Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Kool­rupss­luip­wesp: Apan­te­les glom­er­ata

op .

Een van de wet­ten van de natuur dicteert dat er overal even­wichtssys­te­men zijn. Een opval­lend mech­a­nisme daar­bij is het even­wicht tussen prooi­dieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te over­leven in even­wicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvo­gels eten zangvo­gelt­jes etc. Die wet gaat ook in de insecten­wereld en een voor­name speler daar­bij is de sluip­wesp. Er zijn in Ned­er­land zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bac­ter­iën). De helft daar­van zijn insecten. En de helft daar­van, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluip­we­spen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespe­cialiseerde soort sluip­wesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluip­we­spen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van de vliegen, muggen, blad­luizen en wat niet al. De meest sluip­we­spen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bij­zon­der
Maar er is een soort die heel goed zicht­baar te maken is, mid­dels een exper­i­ment, dat het best uit te voeren is als er een groen­te­tuin met kool­planten beschik­baar is. Op die kool­planten komen namelijk die kool­wit­jes af. En die heten niet voor niet KOOL­witje. Ze leggen namelijk eieren op kool­planten waaruit zeer nij­vere rupsen komen, die een kool­plant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kun­nen vreten. Doo­d­spuiten advis­eren we nooit. Dat mid­del is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vit­rage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natu­urlijk moeten deze rupsen dan met kool­bladeren gevo­erd wor­den, maar die inspan­ning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen ver­pop­pen (foto onder). De sluip­we­spen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een kool­witje wor­den? En hoeveel ‘veran­deren’ er in sluip­we­sp­jes?

Waar
De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarc­tica en de Amerika’s

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 3 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 boerenwormkuidzijdebij_thumbinsectenBoeren­wormkruidz­i­jde­bij31 jul 2017juli

Boeren­wormkruidz­i­jde­bij

Tussen decem­ber en okto­ber zijn er altijd bloe­men die bloeien. Die bloei heeft een sterk inter­ac­tie met insecten. Zon­der nec­tar en stu­ifmeel kun­nen veel insecten namelijk niet leven en zon­der bes­tu­iv­ende insecten kun­nen de planten geen zaad vor­men. Bijen zijn de meest bek­ende bes­tu­iv­ende insecten, maar ook tal­loze kev­ers, vliegen vlin­ders en wespen spe­len een rol in deze inter­ac­tie. Na de uit­bundige bloei van mei en juni zijn er wat min­der soorten in bloei. Een van de meest opval­lende inheemse soorten op dit moment is het boeren­wormkruid met zijn fel gele bloemhoofd­jes. Een mooi voor­beeld van de fascinerende inter­ac­tie tussen flora en fauna is dat alleen als het boeren­wormkruid bloeit, de Boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt.

Bij­zon­der

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Ned­er­land. De hon­ing­bi­jen komen in 23 soorten voor, hom­mels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievor­mende soorten. De andere 400 soorten zijn soli­taire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin ken­nen die geholpen wordt door 100100.000 werk­bi­jen, maar dat elk vrouwtje apart haar eit­jes legt en ver­zorgt, net als de meeste andere insecten­soorten. En zoals gezegd, de boeren­wormkruidz­i­jde­bij vliegt alleen als zijn waard­plant bloeit. Deze soort nestelt in hol­let­jes in dood hout of in bijen­ho­tels. De soort valt onder de zijde­bi­jen omdat ze cocon­net­jes met­se­len met speek­sel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan met­sel­bi­jen (met klei : ook inzet ), tronken­bi­jen (met hars en zand :ook inzet), wol­bi­jen (met haart­jes) en behang­ers­bi­jen met stuk­jes blad.

Waar

De boeren­wormkruidz­i­jde­bij is samen met de tronken­bi­jt­jes in grote aan­tallen te bewon­deren in De Heiman­shof en overal waar grote con­cen­traties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boeren­wormkruid waar stu­ifmeel en nec­tar heel dicht aan de opper­vlakte beschik­baar is (zie ook foto top).

 kalmoes-thumbplantenKalmoes17 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan


Dacht ik deze week weer eens een inheemse plant te behan­de­len en dan blijkt het toch weer een soort te zijn die van elders komt. In dit geval uit Zuid – Oost Azië. Kalmoes is al rond 1600 hier ingevo­erd voor zijn med­i­c­i­nale kwaliteiten. En sinds die tijd heeft deze soort zich ook in het wild ver­spreid. Kalmoes lijkt erg op egel­skop of gele lis en groeit net als deze soorten in dikke blub­ber aan oev­ers, maar is herken­baar aan het geribbelde blad(foto) . I.t.t. veel ander moeras­planten groeit hij langzaam en woek­ert dus niet. Zeer karak­ter­istiek is de bloem, die als een fal­lus sym­bool uit som­mige bladeren steekt (foto). Het feit dat het een van oor­sprong Azi­atis­che plant is, blijkt uit het feit dat maar weinig planten een bloem vor­men en dat de bloem nooit de in de tropen karak­ter­istieke rode bessen maakt. Daar­voor is het hier te koel. Kalmoes ver­menigvuldigt zich dan ook alleen veg­e­tatief via stuk­jes wor­tel die afbreken en elders weer uit­groeien.

Bij­zon­der
Voor een soort die in dikke stink­ende bag­ger groeit, is het hoogst opmerke­lijk dat alle plant­de­len een heer­lijk frisse geur afgeven. Een geur die gebruikt wordt in de par­fumin­dus­trie, maar ook als smaak­maker in eten en bv in Beren­burg en Deven­ter Koek. Vooral de dikke wor­tel­stok wordt gegeten en med­i­c­i­naal gebruikt. De wor­tel kan gebruikt wor­den als ver­vanger van gem­ber, noot­muskaat of kaneel. In grote hoeveel­he­den kan de werk­ing hal­lu­cinerend zijn. Kalmoes wordt verder gebruikt om spi­jsver­t­er­ingsklachten te ver­helpen en het heeft een posi­tief effect op het zenuw­s­telsel en zou dat zelfs ver­jon­gen. Kauwen op de wor­tel is goed voor het tand­vlees en gecon­fijt kan het als snoep wor­den gebruikt. De plant heeft deze geur ontwikkeld om insecten op een afs­tand te houden. En dat werkt prima.

Waar
Kalmoes komt oor­spronke­lijk uit India en China. De var­iëteit die in Europa voorkomt is triploid. D.w.z. in elke celk­ern is naast chro­mo­somen van de oud­ers, nog een 3e set aan­wezig is. Daar­door is ges­lachtelijke voort­plant­ing ook bemoeilijkt.

 moederkruid-thumbplantenMoed­erkruid3 jul 2017juli

Ont­dek de Flora &Fauna van de Polder
FLO­RAFAUNA Haar­lem­mer­meer Door Franke van der Laan

Moed­erkruid
Moed­erkruid is weer zo’n niet inheemse plant, die zich inmid­dels uit­stek­end thuis voelt in Ned­er­land en overal te vin­den is. Alle planten­soorten die nu nog bestaan, danken dat aan het feit, dat ze een strate­gie hebben gevon­den die voorkomt dat ze opgegeten wor­den voor ze zaad kun­nen zetten. Een veel voorkomende strate­gie is de aan­maak van aller­lei chemis­che stof­jes die niet lekker zijn om in te bijten. En daar hebben we een duizel­ing­wekkende vari­atie aan stof­jes aan te danken waar­van vele ook (nuttige)bijwerkingen voor de mens hebben. Moed­erkruid is daarin een kam­pi­oen. Ook is het een dankbare tuin­plant, die wel een beetje lijkt op kamille, maar 4 maan­den bloeit ipv 23 weken. De belan­grijk­ste reden dat de plant hier­heen gehaald is, zijn zijn vele med­i­c­i­nale toepassin­gen. Zo werd de plant in het verleden ingedeeld bij het Pyrethrum ges­lacht, waaruit biol­o­gis­che insec­ti­cide wordt gewon­nen. Tegen­wo­ordig wordt moed­erkruid bij boeren­wormkruid ingedeeld. Dat is ook al zo’n mul­ti­func­tionele plant , die vroeger in geen boeren­hof ontbrak.



Bij­zon­der
Moed­erkruid ontleent z’n naam aan het feit dat een van de stof­jes die hij maakt een reg­ulerend invloed op de men­stru­atiecy­clus heeft. Maar de plant maakt wel 50 etherische oliën en andere stof­fen aan. Som­mige daar­van helpen bij de meeste soorten van hoofd­pijn en migraine, andere hebben een ontstek­ingsrem­mende invloed of helpen tegen reuma­tis­che en ontstek­ingsklachten. Het gebruik bij hoofd­pijn is al van af de oud­heid bek­end. Ondanks die vele bij­zon­dere stof­fen is moed­erkruid niet giftig en kun­nen de bladeren ook in salades en als smaakver­sterker in cake en omelet gebruikt wor­den. Maar het is natu­urlijk altijd ver­standig de juiste dosis te gebruiken en bij gebruik goed advies in te win­nen.

Waar
Moed­erkruid komt oor­spronke­lijk uit de Balkan, Turk­ije en de Kauka­sus. Maar het is inmid­dels over de hele wereld ver­spreid van­wege z’n vele gebruiksmo­gelijkhe­den. Het groeit ook in de Haar­lem­mer­meer in veel tuinen en tussen tegels.



 bijenbloem-phacelia-thumbplantenBijenbloem-​Phacelia18 jun 2017juni

Op het Raad­huis­plein in Hoofd­dorp lag tot ruim een jaar gele­den een skate­baan. Omdat er gebreken ontston­den, werd deze afgekeurd. In het kader van de ver­groen­ing van het winkel­cen­trum wer­den er niet alleen fruit­bomen geplaats door de winke­liers, maar werd ook de skate­baan een jaar gele­den voorzien met 100 m3 grond. Ver­schil­lende pogin­gen om er groen tot ontwik­kel­ing te bren­gen had­den veel van ‘jeugderosie’ te lei­den. In april mocht Sticht­ing MEER­Groen het proberen en de gecom­bi­neerde opzet van dicht groen, ver­vol­gbe­heer en samen­werk­ing met de jeugd lijkt vruchten (bloe­men) af te wer­pen. Na de bloei van vrucht­bomen en de vioolt­jes is nu de dom­i­nante bloeier de bijen­bloem of Phacelia en andere soorten en mediter­rane kruiden vol­gen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stru­ik­jes en wilgen geplant, die de bloei en de groei vol­gend jaar overne­men. Het is een aan­rader om bv in com­bi­natie met het Groene Loper fes­ti­val op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uit­leg gegeven en rondleidingen.

Bij­zon­der
Phacelia wordt in de land­bouw veel gebruikt als groenbe­mester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewen­ste soorten onder­drukt en zelf makke­lijk te hak­se­len en onder te ploe­gen is. Onder gun­stige omstandighe­den pro­duceert de soort veel nec­tar en stu­ifmeel, onder droge omstandighe­den alleen stu­ifmeel. Daarom is Phacelia ook pop­u­lair bij bijen en imk­ers. En daar dankt Phacelia zijn Ned­er­landse naam bijen­bloem of bijen­voer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boom­spiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte min­der goed bij dan de wespenorchissen die hun voed­sel en vocht via schim­mels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeer­wor­tel of ossen­tong tot de fam­i­lie van de ruwbladigen.

Waar
Phacelia is van oor­sprong geen inheemse soort en is afkom­stig uit de Verenigde Staten. Vanuit de land­bouw is de soort overal in Ned­er­land inge­burg­erd en hand­haaft zich.

 rodespoorbloem_thumbplantenRode Spoor­bloem6 jun 2017juni

Deze tijd van het jaar is de natuur extra mooi. OP de Heiman­shof bloeien nu wel 200 soorten tegelijk, maar ook overal in de bermen is van alles te zien. Jam­mer dat er over 23 weken weer mas­saal gemaaid wordt, waar­bij veel bloe­men ( en hun zaad) ver­loren gaan. Bij ecol­o­gisch beheer maaien we altijd pleks­gewijs en vooral de plekken die uit­ge­bloeid zijn en waar­van het zaad rijp is. Een plant die niet zo van het maaibeleid te lij­den heeft is de rode spoor­bloem. Dat komt omdat het een plant is die op droge kalkrijke en stenige plekken groeit. Oor­spronke­lijk komt deze soort die lang en mooi rood bloeit uit Mediter­rane gebieden. Wellicht om dat hij ook als tuin­plant gewaardeerd wordt, is hij ook in onze regio verzeild ger­aakt. Inmid­dels is deze soort inge­burg­erd ger­aakt, met name in west Nederland.

Bij­zon­der
De rode spoor­bloem groeit ook graag op spo­ordijken maar heet spoor­bloem omdat de bloem een spoor heeft. De soort hoort bij de Valar­i­aan­fam­i­lie en vroeger heette hij dan ook wel Rode Valar­i­aan. Ter­wijl de valar­i­aan een voorkeur heeft voor natte voeten heeft deze soort daar een hekel aan. En ter­wijl de gewone vale­ri­aan aller­lei med­i­c­i­nale toepassin­gen heeft, is daar­van niets bek­end van de Rode Spoor­bloem. Maar de bladeren en de sten­gels zijn eet­baar. Ze wor­den als salade gegeten of kort gekookt. De rode spoor bloem heeft een grote aantrekkingskracht op vlin­ders, vooral de kolib­rievlin­der, maar is min­der geliefd bij bijen. Dat zal komen om dat de nec­tar dieper weg zit. Bijen hebben vaak kor­tere ton­gen dan vlin­ders.
Waar
De groot­ste mij bek­ende pop­u­latie rode spoor­bloem straat op de basalten voet van de hoog span­nings­mas­ten langs de IJtocht in Over­bos (foto). Het is de vraag of deze pop­u­latie zal over­leven als de hoogspan­nings­mas­ten wor­den ont­takelt nu de onder­grondse 380 KV lijn is aan­gelegd. Maar ook in De Heiman­shof staan er een paar planten die het goed doen op natu­ur­muren. De rode spoor­bloem heeft een voor keur voor hele droge kalkrijke plekken.

 Vogelkersstippelmot_thumbinsectenVogelk­ersstip­pel­mot22 mei 2017mei

Zoals elk jaar wordt ik in deze tijd gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten wor­den door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kar­di­naalsmuts, vogelk­ers, appel of wilgen. Vooral de vogelk­ersstip­pel­mot­ten geven een kaal gevreten boom een spec­tac­u­laire aan­blik( foto). Alle rupsen trekken namelijk per­ma­nent een zij­den draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijk­wade’ (waaron­der ze zich bescher­men). De rup­sjes laten zich rond deze tijd aan een zij­den draad naar de grond zakken, waar ze zich ver­pop­pen. In augus­tus komen de vrij onaanzien­lijke stip­pel­mot­ten te voorschijn, om weer een nieuwe gen­er­atie te maken.

Bij­zon­der
Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor aller­lei soorten insecten om op groot te wor­den. Dat de vogelk­ers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resul­taat van deze rupse­nu­it­braak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rup­sjes het in augus­tus red­den om vlin­der te wor­den. Die leggen dan miss­chien wel 1 mil­jard eit­jes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvo­gels en meesjes in de win­ter van leven: Die pikken elke dag tien­tallen tot hon­der­den van deze eit­jes weg. Stel dat er dan een miljoen eit­jes de win­ter over­leven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsen­piek. Want bijna alle jonge vogelt­jes wor­den op die rup­sjes groot gebracht. Wel 50100 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken vol­wassen zijn. Van de miljoen rupsen red­den het er dan miss­chien 200.000 om te gaan ver­pop­pen. En het netto resul­taat van deze kale bomen ism dat de zangvo­gels een nieuwe gen­er­atie groot bren­gen en de win­ter over­leven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar
In De Heiman­shof zijn vele soorten stip­pel­mot­ten te vinden.

 aronskelkvliegjes_thumbinsectenAronskelk en motmuggen10 mei 2017mei

Al een paar weken bloeien de aronskelken. We ken­nen 2 inheemse soorten: de gevlekte aronskelk en de Ital­i­aanse aronskelk. Vooral de Ital­i­aanse Aronskelk staat vaak in tuinen. Beide soorten hebben in de herfst een stam met fel­rode bessen. De gevlekte aronskelk bloeit eerder dan de Ital­i­aanse die meestal wit gead­erde bladeren heeft. Over de al of niet giftige of eet­bare knollen wil ik het niet hebben. Maar wel over de bloe­men en hoe deze planten bestoven worden.

Bij­zon­der
De bloem van aronskelken valt op door een groot puntig schut­blad dat omhoog­steekt. Omgeven door het schut­blad zit een bloeikolf of spadix, die bij de gevlekte soort paars is en bij de Ital­i­aanse beige. Deze spadix heeft een zeer bij­zon­dere func­tie. Het is een ver­warm­ingse­le­ment wat 1015 graden warmer kan zijn dan de omgev­ing. Onder de spadix is het schut­blad inges­no­erd en daaron­der zit pas de echte bloem (zie foto). Aronskelken lokken geen bes­tu­iv­ers met hon­ing­zoete geuren, maar met een soort poep– of lijk­lucht. Door de warme spadix wordt die geur extra ver­spreid en ook de warmte trekt een spe­ci­aal soort vlieg­jes aan: een soort mot­mug. Er bestaan wereld­wijd wel 5000 soorten mot­muggen. De meeste bek­ende is de (driehoekige en ste­vig behaarde) goot­steen­vlieg. Deze vlieg­jes strijken neer op het gladde schut­blad en gli­j­den naar bene­den waar­bij ze door een rand van haren zakken. Daaron­der zit een bloemkamer met boven man­nelijke stu­ifmeel­bloe­men en onder vrouwelijke stam­pers. In die kamer wor­den ze een dag opges­loten waar­bij ze bedekt wor­den met klev­erige sporen. In zo’n bloemkamer kun­nen tien­tallen mot­mug­jes opges­loten zit­ten. Die wor­den door de plant pas vrij gelaten als de man­nelijke bloe­men hele­maal rijp zijn en de vlieg­jes onder het stu­ifmeel zit­ten. De vrouwelijke bloe­men zijn dan nog niet ‘ont­vanke­lijk’. Daar moeten de vlieg­jes een andere plant voor zoeken tbv kruis­bes­tu­iv­ing. Of dit sym­biose, par­a­sitisme of vee­teelt is, weet ik niet.

Waar
In de Heiman­shof staan beide soorten.

 driedoornige-stekelbaarsvis­senDriedoornige Stekel­baars24 apr 2017april

Het is voor­jaar en dat blijkt niet alleen uit de bomen die in blad komen en de planten­soorten die bloeien. Ook onder water explodeert het leven, hoewel dat de meeste mensen ont­gaat. Om die reden hebben we de onder­wa­teront­dek­w­ereld gemaakt op De Heiman­shof met een 15– tal aquaria waar zicht­baar gemaakt wordt wat er alle­maal aan inter­es­sant onder­wa­ter leven in de sloten en vaarten leeft. Natu­urlijk zijn de kikkervis­jes zich aan het ontwikke­len, die doen zich net als de meeste vis­soorten tegoed aan de mas­sale ontwik­kel­ing van water­vlooien. Een van de soorten die dat ook doet en in deze tijd extra aan­dacht vraagt, is het driedoornig stekel­baarsje. Daar hebben we een aan­tal exem­plaren van en die hebben zich in deze tijd in een schit­terend bruid­skleed gesto­ken van fel­rood met licht­gevende blauwe ogen en die zijn druk met elkaar het hof maken en nest­jes bouwen (foto). Net als de 10-​doornige stekel­baars meer of min­der dan 10 stekels kan hebben, heeft de 3-​doornige vaak meer of min­der dan 3 stekels (24).

Bij­zon­der

Stekel­baarsjes zijn een ingewikkelde soort. Ze zijn namelijk geen fam­i­lie van baarzen, maar van zeenaalden en zeep­aard­jes. Ze hebben geen schubben, maar been­platen. Het is een algemene soort die voor veel dieren, waaron­der lep­elaars een belan­grijke voed­sel­bron is.

Waar

3-​doornige stekel baarzen komen met name voor langs kusten van Europa, Amerika en Azië op het Noordelijk hal­frond. En er bestaan aller­lei soorten of rassen van, gere­la­teerd aan de plek waar ze voorkomen. De kle­in­ste soort bli­jft altijd in zoet water voor en kan 8 cm lang wor­den. In brak water komt een soort voor die 9 cm lang kan wor­den en op zee een soort, die wel 11 cm kan halen. Maar zo groot wor­den ze maar zelden. Ook de brakke en zoute soorten hebben zoet­wa­ter nodig om zich voort te planten. Zij hebben bij deze migratie veel last van de dijken en gemalen die wij als mens bouwen, waar­door hij in veel gebieden toch weer bedreigd raakt. De soort kan 4 jaar oud worden.

 slijkvlieg_thumbinsectenSlijkvlieg8 apr 2017april

Van de insecten­soorten di er in de Haar­lem­mer­meer voorkomen is nog maar een heel klein deel in deze col­umn behan­deld. Er zijn namelijk tien­duizen­den soorten in hon­der­den of miss­chien wel duizen­den fam­i­lies. Van­daag probeer ik uw belang­stelling te wekken voor een soort die redelijk makke­lijk te herken­nen is en soms mas­saal aan­wezig is. Het is de slijkvlieg of elzen­vlieg. De naam slijkvlieg komt van het feit dat zijn lar­ven in het water op de bodem leven. Een ander naam is de Elzen­vlieg. Dat komt was om dat elzen langs wateren groeien en dat de vol­wassen insecten daar vaak op aangetrof­fen zullen wor­den. Deze soort is makke­lijk te herken­nen aan het feit dat hij 2 grote dak­pans­gewijs over zijn rug liggende vleugels heeft waar zeer duidelijk dikke aderen op liggen (foto). Vol­wassen elzen­vliegen leven van nec­tar en wor­den meestal zit­tend op oev­erveg­e­tatie gevon­den. Het zijn zwakke vliegers; bij ver­stor­ing vliegen ze op maar gaan een eindje verder weer zit­ten in plaats van weg te vliegen.

Bij­zon­der
De larve van de gewone slijk vlieg doet er ongeveer 2 jaar over om vol­wassen te wor­den. De lar­ven leven onder water van kleine diert­jes en lijken wel op een duizend­poot van­wege de vele, poot-​achtige kieuwen aan het achter­lijf. Het zijn goede zwem­mers die tweemaal over­win­teren voor­dat ver­pop­ping plaatsvindt. Dit gebeurt op het land. De fam­i­lie van de slijkvliegen heet grootvleugeli­gen. Onze slijkvlieg heeft al grote vleugels, maar in de tropen komen soorten voor met ene span­wi­jdte van 15 cm.

Waar
Er bestaan 6 soorten slijkvliegen in Europa, waar­van er 3 in Ned­er­land voorkomen. Ze zijn alleen micro­scopisch aan de vorm van hun ges­lacht­sor­ga­nen te herken­nen, maar gelukkig leven ze alle drie in heel andere milieus. Ver­reweg de meest algemene soort leeft in stil­staande sloten en vijvers. Een nogal zeldzame soort heeft zich gespe­cialiseerd in snel­stromende schone beken en dan is er nog een soort die in en bij grote riv­ieren voor komt.

 berijptvarenschoteltje2pad­den­stoe­lenBeri­jpt Varenschoteltje27 mrt 2017maart

De Ned­er­landse Mycol­o­gis­che ( pad­den­stoe­len) verenig­ing bestaat nu een jaar of 100. Toen de verenig­ing in 1995 begon met sys­tem­a­tis­che reg­is­tratie waren er ca 3500 pad­den­stoe­len soorten bek­end. En nu inmid­dels ruim 6000. Dat ligt niet aan de ‘gewone’ (grote) pad­den­stoe­len. Die waren wel zo’n beetje bek­end en daar wor­den er maar af en toe nieuwe soorten ont­dekt. Het gros van de nieuwe ont­dekkin­gen bestaat uit kleine en mini soorten. Vaak zijn dat soorten die super gespe­cialiseerd zijn en bv alleen voor komen op eikels of beuken noot­jes of op drollen van bepaalde soorten dieren. Deze week liep ik dankzij de scherpe blik van Lou van der Lin­den aan tegen weer een nieuwe soort die in dat ver­haal past. Het was het Beri­jpt Varen­schoteltje. Dit mini pad­den­stoeltje met een diam­e­ter van 23 mm (zie foto) komt alleen voor op de oude ste­len van tongvarens.

Bij­zon­der

Pad­den­stoe­len die alleen varens vert­eren komen meer voor . De fam­i­lie van de varen­schotelt­jes telt bijna 250 soorten. Daar­bij moet u bedenken dat ver voor er bloe­men en bomen waren, varens (en paar­den­staarten) de belan­grijk­ste planten soorten op land waren. Dat was inde tijd van de Dinosauriërs en daar­voor. Ook in die oude tij­den speelde het prob­leem dat oude bio­massa weer vrij moest komen na een groei seizoen en in die tijd ontwikkelde zich al de wed­erz­i­jdse afhanke­lijkheid en samen werk­ing tussen planten en de eerste pad­den­stoe­len soorten.

Waar

De fam­i­lie van de varen­schotelt­jes bestaat vooral uit kleine schotelvormige soorten die gespe­cialiseerd zijn in het vert­eren van spec­i­fiek varen­ma­te­ri­aal. Bijna elke varen­soort heeft een eigen soort: het gewone varen­schoteltje komt bv voor op ade­laars varens. En het beri­jpt varen­schoteltje tref je in het hart van tong­varens aan als die bladeren na de win­ter hun tijd gehad hebben, net voor de nieuwe bladeren zich uit rollen. En omdat ton­va­rens al vrij zeldzaam zijn, zijn deze varen­schotelt­jes dat nog meer.

 kurkiepbomenKurkiep11 mrt 2017maart

De meeste mensen zijn wel bek­end met de kurkeik, die in mediter­rane lan­den groeit. Zijn kurkschors kan wel 35 cm dik wor­den. Maar de schors van de meeste bomen bevat kurk als iso­latie mate­ri­aal. De ene boom meer dan de ander. Een soort die in Ned­er­land groeit met opval­lende kurk­li­jsten is de iep. Deze week kwam ik een fraai exem­plaar tegen met dikke kurk­li­jsten, die daar­naast ook nog eens mas­saal in bloei stond. Iepen zijn zgn naak­t­bloeiers. Ze bloeien en maken zaad voor­dat ze in blad komen. En op elk plek waar een blad komt zat een bloem(foto).Gek genoeg bleek bij verder nazoeken dat de opval­lende kurk­li­jsten geen soortsken­merk zijn. Ze komen voor bij de gladde iep, maar ook bij de ruwe iep en de kruis­ing daar van die de Hol­landse iep wordt genoemd. Deze kurk­li­jsten zouden een isol­erende func­tie kun­nen hebben, maar ook een rol kun­nen spe­len om vraat te ‘demo­tiv­eren’. Iepen hebben nl een zeer voedzame bast, die bij veel dier– en insecten soorten erg gewild is. In tij­den van voed­selschaarste werd zelfs door mensen iepen­bast in voed­ingsmid­de­len verwerkt.

Bij­zon­der

Een iep met kurk lijsten is dus waarschi­jn­lijk een gladde iep, maar in de win­ter zijn iepen­soorten niet met zek­er­heid te deter­mineren. De mas­sale bloei geeft aan dat de iep een windbes­tu­iver is. Windbes­tu­iv­ers moeten enorme hoeveel­he­den pollen pro­duc­eren om er een paar op een andere bloem te kri­j­gen. En bladeren zit­ten bij windbes­tu­iv­ing alleen maar in de weg. Iepen zaden hebben de vorm van een muntstukje. En veel mensen denken dat de groene munt­jes de bladeren zijn. Als deze zaden dan na 2 weken afri­jpen en er krui­wa­gens vol met bru­ine zaden door de straat waaien denken som­mige mensen dat de bomen hun blad ver­liezen en ziek zijn, maar kort daarop komen dan pas de echte bladeren. Alle iepen­bladeren ken­merken zich door een geza­agde rand en een scheve blad­voet: dwz de linker en de rechterkant van het blad bij de blad steel zit­ten ongelijk.

Waar

Iepen komen op het hele noordelijk half rond voor.

 rode-ren-kakkerlakinsectenRode ren kakkerlak25 feb 2017feb­ru­ari

Bij flora en fauna denk je meestal aan inheemse planten. Maar met al ons gereis over de wereld, die steeds kleiner lijkt te wor­den, slepen we vaak lifters mee. Som­mige daar­van zijn een ver­rijk­ing, bv de hals­band­parkiet en andere soorten wor­den min­der gewaardeerd. Kakker­lakken horen bij die laat­ste cat­e­gorie. De Duitse kakker­lak is een soort die in deze streken al meer dan 150 jaar voorkomt. Er zijn wereld­wijd bijna 5000 soorten kakker­lakken bek­end. Ver­reweg de meeste soorten daar­van leven buiten in de strooisel­laag en houden zich nut­tig bezig met het vert­eren van oude bio­massa. Van een 20-​tal soorten is bek­end dat ze zich tot een plaag kun­nen ontwikke­len. Dat gebeurt meestal in niet opti­maal hygiënis­che omstandighe­den die mensen zelf creëren. Zo woonde ik ooit in Mozam­bique tegen over flats die door ‘niet aan ste­den aangepaste’ plat­te­landers waren ‘gekraakt’. Zij kweek­ten mais in de bad­kuip en gooiden de stortkok­ers vol met rotzooi.Toen wij terug ver­huis­den naar Ned­er­land moesten we eerst 20.000 kakker­lakken opruimen, die vanuit die flats bij ons ingetrokken waren. Deze week vond iemand een rode renkakker­lak (3 cm) in z’n huis (Flo­riande). Deze soort leeft nor­maliter buiten in de strooisel­laag en komt uit het verre oosten .

Bij­zon­der

De rode renkakker­lak kan op papier wor­den gek­weekt (dat hij eet) als voer voor rep­tie­len in ter­raria of in een vakantie kof­fer mee gelift zijn.. De snel­heid van hun voort­plant­ing hangt af van de tem­per­atuur en het voed­se­laan­bod. Een vrouwelijke kakker­lak draagt ongeveer der­tig kakker­lak­jes in een eipakket op het lichaam die na 3 à 5 weken wor­den afgezet. Kakker­lakken zijn nacht­dieren die vooral op geur afgaan die ze met hun grote antennes kun­nen ruiken. Ze kun­nen snel lopen en hebben een karak­ter­istiek afge­plat lichaam dat heel klein of 8 cm groot kan zijn.

Waar

In Ned­er­land leven een 5-​tal geïn­tro­duceerde soorten, die zich vaak in vochtige huizen kun­nen hand­haven.
Ze leven van schim­mel en oude bio­massa, waaron­der papier.