Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Reuzen­schaaf­stro

op .

Schaaf­stro behoort tot de paar­den­staart­fam­i­lie. Veel mensen ken­nen een fam­i­lielid daar­van, dat heer­moes heet en dat overal in de Haar­lem­mer­meer groeit, waar zand over klei ligt. Dat is een typ­is­che sit­u­atie bij trot­toirs en in tuin­paden. Van­daar dat veel mensen er een grote hekel aan hebben. Deze paar­den­staarten wor­den vaak kat­ten­staarten genoemd, wat mij als bioloog ver­driet doet, want kat­ten­staarten zijn prachtig paars­bloeiende planten van de waterkant. Paar­den­staarten vor­men een zeer oude fam­i­lie die 250350 miljoen jaar gele­den ontstond en die in de tijd van dinosauriërs, toen er nog geen bloeiende planten en loof­bomen waren hun voor­naam­ste voed­sel vor­mde. Dat ze het tot nu toe hebben vol­ge­houden betekent dat ze een goed over­lev­ingssys­teem hebben. Bij heer­moes heb ik daarmee ken­nis gemaakt toen ik voor een kelder 4 m diep in de grond moest graven en 12 m onder het grond­wa­ter nog wor­tels tegenkwam. Ze hebben dus zo’n wor­tel reserve dat je ze nooit kunt weg wieden.

Bij­zon­der

Paar­den­staarten en dus ook schaaf­stro zijn aan zand gebon­den, omdat ze geen cel­lu­lose als ‘skelet’ maken, maar kleine kristal­let­jes van kwarts. Van schaaf­stro wordt vaak ver­meld dat het vroeger door z’n ruwe sten­gel als schu­ur­pa­pier werd gebruikt, maar dat is vol­gens mij niet terecht. Voor de komst van indus­trieel schu­ur­pa­pier ver­brandde men dit schaaf­stro en kreeg in de as zeer homo­gene kristal­let­jes, die gebruikt wer­den voor het poli­jsten van muziekin­stru­menten. Schaaf­stro en reuzen­schaaf­stro zijn zeer dec­o­ratieve paar­den­staarten die niet mis­staan in (droog) boeket­ten ( zie detail­inzet). Alle paar­den­staarten bestaan uit seg­menten die uit en weer in elkaar geschoven kun­nen wor­den.

Waar

Schaaf­stro houdt van vochtige zand­m­i­lieus zoals duin­valleien en Reuzen­schaaf­stro (foto) dat 23 m hoog kan wor­den, houdt van vochtige grond of het nu klei, zand of veen is. Op dit moment vormt het sporenkapsels, maar veg­e­tatieve voort­plant­ing via scheuren van wor­tel stokken gaat effectiever.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 onderwatersnoekoverigOnder water ontdekwereld12 aug 2014augus­tus

Alle activiteiten van De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen hebben tot doel om de waarde van de natuur onder de aan­dacht te bren­gen. De heem­tuin laat de planten en de bijbe­horende insecten zien, we leggen wan­del­routes aan om natuur – en cul­tu­urhis­torische par­elt­jes toe­ganke­lijk te maken en we beheren inmid­dels zo’n 130 ha open­baar groen waar­door (zeldzame) planten en dieren meer lev­en­sruimte hebben.

Een onderdeel van de natuur die nog niet zoveel aan­dacht heeft gekre­gen is de onder­wa­ter­w­ereld. Alles wat onder water zit, leeft ver­bor­gen en buiten onze aan­dacht. Dat vis­sen niet (hoor­baar) schree­uwen als ze met een haak in hun bek uit het water wor­den getrokken, helpt ook niet echt om aaibaar of aan­doen­lijk gevon­den te wor­den. Het gros van de mensen bek­ijkt de natuur en ook vis­sen vanuit het per­spec­tief van of het eet­baar of eng is.

Wij vin­den dat alle planten en dieren net zo veel recht op een plaats onder zon hebben als de mens. Alle soorten die er nu leven hebben net als wij mensen ca 3 mil­jard jaar evo­lu­tie achter de rug.

Bij­zon­der

Om die rede­nen hebben we in De Heiman­shof een onder­wa­teront­dek­w­ereld gebouwd. Daar kun­nen bezoek­ers ongeveer alle soorten die er in de Haar­lem­meer­meer onder water leven van dicht­bij bek­ijken. Inmid­dels zijn dat een 30 tal zoet­wa­ter vis­sen, 4 soorten mos­sels, krabben, kreeften, amfi­bieën, kev­ers en tal­loze soorten kleine onder­wa­ter beestjes. Het doel van onze onder­wa­teront­dek­w­ereld ( ca 20 aquaria) is meer ken­nis en affiniteit en daarmee respect te creëren. Als je oog in oog met een zeelt, een school baarzen, een snoek, een geel­gerande of spin­nende waterkever staat zie je er ook de schoonheid van.

Waar

De onder­wa­teront­dek­w­ereld is het afgelopen jaar opge­bouwd in de kas van de Heiman­shof. Rondlei­din­gen zijn mogelijk op ver­zoek. De tuin is dagelijks geopend door de week en van1 5 april tot 1 okto­ber ook op zater­dag– en zondag­mid­dag. Op 23 en 24 augus­tus is het 3e fes­ti­val week­end van dit jaar met per­ma­nent rondlei­din­gen. Meer infor­matie over dit fes­ti­val week­end kunt u vin­den in het artikel daarover.

 ogentroostplantenOgen­troost28 jul 2014juli

Op deze plaats hebben we het de afgelopen tijd al een aan­tal keren gehad over de bij­zon­dere flora en bijbe­horende fauna die zich de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld rond de amfi­bieën­poel in het Groene Carré Zuid, net ten oosten van de Hoofd­vaart.

Veer­tien dagen gele­den kon ik een explosie melden van par­nas­sia en eerder het bit­terkruid, moeraswe­spenorchis en de rietorchis.
Afgelopen week von­den we bij een rondgang weer een hele reeks bij­zon­dere soorten, zoals kruipend stalkruid, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen, brede wespenorchis en naast het gewone duizendguldenkruid ook het fraai duizendguldenkruid. Verder vlo­gen er vlin­ders waaron­der jacob­svlin­der, dikkop­jes, hooibeestje, Icarus­blauwt­jes, bru­in­blauwtje, bruinzandoogje.

In tegen­stelling tot de jour­nal­ist van het Haar­lems Dag­blad die dit ter­rein ‘een geschikte plek vond om hon­den uit te laten razen’ nodig ik u liever uit om respectvol ken­nis te nemen van hoe mooi de natuur in de Haar­lem­mer­meer kan zijn. Deze week wil ik u met 2 beeld­bepal­ende soorten van dit moment laten ken­nis­maken: sti­jve ogen­troost (foto) en rode ogentroost.

Bij­zon­der

Beide soorten hebben met als rate­laar en moeraskartel­blad een geheim wapen: het zijn namelijk half­parasi­eten. Ze kun­nen op eigen kracht groeien van zon­licht, maar met hun wor­tels tap­pen ze min­eralen en grond­stof­fen af van andere soorten. In dit geval grassen en zeggen. Dat doen ze niet zo extreem als moeraskartel­blad en rate­laar, die een probaat mid­del zijn om woek­erende biezen en gras of riet te onder­drukken. Ron­dom de ogen­troost­pop­u­laties is het gras niet merk­baar min­der vitaal. De Lati­jnse naam van sti­jve ogen­troost is Euphra­sia. Een naam die velen wel ken­nen van oog­drup­pels. Aftrek­sels van deze plant wor­den al lang gebruikt als mid­del tegen aller­lei oogkwalen.

Waar

Sti­jve ogen­troost is net als par­nas­sia een soort van vochtige duin­valleien; rode ogen­troost pref­er­eert drogere groeiplekken. Beide soorten staan graag in de volle zon op niet te rijke grond die kalkhoudend is.

 parnassia-40x40plantenPar­nas­sia13 jul 2014juli

Par­nas­sia is een plan­tje waar­van de schoonheid al in de Griekse oud­heid bezon­gen werd: z’n naam komt van de goden­berg Par­nas­sus, die syno­niem stond voor het mooiste en beste plekje om te leven.

Jam­mer dat veel van die mooie plan­t­jes het in onze rationele tijd zo moeil­ijk hebben en bedreigd wor­den in hun voortbestaan. Dat geldt ook voor het duizendgulden kruid, de kievits­bloem en de wilde anjers. Maar daarom is het extra leuk dat een aan­tal van onze natuur­ontwikkelings­projecten zo’n suc­ces zijn dat dit soort planten er weer een nieuwe groeiplek bij krijgen.

De meeste par­nas­sia in Ned­er­land vind je in vochtige duin­valleien. Vroeger kwam dit plan­tje ook in het bin­nen­land voor op vochtige voed­se­larme plekken. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 5 jaar gele­den met het Recre­ati­eschap Spaarn­woude gecreëerd in het Groene Carré Zuid en deze week trof ik daar tot mijn bli­jd­schap hon­der­den par­nas­sia planten aan.

Duizendguldenkruid, moeraswe­spen– en rietorchissen, bit­terkruid en sti­jve en rode ogen­troost, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevonden.

Bij­zon­der

Par­nas­sia is een plan­tje met een bladrozet en fijne witte gead­erde bloe­men. Het bloeit van juni tot sep­tem­ber. Bij elke van de 5 bloem­bladen staat een meel­draad. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan deze meel­draden die na elkaar open­klap­pen. Pas als alle meel­draden­rijp zijn wordt de stam­per geactiveerd.

Par­nas­sia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makke­lijk met de wind ver­spreid wordt. In the­o­rie kan er zaad van de Strand­vlakte bij IJmuiden naar onze orchideeën­weide gewaaid zijn.
Par­nas­sia staat in de zwaarste cat­e­gorie van bescher­mde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aan­tal is afgenomen.

Waar

Par­nas­sia houdt van open tot grazige, vochtige tot natte, voed­se­larme, zwak zure tot meestal kalkrijke, onbe­meste grond (zand, leem, mergel, laagveen en stenige plaat­sen). Het komt over het hele Noordelijke hal­frond voor.

 stijfhardgras-40x40plantenStijf hard­gras3 jul 2014juli

Dat buiten goed oplet­ten altijd wat leuks oplev­ert, heeft de regel­matige lezer van deze col­umn al kun­nen ont­dekken.
Een leuke ont­dekking hoeft er niet altijd spec­tac­u­lair uit te zien. Soms zit het bij­zon­dere van een waarne­m­ing juist in kleine details.
Nu de zomer is inge­tre­den, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afri­jpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine gras­jes, die door hun sier­lijkheid (bv klein tril­gras) bij­zon­der zijn of omdat ze een indi­ca­tor­plant zijn voor een bij­zon­dere omstandigheid, zoals kam­gras of klein tim­o­thee gras (deze groeien alleen op in de Haar­lem­mer­meer zeldzame voed­se­larme omstandighe­den).
Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen is zo zeldzaam als het grasje waar een half school­plein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bij­zon­der

Stijf hard­gras komt vrij veel in De Heiman­shof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal ver­dron­gen door hoge grassen, die goed groeien op onze voed­sel­rijke grond.
Daarom heeft stijf hard­gras zich gespe­cialiseerd in het leven op onher­bergzame plaat­sen: op plaat­sen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen ste­nen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plan­tje van kalkrijke grond.
In heel Ned­er­land wordt het slechts gemeld uit een paar tien­tallen kilo­me­tertel­hokken. En daarom staat het op de rode lijst als bescher­mde soort die weliswaar niet snel aan het uit­ster­ven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan hele­maal niet tegen mest­gift en bestri­jd­ingsmid­de­len.
Een school­plein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hard­gras is een een­jarig gras van droge stenige kalkrijke omstandighe­den. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geï­soleerde plekken in Aus­tralië en Amerika. Daar is het waarschi­jn­lijk door mensen geïn­tro­duceerd.
In Ned­er­land komt het in de duin­streek en in Lim­burg van nature voor. In de Haar­lem­mer­meer is het aan te tre­f­fen in De Heiman­shof en op het school­plein van basiss­chool De Tovercirkel.

 boommarter-40x40kleine dierenBoom­marter19 jun 2014juni

Vorig jaar was het fauna-​lievende deel van Hoofd­dorp in rep en roer omdat er langs de IJweg mogelijk een boom­marter was ges­ig­naleerd.
En daar bleef het niet bij. Deze en/​of andere marters zoals de bun­z­ing bleven een tijd lang actief op aller­lei plaat­sen in Hoofd­dorp. En actief wil zeggen dat er koni­j­nen en kip­pen slachtof­fer wer­den. Ook in mijn eigen tuin langs de Geniedijk werd een bun­z­ing waargenomen.
De bun­z­ing leeft zeer ver­bor­gen, maar komt op aller­lei plekken in de Haar­lem­mer­meer voor. Per jaar vind ik er zelf wel 34 dood gere­den langs de weg.
De boom­marter is andere koek. Die is razend zeldzaam, maar komt bij de duinen bij Haar­lem wel voor. Omdat er wel een foto gemaakt zou zijn, maar deze niet boven water kwam, bli­jft het voorkomen van de boom­marter in 2013 nog steeds een mys­terie.
Drie weken gele­den kreeg ik weer een meld­ing van een boom­marter. Een­tje die hele­maal niet schuw was (net als in 2013) en zich rustig op de Geniedijk bij de IJweg liet bek­ijken. Helaas is er weer geen foto gemaakt , maar de beschri­jv­ing uit de eerste hand was zeer over­tu­igend.
Een foto is wel handig, want bij het natrekken van deze waarne­m­ing kreeg ik geen beves­tig­ing maar wel de meld­ing van een steen­marter uit Rijsen­hout. En daar­van was wél een foto gemaakt, die een vrouwtje bun­z­ing bleek. Helaas voor deze bun­z­ing is zij naar het oosten van het land gebracht, vanuit het idee dat een steen­marter daar thuis hoort en wellicht met een vracht­wa­gen was meegelift.

Bij­zon­der
Vroeger kwam de boom­marter in Ned­er­land voor. Hij leeft van eekhoorns, muizen, kikkers, eieren en fruit. Door genade­loze ver­vol­ging was hij bijna uit­geroeid. Met zijn fraaie pluim­staart en scherpe nagels is hij zeer behendig in bomen (foto).

Waar
De boom­marter komt voor in een groot deel van Eurazië. Zijn natu­urlijke biotoop is gemengd loof– en naald­bos zoals vooral in het oosten en zuiden van Ned­er­land. Tegen­wo­ordig met aller­lei bescher­mings­maa­trege­len en ecol­o­gis­che verbind­ing­zones neemt hij ook weer toe in de duinen en Flevoland.

 tongvaren-40x40plantenTong­varen6 jun 2014juni

Het groot­ste deel van Ned­er­land bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voed­se­larm of vochtig kun­nen zijn. Dat komt omdat we een delt­age­bied zijn. Wereld­wijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem. Veel gewoner zijn stenige ter­reinen. Soorten die bij kalkrijk en/​of stenig ter­rein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daar­bij horende planten en dier­soorten ook en daarom beschermd. Daarom is het leuk dat er op het kruis­punt bij de brandweer kaz­erne Hoofd­dorp een rot­ster­rein kun­st­matig is aan­gelegd. Omdat we het bij­zon­dere karak­ter van dit ter­rein van 0.7 ha inza­gen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEER­Groen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomop­schot en de kruiden­laag terug te drin­gen (en plas­tic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typ­is­che planten en dieren die zich op een dergelijk ter­rein thuis voe­len. En deze week bleek dat het begint te werken: er komen vet­planten, brede wespenorchissen en we von­den zelfs de eerste tong­varen. We hopen dat deze soorten zich ges­taag uit­brei­den en dat er vroeg of laat ook hagedis­sen en andere rep­tie­len en amfi­bieën ver­schi­j­nen. Vooral met de eerste tong­varens zijn we blij.

Bij­zon­der
Tong­varens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-​, gracht– en kade­muren, maar ook op basalt­glooi­in­gen, op tuin­muren en in put­ten. In het stedelijk gebied – met zijn milde stad­skli­maat – vindt tong­varen de nodige beschut­ting. Dankzij een lange reeks gematigde win­ters heeft de plant zich voor­namelijk in West-​Nederland ges­taag kun­nen uit­brei­den. Als stik­stofmin­nende plant prof­i­teert hij daar­naast van de ver­mest­ing van het milieu.

Waar
In de Haar­lem­mer­meer ken­nen we de tong­varen alleen van De Heiman­shof, waar hij mas­saal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als dec­o­ratieplant in tuinen. De tong­varens op het rot­ster­rein langs de bus­baan bij de brandweer Hoofd­dorp zijn de eerste zelf­s­tandig geves­tigde exem­plaren die we kennen.

 koekoek-40x40vogelsKoekoek29 mei 2014mei

koekoekDe meeste mensen hebben geen idee van de rijk­dom aan vogel­gelu­iden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken gele­den zijn ze weer in onze polder ver­sch­enen. Ik hoorde er een 3-​tal inmid­dels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boom­valk een van de laat­ste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broe­den. Onze koekoeken hebben de win­ter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bij­zon­der

De koekoek neemt elk jaar af in aan­tal om de vol­gende redenen:

  1. - hij heeft afwis­se­lende en overzichtelijke land­schap­pen nodig met uitzicht­bomen. Wij als mensen maken die land­schap­pen steeds monotoner.
  2. - Ook verd­wi­j­nen veel waard­vo­gels (zie later) en zijn voor­naam­ste voed­sel bron: grote rupsen en insecten wor­den steeds schaarser door de menselijke smetvrees en nethei­d­side­alen. Zoals bek­end legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tien­tal kleine zangvo­gels: vooral heggen­mussen en riet­zangers. Van 45 soorten is broed­suc­ces bek­end, want 1030% van de zangvo­geloud­ers ver­laat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoek­moeder kan haar cloaca als een buis uit­stulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het man­netje daar­bij de oud­ers af. De koekoek legt wel 2025 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  3. - Deels komt dit ook door de kli­maatveran­der­ing, waar­door de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broed­seizoen van de waard­vo­gels. Het koekoek­sjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jon­gen om ze suc­cesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen ver­schil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere spe­cial­isatie op een soort waard­vo­gel meegegeven inclusief een bij­passende eikleur.

Waar

De broed­stand van de koekoek in Ned­er­land ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open land­schap­pen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haar­lem­mer­meerse bos en ook net buiten de polder in park Meer­mond (Heem­st­ede) en de eiland­jes bij Aalsmeer.

 duivenkervel-40x40plantenGewone duiv­enkervel12 mei 2014mei

duivenkervelHet leuke van de natuur is, dat je op de gek­ste momenten en de gek­ste plaat­sen bij­zon­dere ont­moetin­gen en ervarin­gen op kunt doen. Het enige wat vereist is, om ogen, oren en soms ook neus alert te houden.
Zo zag ik gis­teren de eerste gierzwaluw terug uit cen­traal Afrika, eer­gis­teren het eerste stern­tje uit Zuid-​Afrika en de dag ervoor hoorde ik op een­zelfde dag de eerste nachte­gaal, braam­sluiper en tuin­fluiter zin­gen. Zo leef je elke dag in een bli­jde verwacht­ing van altijd weer nieuwe verrassingen.

Aan tegen elkaar indraaiende verkeerslichtschema´s heb ik een broertje dood. Als ik ooit besluit uit Ned­er­land weg te gaan is een van de hoof­drede­nen mijn erg­er­nis over de tijd en energie die daarmee ver­spild wordt. Maar toen ik van­daag sacher­i­jnig bij de nieuwe aansluit­ing van de A4 en de N196 (naast de bus­baan bij De Hoek) ges­tuit werd door een licht dat op rood sprong, was dat gevoel op slag weg. Pal naast het ver­keer­slicht stond een prachtige, roze bloeiende plant te bloeien. Deze Gewone Duiv­enkervel was vroeger miss­chien gewoon, maar tegen­wo­ordig zie je hem niet meer zo vaak. De naam is ook een beetje intrigerend, komt het van duiven of duivels?

Bij­zon­der

Het del­i­cate plan­tje is geen fam­i­lie van kervel, maar van helm­bloe­men. De bloem heeft een hon­ingspoor met veel nec­tar. De Lati­jnse naam Fumaris geeft de oude naam: Aardrook, weer. Het fijn ver­takte plan­tje geeft namelijk de indruk als rook uit de aarde op te sti­j­gen (zie foto). Het is ook geneeskrachtig en mag als 2e naam daarom ´offic­i­nalis´ dra­gen. Het sap van de plant werkt tegen eczeem, zou eetlustop­wekkend zijn en lax­erend. Het rode melk­sap werd vroeger ook als rouge op de wan­gen gesmeerd.

Waar

Duiv­enkervel is een van de pio­nier­soorten, die net als klaproos en koolzaad het liefst of omge­woelde aarde (akkers) groeit op voed­se­larme grond. Het staat hier en daar op een akker, in De Heiman­shof natu­urlijk en bij de afrit van de A4 bij de Hoek en bloeit nog tot september.

 grotekeverorchis-40x40plantenGrote Keverorchis26 apr 2014april

Veel mensen die ik ver­tel over de 70 in Ned­er­land en de 14 in de Haar­lem­mer­meer voorkomende soorten orchideeën­soorten zijn ver­baasd. Ze ken­nen vaak alleen de gek­weekte tro­pis­che soorten.
Bij de megabloe­men van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even inter­es­sant door hun sym­biose met schim­mels en de bij­zon­dere bes­tu­iv­ing­sprocessen.
Een van de minst spec­tac­u­laire inheemse orchideeën­soorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen.

De aan­lei­d­ing voor deze col­umn was een ont­dekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofd­dorpse Wan­del­bos.
Dat die soort daar voorkomt is bek­end. Tien jaar gele­den waren er zelfs wel eens 300 exem­plaren. Maar mede door het onder­houd van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar von­den we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEER­Groen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknap­pen van de onder­groei kwa­men wel 120 stuks te voorschijn, waar­van 80 op nieuwe plekken; ecol­o­gisch beheer loont?

Bij­zon­der

Orchideeën zijn de meest gespe­cialiseerde planten in het planten­rijk. Ze hebben ver­nuftige bes­tu­iv­ingsmech­a­nis­men ontwikkeld. Bv het aan­maken van lok­stof­fen (fer­omo­nen) van aller­lei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluip­we­spen en kev­ers aan, die ein­de­loos over de bloe­men heen en weer bli­jven lopen. En daar­bij bevruchten ze alle bloe­men. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloem­slip over de stam­per om zelf­bes­tu­iv­ing verder tegen te gaan. Deze orchis is wet­telijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

Waar

Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loof­bossen, liefst met wat kalk. In de Haar­lem­mer­meer zijn nu 3 groeiplaat­sen bek­end: vanouds in het Wan­del­bos Hoofd­dorp (> 120) , in de Heiman­shof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haar­lem­mer­meerse Bos (ca 3050).

 zwartkop-40x40vogelszwartkop6 apr 2014april

In april barst het voor­jaar altijd los. Behalve met de hoge tem­per­a­turen dit jaar kun je elk jaar het voor­jaar intens beleven door de ontwik­kelin­gen in de natuur nauwlet­tend te vol­gen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer ver­rast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun win­ter­slaap ver­schi­j­nen of vogels die opeens na 69 maan­den afwezigheid weer volop in elke tuin zin­gen. Het bijhouden van deze veran­derin­gen heet met een duur woord: fenolo­gie. Behalve dat je dan elke dag blij ver­rast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoor­beeld wan­neer een soort gaat ver­schi­j­nen en ga je patro­nen zien die samen­hangen met mooi, nat, koud weer en de kli­maatveran­der­ing. Om je daar­bij te helpen hebben we bij De Heiman­shof fenolo­gie boek­jes samengesteld, waarin je die aan­tekenin­gen kan bij houden (zie www​.deheiman​shof​.nl/​j​e​u​g​d​/​s​t​r​u​i​n​k​i​d​s​/​k​i​d​s​-​d​o​w​n​l​o​a​d​s). Zo ont­dek je dat elk jaar rond 21 maart de tjift­jaf ver­schi­jnt en in de 1e week van april de zwartkop.

Bij­zon­der

De zwartkop is een van de goed nieuwsver­halen in de natuur. Het is een klein zangvo­geltje dat zingt als een merel die op dubbele snel­heid wordt afge­draaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het vol­wassen man­netje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwt­jes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo alge­meen gewor­den en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Ned­er­land inmid­dels meer dan 200.000 broed­paren. De zwartkop is een trekvo­gel. Hij broedt hier en over­win­tert in Zuid-​Europa, Marokko en Alger­ije. De laat­ste jaren heeft deze soort ook Ier­land als over­win­terge­bied ont­dekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar een­tje die ook zaden en vruchten eet: een alle­seter dus. Dat zal zeker hebben bijge­dra­gen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

Waar

De zwartkop is een algemene broed­vo­gel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

 kleine_bonte_specht-40x40vogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

Iedereen kent inmid­dels wel de Grote Bonte Specht.
Deze soort heeft zich de laat­ste 1020 jaar zo aan een stedelijke omgev­ing aangepast dat zijn ver­schi­jn­ing vooral in wat oud­ere wijken gewoon is gewor­den.
Een 2e specht­en­soort (waarmee ik deze col­umn in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 34 paart­jes in de polder. Inmid­dels ben ik de tel bij min­stens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecam­ou­fleerd dat je hem eigen­lijk alleen opmerkt door zijn opval­lende roep: een kei­harde, uitda­gende kake­lende lach. Alsof je uit­gelachen wordt.

De laat­ste tijd is er weer een nieuwe specht­en­soort aan het ver­schi­j­nen: De kleine bonte specht. Dit voor­jaar kreeg ik een aan­tal meldin­gen uit Hoofd­dorp en het Haar­lem­mer­meerse Bos. Een reden dat spechten in aan­tal toen­e­men, is dat zij prof­iteren van het feit dat we tegen­wo­ordig tol­er­an­ter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heiman­shof. Als dit hout van aller­lei soorten bomen ver­snip­perd wordt, dan prof­iteren slechts een paar soorten. Als we de ver­schil­lende hout­soorten in 1040 jaar op natu­urlijke wijze laten gaan, prof­iteren hon­der­den of zelfs duizen­den soorten.

Bij­zon­der

Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, ter­wijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom pref­er­eert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Hol­land voor. Wel in de bossen van Oost– en Zuid Ned­er­land en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort over­loop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar gele­den ook zien gebeuren met de boomklever.

Waar

Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haar­lem­mer­meerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broed­plek vindt, zou dat weer een ver­rijk­ing van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldin­gen daarvan.

 dennennaaldspleetlippad­den­stoe­lenSpleetlip­pen9 mrt 2014maart

Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de vari­atie in de natuur onu­it­put­telijk is.
Zo’n 500 soorten zijn er inmid­dels behan­deld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan pad­den­stoe­len 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen.
Van alle soorten is wel iets bij­zon­ders te ver­melden: anders had­den ze zich in de felle over­lev­ingsstrijd niet kun­nen handhaven.

Mijn ver­rass­ing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natu­ur­fo­tograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heiman­shof toverde hij 2 pad­den­stoe­len­soorten tevoorschijn, waar ik zelfs nog nooit van had geho­ord. Het waren leden van de curieuze fam­i­lie van spleetlipzwammen: ze zaten op riet­sten­gels en op den­nen­naalden: en heten dan ook toepas­selijk riet­spleetlip en den­nen­naald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje den­nen­naald is goed te zien hoe piep­klein deze soort is.

Bij­zon­der

Op de afbeeld­ing is ook goed te zien, waarom deze groep spleetlip­pen genoemd wordt. De riet­spleetlip is net zo klein en ook behoor­lijk zeldzaam. Op de grove den komt de opgez­wollen spleetlip voor en dan is er de jen­e­verbes­bes spleetlip en de braam­spleetlip die te vin­den zijn. In som­mige gevallen kun­nen de den­nen­spleetlip­pen zo alge­meen wor­den, dat ze een plaag vor­men. Maar de meeste soorten wor­den als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het mid­den. Wereld­wijd zijn er van de fam­i­lie van de spleetlip­pen 9 ges­lachten onder­schei­den met bijna 800 soorten. Ze hebben alle­maal de karak­ter­istieke spleet in het mid­den, waar­door ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammet­jes wer­den genoemd.

Waar

De spleetlipzwammen komen wereld­wijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de opper­vlakte van cel­lu­lose bevat­tende bio­massa of op schors. Vele soorten zijn spec­i­fiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant.