Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Mol­lenel­lende

op .

Deze col­umn (sinds juni 2006) heet Ont­dek de Flora en Fauna van de Haar­lem­mer­meer. De reden is, dat er over het alge­meen gedacht wordt dat de Haar­lem­mer­meer een zeer arme polder is in bio­di­ver­siteit (en dat er daarom ook makke­lijk nieuw beton en asfalt wordt aan­gelegd). De afgelopen 12 jaar heeft al wel geleerd dat er een ongelofe­lijke ver­schei­den­heid aan soorten in onze polder voorkomen en mijn inschat­ting is dat ik voor het behan­de­len van alle ca 10.000 soorten een jaar of 400 nodig zal hebben. Zo nu en dan gaat het niet alleen over nieuwe soorten maar gebeurt er iets bij­zon­ders. Zo zit­ten we nu mid­den in de groot­ste droogte– en hit­te­golf sinds er weergegevens wor­den bijge­houden. En die droogte heeft ook effecten in de natuur op soorten. Zo vind ik aan de lopende band dode mollen en dat is opmerke­lijk.

Bij­zon­der
De eerste 3 mollen heb ik in de com­posthopen ver­w­erkt, maar bij nr 48 begon er enige ongerus­theid op te spe­len. Op mol 4 heb ik daarom een gecom­bi­neerde anatomis­che les en sec­tie uit­gevo­erd (foto) en wat bleek: de arme mol was heel mager, geen vet en geen inhoud in het spi­jsver­t­er­ingssys­teem. Dat mollen van de honger ster­ven, kan samen­hangen met de droogte omdat hun voor­naam­ste voed­sel: regen­wor­men steeds dieper in de aarde wegkruipt en de Haar­lem­mer­meerse klei bij droogte hard wordt als beton. Een mol moet dus steeds harder werken om steeds min­der voed­sel buit te maken. Als hij een ons wor­men ver­brandt om 50 gram te van­gen, sterft hij na 46 weken van honger en uit­putting. Graag hoor ik van lez­ers of er op andere plaat­sen ook extra mol­len­sterfte gecon­sta­teerd wordt.

Waar
Mollen zijn zeer algemene bewon­ers van onze polder. Ze graven gan­gen waarin ze via hun neus wor­men en ander bodem­leven opsporen. Ze leven 4 uur op en 4 uur slapen, jaar­rond. Meestal zijn de Ned­er­landse con­di­ties ideaal om wor­men te kun­nen zoeken in bijna altijd vochtige humus­rijke grond. Dit jaar zou wel eens een mol­len­ramp jaar in een groot deel van Europa kun­nen worden.

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 esbomenes27 dec 2014decem­ber

Het wordt veel aange­haald; dat de (Canadese) pop­ulier de ken­merk­ende boom van de Haar­lem­mer­meer is. Dat komt omdat deze boom overal aange­plant wordt.
Een min­stens zo algemene boom en een­tje die zich in tegen­stelling tot de pop­ulier mas­saal voort­plant (en zich dus hier kiplekker voelt) is de es. Bijna overal waar je staat kun je wel een (of veel) essen­bomen in je blikveld aantr­e­f­fen.
Een paar van de mooiste 100– jarige essen staan in het wan­del­bos Hoofd­dorp (33.5 m in omvang en ruim 40 m hoog), maar in alle wijken en ker­nen en bij oude boerder­i­jen en kerken zijn mooie exem­plaren te vin­den. De es maakt met de esdoorn zaden met vleugelt­jes.
Het essen­zaad (foto) heeft 1 vleugel en die van de esdoorn 2. Die vleugels ver­beteren ver­sprei­d­ing met de wind.

Bij­zon­der
Een es wordt ca 200 jaar oud, maar net als bij knotwilgen kan essen­hakhout (dat om de 10 jaar wordt afgezet) de leeftijd van een boom aanzien­lijk ver­len­gen. De oud­ste bomen van de Haar­lem­mer­meer zijn dan ook ruim 300 jaar oude essen­hakhoutop­standen op de Een­denkooi van Stok­man bij Vijfhuizen. Deze 10 jaar oude stam­men wor­den sinds mensen­heuge­nis gebruikt voor palen en als brand­hout.
Maar essen­hout heeft veel meer gebruiksmo­gelijkhe­den. Het is buigzaam, veerkrachtig en recht. Het werd daarom gebruikt voor bv speren, maar nog steeds voor ste­len van gereed­schap zoals hamers, bezems, schep­pen, etc.
In Europa komt 1 inheemse soort es voor. In Noord-​Amerika bestaan nog een tien­tal soorten. Een kweekver­sie van de smal­bladige es, die in de herfst dieprode bladeren kri­jgt, wordt wel als straat­boom aange­plant. Er staan bv een paar exem­plaren waar de Boslaan in Hoofd­dorp over­gaat in de Sweel­incksin­gel.
De es was altijd een geliefde boom omdat hij een makke­lijke en vri­jwel ziek­tevrije soort was. Met de iep en de paar­denkas­tanje hoort hij sinds kort bij soorten die door een plaag (schim­mel) bedreigd wor­den.

Waar
De es groeit graag op natte tot tamelijk vochtige, voed­sel­rijke grond in loof­bossen en is zeer algemeen.

 vliegenzwamcruquiuspad­den­stoe­lenVliegen­zwam16 nov 2014novem­ber

In de vorige col­umn noemde ik, dat ik nog nooit een vliegen­zwam in de polder had gevon­den.
Daar kwa­men 2 reac­ties op: een uit Cruquius bij een eik (zie foto) van Janet Bakker, die altijd goed oplet en vaker waarne­min­gen doorgeeft en een uit Toolen­burg, Hoofd­dorp over een die sinds 2 jaar bij een berk verschijnt.

Bij­zon­der

De vliegen­zwam is een tot de ver­beeld­ing sprek­ende soort, waar omheen tal­loze feiten en sagen bestaan:
De hoed van de vliegen­zwam was een essen­tieel bestand­deel van hek­sen­brouwsels.
De ker­st­man met zijn rood met witte kledij zou het sym­bool zijn van iemand, die door een vliegen­zwammen­roes denkt te kun­nen vliegen in door rendieren getrokken arrenslee.

Het in melk of suik­er­wa­ter gedrenkte rode vlies van de hoed van de vliegen­zwam was ooit als vliegen­verdel­gingsmid­del pop­u­lair.
Lin­naeus gaf de vliegen­zwam de lati­jnse soort­naam Amanita mus­caria (mus­caria= vlieg). 200 jaar later werd uit de vliegen­zwam het insec­ti­cide iboteninezuur geï­soleerd. Dit zuur wordt door droging omgezet in de stof mus­ci­mol, die ver­ant­wo­ordelijk is voor hal­lu­ci­naties.
Het gebruik van de vliegen­zwam was aan de elite van sja­ma­nen en orakels voor­be­houden zodat zij hun para­nor­male gaven kon­den ver­sterken en als enige in con­tact met de goden kon­den tre­den. Als er onvol­doende pad­den­stoe­len voorhan­den waren, werd de urine van de bevoor­rechten, die in ruime mate de drogerende rest­stof­fen bevatte, door de min­der bedeelden gedronken. De vreemde Engelse uit­drukking „get­ting pissed” voor in een alco­hol­roes raken, zou hier­mee te maken hebben.
De hoed van de vliegen­zwam bevat kleine hoeveel­he­den mus­carine dat pas in veel grotere hoeveel­he­den dodelijk giftig is. Vergiftigin­gen met fatale afloop komen dan ook weinig voor.

Waar

De vliegen­zwam is een van de pad­den­stoe­len­soorten die samen­leven met bomen. Ze vor­men samen een zoge­naamd myc­or­rhyza: een samen­stel van zwamdraden en boom­wor­tels waar­tussen suik­ers vanuit de boom en min­eralen vanuit de schim­mel wor­den uit­gewis­seld tot bei­der voordeel.
De voorkeur­swaard­plant van de vliegen­zwam is de berk, maar ook bij andere bomen waaron­der eik, beuk en den komt hij voor.

 oranjerodestropharia1pad­den­stoe­lenOran­jerode Stropharia1 nov 2014novem­ber

We zit­ten inmid­dels in de herfst en dan wor­den de kleuren in de natuur meestal donker­bruin of zwart, zeker op de grond. Maar in al die donkere tin­ten duiken er af en toe opval­lend vrolijke kleuren op.
Dat zijn niet alleen de bladeren van som­mige bomen, maar voor de goede obser­va­tor ook vaak pad­den­stoe­len. Jam­mer genoeg heb ik nog nooit de rood met witte stip­pen vliegen zwam gevon­den in onze polder, maar ook de sinas­ap­pelschilzwam (helder oranje), de rode koolzwam (helder paars), de zwavelzwam (helder geel) en de porse­leinzwam (helder wit) mogen er zijn en die groeien hier wel.
In De Heiman­shof ontwikkelde zich recen­telijk tien­tallen helder oranje pad­den­stoe­len op hout­snip­pers. In geen enkele pad­destoe­lengids (en we hebben er heel veel) kon­den we deze soort vin­den. Tot­dat er een pad­destoe­len­ex­pert te hulp schoot. Het bleek te gaan om de oran­jerode stropharia. En inder­daad dat is geen algemene soort. Slechts hier en daar wordt deze soort aangetroffen.

Bij­zon­der

Inter­es­sant aan deze soort is, dat het een van de pad­den­stoe­len is die een hal­lu­cinerende stof bevat. Dus dit is zeker een van de soorten waarmee je niet moet exper­i­menteren. Voor geluk­szoek­ers: het heeft zo lang gedu­urd om de naam van deze soort te vin­den, dat de pad­den­stoe­len inmid­dels gro­ten­deels ver­teerd zijn van ouderdom.

Waar

De oran­jerode stropharia is pas vrij recent let­ter­lijk over komen waaien (met zijn super­lichte en kleine sporen). De soort komt oor­spronke­lijk namelijk uit Aus­tralië. Later is deze soort in Amerika opge­do­ken en sinds de vijftiger jaren ook in Europa. Daar is hij nu plaat­selijk wat algemener, maar een goede Ned­er­landse naam is er nog niet. De soort groeit in de herfst op vert­erende hout­snip­pers. Dat geeft aan dat het een zoge­naamde onschuldige sapro­fytis­che soort is, die dood mate­ri­aal ver­teert. Er bestaan ook sym­bi­o­tis­che soorten die een wed­erz­i­jds voordelige relatie met vooral bomen aan­gaan en par­a­sitaire soorten die lev­ende bomen de das om doen.

 kleine-modderkruipervis­senKleine mod­derkruiper18 okt 2014okto­ber

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.
Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 814 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end. Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der
De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar
De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 harigknopkruidplantenHarig Knop­kruid5 okt 2014okto­ber

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.
Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.
Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.
Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-​Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.
Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.
De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van –10 ºC over­leven.
In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.

 blotebillenzwampad­den­stoe­lenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014sep­tem­ber

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,51 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.
De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.
Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.
In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.

 onderwatersnoekoverigOnder water ontdekwereld12 aug 2014augus­tus

Alle activiteiten van De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen hebben tot doel om de waarde van de natuur onder de aan­dacht te bren­gen. De heem­tuin laat de planten en de bijbe­horende insecten zien, we leggen wan­del­routes aan om natuur – en cul­tu­urhis­torische par­elt­jes toe­ganke­lijk te maken en we beheren inmid­dels zo’n 130 ha open­baar groen waar­door (zeldzame) planten en dieren meer lev­en­sruimte hebben.

Een onderdeel van de natuur die nog niet zoveel aan­dacht heeft gekre­gen is de onder­wa­ter­w­ereld. Alles wat onder water zit, leeft ver­bor­gen en buiten onze aan­dacht. Dat vis­sen niet (hoor­baar) schree­uwen als ze met een haak in hun bek uit het water wor­den getrokken, helpt ook niet echt om aaibaar of aan­doen­lijk gevon­den te wor­den. Het gros van de mensen bek­ijkt de natuur en ook vis­sen vanuit het per­spec­tief van of het eet­baar of eng is.

Wij vin­den dat alle planten en dieren net zo veel recht op een plaats onder zon hebben als de mens. Alle soorten die er nu leven hebben net als wij mensen ca 3 mil­jard jaar evo­lu­tie achter de rug.

Bij­zon­der

Om die rede­nen hebben we in De Heiman­shof een onder­wa­teront­dek­w­ereld gebouwd. Daar kun­nen bezoek­ers ongeveer alle soorten die er in de Haar­lem­meer­meer onder water leven van dicht­bij bek­ijken. Inmid­dels zijn dat een 30 tal zoet­wa­ter vis­sen, 4 soorten mos­sels, krabben, kreeften, amfi­bieën, kev­ers en tal­loze soorten kleine onder­wa­ter beestjes. Het doel van onze onder­wa­teront­dek­w­ereld ( ca 20 aquaria) is meer ken­nis en affiniteit en daarmee respect te creëren. Als je oog in oog met een zeelt, een school baarzen, een snoek, een geel­gerande of spin­nende waterkever staat zie je er ook de schoonheid van.

Waar

De onder­wa­teront­dek­w­ereld is het afgelopen jaar opge­bouwd in de kas van de Heiman­shof. Rondlei­din­gen zijn mogelijk op ver­zoek. De tuin is dagelijks geopend door de week en van1 5 april tot 1 okto­ber ook op zater­dag– en zondag­mid­dag. Op 23 en 24 augus­tus is het 3e fes­ti­val week­end van dit jaar met per­ma­nent rondlei­din­gen. Meer infor­matie over dit fes­ti­val week­end kunt u vin­den in het artikel daarover.

 ogentroostplantenOgen­troost28 jul 2014juli

Op deze plaats hebben we het de afgelopen tijd al een aan­tal keren gehad over de bij­zon­dere flora en bijbe­horende fauna die zich de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld rond de amfi­bieën­poel in het Groene Carré Zuid, net ten oosten van de Hoofd­vaart.

Veer­tien dagen gele­den kon ik een explosie melden van par­nas­sia en eerder het bit­terkruid, moeraswe­spenorchis en de rietorchis.
Afgelopen week von­den we bij een rondgang weer een hele reeks bij­zon­dere soorten, zoals kruipend stalkruid, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen, brede wespenorchis en naast het gewone duizendguldenkruid ook het fraai duizendguldenkruid. Verder vlo­gen er vlin­ders waaron­der jacob­svlin­der, dikkop­jes, hooibeestje, Icarus­blauwt­jes, bru­in­blauwtje, bruinzandoogje.

In tegen­stelling tot de jour­nal­ist van het Haar­lems Dag­blad die dit ter­rein ‘een geschikte plek vond om hon­den uit te laten razen’ nodig ik u liever uit om respectvol ken­nis te nemen van hoe mooi de natuur in de Haar­lem­mer­meer kan zijn. Deze week wil ik u met 2 beeld­bepal­ende soorten van dit moment laten ken­nis­maken: sti­jve ogen­troost (foto) en rode ogentroost.

Bij­zon­der

Beide soorten hebben met als rate­laar en moeraskartel­blad een geheim wapen: het zijn namelijk half­parasi­eten. Ze kun­nen op eigen kracht groeien van zon­licht, maar met hun wor­tels tap­pen ze min­eralen en grond­stof­fen af van andere soorten. In dit geval grassen en zeggen. Dat doen ze niet zo extreem als moeraskartel­blad en rate­laar, die een probaat mid­del zijn om woek­erende biezen en gras of riet te onder­drukken. Ron­dom de ogen­troost­pop­u­laties is het gras niet merk­baar min­der vitaal. De Lati­jnse naam van sti­jve ogen­troost is Euphra­sia. Een naam die velen wel ken­nen van oog­drup­pels. Aftrek­sels van deze plant wor­den al lang gebruikt als mid­del tegen aller­lei oogkwalen.

Waar

Sti­jve ogen­troost is net als par­nas­sia een soort van vochtige duin­valleien; rode ogen­troost pref­er­eert drogere groeiplekken. Beide soorten staan graag in de volle zon op niet te rijke grond die kalkhoudend is.

 parnassia-40x40plantenPar­nas­sia13 jul 2014juli

Par­nas­sia is een plan­tje waar­van de schoonheid al in de Griekse oud­heid bezon­gen werd: z’n naam komt van de goden­berg Par­nas­sus, die syno­niem stond voor het mooiste en beste plekje om te leven.

Jam­mer dat veel van die mooie plan­t­jes het in onze rationele tijd zo moeil­ijk hebben en bedreigd wor­den in hun voortbestaan. Dat geldt ook voor het duizendgulden kruid, de kievits­bloem en de wilde anjers. Maar daarom is het extra leuk dat een aan­tal van onze natuur­ontwikkelings­projecten zo’n suc­ces zijn dat dit soort planten er weer een nieuwe groeiplek bij krijgen.

De meeste par­nas­sia in Ned­er­land vind je in vochtige duin­valleien. Vroeger kwam dit plan­tje ook in het bin­nen­land voor op vochtige voed­se­larme plekken. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 5 jaar gele­den met het Recre­ati­eschap Spaarn­woude gecreëerd in het Groene Carré Zuid en deze week trof ik daar tot mijn bli­jd­schap hon­der­den par­nas­sia planten aan.

Duizendguldenkruid, moeraswe­spen– en rietorchissen, bit­terkruid en sti­jve en rode ogen­troost, moeraskartel­blad, rond­bladig win­ter­groen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevonden.

Bij­zon­der

Par­nas­sia is een plan­tje met een bladrozet en fijne witte gead­erde bloe­men. Het bloeit van juni tot sep­tem­ber. Bij elke van de 5 bloem­bladen staat een meel­draad. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan deze meel­draden die na elkaar open­klap­pen. Pas als alle meel­draden­rijp zijn wordt de stam­per geactiveerd.

Par­nas­sia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makke­lijk met de wind ver­spreid wordt. In the­o­rie kan er zaad van de Strand­vlakte bij IJmuiden naar onze orchideeën­weide gewaaid zijn.
Par­nas­sia staat in de zwaarste cat­e­gorie van bescher­mde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aan­tal is afgenomen.

Waar

Par­nas­sia houdt van open tot grazige, vochtige tot natte, voed­se­larme, zwak zure tot meestal kalkrijke, onbe­meste grond (zand, leem, mergel, laagveen en stenige plaat­sen). Het komt over het hele Noordelijke hal­frond voor.

 stijfhardgras-40x40plantenStijf hard­gras3 jul 2014juli

Dat buiten goed oplet­ten altijd wat leuks oplev­ert, heeft de regel­matige lezer van deze col­umn al kun­nen ont­dekken.
Een leuke ont­dekking hoeft er niet altijd spec­tac­u­lair uit te zien. Soms zit het bij­zon­dere van een waarne­m­ing juist in kleine details.
Nu de zomer is inge­tre­den, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afri­jpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine gras­jes, die door hun sier­lijkheid (bv klein tril­gras) bij­zon­der zijn of omdat ze een indi­ca­tor­plant zijn voor een bij­zon­dere omstandigheid, zoals kam­gras of klein tim­o­thee gras (deze groeien alleen op in de Haar­lem­mer­meer zeldzame voed­se­larme omstandighe­den).
Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen is zo zeldzaam als het grasje waar een half school­plein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bij­zon­der

Stijf hard­gras komt vrij veel in De Heiman­shof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal ver­dron­gen door hoge grassen, die goed groeien op onze voed­sel­rijke grond.
Daarom heeft stijf hard­gras zich gespe­cialiseerd in het leven op onher­bergzame plaat­sen: op plaat­sen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen ste­nen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plan­tje van kalkrijke grond.
In heel Ned­er­land wordt het slechts gemeld uit een paar tien­tallen kilo­me­tertel­hokken. En daarom staat het op de rode lijst als bescher­mde soort die weliswaar niet snel aan het uit­ster­ven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan hele­maal niet tegen mest­gift en bestri­jd­ingsmid­de­len.
Een school­plein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hard­gras is een een­jarig gras van droge stenige kalkrijke omstandighe­den. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geï­soleerde plekken in Aus­tralië en Amerika. Daar is het waarschi­jn­lijk door mensen geïn­tro­duceerd.
In Ned­er­land komt het in de duin­streek en in Lim­burg van nature voor. In de Haar­lem­mer­meer is het aan te tre­f­fen in De Heiman­shof en op het school­plein van basiss­chool De Tovercirkel.

 boommarter-40x40kleine dierenBoom­marter19 jun 2014juni

Vorig jaar was het fauna-​lievende deel van Hoofd­dorp in rep en roer omdat er langs de IJweg mogelijk een boom­marter was ges­ig­naleerd.
En daar bleef het niet bij. Deze en/​of andere marters zoals de bun­z­ing bleven een tijd lang actief op aller­lei plaat­sen in Hoofd­dorp. En actief wil zeggen dat er koni­j­nen en kip­pen slachtof­fer wer­den. Ook in mijn eigen tuin langs de Geniedijk werd een bun­z­ing waargenomen.
De bun­z­ing leeft zeer ver­bor­gen, maar komt op aller­lei plekken in de Haar­lem­mer­meer voor. Per jaar vind ik er zelf wel 34 dood gere­den langs de weg.
De boom­marter is andere koek. Die is razend zeldzaam, maar komt bij de duinen bij Haar­lem wel voor. Omdat er wel een foto gemaakt zou zijn, maar deze niet boven water kwam, bli­jft het voorkomen van de boom­marter in 2013 nog steeds een mys­terie.
Drie weken gele­den kreeg ik weer een meld­ing van een boom­marter. Een­tje die hele­maal niet schuw was (net als in 2013) en zich rustig op de Geniedijk bij de IJweg liet bek­ijken. Helaas is er weer geen foto gemaakt , maar de beschri­jv­ing uit de eerste hand was zeer over­tu­igend.
Een foto is wel handig, want bij het natrekken van deze waarne­m­ing kreeg ik geen beves­tig­ing maar wel de meld­ing van een steen­marter uit Rijsen­hout. En daar­van was wél een foto gemaakt, die een vrouwtje bun­z­ing bleek. Helaas voor deze bun­z­ing is zij naar het oosten van het land gebracht, vanuit het idee dat een steen­marter daar thuis hoort en wellicht met een vracht­wa­gen was meegelift.

Bij­zon­der
Vroeger kwam de boom­marter in Ned­er­land voor. Hij leeft van eekhoorns, muizen, kikkers, eieren en fruit. Door genade­loze ver­vol­ging was hij bijna uit­geroeid. Met zijn fraaie pluim­staart en scherpe nagels is hij zeer behendig in bomen (foto).

Waar
De boom­marter komt voor in een groot deel van Eurazië. Zijn natu­urlijke biotoop is gemengd loof– en naald­bos zoals vooral in het oosten en zuiden van Ned­er­land. Tegen­wo­ordig met aller­lei bescher­mings­maa­trege­len en ecol­o­gis­che verbind­ing­zones neemt hij ook weer toe in de duinen en Flevoland.

 tongvaren-40x40plantenTong­varen6 jun 2014juni

Het groot­ste deel van Ned­er­land bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voed­se­larm of vochtig kun­nen zijn. Dat komt omdat we een delt­age­bied zijn. Wereld­wijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem. Veel gewoner zijn stenige ter­reinen. Soorten die bij kalkrijk en/​of stenig ter­rein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daar­bij horende planten en dier­soorten ook en daarom beschermd. Daarom is het leuk dat er op het kruis­punt bij de brandweer kaz­erne Hoofd­dorp een rot­ster­rein kun­st­matig is aan­gelegd. Omdat we het bij­zon­dere karak­ter van dit ter­rein van 0.7 ha inza­gen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEER­Groen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomop­schot en de kruiden­laag terug te drin­gen (en plas­tic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typ­is­che planten en dieren die zich op een dergelijk ter­rein thuis voe­len. En deze week bleek dat het begint te werken: er komen vet­planten, brede wespenorchissen en we von­den zelfs de eerste tong­varen. We hopen dat deze soorten zich ges­taag uit­brei­den en dat er vroeg of laat ook hagedis­sen en andere rep­tie­len en amfi­bieën ver­schi­j­nen. Vooral met de eerste tong­varens zijn we blij.

Bij­zon­der
Tong­varens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-​, gracht– en kade­muren, maar ook op basalt­glooi­in­gen, op tuin­muren en in put­ten. In het stedelijk gebied – met zijn milde stad­skli­maat – vindt tong­varen de nodige beschut­ting. Dankzij een lange reeks gematigde win­ters heeft de plant zich voor­namelijk in West-​Nederland ges­taag kun­nen uit­brei­den. Als stik­stofmin­nende plant prof­i­teert hij daar­naast van de ver­mest­ing van het milieu.

Waar
In de Haar­lem­mer­meer ken­nen we de tong­varen alleen van De Heiman­shof, waar hij mas­saal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als dec­o­ratieplant in tuinen. De tong­varens op het rot­ster­rein langs de bus­baan bij de brandweer Hoofd­dorp zijn de eerste zelf­s­tandig geves­tigde exem­plaren die we kennen.