Col­umn Flora en Fauna in de Haarlemmermeer

Sinds 2006 heeft Franke van der Laan weke­lijks in de Hoofd­dorpse Courant deze col­umn gepub­liceerd. Sinds kort om de 2 weken. Hier­naast kunt u de meest recente columns opvra­gen, hieron­der kunt u columns zoeken in het archief.

Meldin­gen van bij­zon­dere dieren en planten kunt u doorgeven aan Dit e-​mailadres wordt beveiligd tegen spam­bots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bek­ijken.
Per­soon­lijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkda­gen tussen 9:00 en 12.30 uur en op woens­dag tot 17:00 uur bij De Heiman­shof, Wieger Bruin­laan 17 in Hoofddorp.

Bilo­bella Springstaart

op .

Deze col­umn schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele fam­i­liegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behan­deld heb. Deze week kwam er een bij­zon­dere soort van de springstaarten­fam­i­lie op mijn pad. In Ned­er­land zijn daar een paar hon­derd soorten van bek­end. Bilo­bella is knal­roze en heeft zoals de meeste springstaart­soorten geen Ned­er­landse naam. Weinig mensen ken­nen springstaarten. Het zijn prim­i­tieve insecten die meestal in de strooisel­laag leven van rot­tend planten­ma­te­ri­aal en schim­mels. Ze zijn alle­maal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstel­baar veel van. In een liter tuin­grond of plante­naarde kun­nen duizen­den exem­plaren leven! Ze vor­men daarmee een belan­grijke en bijna onu­it­put­telijke voed­sel­bron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kun­nen zien. Met de mieren hebben ze gemeen dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveel­heid bio­massa die ze op aarde verte­gen­wo­ordi­gen als diergroep!

Bij­zon­der

Springstaarten vallen uiteen in 2 groepen. Bilo­bella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn lang­w­er­pig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die ver­groeid is tot een vork die onder hun lichaam vast­gezet kan wor­den. Daar kun­nen ze span­ning mee opbouwen, waar­door ze bij gevaar met een kat­a­pul­tachtige sprong ver weg kun­nen schi­eten. De bolle springstaarten zoals Bilo­bella mis­sen deze springvork meestal, maar hebben wel andere ken­merken gemeen zodat ze toch tot dezelfde fam­i­lie gerek­end worden.

Waar

Springstaarten komen wereld­wijd voor op alle con­ti­nen­ten. Ze leven in de bodem in vochtige rot­tende strooisel­la­gen. Maar ze kun­nen ook op opper­vlak­te­wa­ter voor komen en daarop lopen. De opval­lend roze gek­leurde Bilo­bella soort is pas in 2007 in Ned­er­land voor het eerst gevon­den onder oude schors van pop­ulieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

Opvra­gen Oud­ere Columns


Hieron­der kun­nen alle tot dusver ver­sch­enen columns opgevraagd wor­den.
U kunt deze selecteren en sorteren op cat­e­gorie, onder­w­erp, het jaar en de tijd van het jaar. Com­bi­naties zijn ook mogelijk.

SELEC­TIEMENU; selecteer op:

cat­e­gorie
en/​of
titel zoek­term

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/​of
maand
en/​of
jaar

thumb

cat­e­gorie: titel: datum: maand:

open/​dicht

 bilobellaspringstaartinsectenBilo­bella Springstaart1 apr 2019apr

Deze col­umn schrijf ik nu 13 jaar vanaf mei 2006 en nog steeds zijn er hele fam­i­liegroepen aan planten en dieren, waar ik nog geen lid van behan­deld heb. Deze week kwam er een bij­zon­dere soort van de springstaarten­fam­i­lie op mijn pad. In Ned­er­land zijn daar een paar hon­derd soorten van bek­end. Bilo­bella is knal­roze en heeft zoals de meeste springstaart­soorten geen Ned­er­landse naam. Weinig mensen ken­nen springstaarten. Het zijn prim­i­tieve insecten die meestal in de strooisel­laag leven van rot­tend planten­ma­te­ri­aal en schim­mels. Ze zijn alle­maal vrij klein: tussen de 0.1 mm en een paar mm, maar er zijn er onvoorstel­baar veel van. In een liter tuin­grond of plante­naarde kun­nen duizen­den exem­plaren leven! Ze vor­men daarmee een belan­grijke en bijna onu­it­put­telijke voed­sel­bron voor de meeste kleine dieren en insecten die wij met het blote oog kun­nen zien. Met de mieren hebben ze gemeen dat het er zo veel zijn dat ze vechten om de eerste plaats in het hoeveel­heid bio­massa die ze op aarde verte­gen­wo­ordi­gen als diergroep!

Bij­zon­der

Springstaarten vallen uiteen in 2 groepen. Bilo­bella hoort tot de trage bolvormige groep. De meeste springstaarten zijn lang­w­er­pig van vorm en hebben naast de drie paar gewone poten een set extra poten die ver­groeid is tot een vork die onder hun lichaam vast­gezet kan wor­den. Daar kun­nen ze span­ning mee opbouwen, waar­door ze bij gevaar met een kat­a­pul­tachtige sprong ver weg kun­nen schi­eten. De bolle springstaarten zoals Bilo­bella mis­sen deze springvork meestal, maar hebben wel andere ken­merken gemeen zodat ze toch tot dezelfde fam­i­lie gerek­end worden.

Waar

Springstaarten komen wereld­wijd voor op alle con­ti­nen­ten. Ze leven in de bodem in vochtige rot­tende strooisel­la­gen. Maar ze kun­nen ook op opper­vlak­te­wa­ter voor komen en daarop lopen. De opval­lend roze gek­leurde Bilo­bella soort is pas in 2007 in Ned­er­land voor het eerst gevon­den onder oude schors van pop­ulieren en nu dus ook al hier. Mogelijk weer een gevolg van klimaatverandering.

 keverorchisplantenGrote keverorchis18 mrt 2019mrt

4e groeipek grote keverorchis in Haarlemmermeer

Afgelopen vri­jdag en zater­dag was het Nldoet, waar­bij een hartver­war­mend aan­tal mensen en vooral bedri­jven vri­jwillig de han­den uit de mouwen steken om er samen iets leuks van te maken.

Bij sticht­ing MEER­Groen is het elke dag van het jaar Nldoet en dus deden we met 16 locaties mee. Som­mige van de 32 MEER­Groen pro­jecten hebben weke­lijks aan­dacht nodig, maar een aan­tal kun­nen met 1 beurt toe. Daar­bij horen de orchideeën­wei­des van de Groene Weelde en het Groene Carre, die we elk voor­jaar maaien en van zaailin­gen ont­doen, die de orchideeën ver­drin­gen. Als je dat al 10 jaar doet is het leuk om (posi­tieve) trends te ont­waren als resul­taat van het beheerwerk.

Bij­zon­der

En die trends zijn er volop. We trof­fen in de Groene Weelde de 4e groei plek van de Grote Keverorchis aan. In de amfi­bieënkuil van het Groene Carre zuid is de sit­u­atie nog mooier: daar staan inmid­dels meer dan 25000 moeraswe­spenorchissen, 5000 rietorchissen en 20 brede wespenorchissen. Maar daar­naast is er door het beheer een explosie van andere leuke soorten ontstaan: 8000 par­nas­sia, 3 soorten duizendguldenkruid, 3 soorten ogen­troost, rond­bladig win­ter­groen en nog 30 andere rode lijst soorten. Waarom komen die hier voor: arme zand­grond, kalk, brakke kwel en een wis­se­lend niveau van de water­stand: iets waar de ‘stan­daard’ planten in ons land niet van houden maar waar de oor­spronke­lijke en dus zeldzame soorten goed bij gedi­jen. Veel Ned­er­landse orchideeën ontle­nen hun naam aan een insect. Dat komt omdat ze ont­dekt hebben dat insecten hun maat­jes vin­den met sexgeurstof­fen. En die maken ze na zodat die insecten met de bloe­men paren en dat werkt probaat!

Waar

Bij de Big Spot­ters Hill groeide eerst alleen de rietorchis. Daar kwa­men in de loop van tijd de brede wespenorchis en de moeraswe­spenorchis bij en dit jaar ont­dek­ten we de eerste grote keverorchissen: en wel meteen een stuk of 200 of meer ( foto). Daarmee is dit naast oor­spronke­lijke locaties van het Wan­del­bos Hoofd­dorp, De Heiman­shof en het Haar­lem­mer­meerse Bos de 4e bek­ende locatie. De bloei is in mei.

 gehakkelde_aureliavlin­dersGehakkelde Aure­lia6 mrt 2019mrt

We hebben net een week record warm weer achter de rug. Die week met tem­per­a­turen van boven de 20 graden in feb­ru­ari gaf ook een explosieve ontwik­kel­ing te zien van activiteit in de natuur: vroeg bloeiende planten, zin­gende vogels en een keur aan insecten die een maand eerder dan gebruike­lijk actief wer­den. Van die insecten zijn de dagvlin­ders opval­lende en vrolijke ver­schi­jnin­gen. Naast de cit­roen­vlin­der, die altijd een van de eerste is, zag ik ook ver­schil­lende gehakkelde aurelia’s. Deze gehakkelde aurelia’s’ zijn oran­jerood gek­leurd en hebben opval­lende inkepin­gen in hun vleugel­ran­den, die hen helpt om er als ver­dord blaadje uit te zien en zo pre­datie door vogels te vermijden.

Bij­zon­der

Met de kleine vos, de ata­lanta en de dag­pau­woog heeft de gehakkelde aure­lia zijn voor­naam­ste waard­plant gemeen: de grote brand­ne­tel. Maar de rups van deze soort leeft ook wel op de hop, of de ruwe iep, de berk. Die brand­ne­tel is trouwens pas recen­telijk zijn voor­naam­ste waard­plant gewor­den. En er veran­dert meer bij deze soort. 20 jaar gelden kwam deze soort niet off nauwelijks in de Haar­lem­mer­meer en West-​Nederland voor en tegen­wo­ordig is hij een van de meest algemene soorten. De gehakkelde aure­lia heeft in Ned­er­land meestal 2 gen­er­aties. De over­win­terende eerst gen­er­atie is meestal donker van kleur en de zomer­gen­er­atie is meestal lichter. Beide gen­er­aties hebben op de buiten­vleugels een witte c of komma bij dicht­ges­la­gen vleugels.

Waar

De vlin­der komt voor in vri­jwel heel EurA­zie tot en met China, Korea en Japan en in Noord-​Afrika . De soort komt voor tot 2000 meter boven zeeniveau. De areaal­grens van de gehakkelde aure­lia is behoor­lijk vari­abel. Door de tijd heen vin­den flinke ver­schuivin­gen plaats. De laat­ste jaren schuift het voorkomen op naar het noor­den onder invloed van de kli­maatveran­der­ing. Deze ver­schuivin­gen zor­gen voor fluc­tu­aties in het voorkomen in lan­den dicht tegen de areaal­grens, zoals Ned­er­land en Groot-​Brittannië

 harslakzwampad­den­stoe­lenHarslakzwam27 feb 2019feb

Bij het werken kwam er deze week uit het gras een gigan­tis­che pad­den­stoel tevoorschijn. Hij woog ca 5 kilo en was aan n de bovenkant diep en veel gelobd. Aan de onderkant zat hij met 2 ste­len in de grond (Niet in een stam). De hele onderkant bestond uit buis­jes en dus niet uit plaatje zoals de meeste pad­den­stoe­len. Het meest opval­lende aan deze reus, behalve zijn grootte was dat de hele bovenkant glim­mend kas­tan­je­bruin was. Het leek wel een kruis­ing tussen een bief­s­tukzwam en een platte ton­derzwam. Omdat het ook een nogal zeldzame soort betrof kostte het wel enige moeite en tijd om op de soort naam te komen. Het bleek een Harslakzwam. De vruchtlichamen van de lakzwammen zijn breed gelobd en hechten zich aan boom­stam­men. Vaak leven ze als parasiet tot de boom afsterft, waarna verder leen van het dode hout. Som­mige lakzwammen zijn zwak­teparasi­eten, wat wil zeggen dat ze voor­namelijk op verzwakte boom­soorten groeien. Het ges­lacht dankt zijn naam aan het feit dat het opper­vlak van veel soorten gelakt lijkt ( foto).

Bij­zon­der

Lakzwammen kun­nen op tal van boom­soorten groeien zoals Els, Berk, Beuk en Eik, toch zijn ze betrekke­lijk zeldzaam. Sinds meer dan 3.000 jaar wor­den ze gebruikt in de Chi­nese geneeskunde. Omdat de zwammen ook in Azië zeldzaam zijn, mochten ze alleen gebruikt wor­den om de keizer en mensen van adel te genezen. Pas sinds een jaar of 30 slaagt men erin om lakzwammen te kweken. Lakzwammen bevat­ten gan­o­der­mazuren: deze zor­gen voor een ver­lag­ing van het cho­les­terol­ge­halte in het bloed. De zwammen bezit­ten ook ver­schil­lende stof­fen die het immuun­sys­teem ver­sterken en de groei van tumoren ver­hin­deren. En men vond een stof die de bloed­vaten verwijdt.

Wereld­wijd zijn 80 soorten bek­end, waar­van 3 in Ned­er­land: de ges­teelde lakzwam, de waslakzwam en de harslakzwam

Waar

De Harslakzwam groeit aan de voet en op stronken van oude eiken (tamme kas­tanje, iep) in parken, oude lanen en land­goed­eren op zand, soms op klei.

 groothoefbladplantenGroot Hoef­blad3 feb 2019feb

Door de sneeuw en tem­per­a­turen rond nul graden hebben veel mensen het idee dat er buiten niets gebeurt en bli­jven ze rond de kachel hangen zowel in huis als op het werk. Dat is jam­mer want er is een per­ma­nente cyclus aan de gang in de natuur van planten en dieren die hun tijd en plaats zo zoeken dat ze geen of min­der last hebben van con­cur­renten. Over die ontwik­kelin­gen in de natuur bestaat zelfs een heuse weten­schap met de naam Fenolo­gie: Harry Pot­ter fans zouden dit ver­talen als de leer van het ver­schi­jnse­len. Bek­ende win­ter­soorten die nu al bloeien zijn sneeuwk­lok­jes, win­ter­akoni­eten en wilde krokussen. Weinig mensen weten dat er wel 1100 soorten sneeuwk­lok­jes bestaan en dat de grote sneeuwk­lok al rond kerst bloeit. Een soort die al in novem­ber bloeit en bij ker­strozen hoort is het stink­end nieskruid. In De Heiman­shof zeggen we daarom wel eens dat ons voor­jaar in novem­ber begint en eindigt in okto­ber. Van de echte kruiden is longkruid meestal de eerste bloeier (en dat is dus geen ‘nog-​bloeier’ zoals dag koekoeks­bloem, madeliefje of beemd­kroon, die pas stop­pen met bloeien als ze dood vriezen). Maar dit jaar werd longkruid op achter­stand gezet door het Groot Hoefblad.

Bij­zon­der

Groot Hoef­blad kan alleen bestaan als er ook een Klein Hoef­blad bestaat. Groot Hoef­blad bloeit nu al en heeft roze bloe­men. Klein hoef­blad bloeit meestal ergens in maart en heeft gele bloe­men. Bij beide bloe­men komen de bladeren pas na de bloe­men. Die van Groot Hoef­blad bladeren kun je als een para­plu gebruiken en hebben ste­len van meer dan een meter. Vele mensen ver­war­ren ze met rabar­ber. Maar dat is een lid van de zur­ing fam­i­lie waar­van je de ste­len kunt eten. Dat zou ik niet aan­raden bij Groot Hoefblad.

Waar

Zowel Groot als Klein Hoef­blad hebben wor­tel­stokken en houden van zon­nige plekken Daar­bij heeft Groot Hoef­blad een voorkeur voor meer vochtige voed­sel­rijke ter­reinen, bv slooto­ev­ers en Klein Hoef­blad is een echte pio­nier die ook op voed­se­larme zand­vlak­tes en bouwter­reinen mas­saal op kan komen.

 marterkleine dierenMarters21 jan 2019jan

Roofdieren spreken meestal tot de ver­beeld­ing. Maar in onze stedelijke omgev­ing is het voor hen niet makke­lijk om te over­leven. Eten is er vaak wel, maar o, o, o al die wegen en auto’s. Daarom is het best bij­zon­der dat er ook in de ‘strakke’ Haar­lem­mer­meer nog vrij veel roofdieren leven. Het aan­tal soorten neemt zelfs toe. Dat is met name het geval met vossen waar­van er dan ook jaar­lijks een stuk of 5 wor­den doo­dgere­den. Naast vossen komen er 4 of 5 soorten marters voor. Wezels zijn daar­van de kle­in­ste soort. Die leeft van muizen door in muizen­hol­let­jes bin­nen te gaan. Kat­ten zijn naast auto’s zijn voor­naam­ste vijand. De afgelopen tijd kreeg ik 2 meldin­gen van her­meli­j­nen. Een­tje zag ik zelf ik het Haar­lem­mer­meerse bos op koni­j­nen­jacht. De andere leefde langs de Rijn­lan­der­weg. De meest algemene soort is de bun­z­ing. Zoals alle roofdieren houd die van rom­mel­er­ven en –tuinen. Jaar­lijks vind ik wel 35 doo­dgere­den exem­plaren. Voor kerst kreeg ik een meld­ing uit de bebouwde kom van Hoofd­dorp en m.b.v. een wild­cam­era maakte ik bijges­loten foto van een vrouwtje, die daar al jaren in de tuin woont. Het bijbe­horende film­pje staat in vlog 35 op youtubekanaal st.meergroen.

Bij­zon­der

Tegelijk­er­tijd met de bun­z­ing zat er in Rijsen­hout een steen­marter in het pla­fond van een bewoond huis. Dat was de 2e meld­ing sinds 2017 in Hoofd­dorp. Dit exem­plaar of stel­letje (gedurende de zomer was er ‘gezel­lig’ veel her­rie) is ver­huisd voor we er beelden van kon­den nemen. Wie in Rijsen­hout en omgev­ing weet waar hij/​ze terecht gekomen zijn sinds kerst? En dan zijn er meldin­gen die zouden kun­nen wijzen op een boom­marter. Bv langs de Ijweg in Hoofd­dorp en het Haar­lem­mer­meerse bos, maar ook die zijn niet beves­tigd met een duidelijke foto of film. Ook daarover kri­j­gen we graag een meld­ing als iemand wat gezien of geho­ord heeft.

Waar

Marters komen in de hele polder voor, zowel in het buitenge­bied als de bebouwde kom. Voor liefheb­bers van deze dieren: zorg voor rom­melige plek­jes en tuinen. Eten is er meest wel genoeg.

 kaneelwantsinsectenKaneel­wants30 dec 2018dec

Het is al weer een tijdje gele­den, dat ik van Janet Bakker een meld­ing kreeg van een oogstre­lende aan­winst van onze pold­er­fauna. Die foto wil ik u niet onthouden: het gaat om 2 kaneel­wantsen op een Ver­bena of Baard­bloem in Cruquius. 2018 was voor warmteminnende insecten een goed jaar. Of de planten ook zo blij waren en vol­doende vocht en energie voor nec­tar en stu­ifmeel had­den, durf ik te betwi­jfe­len. Maar daar hebben wantsen i.t.t. bijen, wespen, zweefvliegen en vlin­ders geen bood­schap aan. Het hoofd­ken­merk van wantsen is dat ze een steek­s­nuit hebben, die ze in planten­cellen of –vaten prikken om daar sap­pen uit te zuigen. Niet alleen in nec­tar zit suiker, ook bladeren pro­duc­eren suik­ers. Een bek­ende soort die veel suik­ers maakt is de Linde. En blad­luizen (ook ver­want aan wantsen) zuigen die vloeistof op. Omdat er meer dan genoeg suik­ers beschik­baar zijn, maar slechts een kleine con­cen­tratie eiwit, pom­pen die blad­luizen er met z’n allen liters suik­er­wa­ter door heen. Meestal tot genoe­gen van mensen die hun auto daaron­der parkeren.

Bij­zon­der

Kaneel­wantsen hebben een voorkeur voor planten met sterke of zelfs giftige stof­fen. Ook Verbena’s hebben zo’n sterke smaak, net als toort­sen­soorten, heide en aller­lei andere heesters. Naast de suik­ers en eiwit­ten waar de kaneel­wants van leeft, neemt hij ook die stof­fen op. Dat kan deze soort zon­der er zelf last van te hebben. Dat doen meer soorten bv de Jacob­svlin­der die gif­stof­fen van kruiskruiden opneemt. Door die stof­fen smaakt zo’n insect smerig en laten vogels en andere rovers het wel een 2e keer uit hun hoofd om ze te eten. Om die reden zijn felle kleuren van een insect vaak een teken om ze NIET te eten. Dat gaat op bij lieve­heers­beestjes, de zebrarups van de Jacob­svlin­der, etc. De kaneel­wants heet zo, omdat hij bij ver­stor­ing een geurstof afgeeft die (voor ons) juist weer heel lekker ruikt: kaneel. Maar dat zal voor preda­toren wellicht anders zijn.

Waar

De kaneel­wants houdt van droge warme plekken zoals duinen en heide. Zoals veel soorten lift hij mee op de kli­maatveran­der­ing van Zuidelijk naar Noord-​Europa.

 alpenwatersalamanderkleine dierenAlpen­wa­ter­sala­man­der16 dec 2018dec

Er komen in Ned­er­land een stuk of 10 sala­man­der­soorten voor. In de Haar­lem­mer­meer kende ik alleen de kleine water­sala­man­der. Maar vorige week werd ik ver­rast met een goed gedoc­u­menteerde vondst van een alpen­wa­ter­sala­man­der uit Nieuw-​Vennep (Zie foto van Axel Gun­dar­son). De kleine water­sala­man­der is met name bruin gek­leurd. De alpen­wa­ter­sala­man­der heeft vooral blauwe tin­ten en altijd een oranje buik zon­der vlekken.

Bij­zon­der

De alpen­wa­ter­sala­man­der is sterker aan water gebon­den dan andere sala­man­ders. Hij is honkvast en bli­jft dicht­bij water. Tij­dens de paar­tijd zijn alpen­wa­ter­sala­man­ders zowel dag– als nach­tac­tief steeds in het water. Buiten de paar­tijd zijn ze ook op het land te vin­den. Ze zijn dan nach­tac­tief en ver­stop­pen zich overdag. Hij over­win­tert op het land of in mod­der en na ont­waken wordt direct het water opge­zocht. Er is zoals bij alle sala­man­ders geen echte par­ing; het man­netje zet een zaad­pakketje af dat wordt opgenomen door het vrouwtje. Het vrouwtje legt dan in een paar dagen tot 250 eit­jes. Die vouwt ze één voor één tussen de blaad­jes van water­planten. Door­dat de ei-​omhulsels kleven, bli­jft het blad zit­ten en zijn de eit­jes gecam­ou­fleerd. Nadat een jonge sala­man­der het water ver­laat duurt het nog 23 jaar voor­dat hij vol­wassen is. Pas dan keert hij terug naar het water om zich voort te planten en kan dan meer dan 20 jaar oud wor­den. Net als andere water­sala­man­ders komt neote­nie voor waar­bij vol­wassen dieren lar­vale ken­merken behouden zoals een visachtige staart en uitwendige kieuwen.

Waar

De alpen­wa­ter­sala­man­der komt alleen in Europa voor, van Den­e­marken tot Grieken­land, en bij een zeeniveau tot 2500 meter hoogte. In Ned­er­land komt hij vooral voor in Lim­burg en Bra­bant, maar ook van elders zijn waarne­min­gen bek­end. Het is een niet bedreigde soort, maar is wel streng beschermd. De sala­man­der heeft een brede voorkeur voor loof­bossen, naald­bossen en gemengde bossen. Ook in vijvers en met water gevulde kar­ren­sporen kan de soort wor­den aangetrof­fen. Het water moet visvrij en liefst helder zijn en stil­staand tot langzaam stromend.

 citroenlieveheersbeestjeinsectenCit­roen­lieve­heers­beestje2 dec 2018dec

Recen­telijk hebben we in een aan­tal wijken van Hoofd­dorp het beheer van het open­baar groen gekre­gen. Daar­bij gaat het om het betrekken van de buurt en het bio­di­verser maken. Een van die pro­jecten is de IItocht­zone in Over­bos en Flo­riande. Sinds 2007 werken we daar al regel­matig aan de ontwik­kel­ing van orchideeën wei­des, akkerkruiden­vakken (meest opval­lende soort: klaproos) en bloem­rijk grasland. Maar vanaf nu kun­nen we voluit gaan om het max­i­male ecol­o­gis­che, sociale en recre­atieve ren­de­ment eruit te halen. Sinds 1 sep­tem­ber is er al volop gemaaid, gehooid, gefreesd en geza­aid. Behalve het grootschalige werk door trac­toren is er ook veel handw­erk. Zo staan er veel noten­bomen en vrucht­bomen. Vele daar­van moeten regel­matig ver­van­gen wor­den omdat de grond bij de aan­leg van de wijk zo dicht­gere­den is dat de wor­tels niet kun­nen gedi­jen. Bij een 18-​tal van de recen­telijk ver­van­gen exem­plaren zijn er plas­tic kuipen aange­bracht om extra water te kun­nen geven. In die kuipen kan niet gemaaid wor­den en bij het hand­matig wieden kwam er een leuke ver­rass­ing te voorschijn:

Bij­zon­der

In de gemaaide velden is er geen beschut­ting, maar de kuipen met de uit­bundige kruiden daarbin­nen hebben die beschut­ting wel. Per kuip trof­fen wij tussen de 500 en 1000 cit­roen­lieve­heers­beestjes aan. Totaal tegen de 20.000 stuks (foto detail + inzet). Die proberen daar te over­win­teren. Cit­roen­lieve­heers­beestjes of 22 stip­pelige lieve­heers­beestjes zijn 34 mm groot en heldergeel met 22 zwarte stip­pen. Ze leven in tegen­stelling tot de meeste soorten lieve­heers­beestjes niet van blad­luizen, maar van meel­dauw. Meel­dauw is een schim­mel die op blad ontstaat als de con­di­tie van de planten achteruit gaat bv aan het einde van het seizoen of bij droogtestress. Natu­urlijk hebben we na het wieden en de ont­dekking de kuipen weer afgedekt met los hooi. Lieve­heers­beestjes hebben een felle waarschuwingskleur omdat ze een onaan­ge­naam vocht kun­nen afschei­den als ze opgegeten worden.

Waar

Cit­roen­lieve­heers­beestjes leven op veel soorten kruiden en bomen.

 houtsnipvogelsHout­snip­in­vasie20 nov 2018nov

Het is volop herfst en ook hier begin­nen de tem­per­a­turen te dalen. Dat is veel sterker het geval in Scan­di­navië en Rus­land. En daarom zijn er sinds okto­ber mas­sale volks ver­huizin­gen aan de gang onze kant op. Miss­chien heeft u ze ook geho­ord en gezien, de kramsvo­gels (geluid: tsjak-​tsjak) en de kop­er­wiek (geluid: ieezz) zijn met miljoe­nen uit de toen­dra gekomen en eten onze bessen­stru­iken leeg. Ook op het water wordt het vol: niet de wilde eend maar de smient is inmid­dels de meest algemene eend in het land. En dan is er de hout­snip. Deze bosvo­gel trekt mas­saal naar het zuiden met als bestem­ming Frankrijk of Spanje en als hij moe of hon­gerig is zoekt hij een plekje om de dag door te bren­gen. Daar­bij ziet hij onze tuinen als een ’bos’. Het is een prachtig dier met sub­lieme schutk­leuren ( foto). Op die schutk­leuren vertrouwd hij tot het bijna te laat is.

Bij­zon­der

En als iemand door z’n tuin loopt, is de 2e over­lev­ingsstrate­gie om als een kanon­sko­gel weg te vliegen. Dat gebeurde mij deze week al een keer of 5 op ver­schil­lende plekken. Maar ik kreeg ook treurige foto’s doorge­speeld: Als dat in de tuin naar de schuur lopen in de avond gebeurt en we als recht­geaarde Ned­er­lan­der de gordi­j­nen open laten, dan ziet zo’n hout­snip het ver­lichte raam als een open­ing in het ‘bos’ en knalt hij met 100 km per uur tegen de ruit aan. En dat lev­ert meestal een gebro­ken nek op. Deze vogels uit diepe bossen zien op hun trek voor het eerst mensen. En ze weten niet hoe ze er mee om moeten gaan. De hout­snip op de foto bleef 25 keer proberen door het gaas van m’n hek te vliegen zodat ik hem kon van­gen met de hand.

Waar

Hout­snip­pen broe­den in Polen of Rus­land en niet of nauwelijks in Ned­er­land. In okto­ber en novem­ber zijn ze algemene doortrekkers. Daar wordt nog eens 60 % van de dieren afgeschoten door jagers die er trots op zijn zo’n ‘kanon­sko­gel’ te raken. En de rest van de pop­u­latie komt in maart weer langs, met weer raam­slachtof­fers , maar min­der omdat er veel min­der dieren over zijn.

 mariadistelplantenMari­adis­tel6 nov 2018nov

Afgelopen week kreeg ik een foto van een plant uit Lijn­den, die spon­taan ver­sch­enen was bij huizen naast de net afge­bro­ken A9. Soms kosten deze vra­gen weken zoek werk, maar dit was gemakke­lijk: mari­adis­tel (foto). Dis­tels hebben geen aaibaar imago, maar dat is niet terecht. Er komen in Ned­er­land wel een stuk of 15 soorten dis­tels voor en daar zijn prachtige soorten bij en soorten met med­i­c­i­nale en eet­bare toepassin­gen. Wat denkt u bv van de groot­ste dis­tel soort: de kar­doen die ook een streekprod­uct uit de Haar­lem­mer­meer was en ver­want aan de artisjok met bloe­men van een kilo en ner­ven van een kilo die gebleekt gegeten wor­den. Ook van de moes­dis­tel die aan oev­ers groeit is het (jonge) blad goed eetbaar.

Bij­zon­der

Net als de Ital­i­aanse aronskelk heeft de Mari­adis­tel op zijn blad witte ner­ven, die de plant tot een sier­aad in bermen en tuinen maakt. Het ver­haal hier­bij is dat deze ner­ven wit zijn gewor­den door melk­drup­pels van Maria: je moet het maar verzin­nen! Het (jonge) blad is als groente eet­baar en er zijn nogal wat geneeskrachtige mogelijkhe­den: De geneeskrachtige werk­ing zit vooral in de zaden. Die bevat­ten een vet­tige stof, die op veel manieren geëx­tra­heerd en ingenomen kan wor­den en die bv de enige werkzame stof tegen vliegen­zwam– en groen­kno­lam­moni­etvergiftig­ing is. Mari­adis­telex­tracten hebben ook een gun­stige werk­ing op de lever bij lev­ervervet­ting, lev­er­cir­rose, hepati­tis, geelzucht en op de gal­pro­duc­tie. Het is een van de weinige kruiden die in staat is om celvernieuwing in de lever te bew­erk­stel­li­gen. Verder werkt het gun­stig bij aam­beien, spataderen te lage bloed­druk. Het ver­haal van Maria kan samen­hangen met het feit dat er ook een gun­stige invloed is gecon­sta­teerd op melkproductie.

Waar

De Mari­adis­tel is een een­jarige niet invasieve soort die oor­spronke­lijk uit het Mid­del­landse zee gebied komt, net als de wegdis­tel, maar die met de kli­maatveran­der­ing steeds meer oprukt en een sier­lijke aan­vulling van de inheemse flora is.

 vijgbomenDe Vijg22 okt 2018okt

De druif en de vijg uit het Mid­del­landse Zee gebied zijn inmid­dels inge­burg­erde soorten gewor­den. Met de vijg heb ik iets na 6 jaar in Italië gewoond te hebben. Terug in Ned­er­land heb ik een jaar of 15 naar rassen gezocht die ook hier in de buiten­lucht grote rijpe vij­gen pro­duc­eren. En poging nr 6 maakt inmid­dels een jaar of 4 naar grote tevre­den­heid vij­gen van een ons. Een van de rede­nen dat ik een zwak voor de vijg heb, is dat hij net als de fram­boos 2 oog­sten per jaar geeft. In Italië in juni en in okto­ber. En de vruchten zijn (vers) om je vingers bij af te likken. In Ned­er­land komt de juni oogst meestal half augus­tus los en de okto­ber oogst bevri­est aan de boom(maar dit jaar niet)

Bij­zon­der
Als herin­ner­ing aan de Italië tijd heb ik in 1985 een wilde (niet vere­delde) vij­gen zaail­ing uit mijn tuin in Rome meegenomen. Eerst 7 jaar in Ams­ter­dam, toen 3 jaar in Bad­ho­eve­dorp en sinds 1996 in Hoofd­dorp. Pas in Hoofd­dorp ging hij zo groeien dat hij te groot werd. Bij­zon­der van vij­gen is dat ze het, i.t.t. bijna alle andere boom­soorten, prima lijken te vin­den om ver­plant te wor­den. Dus als struik van 4 m hoog ging hij weer op trans­port naar m’n tuin in het Dr. Nan­ning­bad. Daar staat hij nu min­stens 15 jaar en is een struik met 4 stam­men van 15 cm diam­e­ter gewor­den en 6 m hoog en 8 x 8 m breed (foto). En nog nooit heeft deze boom een eet­bare vrucht gepro­duceerd… tot dit jaar. Vorige week gleed en glib­berde ik tot m’n ver­baz­ing uit en raapte ver­vol­gens 15 kilo over­heer­lijke vij­gen op. En om de 3 dagen komt daar weer 10 kilo bij. Totaal zal het zo’n 50 kilo wor­den. De juni oogst heb ik gemist, maar nu de okto­ber oog­sten gelijk vallen lijkt het erop dat onze zomers (in een peri­ode van 510 jaar) Mediter­raan zijn gewor­den.

Waar
De vijg is een berg­boom die zich met z’n wor­tels in spleten tussen ste­nen wringt op de meest onmo­gelijke plekken. Er zijn 10tallen vere­delde rassen die het ook goed doen in gewone tuinen mits de grond niet te nat en liefst een beetje kalkrijk is.

 kweepeerbomenKweepeer en merels8 okt 2018okt

Nog nooit heb ik zoveel reac­ties op een col­umn gekre­gen als de vorige over merel­sterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te kri­j­gen of dat Usu­tu­virus overal heeft toeges­la­gen. Het is wel opval­lend dat ik over de buxu­s­rup­scol­umn (met alter­natief!), waar duizen­den tuin­t­jes door ver­ruïneerd zijn geen enkele reac­tie kreeg, noch over mol­len­sterfte.
Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De kei­harde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtver­frisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waar­van het sier­s­tuikje in gemeente plantsoen met rode bloe­men en gele appelt­jes een voor­beeld is) en de peer­vormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-​4m groeien.

Bij­zon­der
De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten kei­hard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in aller­lei gerechten. Het woord marme­lade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pec­tine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruis­bes en de mis­pel is de kweepeer in onze gemaks­cul­tuur een ver­geten soort fruit gewor­den. In alle boom­gaar­den die wij aan­planten, zetten we een of meer kweep­eren. Dat zijn vaak de enige bomen waar­van het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen wor­den meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) wegge­gooid en dat 5001000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aan­tal bomen moesten we dit warme jaar de takken onder­s­te­unen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweep­erentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voor­raad strekt.

Waar
De kweepeer komt oor­spronke­lijk uit de Kauka­sus (wet als wal­noot, perzik en mis­pel). Hij gedijt goed op een neu­trale bodem en houdt van zon.

 merelvogelsMerel (sterfte?) 24 sep 2018sep

De aan­lei­d­ing voor deze col­umn is het feit dat ik nor­maliter 1012 merels rond mijn huis heb die de druiven van onze gevel plun­deren. Dit jaar is niet alleen een uit­zon­der­lijk goed (zoet) druiv­en­jaar, er wordt ook hele­maal niet van gegeten, ter­wijl ze voor de zomer wel de bessen­stru­iken leeg aten. Dat geeft mij het angstige gevoel dat de gevreesde Usutu merelziekte vanaf half augus­tus de Haar­lem­mer­meer bereikt heeft. Graag reac­ties van lez­ers of dit kun­nen beves­ti­gen of andere ervarin­gen hebben. Het Usutu-​virus komt uit Afrika en wordt ver­spreid door muggen. Het virus is via trekvo­gels naar Europa overge­bracht, waar het 2001 voor het eerst opdook in Oost­en­rijk. Vanuit daar ver­sprei­dde het zich over Europa. Meer dan 300.000 vogels stier­ven in Duit­s­land in 2012. In som­mige Duitse ste­den was de sterfte zo mas­saal dat de merels prak­tisch verd­we­nen uit de tuinen en parken. In 2016 bereikte het zuid-​oost Nederland.


Bij­zon­der
De merel is een van de meest algemene zangvo­gels in Ned­er­land en zeker in stedelijk gebied. Maar dit was niet altijd zo. Tot ca 1900 was de merel een schuwe bosvo­gel. Ze leef­den teruggetrokken in dichte loof­bossen van Europa. Bij het kle­in­ste teken van gevaar trokken ze zich in het dichte kre­upel­hout terug en waarschuw­den ze met hun typ­is­che alarm­roep de andere bos­be­won­ers. Ze hebben zich echter ontwikkeld tot cul­tu­ur­vol­gers en komen nu vri­jwel overal in tuinen voor. Merels zijn alle­seters en voe­den zich met wor­men, insecten, bessen, brood, zaden, afval en diverse soorten vogelvoer. De merel is een uit­bundige zanger en zingt vaak vanaf een hoog punt. Het man­netje zingt vanaf feb­ru­ari, vooral ’s mor­gens, ’s avonds en bij regen.

Waar
De merel komt van nature voor ten zuiden van de pool­cirkel in heel Europa en grote delen van Azië. Elders is de merel ook uit­gezet. In Aus­tralië en Nieuw-​Zeeland wordt hij gezien als een plaag. Afgezien van de noordelijk­ste pop­u­laties zijn merels meestal geen trekvogels.

 steenrodeheidelibel_thumbinsectenSteen­rode heidelibel23 aug 2018aug

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten water­juf­fers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zit­ten. De groot­ste soorten van wel 8 cm groot, heten glazen­mak­ers. Dat komt omdat ze hun vleugels bree­duit hebben als ze zit­ten, net zoals de glazen­mak­ers uit de mid­deleeuwen het glas op hun rug droe­gen bij aflev­er­ing. En dan zijn er de meer gedron­gen ‘mid­den­soorten’ die in grootte tussen de juf­fers en de glazen­mak­ers inzit­ten. De meest algemene daar­van in onze regio is de oev­er­li­bel, waar­van de man­net­jes blauw zijn en de vrouwt­jes geel en er is een groep van rode soorten die hei­de­li­bellen genoemd wor­den.

Bij­zon­der
Ook de mid­den soorten dra­gen hun vleugels bij zit­stand bree­duit. Wereld­wijd zijn er ongeveer 70 soorten, waar­van er 10 in Ned­er­land voorkomen, waar­van er 6 nogal zeldzaam zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen hei­de­li­bellen op veel plekken voor en niet alleen op heide ter­reinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschi­jn­lijk door de hoge tem­per­a­turen extra alge­meen zijn: de zwarte hei­de­li­bel die zoals de naam zegt zwart is, de bloe­drode hei­de­li­bel, de steen­rode hei­de­li­bel en de bru­in­rode hei­de­li­bel. Het zijn de vol­wassen manen­t­jes die rood zijn. De vrouwt­jes en jonge man­net­jes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een man­netje van de steen­rode hei­de­li­bel. Het onder­scheid tussen de soorten is vaak niet zo makke­lijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloe­drode hei­de­li­bel), maar gestreept. Dus het is een man­netje steen­rode hei­de­li­bel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haar­lem­mer­meer te vin­den.

Waar
Bru­in­rode en steen­rode hei­de­li­bellen zijn alge­meen bij aller­lei stil­staande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bru­in­rode hei­de­li­bel heeft een lichte voorkeur voor watert­jes met weinig veg­e­tatie op de zand­gron­den en Oost– en Zuid Ned­er­land, ter­wijl de steen­rode hei­de­li­bel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veen­gron­den in West– en Noord-​Nederland.