Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Lentek­lokje

op .

Hoewel het nog win­ter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voor­jaar. De vroege sneeuwk­lok is zelfs al uit­ge­bloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwk­lokken bloeien mas­saal, net als de en afgelopen week zijn ook de wilde en de groot­bloemige krokussen mas­saal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bek­end en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ont­dekken waard zijn. Een daar­van is een van mijn favori­eten: het lentek­lokje. Hoewel de soort offi­cieel ver­want is aan de nar­cis, doet hij een aan een grote sneeuwk­lok denken. Z’n bladeren zijn niet blauw­groen zoals bij de meeste sneeuwk­lok­jes, maar donker­groen en z’n bloem is niet zo samenge­drukt lang­w­er­pig maar staat breed uit (foto). Ook het lentek­lokje is een stin­sen­plant die uit een bol­letje groeit waar­door hij op reserve stof­fen kan teren en min­der van de warmte van de zon afhanke­lijk is om te groeien.

Bij­zon­der
Het lentek­lokje heeft 1 ver­wante soort: het zomerk­lokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moeras­plant. Het lentek­lokje wordt 2030 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeis­ten­gel, max­i­maal 2 en het zomerk­lokje kan wel 60 cm hoog wor­den en heeft ver­schil­lende bloe­men per bloeis­ten­gel. Hoewel het lentek­lokje heet, bloeit deze soort in de win­ter in feb­ru­ari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloem­bladen, waar­van er 3 eigen­lijk kelk­bladen zijn, maar die zijn niet van de kroon­bladen te onder­schei­den. En elke bloem­blad heeft een maan­vormige groene vlek.

Waar
Het lentek­lokje groeit in de strooisel­laag van bossen en het liefst op voed­sel­rijke en iet­wat vochtige plekken. Oor­spronke­lijk kwam het ook in Ned­er­land als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stin­sen­plant in land­goed­eren en in natu­ur­tu­inen is hij hier en daar wel te vin­den. In de Heiman­shof bloeit hij op dit moment mas­saal.
In Mid­den Europa komt de soort nog wel in het wild voor.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 koekoek-40x40vogelsKoekoek29 mei 2014mei

koekoekDe meeste mensen hebben geen idee van de rijk­dom aan vogel­gelu­iden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken gele­den zijn ze weer in onze polder ver­sch­enen. Ik hoorde er een 3-​tal inmid­dels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boom­valk een van de laat­ste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broe­den. Onze koekoeken hebben de win­ter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bij­zon­der

De koekoek neemt elk jaar af in aan­tal om de vol­gende redenen:

  1. - hij heeft afwis­se­lende en overzichtelijke land­schap­pen nodig met uitzicht­bomen. Wij als mensen maken die land­schap­pen steeds monotoner.
  2. - Ook verd­wi­j­nen veel waard­vo­gels (zie later) en zijn voor­naam­ste voed­sel bron: grote rupsen en insecten wor­den steeds schaarser door de menselijke smetvrees en nethei­d­side­alen. Zoals bek­end legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tien­tal kleine zangvo­gels: vooral heggen­mussen en riet­zangers. Van 45 soorten is broed­suc­ces bek­end, want 1030% van de zangvo­geloud­ers ver­laat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoek­moeder kan haar cloaca als een buis uit­stulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het man­netje daar­bij de oud­ers af. De koekoek legt wel 2025 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  3. - Deels komt dit ook door de kli­maatveran­der­ing, waar­door de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broed­seizoen van de waard­vo­gels. Het koekoek­sjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jon­gen om ze suc­cesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen ver­schil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere spe­cial­isatie op een soort waard­vo­gel meegegeven inclusief een bij­passende eikleur.

Waar

De broed­stand van de koekoek in Ned­er­land ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open land­schap­pen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haar­lem­mer­meerse bos en ook net buiten de polder in park Meer­mond (Heem­st­ede) en de eiland­jes bij Aalsmeer.

 duivenkervel-40x40plantenGewone duiv­enkervel12 mei 2014mei

duivenkervelHet leuke van de natuur is, dat je op de gek­ste momenten en de gek­ste plaat­sen bij­zon­dere ont­moetin­gen en ervarin­gen op kunt doen. Het enige wat vereist is, om ogen, oren en soms ook neus alert te houden.
Zo zag ik gis­teren de eerste gierzwaluw terug uit cen­traal Afrika, eer­gis­teren het eerste stern­tje uit Zuid-​Afrika en de dag ervoor hoorde ik op een­zelfde dag de eerste nachte­gaal, braam­sluiper en tuin­fluiter zin­gen. Zo leef je elke dag in een bli­jde verwacht­ing van altijd weer nieuwe verrassingen.

Aan tegen elkaar indraaiende verkeerslichtschema´s heb ik een broertje dood. Als ik ooit besluit uit Ned­er­land weg te gaan is een van de hoof­drede­nen mijn erg­er­nis over de tijd en energie die daarmee ver­spild wordt. Maar toen ik van­daag sacher­i­jnig bij de nieuwe aansluit­ing van de A4 en de N196 (naast de bus­baan bij De Hoek) ges­tuit werd door een licht dat op rood sprong, was dat gevoel op slag weg. Pal naast het ver­keer­slicht stond een prachtige, roze bloeiende plant te bloeien. Deze Gewone Duiv­enkervel was vroeger miss­chien gewoon, maar tegen­wo­ordig zie je hem niet meer zo vaak. De naam is ook een beetje intrigerend, komt het van duiven of duivels?

Bij­zon­der

Het del­i­cate plan­tje is geen fam­i­lie van kervel, maar van helm­bloe­men. De bloem heeft een hon­ingspoor met veel nec­tar. De Lati­jnse naam Fumaris geeft de oude naam: Aardrook, weer. Het fijn ver­takte plan­tje geeft namelijk de indruk als rook uit de aarde op te sti­j­gen (zie foto). Het is ook geneeskrachtig en mag als 2e naam daarom ´offic­i­nalis´ dra­gen. Het sap van de plant werkt tegen eczeem, zou eetlustop­wekkend zijn en lax­erend. Het rode melk­sap werd vroeger ook als rouge op de wan­gen gesmeerd.

Waar

Duiv­enkervel is een van de pio­nier­soorten, die net als klaproos en koolzaad het liefst of omge­woelde aarde (akkers) groeit op voed­se­larme grond. Het staat hier en daar op een akker, in De Heiman­shof natu­urlijk en bij de afrit van de A4 bij de Hoek en bloeit nog tot september.

 grotekeverorchis-40x40plantenGrote Keverorchis26 apr 2014april

Veel mensen die ik ver­tel over de 70 in Ned­er­land en de 14 in de Haar­lem­mer­meer voorkomende soorten orchideeën­soorten zijn ver­baasd. Ze ken­nen vaak alleen de gek­weekte tro­pis­che soorten.
Bij de megabloe­men van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even inter­es­sant door hun sym­biose met schim­mels en de bij­zon­dere bes­tu­iv­ing­sprocessen.
Een van de minst spec­tac­u­laire inheemse orchideeën­soorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen.

De aan­lei­d­ing voor deze col­umn was een ont­dekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofd­dorpse Wan­del­bos.
Dat die soort daar voorkomt is bek­end. Tien jaar gele­den waren er zelfs wel eens 300 exem­plaren. Maar mede door het onder­houd van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar von­den we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEER­Groen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknap­pen van de onder­groei kwa­men wel 120 stuks te voorschijn, waar­van 80 op nieuwe plekken; ecol­o­gisch beheer loont?

Bij­zon­der

Orchideeën zijn de meest gespe­cialiseerde planten in het planten­rijk. Ze hebben ver­nuftige bes­tu­iv­ingsmech­a­nis­men ontwikkeld. Bv het aan­maken van lok­stof­fen (fer­omo­nen) van aller­lei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluip­we­spen en kev­ers aan, die ein­de­loos over de bloe­men heen en weer bli­jven lopen. En daar­bij bevruchten ze alle bloe­men. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloem­slip over de stam­per om zelf­bes­tu­iv­ing verder tegen te gaan. Deze orchis is wet­telijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

Waar

Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loof­bossen, liefst met wat kalk. In de Haar­lem­mer­meer zijn nu 3 groeiplaat­sen bek­end: vanouds in het Wan­del­bos Hoofd­dorp (> 120) , in de Heiman­shof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haar­lem­mer­meerse Bos (ca 3050).

 zwartkop-40x40vogelszwartkop6 apr 2014april

In april barst het voor­jaar altijd los. Behalve met de hoge tem­per­a­turen dit jaar kun je elk jaar het voor­jaar intens beleven door de ontwik­kelin­gen in de natuur nauwlet­tend te vol­gen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer ver­rast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun win­ter­slaap ver­schi­j­nen of vogels die opeens na 69 maan­den afwezigheid weer volop in elke tuin zin­gen. Het bijhouden van deze veran­derin­gen heet met een duur woord: fenolo­gie. Behalve dat je dan elke dag blij ver­rast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoor­beeld wan­neer een soort gaat ver­schi­j­nen en ga je patro­nen zien die samen­hangen met mooi, nat, koud weer en de kli­maatveran­der­ing. Om je daar­bij te helpen hebben we bij De Heiman­shof fenolo­gie boek­jes samengesteld, waarin je die aan­tekenin­gen kan bij houden (zie www​.deheiman​shof​.nl/​j​e​u​g​d​/​s​t​r​u​i​n​k​i​d​s​/​k​i​d​s​-​d​o​w​n​l​o​a​d​s). Zo ont­dek je dat elk jaar rond 21 maart de tjift­jaf ver­schi­jnt en in de 1e week van april de zwartkop.

Bij­zon­der

De zwartkop is een van de goed nieuwsver­halen in de natuur. Het is een klein zangvo­geltje dat zingt als een merel die op dubbele snel­heid wordt afge­draaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het vol­wassen man­netje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwt­jes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo alge­meen gewor­den en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Ned­er­land inmid­dels meer dan 200.000 broed­paren. De zwartkop is een trekvo­gel. Hij broedt hier en over­win­tert in Zuid-​Europa, Marokko en Alger­ije. De laat­ste jaren heeft deze soort ook Ier­land als over­win­terge­bied ont­dekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar een­tje die ook zaden en vruchten eet: een alle­seter dus. Dat zal zeker hebben bijge­dra­gen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

Waar

De zwartkop is een algemene broed­vo­gel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.

 kleine_bonte_specht-40x40vogelsKleine Bonte Specht23 mrt 2014maart

Iedereen kent inmid­dels wel de Grote Bonte Specht.
Deze soort heeft zich de laat­ste 1020 jaar zo aan een stedelijke omgev­ing aangepast dat zijn ver­schi­jn­ing vooral in wat oud­ere wijken gewoon is gewor­den.
Een 2e specht­en­soort (waarmee ik deze col­umn in 2006 ben begonnen) is de groene specht. In 2006 kende ik slechts 34 paart­jes in de polder. Inmid­dels ben ik de tel bij min­stens 50 kwijt. Deze specht is zo schuw en goed gecam­ou­fleerd dat je hem eigen­lijk alleen opmerkt door zijn opval­lende roep: een kei­harde, uitda­gende kake­lende lach. Alsof je uit­gelachen wordt.

De laat­ste tijd is er weer een nieuwe specht­en­soort aan het ver­schi­j­nen: De kleine bonte specht. Dit voor­jaar kreeg ik een aan­tal meldin­gen uit Hoofd­dorp en het Haar­lem­mer­meerse Bos. Een reden dat spechten in aan­tal toen­e­men, is dat zij prof­iteren van het feit dat we tegen­wo­ordig tol­er­an­ter zijn in het laten staan van dode bomen en takken. In de ogen van een ecoloog is het nog lang niet genoeg. Zie De Heiman­shof. Als dit hout van aller­lei soorten bomen ver­snip­perd wordt, dan prof­iteren slechts een paar soorten. Als we de ver­schil­lende hout­soorten in 1040 jaar op natu­urlijke wijze laten gaan, prof­iteren hon­der­den of zelfs duizen­den soorten.

Bij­zon­der

Een van die soorten is de kleine bonte specht, nauwelijks groter dan een mus, die houdt van kleinere takken die op de grond liggen, ter­wijl zijn grote neef grote takken hoog in de boom pref­er­eert. De kleine bonte specht kwam niet of nauwelijks in het open laagland van Hol­land voor. Wel in de bossen van Oost– en Zuid Ned­er­land en in de duinen. Het lijkt er nu op dat er een soort over­loop van de duinen naar onze polder aan de gang is. Dat hebben we 3 jaar gele­den ook zien gebeuren met de boomklever.

Waar

Er zijn kleine bonte spechten gemeld uit het Haar­lem­mer­meerse Bos en uit Pax. Als deze soort in onze polder ook een broed­plek vindt, zou dat weer een ver­rijk­ing van onze flora en fauna zijn. Graag hoor ik meldin­gen daarvan.

 dennennaaldspleetlippad­den­stoe­lenSpleetlip­pen9 mrt 2014maart

Reeds 8 jaar schrijf ik deze columns en mijn indruk wordt steeds sterker dat de vari­atie in de natuur onu­it­put­telijk is.
Zo’n 500 soorten zijn er inmid­dels behan­deld. Maar aan kruiden en grassen alleen zijn er al 1500 soorten, aan pad­den­stoe­len 6000 en aan vogels 400, om maar een greep te doen.
Van alle soorten is wel iets bij­zon­ders te ver­melden: anders had­den ze zich in de felle over­lev­ingsstrijd niet kun­nen handhaven.

Mijn ver­rass­ing van deze week kwam van Lou van de Linde, een natu­ur­fo­tograaf, die zijn ogen niet in zijn zak heeft. In De Heiman­shof toverde hij 2 pad­den­stoe­len­soorten tevoorschijn, waar ik zelfs nog nooit van had geho­ord. Het waren leden van de curieuze fam­i­lie van spleetlipzwammen: ze zaten op riet­sten­gels en op den­nen­naalden: en heten dan ook toepas­selijk riet­spleetlip en den­nen­naald spleetlip (foto). Op zijn foto van een stukje den­nen­naald is goed te zien hoe piep­klein deze soort is.

Bij­zon­der

Op de afbeeld­ing is ook goed te zien, waarom deze groep spleetlip­pen genoemd wordt. De riet­spleetlip is net zo klein en ook behoor­lijk zeldzaam. Op de grove den komt de opgez­wollen spleetlip voor en dan is er de jen­e­verbes­bes spleetlip en de braam­spleetlip die te vin­den zijn. In som­mige gevallen kun­nen de den­nen­spleetlip­pen zo alge­meen wor­den, dat ze een plaag vor­men. Maar de meeste soorten wor­den als zeldzaam betiteld. Of dat zo is omdat ze echt zeldzaam zijn, of omdat iedereen er over heen kijkt, laat ik maar in het mid­den. Wereld­wijd zijn er van de fam­i­lie van de spleetlip­pen 9 ges­lachten onder­schei­den met bijna 800 soorten. Ze hebben alle­maal de karak­ter­istieke spleet in het mid­den, waar­door ze in de 19e eeuw ook wel venuszwammet­jes wer­den genoemd.

Waar

De spleetlipzwammen komen wereld­wijd voor in gematigde regio’s. Ze groeien in of op de opper­vlakte van cel­lu­lose bevat­tende bio­massa of op schors. Vele soorten zijn spec­i­fiek in hun voorkeur voor een bepaalde gastheerplant.

 kogelhoutskoolzwampad­den­stoe­lenKogel­hout­skoolzwam22 feb 2014feb­ru­ari
 kogelhoutskoolzwam

Op dood hout van de es kun je donker­bru­ine tot zwarte halve bollen van 19 cm diam­e­ter vin­den. Deze kogel­hout­skoolzwammen lijken op verkoolde cakes.

Vol­wassen exem­plaren zijn voorzien van uiterst fijne openin­gen waar­door in april en mei donkere sporen naar buiten gestoten wor­den, die je dan als een ring zwart sporen­stof om de zwam kunt aantr­e­f­fen. Deze wor­den in een soort mini-​kamertjes, vlak onder het opper­vlak gevormd. Wan­neer je een exem­plaar doorsni­jdt zijn er meer dan 10 ver­schil­lende laag­jes te zien (foto). Deze zijn wit-​grijzig en van elkaar geschei­den door een donkere strook.

Ze doen denken aan de jaar­rin­gen van bomen, maar kogel­hout­skoolzwammen groeien van okto­ber tot maart. In die tijd wor­den de ver­schil­lende laag­jes dus gevormd.

Alleen de buiten­ste laag maakt sporen. Die ziet er dan ook anders uit dan de onderliggende laag­jes. Kogel­houtzwammen spe­len een rol bij de houtaf­braak en maken geen lev­ende bomen dood. In Ned­er­land is de soort vrij zeldzaam.

Bij­zon­der

Een bij­naam van de kogel­hout­skoolzwam in Enge­land is Cramp Balls: in ver­pul­verde vorm zou deze als mid­del (norit) tegen maag– en darm­bezwaren hebben gediend.

Recent onder­zoek toonde aan dat loofhoutwe­spen of zwaard­we­spen een nauwe relatie met hout­skoolzwammen hebben. Vrouwt­jes van deze houtwesp dra­gen mycelium van een hout­skoolzwam met zich mee in spe­ciale toegeruste orga­nen. Als ze eit­jes leggen in het hout van de boom van hun voorkeur, dan infecteren ze daarmee het hout tegelijk­er­tijd met de schim­mel. Als de wespeneit­jes uitkomen, leven de lar­ven van de schim­mel en van het door de schim­mel ‘voorver­teerde’ hout.

Waar

Kogel­hout­skoolzwammen zijn, dankzij hun ste­vigheid, jaar­rond te vin­den op loofhout­boom­stronken en takken, spe­ci­aal op essen­hakhout. Het mooiste en oud­ste essen­hakhout in de Haar­lem­mer­meer (350 jaar oud) is te vin­den in de Een­denkooi van Vijfhuizen. Hier is deze zwam dan ook alge­meen. Ook in natu­ur­speelplaats Meer­mond trof­fen we hem aan deze week.

 kraailookplantenKraailook16 feb 2014feb­ru­ari
 kraailook

Alle planten die we als voed­ings­ge­wassen gebruiken, zijn uit het wild afkom­stig en naar onze smaak en voorkeuren veredeld.

Een van de meest gebruikte planten­soorten is de ui.

In het wild bestaan nog veel andere uien­soorten. Alle­maal met de karak­ter­istieke smaak en geur van een zwavel­houdende vluchtige stof die in ons traan­vocht omgezet wordt in zwavelzuur.

Maar elke soort voegt daar weer zijn eigen ele­menten aan toe. Zo werkt het altijd in de natuur: als een soort een nut­tige aan­pass­ing door­maakt (in dit geval onap­peti­jtelijk wor­den voor insecten­vraat) ontwikke­len zich variëteiten en soorten voor aller­lei spec­i­fieke omstandighe­den: een ui voor de bosrand, voor het bos, op de velden, een moerasvorm, etc.

Alleen in De Heiman­shof hebben we min­stens 8 soorten staan: arm­bloemig look, daslook, driekantig look, slan­gen­look, bies­look, berglook, moes­look en kraailook.

Bij­zon­der

Kraailook staat vooral in (blauw)graslanden.

Het vormt zoals alle uien een (zeer klein) bol­letje. Het ronde blad van de kraailook (foto) is blauw­groen en vezeliger dan de andere soorten.

Hoe alge­meen kraailook wel is, is vooral in deze tijd van het jaar te zien. Op de ca. 300 m2 wei­dege­bied van de heem­tuin staan er miljoe­nen. Dat ze nu zo goed te zien zijn, komt door een andere uieneigen­schap: de meeste planten­soorten en ook grassen gedi­jen pas bij tem­per­a­turen boven de 10 graden, maar uien (mede dankzij de reser­vestof­fen in hun bol­letje) groeien de hele win­ter door zolang de tem­per­atuur maar boven 05 graden is.

Zo kleuren al onze voed­se­larme graslan­den blauw­groen mede door deze kraailook­bladen. Kraailook bloeit van juni-​augustus. Omdat ze vanaf mei geduchte con­cur­ren­tie ondervin­den van grassen en andere soorten komen er maar een paar hon­derd tot 1000 in de tuin tot bloei. Zo zijn uien­soorten ide­ale gewassen in een groen­te­tuin: je plant ze in sep­tem­ber en ze groeien de hele win­ter door.

Waar

Kraailook staat vooral in bermen, maar gedijt ook in bossen in heel Europa en een deel van Amerika.

 gekraagdeaardsterpad­den­stoe­lenGekraagde Aard­ster5 jan 2014jan­u­ari
 gekraagdeaardster

De natuur lijkt in rust in de win­ter, maar niets is min­der waar.

Voor de goede waarne­mer is er volop activiteit waar te nemen.

Zo zwer­ven er miljoe­nen win­ter­gas­ten door ons land die over­leven op de bessen en grassen van onze rijke rivierdeltagronden.

In de bossen is het al een gekri­oel van planten. Dat komt omdat de bosplanten hun lev­en­scy­clus rond moeten hebben voor het bladerdek van de bomen ges­loten is. Dat is goed te zien in De Heiman­shof waar nu al weer 3 soorten planten bloeien en 40 soorten stin­sen­planten zich mas­saal uit de strooisel­laag omhoog werken. Dat doen ze vanuit reser­vestof­fen in bol­let­jes en wortelstokken.

Spiedend naar de bol­let­jes valt ook op dat er ook gedurende de win­ter nog veel pad­den­stoe­len te vin­den zijn: bv juda­soren en vele soorten elfen­bankjes, kogelzwammen en opval­lende gele trilzwammen. De meest curieuze zwam die plaat­selijk alge­meen uit de strooisel­laag tevoorschijn komt, is de gekraagde aardster.

Bij­zon­der

De gekraagde aard­ster is een zoge­naamde buikzwam, die ver­want is aan de bovis­ten. Deze soorten maken bolvormige vruchtlichamen die gro­ten­deels ver­s­tu­iven in de vorm van sporen.

De gekraagde aard­ster barst in 2 niveaus open.

De buiten­ste wand is heel dik en barst in de vorm van een ster open, waarmee hij zich naar boven drukt uit de strooisellaag.

Daar­bij komt een 25 cm dikke bol vrij met een heel dun vel­letje, waarin bovenin een gaatje valt. Door regen­drup­pels en dieren die er op stap­pen, wor­den de rijpe sporen in dit bol­letje als een soort vulkaan explosie wegge­blazen. (Zie foto). Heel leuk voor kinderen (en vol­wasse­nen) om eens te proberen. Veel bovis­ten zijn eet­baar zolang de sporen niet rijp zijn. Van de gekraagde aard­ster is dit niet zo bek­end, want hij drukt zich pas boven de grond uit als de sporen rijp zijn. De sporen wer­den in tra­di­tionele geneeskunst gebruikt om ontstekin­gen en bloedin­gen tegen te gaan.

Waar

De Gekraagde Aard­ster komt wereld wijd voor in gematigde streken. In de Heiman­shof staan veel exemplaren.

 pluimzeggeplantenpluimzegge30 dec 2013decem­ber
 pluimzegge

Sinds de zomer van dit jaar is MEER­Groen ook met een werk­groep in Heem­st­ede verte­gen­wo­ordigd. Daar hebben we een natu­ur­speelplaats van 5.5 ha in beheer genomen op nauwelijks 100 m van de Haar­lem­mer­meer. Deze natu­ur­speelplaats is 3 jaar gele­den gemaakt op de oude vuil­nis­belt van Heem­st­ede en heet Meer­mond. Op 100 m van het Cruquius gemaal ligt dit ter­rein op de plek waar het Spaarne begint en wat ik hartelijk in uw aan­dacht wil aan­beve­len om eens te gaan ont­dekken. Een semi-​wild ter­rein van 5.5 ha is nl een heer­lijke ruimte voor kinderen ( en vol­wasse­nen) om los te gaan. Zeker met de kabel­ba­nen, pon­tje, wilgen labyrint, heel veel hout om mee te slepen en heuvel par­ti­jen. Wij zor­gen voor de tal­loze bessendra­gende stuiken, bloe­men­wei­des, het insecten­ho­tel, de ijsvo­gel poel en de tal­loze pad­den­stoe­len­lo­caties, bouwen aan uit­brei­d­ing van het wilgen­labyrint en maken ruimte vrij voor een boom­gaard. We werken er elke vri­jdag en von­den er afgelopen week een prachtig ver­geten moerasje met bij­zon­dere veg­e­tatie waar­van de Pluimzegge het meest opviel(foto). Dit is een bedreigde en dus bescher­mde polvor­mende soort zegge die zeer oud kan woor­den en daar­door ook zeer groot. Som­mige van de exem­plaren waren ruim een meter hoog.

Bij­zon­der

De pluimzegge hoort in veen­mo­erassen en is door zijn grootte en massa soms een lev­en­sred­der voor mensen en dieren die in moerassen verd­walen. Je kunt nl van de ene pol naar de ander sprin­gen of waden. Maar ook door zijn grootte vormt hij een aansprek­ende en beeld­bepal­ende soort. Er zijn ca 200 zegge soorten in Ned­er­land, waar­van veel soorten makke­lijk met elkaar kruisen en daar­door moeil­ijk uit elkaar te houden zijn. De pluimzegge is echter zeer karak­ter­istiek. Het woord zegge is afkom­stig van een oud Ger­maans woord, dat sni­j­den betekent. De bladeren kun­nen nl zeer scherp zijn.

Waar

De ca 50 pluimzegges van Meer­mond staan in de oever van het Spaarne, maar ook op De Heiman­shof zijn een 10-​tal pluimzegges van een jaar of 40 oud te bewonderen.

 giebel2goudvisvis­senGiebel (2)9 dec 2013decem­ber
 giebel2goudvis

De Giebel is de wilde vorm van de goud­vis (foto). Naast de nor­male wijze van voort­plant­ing, blijkt de giebel over een bij­zon­dere strate­gie te beschikken: Paair­i­jpe vrouwt­jes giebels drin­gen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daar­bij bleek, dat de zaad­cellen van (kroes)karpers, de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikke­len. De zaad­cellen drin­gen hier­voor de eicel bin­nen, maar er vindt geen versmelt­ing plaats zoals in het nor­male voort­plant­i­ng­spro­ces. Er is daarom geen sprake van bevrucht­ing. De eicellen bevat­ten daar­door uit­slui­tend vrouwelijke eigen­schap­pen, met als gevolg dat er ook alleen maar vrouwelijke nakomelin­gen uit wor­den geboren. Deze zijn in uiter­lijk en erfe­lijk opzicht pre­cies gelijk aan de oud­ergiebel. Men noemt dit ook wel „klo­nen”. Deze unieke wijze van voort­plant­ing (gyno­genese), heeft ertoe heeft bijge­dra­gen dat de giebel zich in korte tijd over grote delen van Azië en Europa heeft kun­nen verspreiden.

Buiten de „hulp” van karper en kroeskarper, bleek de giebel zich ook suc­cesvol te kun­nen voort­planten met behulp van blankvoorn, zeelt, grote mod­derkruiper en zelfs regenboogforel.

Gyno­gese is dus een bij­zon­dere vorm van maagdelijke voortplanting.

Extra bij­zon­der bij de Giebel is ook nog dat deze vis niet 2 sets chro­mo­somen heeft in zijn celk­ern (dat heet diploid: zoals bijna alle hogere planten en dieren) maar drie: de soort is dus triploid.

Waar

De natu­urlijke ver­sprei­d­ing van de Giebel is van West-​Siberië tot Roe­menië, Bul­gar­ije, Grieken­land en Turk­ije. De soort komt al sinds de zeven­tiende eeuw in Duit­s­land voor. Er is maar weinig bek­end over de lev­enswi­jze van de giebel. In grote lijn komt deze waarschi­jn­lijk overeen met de lev­enswi­jze van de kroeskarper. Water met een weelderige planten­groei en een zachte mod­derige bodem hebben de voorkeur van de giebel. De giebel is een sterke vis die goed tegen vervuild water kan. Het is vaak een van de laat­ste vis­soorten die in vervuild water gevon­den wordt.

 giebel1vis­senGiebel (1)27 nov 2013novem­ber
 giebel1

In de Heiman­shof hebben we sinds juni een nieuw ele­ment aan de ecol­o­gis­che vari­atie in de tuin toegevoegd: onze onderwater-​ontdekwereld.

Inmid­dels leven in onze 12 aquaria zo’n 30 soorten vis­sen, kreeften, mos­sels, amfibieën en andere onder­wa­ter dieren en planten. Het is fascinerend om meer te leren over het gedrag en de leef­con­di­ties van de vele organ­is­men die er onzicht­baar onder water naast ons leven.

Een van mijn vele onder­wa­ter ont­dekkin­gen was de Giebel. Achter deze iet­wat lach­wekkende naam schuilt een brons– of goud­kleurige vis, die niet inheems was, maar inmid­dels zoals zoveel soorten wel inge­burg­erd is (foto). Het is een Azi­atis­che karper­soort waaruit in China, al zo’n 4000 jaar gele­den, goud­vis­sen zijn gekweekt.

De giebel is een gron­de­laar. Daar­door draagt hij bij aan vertroe­bel­ing van het water, net als brasems en kapers. Het is een alle­seter: naast dier­lijk voed­sel als dier­lijk plank­ton, insecten­lar­ven en kleine kreef­tachti­gen, eet de giebel ook algen en planten­de­len. In de win­ter stopt de voed­selop­name. Veel Giebels zijn waarschi­jn­lijk afs­tam­melin­gen van uit­gezette goud­vis­sen die hun rode of oranje kleur ver­loren hebben. In de vrije natuur verd­wi­j­nen deze kleur­vor­men door­dat ze te veel opvallen en als eerste ten prooi vallen aan rovers. Zo bli­jven er op ter­mijn alleen wild­kleurige exem­plaren over.

Bij­zon­der

De giebel kan vanaf het tweede jaar ges­lacht­srijp zijn. Het aan­tal eieren kan oplopen tot circa 400.000 per vis per jaar. Daar­door is de giebel in staat voor grote aan­tallen nakomelin­gen te zor­gen. Bij afwezigheid van reg­ulerende roofvis­sen treedt bin­nen enkele jaren „vergiebel­ing” op. Naast de nor­male wijze van voort­plant­ing, blijkt de giebel over een bij­zon­dere strate­gie te beschikken: Paair­i­jpe vrouwt­jes­giebels drin­gen zich tussen de paaiende karpers en zetten hun eieren af. Daar­bij bleek dat de zaad­cellen van (kroes)karpers de eicellen van de giebel prikkelden om zich te gaan ontwikke­len. Vol­gende col­umn meer (over 2 weken).