Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Kool­rupss­luip­wesp: Apan­te­les glom­er­ata

op .

Een van de wet­ten van de natuur dicteert dat er overal even­wichtssys­te­men zijn. Een opval­lend mech­a­nisme daar­bij is het even­wicht tussen prooi­dieren en jagers. Overal in de natuur houden die elkaar in een eeuwige strijd om te over­leven in even­wicht: leeuwen eten zebra’s en gnoes, vossen eten muizen, roofvo­gels eten zangvo­gelt­jes etc. Die wet gaat ook in de insecten­wereld en een voor­name speler daar­bij is de sluip­wesp. Er zijn in Ned­er­land zo’n 48.000 soorten planten en dieren beschreven (excl bac­ter­iën). De helft daar­van zijn insecten. En de helft daar­van, zo’n 12000 soorten bestaat uit wespen en dan meestal sluip­we­spen. Voor zo’n beetje elke soort insect bestaat er dus een gespe­cialiseerde soort sluip­wesp. De angst voor wespen bij veel mensen is dus niet zo erg gegrond, want van sluip­we­spen hebben we alleen maar plezier. Als die er niet waren dan was de hele wereld zwart van de vliegen, muggen, blad­luizen en wat niet al. De meest sluip­we­spen zijn erg klein .Je ziet ze niet of nauwelijks.

Bij­zon­der
Maar er is een soort die heel goed zicht­baar te maken is, mid­dels een exper­i­ment, dat het best uit te voeren is als er een groen­te­tuin met kool­planten beschik­baar is. Op die kool­planten komen namelijk die kool­wit­jes af. En die heten niet voor niet KOOL­witje. Ze leggen namelijk eieren op kool­planten waaruit zeer nij­vere rupsen komen, die een kool­plant in een paar dagen tijd tot de nerf kaal kun­nen vreten. Doo­d­spuiten advis­eren we nooit. Dat mid­del is erger dan de kwaal. Vooral met kinderen is het leuk en leerzaam om deze rupsen te zoeken en ze in en bak, met daarover vit­rage, te doen. Ik heb dat wel eens gedaan met 500 rupsen. Natu­urlijk moeten deze rupsen dan met kool­bladeren gevo­erd wor­den, maar die inspan­ning is wel de moeite waard: na een dag op wat gaan de rupsen ver­pop­pen (foto onder). De sluip­we­spen zelf (3 mm) komen uit op de inzet (foto boven).Hoeveel van de 500 rupsen zou een kool­witje wor­den? En hoeveel ‘veran­deren’ er in sluip­we­sp­jes?

Waar
De soort komt bijna overal voor in de wereld behalve in Antarc­tica en de Amerika’s

Opvra­gen Oud­ere Columns

Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.


SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie

en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand

en/​of
jaar


SORTEREN: klik op de kop­jes in de titel­balk om de sor­ter­ing te veranderen

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …» volgende

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 Koraal-zwamgroenwordendepad­den­stoe­lenGroen­wor­dende Koraalzwam11 feb 2017feb­ru­ari

De meeste pad­den­stoe­len vind je in nazomer en herfst, maar het hele jaar door zijn er soorten te vin­den. En niet alleen de leer­achtige of houtige soorten zodat ze maan­den of jaren lang mee gaan, zoals elfen­bankjes, platte ton­derzwammen of berk­endo­ders. Typ­is­che win­ter­pad­den­stoe­len zijn ook juda­soren en fluweelpootje (beide soorten eet­baar). Maar afgelopen week von­den we op De Heiman­shof wel een heel bij­zon­dere soort: Een­tje die we nooit in de Haar­lem­mer­meer verwacht had­den omdat ze vooral op arme zand­gron­den ple­gen voor te komen: een lid van de zeer fraaie fam­i­lie van de Koraal zwammet­jes. Er zijn ca 18 soorten koraalzwammen bek­end in Ned­er­land, waar­van de meest soorten fraaie gele, oranje, roze en witte kleuren hebben. Land­goed Elswout in Haar­lem is bv beroemd onder pad­den stoe­lenken­ners van­wege de kleuren­pracht van beukenko­raalzwammet­jes in roze, oranje en geel. Maar in de sneeuw stond de Groen­wor­den de Koraalzwam ( foto).

Bij­zon­der

Koraalzwammen zijn onmisken­baar in hun vorm. Vanuit het mycelium in de grond sturen zij een dicht ‘bos’ van al of niet rechte kolom­met­jes omhoog. De meest soorten zijn tussen de 5 en de 15 cm hoog. Som­mige soorten zijn eet­baar, ander zoals de fraaie Koraalzwam zijn niet eet­baar. De groen wor­dende koraalzwam begint met een vuil witte kleur en wordt zoals zijn naam als zegt, naar­mate hij ouder wordt, duidelijk een groene kleur te kri­j­gen. De vele kolom­metje waaruit de pad­den­stoel bestaat, ver­g­root de opper­vlakte enorm. Omdat de sporen in kleine poriën in dat opper­vlak gepro­duceerd wor­den, kan hij veel meer sporen pro­duc­eren. Andere soorten zoals de juda­soor, de kluif­jes zwam of de kelk zwammen ver­groten hun opper­vlakte door lobben te vor­men. De groen­wor­dende koraal zwam is plaat­selijk alge­meen, maar de soort neemt zo sterk af dat hij op de rode lijst van bedreigde soort is op genomen.

Waar

Deze soort groeit op de strooisel laag van vooral naald bomen en soms ook van loof­bomen zoals de meeste soorten Koraal zwammen.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@​stichtingmeergroen.​nl. Per­soon­lijk kun­nen wij u te woord staan op werkda­gen bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofd­dorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www​.sticht​ing​meer​groen​.nl

 grijzewilgbomenGri­jze wilg28 jan 2017jan­u­ari

Ken­merk­end voor het land­schap in het west­elijk deel van Ned­er­land is de gri­jze wilg.

Het is een van de 80 soorten wilgen die in Ned­er­land voor komen. Een deel daar­van is stru­ikvormig en een deel boomvor­mend. De groot­ste soort van alle­maal is de gri­jze wilg. Na 60 jaar kan hij zo groot wor­den dat hij onder z’n eigen gewicht in elkaar stort. Het is maar weinig bomen in Ned­er­land ver­gund om ouder dan 100 jaar te worden.

Een wilg van 100 jaar oud kan wel 67 m sta­mom­vang hebben. Een van de mooiste gri­jze wilgen in de Haar­lem­mer­meer staat in Graan voor Visch op het veld bij het poli­tie bureau (foto achter­aan). Deze boom meet ruim 6 m omtrek en ver­toont nog geen spoor van ver­val. Vroeger was hout een van de belan­grijk­ste brand­stof­fen. De snelle groei (elk jaar 23 m) en het risico van instorten heeft mede geleid tot het gebruik om wilgen te knot­ten. Elke 5 jaar is er dan weer genoeg brand – en bouwhout beschikbaar.

Een geknotte wilg kan veel ouder ( 200 jaar) wor­den dan een die niet geknot wordt, omdat hij dan min­der last heeft van z’n ’overgewicht’. En dat ondanks het feit dat knotwilgen inrot­ten en hol wor­den. Dat hol wor­den is weer een zegen voor vele planten en dieren die daarin een toevlucht­so­ord vinden.

Bij­zon­der

De 80 soorten wilgen kruisen onder­ling makke­lijk. Dat heeft geleid tot een ver­war­rende mix van ken­merken. Maar de hoofd­soorten zijn altijd wel te herken­nen: treur wilgen hangen, katwilgen hebben hele lange smalle bladeren, geo­orde wilgen hebben 2 ‘oort­jes’ naast elk blad, water­wilgen zijn hor­i­zon­taal uit­groeiende stru­ik­wilgen met grote kat­jes en boswilgen hebben mooie kat­jes en groeien juist verticaal.

Waar

Wilgen staan overal. In De Heiman­shof wordt op 15 feb­ru­ari een bij­zon­dere snip­perdag geor­gan­iseerd waar­bij de 60 jaar oude wilgen van de stru­in­tuin getopt wor­den met een grote kraan omdat ze te zwaar wor­den. Het hout wordt ges­nip­perd voor de bos paden in de tuin. U wordt van harte uit gen­odigd om te komen kijken en met ons een snip­per dag te nemen.

 bruinetrilzwampad­den­stoe­lenBru­ine Trilzwam15 jan 2017jan­u­ari

Hoewel in de nazomer en herfst de meeste pad­den­stoe­len te vin­den zijn, zijn er ook gedurende de win­ter genoeg soorten te vin­den: oester zwammen, fluweel poot­jes en elfen bankjes staan overal. Het viel me daar­bij op dat er vooral veel soorten trilzwammen te vin­den zijn: zwarte, fel­gele trilzwammen en juda­soren kende ik al, en daar kwam deze week de bru­ine trilzwam bij. Die had ik nog nooit gevon­den en groeide op een dode eiken tak. Deze soort lijkt op een heel clus­ter juda­soren bij elkaar.

Bij­zon­der

Trilzwammen hebben het ver­mo­gen om vocht op te zuigen bij natte omstandighe­den en bij droge omstandighe­den hele­maal te ver­schrompe­len. In vochtige omstandighe­den groeit de pad­den­stoel en pro­duceert hij sporen en dat pro­ces valt stil in droge toe­s­tand. Dit opzwellen en ver­dro­gen kan vele malen achter elkaar zon­der dat de pad­den­stoel afsterft. Dat staat in schril con­trast met de gewone ‘hoe­den vor­mende’ soorten die daar­bij wel afster­ven. Trilzwammen hebben meestal uit­ge­breide lobben en plooien. Daarmee ver­goten ze hun opper­vlakte en kun­nen dan meer sporen pro­duc­eren. De bru­ine trilzwam heeft dat pro­ces van lobben­vorm­ing het verst doorgevo­erd. Nog een bij­zon­der­heid aan trilzwammen is dat ze zelf in en op hout kun­nen groeien maar daar­naast een par­a­sitaire lev­enswi­jze kun­nen hebben. Ze par­a­siteren dan op andere pad­den­stoe­len zoals de gele trilzwam op korst zwammen (die voor hen het hout vert­eren) en de bruin trilzwam op het ges­lacht van elfen­bankjes. Nog een inter­es­sante eigen­schap van trilzwammen is dat ze vaak eet­baar zijn. Ze smaken echter zoals ze eruit zien: naar koud kraak­been. Juda­soren wor­den in de Chi­nese keuken in Tjap Tjoy ver­w­erkt. Ze houden daar­bij een goede ‘bite’ en smaken een beetje gepeperd.

Waar

De bru­ine trilzwam komt voor in loof­bossen met beuk, eik en haze­laar begroei­ing. De soort komt echter ook op andere loof­bomen voor, zoals esdoorn, es, haag­beuk en linde. Soms komt de bru­ine trilzwam ook voor op sparren.

 kleine-wintervlinderinsectenKleine Win­ter­vlin­der31 dec 2016decem­ber

Bij insecten denken we meestal aan dieren die in de warme dagen van voor­jaar, zomer en herfst actief zijn. Toch zou de natuur de natuur niet zijn, als er niet ook insecten waren die zich aan de koude win­ter hebben aangepast. Zo’n soort is de kleine win­ter­vlin­der. Het is een soort die van novem­ber tot in jan­u­ari vliegt bij tem­per­a­turen tussen 0 en10 graden en liefst in mistig en rustig weer. Het is een mot of nachtvlin­der, dus doet hij dan ook bij voorkeur in de avond en nacht. Daar­bij wordt de kleine win­ter­vlin­der sterk door licht aangetrokken, dus als er een vlin­der op uw ver­lichte raam zit in de win­ter is het in de meeste gevallen deze soort. En het is altijd een man­netje (foto). De vrouwt­jes van deze soort hebben nl geen vleugels en kruipen vanuit hun pop in de grond omhoog op boom­stam­men om door de man­net­jes gevon­den en meege­dra­gen te wor­den in de lucht om te paren. Ze vin­den elkaar met fer­omo­nen of lokgeurstof­fen. Beide sek­sen eten niet want er is in de win­ter ook geen nec­tar. Ze teren op de reserves die de rups heeft verzameld.

Bij­zon­der

De kleine win­ter­vlin­der is een soort uit de grote fam­i­lie van de span­ners. De naam span­ners komt van de rupsen, die zich niet stap voor stap voort­be­we­gen, maar door zich met de poten en schi­jn­poten aan de voor en achterkant van het lichaam te strekken en op te vouwen. U hebt vast wel eens zo’n kod­dig rup­sje gezien. De kleine win­ter­vlin­der is een van de rupsen die de voed­selvoor­raad (rupsen­piek!) vormt voor de jonge vogelt­jes die in mei uit hun ei komen. Door de kli­maatveran­der­ing lopen die 2 processen elkaar steeds vaker mis. Dat cor­rigeert de natuur door de vari­atie in uitkomst tij­den: Late rupsen hebben nu een grotere kans om vlin­der te wor­den en vroege jonge vogelt­jes kri­j­gen niet genoeg eten. Zo ster­ven de minst aangepaste indi­viduen uit en de beter aangepaste nemen in aan­tal toe.

Waar

De kleine win­ter­vlin­der komt voor in heel Ned­er­land in tuinen, parken, loof­bossen, boom­gaar­den en andere bosrijke gebieden.

 kleine-oranje-bekerzwampad­den­stoe­lenKleine Oranje Bekerzwam18 dec 2016decem­ber

In de win­ter zijn de kleuren meestal wat grijs en bruin. Daarom is het extra leuk om in die nogal grauwe wereld af en toe heldere kleuren tegen te komen. En voor de oplet­tende waarne­mer zijn die inspir­erende kleuren overal te vin­den. Zo’n moment van inspi­ratie had ik afgelopen maandag bij het werken aan het nieuwe deel van het Hoofd­dorpse Wan­del­bos. Afgelopen zomer is daar de het kanaal uit­ge­bag­gerd en de bag­ger is op de grasstrook daar­naast uit­ge­spreid. Uit­gerek­end op die onaantrekke­lijke grauwe bag­ger­laag, die inmid­dels weer vol dreigt te groeien met ruigte planten zoals riet, brand­ne­tel en dis­tels vond ik niet tien­talen, niet hon­der­den maar duizen­den heldere oranje vlek­jes. Bij nadere inspec­tie bleken dat pad­den­stoe­len te zijn. En wel kleine oranje bek­erzwammen. Een pop­u­laire naam van deze zwammen is kleine sinas­ap­pelschilzwam. En ze zouden vol­gens de lit­er­atuur nog zeldzaam moeten zijn ook. Op deze plek zijn ze beslist niet zeldzaam.

Bij­zon­der

Andere soorten die de win­ter kleur geven zijn bv de knal­gele trilzwam en een paar andere bek­erzwammen: de grote oranje bek­erzwam groeit ook in de win­ter, net als de rode kelkzwammen. De rode kelkzwammen komen pas in feb­ru­ari en groeien op zwaar ver­teerde loof­bo­men­takken. Tegen feb­ru­ari is er ook al weer meer kleur van een ver­schei­den­heid aan bol­ge­wassen. De sneeuwk­lok­jes zijn daar­van het meest bek­end. Maar wist u dat daar we meer dan 1000 soorten en var­iëteiten van bestaan. De eerste sneeuwk­lok die bloeit, is de reuzen sneeuwk­lok die nu al bloeit. Een andere soort met helder gele bloe­men is de win­ter­akoniet. Die ver­schi­jnt in de loop van jan­u­ari. Al deze soorten zijn in De Heiman­shof en in het wan­del­bos te vinden.

Waar

De kleine sinaas­ap­pelschilzwam groeit bij voor keur op kale leem– of kleiachtige grond. Daar leeft hij van het organ­isch mate­ri­aal wat in de grond zit. Ik heb deze win­ter­pad­den­stoel niet alleen in het Wan­del­bos maar ook in Houtwijk­erveld en in recre­atie gebieden zoals Vri­jschot gevonden.

 esdoorncombibomenEsdoorn4 dec 2016decem­ber

Ken­merk­end voor deze tijd van het jaar is dat de bladeren mas­saal afvallen. Van­daar de keuze voor een van de meest voorkomende bomen: de esdoorn. De Veldes­doorn is een andere inheemse soort. Maar ook de Suik­eres­doorn en de Noorse Esdoorn kun­nen in de Haar­lem­mer­meer wor­den aangetrof­fen, naast vele cul­tuur var­iëteiten. Alle esdoorns of ahorns hebben een hand­vormig ingesne­den blad, dat meer of min­der scherp ingesne­den kan zijn. Alle esdoorns hebben ook ken­merk­ende ‘heli­copter’ zaden, die zijdel­ings aan elkaar vast zit­tende en elk voorzien zijn van een vleugeltje, waarmee ze makke­lijk door de wind ver­spreid kun­nen wor­den (foto onder). Elk jaar zaait een vol­wassen boom zich tien­duizen­den malen uit, vaak tot wan­hoop van tuin – en boseigenaren. Bij ons onder­houd in het Wan­del­bos Hoofd­dorp en ook bv in Land­goed Groe­nen­daal, bestaat 4080% van ons werk in het uit­trekken of – steken van zaailin­gen van de esdoorns. In Groe­nen­daal hebben we inmid­dels 15 ha ‘klaar’ en nog 75 ha (3 miljoen zaailin­gen van 220 jaar oud) te gaan van ca 20 moederbomen.

Bij­zon­der

Ook in de win­ter zijn bomen aan aller­lei ken­merken goed te herken­nen. De gewone esdoorn ken­merkt zich door dikke groene knop­pen. De Noorse esdoorn heeft dezelfde dikke knop­pen, maar die zijn rood­bruin. Esdoorns kun­nen ca 30 m hoog wor­den. Ze hebben ook last een spe­ciale schim­mel­soort, die aan het einde van de zomer bijna alle bladeren met zwarte 1 cm grote vlekken kleurt (foto boven). Dood gaat de boom er niet van. Esdoorns hebben een sterke sap­stroom in het voor­jaar. De suik­eres­doorn ontleent zijn naam aan het feit dat het sap ervan wordt opgevan­gen om er al of niet alco­holis­che dranken te maken. Het blad van de ‘Maple’ vormt de vlag van Canada. Esdoorns komen er veel voor en kleuren in de herfst de bossen rood.

Waar

De gewone esdoorn komt heel veel voor in deze regio, maar is van oor­sprong een zuid — en mid­den Europese soort. Er zijn ca 200 soorten esdoorns bek­end, die vooral op het Noordelijk hal­frond voorkomen.

 stobbenzwampad­den­stoe­lenSto­bben­zwam20 nov 2016novem­ber

Op een enorme wilg in De Heiman­shof die dit jaar afgestor­ven is, vor­m­den zich de afgelopen weken dichte clus­ters van grote bru­ine pad­den­stoe­len, met een hele duidelijke ring op de steel. Ik kende de soort niet, maar in de dagen daarna zag ik ze opeens overal. Het bleek het sto­bben­zwammetje te zijn. Op onze wilg zaten er na een week wel 1500 en de groei gaat nog steeds door. Ook hoger op de stam begin­nen ze te ver­schi­j­nen en op onder­grondse wor­tels wat verder van de stam ook. Het is echt een indruk­wekkend ver­schi­jnsel. Alles bij elkaar staan er nu al meer dan 50 kilo aan paddenstoelen.

Bij­zon­der

Nader onder­zoek leert dat het sto­bbezwammetje ook eet­baar is en dat alleen de hoed gegeten wordt. Natu­urlijk hebben we dat geprobeerd en de smaak is iets bit­ter en een beetje scherp zoals radijs en hij ruikt zoet. Maar als er in een week tijd 50 kilo kan ver­schi­j­nen is er vast wel een lekker recept mee te maken. Bij regen ontstaat er op de hoed een geleiachtige laag. De steel van het sto­bben­zwammetje heeft altijd een ‘strakke’ ring. Die ring is een overbli­jf­sel van het vlies dat tij­dens de groei in jonge toe­s­tand de hoed met de steel verbindt. Onder de ring is de steel donker­bruin en daar­boven licht geel. Het sto­bben zwammetje moet niet ver­ward wor­den met het niet eet­bare zwavelkopje. Dat is een andere algemene pad­den­stoel op dode stam­men. Deze is kleiner, helder geel met een con­trasterende kleur op de punt. Zowel het zwavel kopje als het sto­bben­zwammetje zijn sapro­fytis­che soorten. Dat wil zeggen: ze maken de boom niet ziek of dood: bij een boom die dood is, helpen ze bij de afbraak.

Waar

Het sto­bben­zwammetje is in Ned­er­land zeer alge­meen en groeit in dichte groepen op sto­bben en stronken van eik, els, berk en wilg.

 heksenmelkplantenHek­sen­melk13 jun 2016juni

Col­umn van Franke van der Laan

Iedereen weet dat bijen nec­tar verza­me­len en daar hon­ing van maken. Een van de manieren waarop bijen die nec­tar vin­den, is dat ze gericht zijn op bloe­men die zo hoog mogelijk opgericht wor­den om ze onder de aan­dacht van hun bes­tu­iv­ers te bren­gen. Maar nec­tar is bij som­mige planten ook te ruiken.

 roodhalsgansmetbrandgans_100pxvogelsRood­hals­gans24 mei 2016mei

Col­umn van Franke van der Laan

Eind april, begin mei verbleef er een bij­zon­dere gans in De Haar­lem­mer­meer langs de Fokker­weg op Schiphol-​Oost. Rood­hals­ganzen broe­den in noordelijke Arc­tis­che streken in Cen­traal Siberië en de meeste dieren over­win­teren rond de Zwarte zee in Bul­gar­ije en Roe­menië. Dat zijn er über­haupt niet zoveel. De hele wereld­pop­u­latie wordt geschat op een kleine 60.000 dieren en jaar­lijks wor­den het er min­der. Dat komt vooral door ille­gale jacht en ver­stor­ing bij legale jacht op andere soorten ganzen.

 vingerhoedje_kleinpad­den­stoe­lenVinger­hoedje9 mei 2016mei

Col­umn van Franke van der Laan

Het is in deze col­umn al vaak aangegeven: je vindt niet alleen pad­den­stoe­len in de herfst, maar je kunt ze het hele jaar door vin­den. April en mei zijn daar­bij de maan­den dat pad­den­stoe­len­liefheb­bers uitk­ijken naar morieljes.

 beukbomenBeuk25 apr 2016april

Col­umn Franke van der Laan

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd veran­dert onze omgev­ing van grijs en grauw naar fris groen in duizend tin­ten. Een van de meest indruk­wekkende gedaan­tev­er­wis­selin­gen om te vol­gen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten ver­lei­den om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange win­ter­knop­pen die zich in lut­tele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht blader­dak dat er bijna geen andere planten onder kun­nen groeien.

 leegvogelsCol­umn Franke van der Laan: de Tapuit17 apr 2016april

Van alle zangvo­gelt­jes legt de tapuit de groot­ste afs­tand af tij­dens de jaar­lijkse trek. Franke zag deze reiziger in onze eigen Haarlemmermeer!

Lees verder in zijn col­umn »>