­rhyza: een samen­stel van zwamdraden en boom­wor­tels waar­tussen suik­ers vanuit de boom en min­eralen vanuit de schim­mel wor­den uit­gewis­seld tot bei­der voordeel.
De voorkeur­swaard­plant van de vliegen­zwam is de berk, maar ook bij andere bomen waaron­der eik, beuk en den komt hij voor.

 oranjerodestropharia1pad­den­stoe­lenOran­jerode Stropharia1 nov 2014novem­ber

We zit­ten inmid­dels in de herfst en dan wor­den de kleuren in de natuur meestal donker­bruin of zwart, zeker op de grond. Maar in al die donkere tin­ten duiken er af en toe opval­lend vrolijke kleuren op.
Dat zijn niet alleen de bladeren van som­mige bomen, maar voor de goede obser­va­tor ook vaak pad­den­stoe­len. Jam­mer genoeg heb ik nog nooit de rood met witte stip­pen vliegen zwam gevon­den in onze polder, maar ook de sinas­ap­pelschilzwam (helder oranje), de rode koolzwam (helder paars), de zwavelzwam (helder geel) en de porse­leinzwam (helder wit) mogen er zijn en die groeien hier wel.
In De Heiman­shof ontwikkelde zich recen­telijk tien­tallen helder oranje pad­den­stoe­len op hout­snip­pers. In geen enkele pad­destoe­lengids (en we hebben er heel veel) kon­den we deze soort vin­den. Tot­dat er een pad­destoe­len­ex­pert te hulp schoot. Het bleek te gaan om de oran­jerode stropharia. En inder­daad dat is geen algemene soort. Slechts hier en daar wordt deze soort aangetroffen.

Bij­zon­der

Inter­es­sant aan deze soort is, dat het een van de pad­den­stoe­len is die een hal­lu­cinerende stof bevat. Dus dit is zeker een van de soorten waarmee je niet moet exper­i­menteren. Voor geluk­szoek­ers: het heeft zo lang gedu­urd om de naam van deze soort te vin­den, dat de pad­den­stoe­len inmid­dels gro­ten­deels ver­teerd zijn van ouderdom.

Waar

De oran­jerode stropharia is pas vrij recent let­ter­lijk over komen waaien (met zijn super­lichte en kleine sporen). De soort komt oor­spronke­lijk namelijk uit Aus­tralië. Later is deze soort in Amerika opge­do­ken en sinds de vijftiger jaren ook in Europa. Daar is hij nu plaat­selijk wat algemener, maar een goede Ned­er­landse naam is er nog niet. De soort groeit in de herfst op vert­erende hout­snip­pers. Dat geeft aan dat het een zoge­naamde onschuldige sapro­fytis­che soort is, die dood mate­ri­aal ver­teert. Er bestaan ook sym­bi­o­tis­che soorten die een wed­erz­i­jds voordelige relatie met vooral bomen aan­gaan en par­a­sitaire soorten die lev­ende bomen de das om doen.

 kleine-modderkruipervis­senKleine mod­derkruiper18 okt 2014okto­ber

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.
Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 814 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end. Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der
De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar
De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 harigknopkruidplantenHarig Knop­kruid5 okt 2014okto­ber

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.
Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.
Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.
Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-​Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.
Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.
De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van –10 ºC over­leven.
In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.

 blotebillenzwampad­den­stoe­lenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014sep­tem­ber

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,51 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.
De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.
Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.
In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.