In het najaar is het niet moeilijk om planten te vinden met schimmels op het blad. Wit schimmelpluis is meestal een echte-meeldauwschimmel, oranje puistjes een roestschimmel. Beide groepen schimmels bestaan uit een groot aantal sterk gespecialiseerde soorten. Onze vrijwilliger Diederik zoomt deze editie van ‘Onder de loep’ in op de meeldauwvreter.
Als er maar één meeldauwsoort op een plantensoort voorkomt, kan je de meeldauw snel op naam brengen. Meestal is microscopisch onderzoek nodig. Goede microscoopfoto’s worden door de Obsidentify-app even makkelijk herkend als een paardenbloem. (Met de app kan je allerlei organismen op naam brengen. Hij is gratis te downloaden.)

Zo ontdekte ik de meeldauwvreter. De peervormige vruchtlichamen zijn – als je het eenmaal weet - makkelijk te herkennen. Deze vruchtlichamen zijn iets groter dan de sporen van echte meeldauw. Als je heel goed kijkt, zie je schimmeldraden van de meeldauwvreter groeien binnen de dikkere schimmeldraden van de echte meeldauw. In het veld is de meeldauwvreter te herkennen als een grauwe waas over een min of meer witte kolonie van echte meeldauw. De meeldauwvreter onderdrukt de meeldauw zo sterk dat de meeldauw weinig sporen vormt. Vrijwel elke guldenroede, wikke, klaver etc. in De Heimanshof is in het najaar besmet met zowel meeldauw als meeldauwvreter.

De courgette in de Struintuin heeft behoorlijk last van echte meeldauw. Je kunt de meeldauwsporen eraf kloppen, wit als meel. Helaas is de meeldauwvreter afwezig, zodat de meeldauw zich explosief uitbreidt. Misschien kunnen we verpulverde guldenroede uitstrooien over de courgettebladeren om het gewas te beschermen. De meeldauwvreter is overigens ook te koop onder de handelsnaam AQ10.
